Uitspraak Uitspraak RECHTBANK NOORD-NEDERLAND Afdeling strafrecht Locatie Groningen parketnummer 18/110807-23 ter terechtzitting gevoegd parketnummer 18/258972-22, 18/017340-23 en 18/092078-23 Vonnis van de meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken d.d. 20 juni 2023 in de zaak van het openbaar ministerie tegen de verdachte [verdachte] , geboren op [geboortedatum] 1976 te [geboorteplaats] , thans gedetineerd te [instelling] . Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 6 juni 2023. Verdachte is verschenen, bijgestaan door mr. P. A. Th. Lemmers, advocaat te Amsterdam. Het openbaar ministerie is ter terechtzitting vertegenwoordigd door mr. E. Veen. Tenlastelegging Aan verdachte is ten laste gelegd dat: (in de zaak met parketnummer 18/110807-23) hij op of omstreeks 25 februari 2023 en/of 27 februari 2023, te Groningen, in de gemeente Groningen, in of uit of bij een winkel, gelegen aan of bij de [adres] (onder meer) op 25 februari 2023 twee (groot)verpakkingen toiletpapier en/of op 27 februari 2023 een (blauw(e)) schoudertas(je), in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan het winkelbedrijf [winkel] , in elk geval aan een ander toebehoorde(
(1)van zijn schoenen uitdeed en uitklopte. Wij zagen dat er een stukje glas uit zijn schoen viel. De rechtbank overweegt dat zij op grond van bovenstaande bewijsmiddelen wettig en overtuigend bewezen acht dat verdachte, tezamen en in vereniging, de diefstal heeft gepleegd, waarbij hij zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak. Gelet op het aantreffen van de gestolen fiets onder verdachte, de verwondingen op zijn handen en het stukje glas in zijn schoen, kan het naar het oordeel van de rechtbank niet anders dan dat [verdachte] één van de personen is geweest die de diefstal heeft gepleegd. De rechtbank stelt de andersluidende verklaring van verdachte, die ontkent bij de diefstal zelf betrokken te zijn geweest, terzijde, omdat zij deze niet geloofwaardig acht. Ten aanzien van het onder 2 ten laste gelegde De rechtbank past ten aanzien van het hierna onder parketnummer 18/092078-23 onder 2 bewezen verklaarde de volgende bewijsmiddelen toe die de voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden bevatten zoals hieronder zakelijk weergegeven. 1. De door verdachte ter zitting van 6 juni 2023 afgelegde verklaring, voor zover inhoudend: Als mij iets wordt aangedaan kan ik fel reageren. Het is een tijd geleden, dus ik weet het niet meer precies, maar er kan iets voorgevallen zijn wat mij heeft getriggerd waarna ik heb gescholden. 2. De door verdachte tijdens zijn politieverhoor d.d. 9 augustus 2022 afgelegde verklaring, voorzoverinhoudend: V: Op diezelfde dag, hier in het cellencomplex, zou jij een medewerkster van dit cellencomplex woordelijk hebben beledigd. Wat kun en wil jij hierover verklaren? A: Ja, omdat zij is begonnen. Ik was boos. 3. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen d.d. 8 augustus 2022,opgenomen op pagina 34 e.v. van voornoemd dossier, inhoudend als relaas van verbalisanten: Ik, verbalisant [naam 12] , verzocht verbalisant [naam 4] , om de bij hen ingesloten arrestant, nader te noemen als verdachte [verdachte] , uit zijn ophoudcel te halen zodat ik hem kon horen in het belang van het opsporingsonderzoek die ik uitvoerde. Bij het openen van de deur zagen en hoorden wij, verbalisanten [naam 12] en [naam 4] , dat verdachte [verdachte] schold met "kankerhoer, kankerwijf, ik neuk je kankermoeder!". Wij, verbalisanten [naam 12] en [naam 4] , zagen dat verdachte [verdachte] keek naar verbalisant [naam 4] en kennelijk de woorden aan haar had gericht. De rechtbank acht gelet op het voorgaande wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan belediging van een ambtenaar gedurende de rechtmatige uitoefening van haar bediening. Bewezenverklaring De rechtbank acht hetgeen verdachte onder parketnummer 18/110807-23 onder 1 en 2 ten laste is gelegd, alsmede hetgeen hem onder parketnummer 18/258972-22 onder 2 ten laste is gelegd, alsmede hetgeen hem onder parketnummer 18/017340-23 onder 1 en 2 ten laste is gelegd en hetgeen hem onder parketnummer 18/092078-23 onder 1 en 2 ten laste is gelegd wettig en overtuigend bewezen, met dien verstande dat: (in de zaak met parketnummer 18/110807-23) 1. hij op 25 februari 2023, te Groningen, uit een winkel, gelegen aan de [adres] twee (groot)verpakkingen toiletpapier, die geheel of ten dele aan het winkelbedrijf [winkel] , in elk geval aan een ander toebehoorden heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen; 2. hij op 10 april 2023, te Groningen, uit een winkel, gelegen aan of bij het [adres 1] onder meer een fles Bacardi mojito en een fles whiskey cream en vier flessen/flacons shampoo (merk Dove) en zes flessen/flacons mondwater (merk Listerine) en acht verpakkingen/rollers deodorant (merken Odorex en Dove), die geheel of ten dele aan het winkelbedrijf [winkel 1] , in elk geval aan een ander toebehoorden heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen welke diefstal werd gevolgd van geweld en bedreiging met geweld tegen [naam] , gepleegd met het oogmerk om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, door toen, aldaar, die [naam] , hem verdachte had aangesproken en had vastgepakt, heeft hij, verdachte, geduwd en getrokken en (vervolgens) meermalen gezegd: ik steek jou en (waarbij) hij, verdachte, zijn hand in de richting van zijn jaszak (of broeksband) is gegaan en (vervolgens) bij het weggaan tegen die [naam] gezegd: als je me volgt steek ik je; (in de zaak met parketnummer 18/258972-22) 2. hij op 26 april 2022 te Groningen opzettelijk [slachtoffer] , in zijn tegenwoordigheid, door feitelijkheden, heeft beledigd, door die [slachtoffer] in het gezicht te spugen; (in de zaak met parketnummer 18/017340-23) 1. hij op 27 mei 2022, te Groningen, bij/uit een [bedrijf] aan de [adres 2] , een hoeveelheid benzine, die geheel of ten dele aan [bedrijf] , in elk geval aan een ander toebehoorde heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, welke diefstal werd gevolgd van geweld tegen [naam 2] en [ naam 3] , gepleegd met het oogmerk om bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, door die [ naam 3] vast te grijpen en een slaande beweging te maken naar die [naam 2] ; 2. hij op 27 mei 2022, te Groningen, opzettelijk en wederrechtelijk een telefoon, merk: Samsung, die geheel of ten dele aan [naam 2] , in elk geval aan een ander toebehoorde heeft vernield; (in de zaak met parketnummer 18/092078-23) 1. hij op 8 augustus 2022 te Groningen, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, één of meer elektrische fietsen (merk Flyer), die geheel of ten dele aan [bedrijf 1] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en zijn mededader(
- s)toebehoorden heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en zijn mededader(
- s)zich de toegang tot de plaats van het misdrijf hebben verschaft en die weg te nemen elektrische fietsen onder hun bereik hebben gebracht door middel van braak; 2. hij op 8 augustus 2022 te Groningen opzettelijk een ambtenaar, te weten [naam 4] , werkzaam als buitengewoon opsporingsambtenaar in het domein generieke opsporing bij de Eenheid NoordNederland, gedurende de rechtmatige uitoefening van haar bediening, in haar tegenwoordigheid, mondeling heeft beledigd, door haar de woorden toe te voegen: "die kankerhoer, ik neuk haar kankermoeder en/of dat kankerwijf", althans woorden van gelijke beledigende aard en/of strekking. Verdachte zal van het meer of anders ten laste gelegde worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet bewezen acht. Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging. Strafbaarheid van het bewezen verklaarde Het bewezen verklaarde levert op: (in de zaak met parketnummer 18/110807-23) diefstal diefstal, gevolgd van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerkom, bij betrapping op heter daad, aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren (in de zaak met parketnummer 18/258972-22) 2. eenvoudige belediging (in de zaak met parketnummer 18/017340-23) diefstal, gevolgd van geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om, bij betrapping opheter daad, aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort,vernielen (in de zaak met parketnummer 18/092078-23) diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaatsvan het misdrijf heeft verschaft door middel van braak eenvoudige belediging, terwijl de belediging wordt aangedaan aan een ambtenaar gedurende derechtmatige uitoefening van zijn bediening Deze feiten zijn strafbaar nu geen omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid uitsluiten. Strafbaarheid van verdachte De rechtbank acht verdachte strafbaar nu niet van enige strafuitsluitingsgrond is gebleken. Strafmotivering Vordering van de officier van justitie De officier van justitie heeft gevorderd dat de verdachte ter zake van de onder parketnummers 18/258972-22, 18/017340-23, 18/092078-23 en 18/110807-23 ten laste gelegde feiten wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 195 dagen, waarvan 120 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaar en met aftrek van de periode die verdachte in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht. De officier van justitie houdt hierbij rekening met het feit dat de zaken als vermeld onder de eerste drie parketnummers waarvoor verdachte gedagvaard is eerder op zitting hadden kunnen staan. Daarnaast acht de officier van justitie het van belang dat de door de reclassering geadviseerde klinische opname van verdachte aansluit op detentie, zodat er geen overbruggingsperiode is. Aan het voorwaardelijke deel van de gevangenisstraf dienen ook de overige door de reclassering geadviseerde bijzondere voorwaarden te worden verbonden. Daarnaast heeft de officier van justitie gevorderd de bijzondere voorwaarden dadelijk uitvoerbaar te verklaren, gelet op het belang van verdachte om aansluitend op detentie te kunnen worden opgenomen in de kliniek. Standpunt van de verdediging De raadsvrouw kan zich vinden in de door de officier van justitie geëiste straf. Verdachte heeft hulp nodig en opname in een kliniek is een goede oplossing. De raadsvrouw heeft verzocht om wel een termijn te melden bij de bijzondere voorwaarde van opname in een kliniek. Daarnaast heeft zij het verzoek gedaan om bij het bepalen van de proeftijd rekening te houden met het feit dat verdachte ook langdurig in een kliniek zal verblijven, een proeftijd van twee jaar zou dan ook proportioneel zijn. Oordeel van de rechtbank Bij de bepaling van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan, de persoon van verdachte zoals deze naar voren is gekomen uit het onderzoek ter terechtzitting, het reclasseringsrapport van 4 mei 2023, het uittreksel uit de justitiële documentatie, alsmede met de vordering van de officier van justitie en het pleidooi van de verdediging. De rechtbank heeft in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen. Aard en ernst van de feiten Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een zevental strafbare feiten, met name vermogensdelicten met geweldsaspecten. Verdachte heeft met de door hem gepleegde feiten geen respect getoond voor de lichamelijke integriteit en de eigendommen van anderen. De diefstallen die verdachte heeft gepleegd gingen veelal gepaard met (bedreiging met) geweld; zo heeft verdachte gedreigd een winkelmedewerker neer te steken. Bij de diefstal van benzine heeft verdachte een pompbediende vastgepakt en een slaande beweging gemaakt naar een andere medewerker. Daarnaast getuigen de diefstal van twee elektrische fietsen door middel van braak midden in de nacht en de diefstal van toiletpapier bij de [winkel] op klaarlichte dag van het schaamteloos buitmaken van andermans eigendommen. Verdachte heeft zich verder schuldig gemaakt aan de belediging van een politieagente, het vernielen van andermans telefoon en het bespugen van een winkelmedewerker. Ook deze feiten getuigen van een gebrek aan respect voor de lichamelijke en morele integriteit en het eigendom van anderen. De rechtbank vindt de houding van verdachte ten opzichte van de door hem gepleegde feiten zorgelijk. Verdachte neemt niet tot nauwelijks verantwoordelijkheid voor zijn handelen bij de bewezenverklaarde feiten. Hij ontkent de feiten grotendeels en probeert zichzelf in een slachtofferrol te plaatsen door anderen te beschuldigen van het afleggen van valse verklaringen te zijnen laste. De rechtbank rekent de verdachte zijn gedragingen aan, mede gelet op het recidiverende karakter hiervan. Persoonlijke omstandigheden De rechtbank heeft acht geslagen op een de verdachte betreffend uittreksel Justitiële Documentatie d.d. 17 mei 2023, waaruit blijkt dat de verdachte eerder is veroordeeld ter zake van vermogensdelicten en geweldsmisdrijven. De rechtbank heeft voorts kennis genomen van het reclasseringsadvies en leidt daaruit af dat verdachte ondersteuning nodig heeft bij het oplossen van zijn problemen. De reclassering ziet problemen op vrijwel alle leefgebieden en acht de kans dat verdachte opnieuw strafbare feiten pleegt groot. Daarom adviseert de reclassering om, naast een fors voorwaardelijk strafdeel, onder andere een langdurige klinische behandeling als bijzondere voorwaarde op te leggen. Verdachte zou op 10 juli 2023 kunnen worden opgenomen in de [instelling 1] . Als overige bijzondere voorwaarden adviseert de reclassering de oplegging van een meldplicht, ambulante behandeling, begeleid wonen en meewerken aan middelencontrole. Ter zitting heeft verdachte aangegeven open te staan voor een klinische behandeling en toont hij bereidheid om zich ook aan de overige voorwaarden te houden. Als motivatie wordt door verdachte genoemd dat hij wil veranderen voor zijn drie dochters. Op te leggen straf Alles afwegende is de rechtbank van oordeel dat in deze zaak een straf gelijk aan de eis van de officier van justitie passend en geboden is. De rechtbank legt dan ook een gevangenisstraf voor de duur van 195 dagen op, waarvan 120 dagen voorwaardelijk, met aftrek van de periode die verdachte reeds in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht. Aan het voorwaardelijke deel van de detentie worden de door de reclassering geadviseerde bijzondere voorwaarden verbonden. Gelet op het strafblad van verdachte en ter voorkoming van recidive acht de rechtbank een proeftijd van drie jaar passend. Dadelijke uitvoerbaarheid voorwaarden Gelet op het strafblad van de verdachte en het ingeschatte recidiverisico en de langdurige behandeling die verdachte nodig heeft, is de rechtbank van oordeel dat er ernstig rekening mee moet worden gehouden dat de verdachte zonder behandeling wederom een misdrijf zal begaan dat gericht is tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen. De rechtbank acht het van belang dat er voor verdachte een vangnet is zodat verdachte, ook zonder dat het vonnis onherroepelijk is, wordt opgenomen in de kliniek. Daarom zal de rechtbank bevelen dat de op grond van art. 14c Sr gestelde voorwaarden dadelijk uitvoerbaar zijn. Inbeslaggenomen goederen Standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft gevorderd het in beslag genomen mes te onttrekken aan het verkeer. Standpunt van de verdediging De raadsvrouw heeft geen standpunt ingenomen ten aanzien van het in beslag genomen mes. Oordeel van de rechtbank De rechtbank acht het inbeslaggenomen mes vatbaar voor onttrekking aan het verkeer nu een van de feiten met behulp van het mes is begaan en dit mes van zodanige aard is dat het ongecontroleerde bezit daarvan door verdachte in strijd is met de wet of met het algemeen belang. Benadeelde partij (in de zaak met parketnummer 18/092078-23, feit 1) [bedrijf 1] heeft zich als benadeelde partij in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Gevorderd wordt een bedrag van € 5.000,- ter vergoeding van materiële schade, vermeerderd met wettelijke rente vanaf de datum waarop de schade is ontstaan. Standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft gerekwireerd tot toewijzing van de vordering van de benadeelde partij. Standpunt van de verdediging De raadsvrouw heeft zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank. Oordeel van de rechtbank Naar het oordeel van de rechtbank is voldoende aannemelijk dat de benadeelde partij de gestelde schade heeft geleden en dat deze schade een rechtstreeks gevolg is van het onder parketnummer 18/092078-23 onder 1 bewezen verklaarde. De vordering, waarvan de hoogte niet door verdachte is betwist, zal daarom worden toegewezen, vermeerderd met wettelijke rente vanaf 8 augustus 2022. De rechtbank stelt vast dat verdachte het strafbare feit samen met (een) ander(
- en)heeft gepleegd en dat zij naar civielrechtelijke maatstaven hoofdelijk aansprakelijk zijn voor de schade. De rechtbank zal daarom bepalen dat verdachte de schadevergoeding niet meer aan de benadeelde partij hoeft te betalen indien zijn medeverdachte(
- n)deze al heeft/hebben betaald, en andersom. Nu de aansprakelijkheid van verdachte vaststaat, zal de rechtbank de schadevergoedingsmaatregel opleggen om te bevorderen dat verdachte de schade zal vergoeden. De rechtbank zal verdachte veroordelen in de kosten die de benadeelde partij tot aan deze uitspraak in verband met de vordering heeft gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de kosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog moet maken. Toepassing van wetsartikelen De rechtbank heeft gelet op de artikelen 14a, 14b, 14c, 36f, 57, 63, 266, 267, 310, 311, 312 en 350 van het Wetboek van Strafrecht. Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij ten tijde van het bewezen verklaarde rechtens golden dan wel ten tijde van deze uitspraak gelden. Uitspraak De rechtbank Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte onder parketnummer 18/258972-22 onder 1 en hetgeen verdachte onder parketnummer 18/110807-23 onder 3 is ten laste gelegd en spreekt verdachte daarvan vrij. Verklaart het onder parketnummer 18/110807-23 onder 1 en 2, het onder parketnummer 18/258972- 22 onder 2, het onder parketnummer 18/017340-23 onder 1 en 2 en het onder parketnummer 18/092078-23 onder 1 en 2 ten laste gelegde bewezen, te kwalificeren en strafbaar zoals voormeld en verdachte daarvoor strafbaar. Verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan het bewezen verklaarde en spreekt verdachte daarvan vrij. Veroordeelt verdachte tot: een gevangenisstraf voor de duur van 195 dagen. Bepaalt dat van deze gevangenisstraf een gedeelte, groot 120 dagen, niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond, dat de veroordeelde voor het einde van of gedurende de proeftijd, die hierbij wordt vastgesteld op drie jaren, de hierna te noemen voorwaarden niet heeft nageleefd. Beveelt dat de tijd die de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf, geheel in mindering zal worden gebracht. Voorwaarde is, dat de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig zal maken aan een strafbaar feit. Stelt als bijzondere voorwaarden: dat de veroordeelde zich uiterlijk binnen drie dagen na het ingaan van de proeftijd meldt bij VNNreclassering op het adres [adres 3] . Veroordeelde blijft zich melden op afspraken met de reclassering, zo vaak en zolang de reclassering dat nodig vindt. dat de veroordeelde zich laat opnemen in een zorginstelling, te bepalen door de justitiële instantiedie verantwoordelijk is voor plaatsing. Gericht op detoxificatie, diagnostiek en behandeling. De opname duurt een jaar of zoveel korter als de reclassering nodig vindt. Veroordeelde houdt zich aan de huisregels en de aanwijzingen die de zorginstelling geeft voor de behandeling. Als de reclassering een overgang naar ambulante zorg, begeleid wonen of maatschappelijke opvang gewenst vindt, werkt veroordeelde mee aan de indicatiestelling en plaatsing. 3. dat de veroordeelde zich na het klinische traject laat behandelen door de AFPN of eensoortgelijkezorgverlener, te bepalen door de reclassering. De behandeling duurt de gehele proeftijd of zoveel korter als de reclassering nodig vindt. Veroordeelde houdt zich aan de huisregels en de aanwijzingen die de zorgverlener geeft voor de behandeling. 4. dat de veroordeelde na het klinische traject verblijft in een instelling voor beschermd wonenofmaatschappelijke opvang, te bepalen door de reclassering. Het verblijf start aansluitend aan het klinische traject. Het verblijf duurt de gehele proeftijd of zoveel korter als de reclassering nodig vindt. Veroordeelde houdt zich aan de huisregels en het dagprogramma dat de instelling in overleg met de reclassering voor hem heeft opgesteld. 5. dat de veroordeelde mee werkt aan controle van het gebruik van alcohol en drugs om het middelengebruik te beheersen. De reclassering kan urineonderzoek en ademonderzoek (blaastest) gebruiken voor de controle. De reclassering bepaalt hoe vaak veroordeelde wordt gecontroleerd. Geeft aan voornoemde reclasseringsinstelling de opdracht als bedoeld in artikel 14c, zesde lid, van het Wetboek van Strafrecht toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden. Voorwaarden daarbij zijn dat de veroordeelde gedurende de proeftijd: ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking zal verlenen aan het nemen vaneen of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt; medewerking zal verlenen aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14c, zesde lid, van hetWetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken en het zich melden bij de reclassering zo vaak en zolang als de reclassering dit noodzakelijk acht, daaronder begrepen. Beveelt dat de gestelde voorwaarden en het uit te oefenen toezicht, dadelijk uitvoerbaar zijn. Inbeslaggenomen goederen Verklaart onttrokken aan het verkeer het in beslag genomen mes. Heft op het bevel tot voorlopige hechtenis met ingang van het tijdstip waarop de duur van deze hechtenis gelijk wordt aan de duur van de aan verdachte onvoorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf. Ten aanzien van 18/092078-23, feit 1 Wijst de vordering van de benadeelde partij toe en veroordeelt verdachte hoofdelijk, aldus dat als een mededader betaalt, verdachte in zoverre zal zijn bevrijd, om aan [bedrijf 1] te betalen: het bedrag van € 5.000,- (zegge: vijfduizend euro); de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 8 augustus 2022 tot de dag van algehele voldoening; de proceskosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerleggingvan deze uitspraak alsnog zal maken, tot heden begroot op nihil. Legt aan verdachte hoofdelijk, aldus dat als een mededader betaalt verdachte in zoverre zal zijn bevrijd, de verplichting op om ten behoeve van [bedrijf 1] aan de Staat te betalen een bedrag van € 5.000,- (zegge: vijfduizend euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 8 augustus 2022 tot de dag van algehele voldoening. Dit bedrag bestaat uit € 5.000,- aan materiële schade. Bepaalt dat bij gebreke van volledig verhaal van de betalingsverplichting aan de Staat gijzeling voor de duur van 60 dagen kan worden toegepast. De toepassing van gijzeling heft de betalingsverplichting niet op. Bepaalt dat als verdachte of een mededader voldoet aan de betalingsverplichting aan de benadeelde partij of aan de Staat, verdachte in zoverre zal zijn bevrijd van de betalingsverplichting aan beiden. Dit vonnis is gewezen door mr. H. Brouwer, voorzitter, mr. A. L.J.M. A. Janssens en mr. J. Duiven, rechters, bijgestaan door mr. L.N. Dijkstra, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 20 juni 2023.