RECHTBANK NOORD-NEDERLAND Bestuursrecht zaaknummer: LEE 23/5340 uitspraak van de enkelvoudige belastingkamer van 30 januari 2024 in de zaak tussen [eiseres] , uit [woonplaats] , eiseres en de inspecteur van de Belastingdienst. Inleiding
- In deze uitspraak beslist de rechtbank over het beroep van eiseres tegen de ontbinding door de inspecteur van de tussen partijen op of rond 21 januari 2019 gesloten vaststellingsovereenkomst (de vaststellingsovereenkomst) en tegen het gelegde beslag. 1.
- Partijen hebben de vaststellingsovereenkomst gesloten om het tussen hen bestaande geschil over de navorderingsaanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen 2008 (de navorderingsaanslag) te beslechten. Als onderdeel van de afspraken heeft eiseres het door haar in 2017 ingestelde beroep met betrekking tot de navorderingsaanslag ingetrokken. 1.
- Omdat de bestuursrechter kennelijk onbevoegd is, doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk. Beoordeling door de rechtbank
- In de Algemene wet inzake rijksbelastingen (hierna: AWR) is bepaald dat tegen een ingevolge een belastingwet genomen besluit slechts beroep bij de rechtbank kan worden ingesteld indien het - kort gezegd - betreft: een belastingaanslag, of een voor bezwaar vatbare beschikking.
- De rechtbank overweegt dat de ontbinding van de vaststellingsovereenkomst door de inspecteur geen besluit is waartegen beroep open staat bij de belastingrechter. Het gaat hier om een civiele overeenkomst en voor geschillen die daarover gaan, moet eiseres zich tot de civiele rechter wenden.
- Ook ten aanzien geschillen die zien op de invordering van de belastingaanslag door middel van dwangbevelen en beslaglegging is de belastingrechter niet bevoegd. Eiseres kan tegen de tenuitvoerlegging van een dwangbevel in verzet komen bij de civiele rechter. Het verzet wordt gedaan door middel van een dagvaarding door eiseres aan de ontvanger die het dwangbevel heeft uitgevaardigd.
- De conclusie is dus dat de rechtbank (kennelijk) onbevoegd is van het beroep kennis te nemen. Om die reden is aan eiseres geen griffierecht in rekening gebracht.
- Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Beslissing De rechtbank verklaart zich onbevoegd. Deze uitspraak is gedaan door mr. P.P.D. Mathey-Bal, rechter, in aanwezigheid van mr. M. Jongsma-van Helden, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 30 januari
- w.g. griffier w.g. rechter Informatie over verzet Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden. Artikel 26, lid 1, van de AWR.