Uitspraak RECHTBANK NOORD-NEDERLAND Afdeling strafrecht Locatie Assen Rekestnummer 020054-22 Parketnummers 19/810230-12 (eerste aanleg); 21/005615-13 (hoger beroep). Beslissing van de rechtbank d.d. 4 mei 2023 op het verzoekschrift ex artikel 6:6:26 van het Wetboek van Strafvordering, ingediend door: [verzoeker] , [adres] , hierna te noemen: verzoeker, in de zaak van: [veroordeelde] ,geboren op [geboortedatum] 1951 te [geboorteplaats] ,wonende te [adres] , hierna te noemen veroordeelde. Procesverloop Bij onherroepelijk arrest van 29 januari 2016 is veroordeelde door het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden veroordeeld tot betaling aan de Staat van een bedrag van € 40.000,- ter ontneming van het door hem wederrechtelijk verkregen voordeel. Op 5 september 2022 is ter griffie van deze rechtbank door verzoeker een verzoekschrift ingediend als bedoeld in artikel 6:6:26 van het Wetboek van Strafvordering, strekkende tot het geven van bevel door de rechtbank om de reeds geïncasseerde en nog te incasseren gelden inzake de ontnemingsmaatregel die is opgelegd aan veroordeelde te laten uitkeren aan verzoeker. De rechtbank heeft op 20 april 2023 verzoeker, vertegenwoordigd door mr. O. Denijs, A. Thijmesma en P.C. Pittau, en de officier van justitie, mr. I. Kluiter, gehoord. Veroordeelde is, hoewel opgeroepen, niet verschenen. Het standpunt van verzoeker Verzoeker is in de zaak van veroordeelde aan te merken als benadeelde derde wegens diefstal van elektriciteit. Door de manipulaties aan de elektriciteitsaansluiting aan de woning van [veroordeelde] heeft medeverdachte [medeverdachte] elektriciteit kunnen afnemen van verzoeker, ten behoeve van de hennepteelt, zonder daarvoor te betalen. Veroordeelde had ten tijde van de hennepteelt een contract met verzoeker, hetgeen met zich meebrengt dat veroordeelde wanprestatie heeft gepleegd jegens verzoeker. De hoogte van de schade bedraagt € 121.460,
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.