← Nederland

ECLI:NL:RBNNE:2023:2878

Uitspraak RECHTBANK NOORD-NEDERLAND Afdeling strafrecht Locatie Leeuwarden parketnummer 18.116752.22 Vonnis van de meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken d.d. 14 juli 2023 in de zaak van het openbaar ministerie tegen de verdachte [verdachte] , geboren op [geboortedatum] 1976 te [geboorteplaats] , wonende te [adres] . Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 14 juli 2023. Verdachte is verschenen, bijgestaan door mr. P. Bonthuis advocaat te Haskerdijken. Het openbaar ministerie is ter terechtzitting vertegenwoordigd door mr. L.J. van der Heide. Tenlastelegging Aan verdachte is ten laste gelegd dat: hij in de periode van 13 september tot en 17 september 2022 te [adres] , [adres] in een vakantiehuis daar, meermalen, op verschillende tijdstippen, althans eenmaal terwijl hij werkzaam was in de gezondheidszorg en/of maatschappelijke zorg, ontucht heeft gepleegd met [slachtoffer] , die zich als patiënt en/of cliënt aan verdachtes hulp en/of zorg had toevertrouwd, althans in die hoedanigheid als patiënt en/of cliënt is meegevraagd door verdachte voor een gezamenlijke vakantie door onverhoeds en/of tijdens de nachtelijke uren de piemel van die [slachtoffer] vast te pakken en/of gedurende langere tijd, althans enige tijd trekkende en/of rukkende bewegingen aan/met de piemelvan die [slachtoffer] te maken; subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden: hij in de periode van 13 september tot en 17 september 2022 te [adres] , [adres] , in een vakantiehuis aldaar, meermalen, op verschillende tijdstippen, althans eenmaal door geweld of een andere feitelijkheid en/of bedreiging met geweld of een andere feitelijkheid, te weten het onverhoeds en/of tijdens de nachtelijke uren te benaderen, althans onverhoeds toenadering te zoeken, [slachtoffer] heeft gedwongen tot het plegen en/of dulden van een of meer ontuchtige handelingen, te weten het vastpakken van de piemel van die [slachtoffer] en/of gedurende langere tijd, althans enige tijd trekkende en/of rukkende bewegingen aan/met de piemelvan die [slachtoffer] te maken. Beoordeling van het bewijs Standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft integrale vrijspraak gevorderd, omdat zij van oordeel is dat er onvoldoende wettig bewijs is. Verdachte heeft de ontuchtige handelingen ontkend en er is geen steunbewijs voor de verklaring van [slachtoffer] . Standpunt van de verdediging De raadsman heeft betoogd dat verdachte integraal moet worden vrijgesproken, omdat er geen wettig bewijs is. Oordeel van de rechtbank De rechtbank is met de officier van justitie en de raadsman van oordeel dat er onvoldoende wettig bewijs is om tot een veroordeling te komen voor zowel het primair als het subsidiair ten laste gelegde, zodat verdachte hiervan zal worden vrijgesproken. Uitspraak De rechtbank Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte primair en subsidiair is ten laste gelegd en spreekt verdachte daarvan vrij. Dit vonnis is gewezen door mr. T.M.L. Wolters voorzitter, mr. W.S. Sikkema en mr. L.S. Langius, rechters, bijgestaan door mr. L.T.A. Pham griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 14 juli 2023.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.