vonnis RECHTBANK NOORD-NEDERLAND Afdeling privaatrecht Locatie Leeuwarden zaaknummer / rolnummer: C/17/176415 / HA ZA 20-268 Vonnis van 9 maart 2022 in de zaak van [A] , wonende te [woonplaats] , eiser in conventie, verweerder in (deels voorwaardelijke) reconventie, advocaat mr. E.T. van Dalen te Groningen, tegen 1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [B] VERHUIZINGEN B.V., gevestigd te [vestigingsplaats] , gedaagde in conventie, eiseres in (deels voorwaardelijke) reconventie, 2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [C] BEHEER B.V., gevestigd te [vestigingsplaats] , 3. [D], wonende te [woonplaats] , 4. [E], wonende te [woonplaats] , gedaagden in conventie, advocaat mr. E. Douma te Sneek. Eiser in conventie, tevens gedaagde in (deels voorwaardelijke) reconventie, zal hierna [A] genoemd worden. Gedaagden in conventie en (voor zover het [B] Verhuizingen B.V. betreft, tevens eiseres in deels voorwaardelijke reconventie) zullen hierna gezamenlijk worden aangeduid met [B] Verhuizingen c.s. en afzonderlijk als [B] Verhuizingen , [C] Beheer, [D] en [E] . 1De procedure 1.1. Het verdere verloop van de procedure blijkt uit: het tussenvonnis van 24 februari 2021 de conclusie van antwoord in (deels voorwaardelijke) reconventie het proces-verbaal van mondelinge behandeling van 3 juni 2021 de akte van [A] de akte van [B] Verhuizingen c.s. 1.2. Ten slotte is vonnis bepaald. 2De feiten 2.1. [D] en [E] zijn - samen met 2 anderen, die geen partij zijn bij deze procedure - vennoten van de vennootschap onder firma V.O.F. [C] Transport te [vestigingsplaats] (hierna: [C] Transport ). [C] Transport is een familiebedrijf dat zich al ruim 100 jaar toelegt op verhuizingen in binnen- en buitenland. [D] en [E] zijn tevens bestuurders van [C] Beheer. [C] Beheer is bestuurder en aandeelhouder van [B] Verhuizingen . 2.2. Begin 2016 hebben onderhandelingen plaatsgevonden tussen (de vennoten van) [C] Transport en [G] , aandeelhouder van Gebroeders [B] B.V. (handelend onder de naam [B] Verhuizingen ) over de mogelijke overname van Gebroeders [B] B.V. [A] was destijds bij laatstgenoemde in dienst en hield zich bezig met onder meer de uitvoering van verhuizingen en het organiseren van de personeelsplanning. [G] heeft daarbij aangegeven dat [A] bij een overname voor een derde deel mede-eigenaar wilde worden. 2.3. Bij akte van 24 juni 2016 is de vennootschap onder firma V.O.F. [B] Verhuizingen (verder: VOF [B] ) opgericht, met als vennoten [A] en [B] Verhuizingen . 2.4. In de vennootschapsakte is vastgelegd dat VOF [B] per 1 juli 2016 wordt aangegaan met als doel om voor gezamenlijke rekening en risico een transport- en verhuisbedrijf (te weten: de onderneming ' [J] / [B] Verhuizingen te [vestigingsplaats] en [vestigingsplaats] ') uit te oefenen. In de vennootschapsakte is onder meer bepaald: artikel 5 Inbreng en vermogen (…) 2. Door maat 1 ( [B] Verhuizingen , toevoeging rechtbank) wordt ingebracht arbeid van haar uiteindelijke DGA's, de heren [D] en [E] . Deze arbeidsinzet zal echter in tijd beperkt zijn, aangezien de heren [D] en [E] beide ook (als natuurlijk persoon) firmant zijn in [C] Verhuizingen te [vestigingsplaats] . Maat 2 ( [A] , toevoeging rechtbank) is hiervan op de hoogte en verklaart zich hiermee akkoord. Wel is het streven dat de heren [C] gezamenlijk tenminste 0,5 fte inbrengen. (…) artikel 11 Winst-en-verliesdeling 1. De jaarlijkse winst of het jaarlijkse verlies zal door de vennoten als volgt worden verdeeld/gedragen: In onderling overleg kan aan een vennoot een arbeidsvergoeding worden toegekend van de door hem ten behoeve van het bedrijf van de vennootschap extra verrichte arbeid. Deze beloning bedraagt voor de vennoot 1 € 15.000 onder de voorwaarde dat door de heren [D] en [E] tenminste 0,5 fte aan arbeid voor de Vof wordt verricht. Deze beloning bedraagt voor de vennoot 2 eveneens € 30.000 onder de voorwaarde dat hij 1 fte (fulltime) aan arbeid voor de Vof verricht. Bij een lagere inzet wordt deze beloning pro rata verminderd Het resterende resultaat wordt als volgt verdeeld: Vennoot sub 1 66 2 /3e % Vennoot sub 2 33 1/3e % artikel 15 Voortzettingsbeding / Toedelingsbeding 1. In geval van ontbinding van de vennootschap is de vennoot die niet de oorzaak van de ontbinding was of ten aanzien van wie de vennootschap niet eindigde overeenkomstig artikel 14, bevoegd de onderneming van de vennootschap alleen of met anderen voort te zetten (…) artikel 21 Boeteclausule 1. Indien een vennoot in strijd handelt met de bepalingen van dit contract waarvoor geen boeteclausule is opgenomen en na bij deurwaardersexploot in gebreke te zijn gesteld gedurende veertien dagen nalatig blijft in de nakoming van één of meer verplichtingen, verbeurt hij ten behoeve van de andere vennoot een direct opeisbare boete van € 10.000,00 (…) voor elke overtreding, alsmede € 500 voor elke dag dat de overtreding voortduurt (…). 2.5. Op 1 juli 2016 heeft VOF [B] alle bedrijfsactiviteiten door middel van een activa-overeenkomst van Gebroeders [B] B.V. overgenomen. 2.6. Op 1 oktober 2016 hebben [J] B.V. (een landelijk netwerk van erkende verhuisbedrijven, hierna te noemen [J] ) en VOF [B] schriftelijk een 'deelnemersovereenkomst' gesloten. Hierin is, voor zover van belang, vastgelegd dat VOF [B] per 1 juli 2016 deelneemt in [J] voor een proefperiode van 5 jaar. Nadien kan zij mogelijk aandeelhouder worden in [J] . In de overeenkomst zijn de verplichtingen voor VOF [B] jegens [J] vastgelegd. Tevens is in de overeenkomst bepaald dat [C] Transport zich volledig zal voegen naar de afspraken zoals die tussen [J] en VOF [B] zijn en zullen worden gemaakt. Deze bepaling is opgenomen - zo is in de overeenkomst vermeld - om te voorkomen dat de eigenaren van VOF [B] bepaalde activiteiten buiten het gezichtsveld van [J] zullen ondernemen. Specifiek is bepaald: In het oog springend, maar slechts als voorbeeld genoemd, zijn bijv. het nakomen van afspraken inzake de huisstijl (zowel recht op, als verplichting tot) en de verplichting tot het voeren van het geldende managementsysteem. De overeenkomst is namens [J] , VOF [B] en [C] Transport ondertekend. 2.7. [D] en [E] verrichten hun werkzaamheden voor VOF [B] mede vanuit het kantoorpand van [C] Transport in [vestigingsplaats] . [A] verricht zijn werkzaamheden vanuit het kantoor in [vestigingsplaats] . 2.8. [A] heeft tijdens vergaderingen met [D] en [E] op 17 maart 2020 en 13 mei 2020 aan de orde gesteld dat hij het niet eens is met de afgesproken winstverdeling en een groter gedeelte van de winst wil ontvangen omdat hij naar eigen zeggen meer arbeid voor VOF [B] verricht dan [B] Verhuizingen dat doet. [D] en [E] waren namens [B] Verhuizingen niet bereid om hierin mee te gaan. 2.9. Vervolgens is tussen [A] enerzijds en [D] en [E] anderzijds een discussie ontstaan over (mogelijke) ontbinding van VOF [B] en de vraag wie daarbij op grond van artikel 15 van de vennootschapsakte de onderneming mag voortzetten. Tevens is gecorrespondeerd over de vraag welke bedragen met de uittreding van de ene of de andere vennoot gemoeid zullen zijn. Over deze onderwerpen is geen overeenstemming bereikt. 2.10. Op 31 oktober 2019 heeft [A] in de groepsapp, die hij met [D] en [E] heeft, een schermafdruk geplaatst van de website van [C] Verhuizingen (de rechtbank begrijpt: een handelsnaam van [C] Transport), waarin naast de adressen van deze onderneming ook het adres van VOF [B] in [vestigingsplaats] als vestigingsadres van [C] Verhuizingen is vermeld. [A] heeft verzocht om deze laatste gegevens te verwijderen van de website en het briefpapier. 2.11. Bij exploot van 8 september 2020 heeft een deurwaarder in opdracht van [A] aan [B] Verhuizingen en [C] Beheer een ingebrekestelling van 4 september 2020 betekend. In de ingebrekestelling zijn [B] Verhuizingen en/of [C] Beheer, voor zover van belang, gesommeerd om binnen 14 dagen na betekening: het adres van VOF [B] van de website van [C] Verhuizingen te verwijderen en verwijderd te houden de deelnemersovereenkomst met [J] na te leven, waaronder de bepaling die ziet op de huisstijl van [J] te stoppen met het voeren van het Dekra-logo omdat dit logo te maken heeft met de ISO-certificering van [J] . Tevens is in deze brief meegedeeld dat bij het niet of niet tijdig naleven van deze sommaties, per overtreding aanspraak wordt gemaakt op de boetes als bedoeld in artikel 21 van de vennootschapsakte van VOF [B] . 2.12. In een e-mail van 22 september 2020 heeft de directeur van [J] aan de vennoten van VOF [B] geschreven: (…) De afgelopen maanden zijn er meerdere gesprekken geweest betreffende [C] Verhuizingen en de overstap naar [J] [C] Verhuizingen inclusief alle hierbij horende verplichtingen. Tot op heden is dit proces niet afgerond en slechts ten dele gerealiseerd. En dit laatste baart mij, maar zeker ook de aandeelhouders, best wel zorgen. Zoals de stand van zaken nu is, verwacht ik dat er onvoldoende draagkracht is onder de aandeelhouders om [J] [B] als aandeelhouder toe te laten. In dat geval houdt het deelnemerschap op dient [J] [B] de groep te verlaten. (…) 2.13. Bij exploot van 30 september 2020 heeft een deurwaarder 2 processen-verbaal van constatering aan [B] Verhuizingen en [C] Beheer betekend, met daarbij de aanzegging dat aanspraak wordt gemaakt op de hiervoor bedoelde boetes. 2.14. In een op verzoek van [B] Verhuizingen opgemaakt proces-verbaal van 6 oktober 2020 heeft een (andere) deurwaarder geconstateerd dat op de website en de Facebook-pagina van [C] Transport het vestigingsadres van VOF [B] in [vestigingsplaats] niet meer wordt vermeld. 2.15. De directeur van [J] is zich in latere mails op het standpunt blijven stellen dat [C] Transport zich niet houdt aan haar verplichtingen uit de deelnemersovereenkomst. Tevens heeft hij in deze mails tot uitdrukking gebracht dat vanwege de tweespalt tussen de vennoten van VOF [B] het aandeelhouderschap in [J] van VOF [B] per 1 juli 2021 in gevaar komt. [C] Transport heeft dat bestreden. 3De vordering in conventie 3.1. [A] vordert dat de rechtbank, bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad: 1. de tussen [A] en [B] Verhuizingen gesloten VOF [B] ontbindt wegens gewichtige redenen, 2. bepaalt dat [A] bij uitsluiting gerechtigd zal zijn om na ontbinding van VOF [B] de onderneming van VOF [B] voort te zetten, 3. bepaalt dat [B] Verhuizingen c.s. de naam [B] (verhuizingen) in welke combinatie dan ook, op geen enkele wijze meer mag gebruiken, op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 10.000,00 voor iedere overtreding van het gebod, 4. bepaalt dat de waarde van het aandeel van [B] Verhuizingen in VOF [B] , wat [A] betreft vastgesteld moet worden op een bedrag van € 65.371,00, 5. [B] Verhuizingen c.s. hoofdelijk, des dat de één zal hebben betaald de anderen zullen zijn bevrijd, veroordeelt om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan [A] te betalen een drietal boetes van € 10.000,00 oftewel € 30.000,00 op grond van artikel 21 van de vennootschapsakte alsmede een drietal dagelijkse boetes van € 500,00 per dag, dus in totaal € 1.500,00 per dag voor iedere dag vanaf 22 september 2020 tot de dag dat de drie genoemde overtredingen zullen zijn geëindigd, 6. met veroordeling van [B] Verhuizingen c.s. in de kosten van de procedure, de nakosten daaronder begrepen. 3.2. [B] Verhuizingen c.s. voert verweer. Op de stellingen en verweren wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan. 4De vordering in (deels voorwaardelijke) reconventie 4.1. [B] Verhuizingen vordert dat de rechtbank, bij vonnis voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, in reconventie 1. de tussen [A] en [B] Verhuizingen gesloten VOF [B] ontbindt, 2. bepaalt dat [B] Verhuizingen gerechtigd is om met uitsluiting van [A] de onderneming van VOF [B] na de ontbinding alleen of met derden voort te zetten, 3. bepaalt dat [A] daaraan zijn volledige medewerking moet verlenen, onder meer - maar niet uitsluitend - door het afgeven van zijn inlogcodes en wachtwoorden van de systemen van VOF [B] , het afgeven van de sleutels van het pand, het op geen enkele wijze meer gebruiken van de naam van VOF [B] , van het zich onthouden van uitlatingen of gedragingen die schadelijk zijn of kunnen zijn voor VOF [B] , alsmede [A] met ingang van twee dagen na het te wijzen vonnis de toegang te ontzeggen tot het pand van VOF [B] , één en ander op straffe van verbeurte van een dwangsom aan [B] Verhuizingen van € 10.000,00 per overtreding van dit gebod, te vermeerderen met een bedrag van € 500,00 voor iedere dag dat de overtreding voortduurt, 4. de waarde van het aandeel van [A] in VOF [B] bepaalt op een bedrag van € 39.685,00, althans op een door de rechtbank in goede justitie te bepalen bedrag, te vermeerderen met het kapitaal van [A] in het eigen vermogen van VOF [B] op het moment van uittreden, zijnde de datum van het vonnis, althans een door de rechtbank te bepalen datum, 5. [A] veroordeelt om aan [B] Verhuizingen te betalen een bedrag van € 2.359,51, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de dag van dagvaarding tot aan de dag van de betaling, 6. [A] veroordeelt in de kosten van het geding, waaronder begrepen de nakosten, in voorwaardelijke reconventie, onder de voorwaarde dat de vorderingen van [A] geheel of gedeeltelijk worden toegewezen, 7. aan die veroordeling de voorwaarde verbindt dat [A] het door de rechtbank te betalen bedrag voor het aandeel van [B] Verhuizingen in VOF [B] binnen zeven dagen na het vonnis aan [B] Verhuizingen moet hebben betaald, bij gebreke waarvan [B] Verhuizingen gerechtigd is de onderneming na de ontbinding voort te zetten op de wijze zoals in punt 2 en 3 van het petitum van de eis in (onvoorwaardelijke) reconventie is gevorderd, tegen het door de rechtbank in het vonnis te bepalen en aan [B] Verhuizingen te betalen bedrag, alsdan met veroordeling van [A] in de kosten van het geding in conventie en in reconventie. 4.2. [A] voert verweer. Op de stellingen en verweren wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan. 5Het geschil en de beoordeling daarvan in conventie en in (deels voorwaardelijke) reconventie 5.1. Gelet op de samenhang tussen de geschilpunten zal de rechtbank hierna de vorderingen in conventie en in reconventie gezamenlijk behandelen. Is er grond om VOF [B] te ontbinden? 5.2. Tussen partijen is niet in geschil dat verdere samenwerking in VOF [B] niet langer mogelijk is omdat de onderlinge verhoudingen daarvoor te zeer zijn verstoord. Om die reden vorderen beide partijen ontbinding door de rechtbank. Gelet hierop is sprake van gewichtige redenen als bedoeld in artikel 7A:1684 BW, op grond waarvan de rechter op vordering van ieder der vennoten de vennootschap wegens gewichtige redenen kan ontbinden. Van een gewichtige reden is immers sprake indien, alle omstandigheden in aanmerking genomen, van een of meer vennoten redelijkerwijs geen voortzetting van het vennootschappelijk verband kan worden gevraagd. De vordering tot ontbinding (zowel in conventie als in reconventie) zal daarom worden toegewezen. 5.3. Tijdens de mondelinge behandeling hebben partijen afgesproken dat zij aan een deskundige een bindend advies zullen vragen over de waarde van de onderneming. Het definitieve rapport (opgesteld door De Valck Dealmakers B.V. en gedateerd 2 november 2021) is nadien door [A] bij akte in het geding gebracht. Beide partijen hebben in hun akte verklaard nog steeds in staat en bereid te zijn om de onderneming voort te zetten. De rechtbank zal hierna ingaan op de vraag welke vennoot na ontbinding de onderneming mag voortzetten. Welke vennoot mag de onderneming voortzetten? 5.4. Beide partijen hebben een beroep gedaan op artikel 15 lid 1 van de vennootschapsakte, waarin is bepaald dat in geval van ontbinding van de vennootschap de vennoot die niet de oorzaak van de ontbinding was of ten aanzien van wie de vennootschap niet eindigde overeenkomstig artikel 14, bevoegd is de onderneming van de vennootschap alleen of met anderen voort te zetten. Zij stellen over en weer dat de andere vennoot de oorzaak is van de ontbinding. 5.5. In artikel 14 is vastgelegd wanneer de vennootschap eindigt. Daarbij gaat het om kwesties zoals overlijden, ondercuratelestelling en het faillissement van een vennoot. Gelet op de wijze waarop artikel 15 lid 1 is geformuleerd gaat het bij de tekst '(…) die niet de oorzaak was (…)' dus kennelijk niet om de situaties die al onder het bereik van artikel 14 vallen. Beide partijen leggen artikel 15 lid 1 van de vennootschapsakte aldus uit, dat het hierbij gaat om het antwoord op de vraag aan welke vennoot verweten kan worden dat de verhoudingen zodanig verstoord zijn geraakt dat VOF [B] ontbonden moet worden. De rechtbank zal zich bij die uitleg aansluiten. Hierbij wordt wel aangetekend dat het lang niet altijd mogelijk zal zijn om op grond van de feiten een duidelijke 'veroorzaker' aan te wijzen. In veel gevallen zal het immers gaan om actie en reactie, met een neerwaartse spiraal in de onderlinge verhoudingen tot gevolg. Voor het geval die situatie zich hier voor zou doen, zou dat tot gevolg hebben dat op grond van de vennootschapsakte niet beslist kan worden aan welke vennoot (het aandeel van de andere vennoot
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.