Uitspraak RECHTBANK NOORD-NEDERLAND Afdeling strafrecht Locatie Leeuwarden parketnummer 18/730278-15 beslissing van de meervoudige kamer d.d. 4 januari 2022 op een vordering van de officier van justitie strekkend tot vaststelling van bijzondere voorwaarden bij voorwaardelijke beëindiging PIJ in de zaak tegen [veroordeelde], geboren op [geboortedatum] 1996 te [geboorteplaats], thans verblijvende bij [instelling], hierna te noemen veroordeelde. Procesverloop De officier van justitie heeft schriftelijk gevorderd dat de rechtbank bijzondere voorwaarden vaststelt in het kader van de voorwaardelijke beëindiging per 6 januari 2022 van de maatregel van plaatsing in een inrichting voor jeugdigen (hierna: PIJ-maatregel). De behandeling heeft plaatsgevonden op 21 december 2021, waarbij aanwezig waren de veroordeelde en de officier van justitie mr. J. Hoekman. De raadsman van veroordeelde, mr. F.R. Menso en de deskundige B. Pasman, reclasseringswerker, zijn ter zitting verschenen via een directe beeld- en geluidsverbinding. De rechtbank heeft acht geslagen op de stukken, waaronder met name het advies van Tactus Verslavingszorg van 6 december 2021, het psychiatrisch rapport van 17 september 2021 opgemaakt door G.C.G.M. Broekman, psychiater, en het psychologisch rapport van 13 oktober 2021 opgemaakt door F. Jonker, klinisch psycholoog. Motivering De opgelegde maatregel Bij vonnis van 24 december 2015 heeft de rechtbank Noord-Nederland aan veroordeelde de PIJmaatregel opgelegd wegens poging tot diefstal met geweld, diefstal, en mishandeling, begaan tegen zijn moeder. De maatregel is aangevangen op 8 januari 2016 en laatstelijk op 23 april 2021 verlengd met negen maanden. Het advies van de reclassering Bij veroordeelde is sprake van een kwetsbare persoonlijkheid. Hij loopt sociaal en emotioneel achter in zijn ontwikkeling. Er is sprake van een disharmonisch intelligentieprofiel. Het verbaal IQ valt hoger uit dan het performaal IQ. Hierdoor kan veroordeelde snel overschat en overvraagd worden. Daarnaast is sprake van ASS, verslavingsproblematiek, een gedragsstoornis, een gebrekkige gewetensfunctie, impulsiviteit en een beperkte agressieregulatie. De kans op herhaling wordt gemiddeld tot hoog geschat. Veroordeelde is in het kader van een Scholings- en Trainingsprogramma (hierna: STP) per 1 november 2021 uitgestroomd naar de [instelling] in [plaats]. Veroordeelde heeft zich tot op heden, op een paar incidenten na, gehouden aan de in het STP opgenomen voorwaarden. Op 6 januari 2022 zal de PIJ-maatregel van rechtswege voorwaardelijk worden beëindigd. De reclassering adviseert voorzetting van het inhoudelijke STP met oplegging van de bijzondere voorwaarden zoals die nu ook worden gehanteerd in het STP. Veroordeelde wil zich aan de voorwaarden houden, maar heeft moeite met een eventueel alcoholverbod. De deskundige B. Pasman heeft ter zitting van 21 december 2021 het advies toegelicht. Deze toelichting houdt – zakelijk weergegeven – in: Veroordeelde werkt goed samen, ook al is hij het niet altijd eens met de reclassering. Als hij problemen heeft, vraagt hij eerst advies aan mensen in zijn netwerk, maar hij houdt de reclassering wel op de hoogte en blijft in gesprek. Het rapport van de psychiater Veroordeelde is gediagnosticeerd met een ziekelijke stoornis van de geestvermogens, zijnde een stoornis in het middelengebruik, zoals alcohol en cannabis, in een gecontroleerde omgeving in remissie, en een licht verstandelijke (cognitieve) beperking. Anders dan eerder vastgesteld, is er geen sprake van een autismespectrumstoornis. De deskundige schat het risico op herhaling buiten de huidige setting hoog in. Veroordeelde heeft zijn behandelplafond bereikt. Hij beschikt vanuit zijn beperkte cognitieve vermogens over een gebrekkig in- en overzicht in probleemsituaties, een gebrekkige zelfsturing met egocentrisch georiënteerde gewetensfuncties en er is sprake van verslavingsproblematiek. Hij is makkelijk beïnvloedbaar waardoor hij in de toekomst structurele begeleiding en behandeling in de nodig zal blijven houden om het recidiverisico te beperken. De deskundige adviseert het inhoudelijke programma van het STP voort te zetten. Als de woonwerkvoorziening van [instelling] voor veroordeelde toch een brug te ver is, dan zal dit snel duidelijk worden. In dat geval moet een zorgmachtiging (WvGGZ) voor een gesloten plaatsing worden aangevraagd. Het rapport van de psycholoog Bij veroordeelde is sprake van een verstandelijke beperking, vroege verwaarlozing en hechtingsproblemen en een gevoeligheid voor het misbruik maken van softdrugs. Anders dan eerder vastgesteld, is er geen sprake van een autismespectrumstoornis. De deskundige schat het risico op herhaling laag in binnen de huidige setting. Per 1 november 2021 gaat veroordeelde wonen in een zorgboerderij met 24-uursbegeleiding. De deskundige schat in dat het risico op herhaling in die setting op zal lopen naar matig. De instelling en de deskundige hadden het wenselijker gevonden als veroordeelde eerst in een gesloten instelling voor personen met een licht verstandelijke beperking en ernstige gedragsproblemen was gaan wonen, een zogeheten SGLVG-instelling. Daarvoor zijn echter de wachtlijsten te lang. Het STP kan nog voor slechts enkele maanden tot 6 januari 2022 worden ingezet. Daarna volgt normaliter een voorwaardelijke beëindiging van de PIJ. Mocht het STP (weer) mislopen dan wordt geadviseerd om veroordeelde terug te plaatsen in de JJI en een zorgmachtiging aan te vragen, met verplichte opname in een SGLVG-instelling. Na het STP-traject wordt geadviseerd om de PIJ voorwaardelijk te beëindigen. De deskundige kan zich vinden in de door de reclassering geadviseerde voorwaarden en interventies. Het standpunt van het openbaar ministerie De officier van justitie heeft gepersisteerd bij zijn vordering tot het vaststellen van bijzondere voorwaarden na de voorwaardelijke beëindiging van de PIJ-maatregel. Het standpunt van de veroordeelde en zijn raadsman De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering kan worden toegewezen. Veroordeelde is van ver gekomen. Hij heeft, met vallen en opstaan, grote stappen gemaakt. Het oordeel van de rechtbank Ingevolge artikel 6:6:31 tweede lid Sv eindigt een verlengde PIJ-maatregel van rechtswege voorwaardelijk, een jaar voordat de maximale duur van de maatregel wordt bereikt. De PIJ-maatregel van de veroordeelde zal van rechtswege voorwaardelijk eindigen op 6 januari
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.