RECHTBANK NOORD-NEDERLAND Afdeling Privaatrecht Locatie Leeuwarden zaak-/rekestnummer: C/17/185703 / FA RK 22-1516 beschikking van de enkelvoudige kamer d.d. 6 april 2023 inzake [de vrouw] , wonende te [woonplaats], hierna ook te noemen: de vrouw, advocaat: mr. H.L. Thiescheffer, kantoorhoudende te Leeuwarden, tegen [de man] , wonende op een bij de rechtbank onbekend adres, hierna ook te noemen: de man, advocaat: mr. K. Mohasselzadeh, kantoorhoudende te Voorburg. 1Procesverloop 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - het verzoekschrift en een deponeringsakte van de vrouw, ontvangen op 8 september 2022; - het betekeningsexploot, ontvangen op 15 september 2022; - het verweerschrift van de man, tevens houdend een zelfstandig verzoek, ontvangen op 21 december 2022; - het verweerschrift van de vrouw op het zelfstandig verzoek, ontvangen op 22 december 2022.; - een e-mailbericht van de man, ontvangen op 7 maart 2023. 1.2. De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 8 maart 2023. Daarbij waren aanwezig: - de vrouw, bijgestaan door mr. Thiescheffer; - de man, bijgestaan door mr. Mohasselzadeh; - [gegevens tolk], tolk in de taal Farsi, ten behoeve van de vrouw; - [gegevens tolk], tolk in de taal Farsi, ten behoeve van de man. 2Feiten 2.1. De vrouw en de man zijn op [datum] in [plaatsnaam], Iran, met elkaar gehuwd. 2.2. De vrouw en de man hebben de Iraanse nationaliteit. 2.3. De vrouw heeft een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in Nederland. 2.4. De vrouw is [jaartal] vanwege haar bekering tot het christendom naar Nederland vertrokken. Zij staat volgens een uittreksel uit de Basisregistratie Personen (BRP) sinds [datum] ingeschreven in Nederland. 2.5. De man verblijft sinds [datum] in Nederland in het kader van gezinshereniging. Hij staat volgens een uittreksel uit de BRP sinds [datum] ingeschreven in Nederland. 3Verzoeken 3.1. De vrouw heeft de rechtbank verzocht om bij beschikking, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad: I. de echtscheiding tussen partijen uit te spreken; II. te bepalen dat aan de vrouw het huurrecht van de woning aan [adres] zal worden toegedeeld. 3.2. De man heeft verweer gevoerd en de rechtbank verzocht: I. de verzoeken van de vrouw af te wijzen; II. de echtscheiding op grond van Iraans recht uit te spreken. 3.3. De man wenst dat Iraans recht wordt toegepast, omdat Iran de beschikking van de rechtbank anders niet zal erkennen en hij hier problemen van kan ondervinden. De vrouw heeft verweer gevoerd en de rechtbank verzocht om bij beschikking, uitvoerbaar bij voorraad, de tegenverzoeken van de man af te wijzen. 3.4. Tijdens de mondelinge behandeling heeft de vrouw haar verzoek ten aanzien van het huurrecht ingetrokken. Daar hoeft de rechtbank niet meer op te beslissen. 4Beoordeling Rechtsmacht 4.1. Omdat deze zaak een internationaal karakter heeft, moet in de eerste plaats worden beoordeeld of de Nederlandse rechter rechtsmacht heeft en vervolgens welk recht van toepassing is. 4.2. Nu het verzoekschrift van de vrouw is ingediend na 1 augustus 2022 is de Verordening (EG) nr. 2019/1111 van 25 juni 2019 (hierna: Brussel II-ter) van toepassing. 4.3. Nu ten tijde van het indienen van het verzoekschrift de gewone verblijfplaats van partijen zich in Nederland bevond, komt de Nederlandse rechter rechtsmacht toe om te oordelen over het verzoek tot echtscheiding. Toepasselijk recht 4.4. Op grond van artikel 10:56 lid 1 van het Burgerlijk Wetboek (BW) wordt in beginsel Nederlands recht toegepast op het verzoek tot echtscheiding. Dit is slechts anders als partijen een gezamenlijke buitenlandse nationaliteit hebben en
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.