beslissing RECHTBANK Leeuwarden Wrakingskamer zaaknummer: C/18/235786 / KG RK 24-224 Beslissing van 9 juli 2024 van de meervoudige wrakingskamer van de rechtbank op het verzoek van [verzoeker] wonende te [woonplaats] , hierna te noemen: verzoeker, strekkende tot de wraking van mr. M.W. de Jonge, rechter in deze rechtbank, hierna te noemen: de rechter. 1De procedure Het verloop van de procedure blijkt uit: het schriftelijke wrakingsverzoek van 19 juni 2024; de schriftelijke reactie van de rechter van 25 juni 2024 2Het wrakingsverzoek 2.1 Het verzoek strekt tot wraking van mr. M.W. de Jonge, rechter in deze rechtbank, locatie Groningen, afdeling bestuursrecht, in de zaak met nummer [zaaknummer in hoofdzaak] tussen verzoeker en Raad voor Rechtsbijstand. Verzoeker was indiener van een verzetschrift in deze procedure. 2.2 Verzoeker heeft, blijkens het schriftelijke verzoek, aan zijn verzoek ten grondslag gelegd dat hij op 14 juni 2024 een aanhoudingsverzoek heeft toegestuurd naar de rechtbank in verband met ziekte. Op 18 juni 2024 heeft verzoeker een afwijzing op zijn aanhoudingsverzoek ontvangen. Verzoeker stelt zich – kort samengevat – op het standpunt dat er sprake is van een grove schending van het recht op een eerlijk proces, omdat hem het recht om gehoord te worden is ontnomen. 2.3 De rechter heeft laten weten niet in de wraking te berusten en heeft – kort en zakelijk weergegeven – op het verzoek gereageerd dat er uit het wrakingsverzoek geen concrete feiten en omstandigheden blijken dat de rechtelijke onpartijdigheid schade zou kunnen leiden. De rechter voert hiertoe aan dat het aanhoudingsverzoek van verzoeker door de rechter is afgewezen omdat het verzoek niet onderbouwd was met een medische verklaring. 3De beoordeling 3.1 Een rechter kan alleen gewraakt worden als zich omstandigheden voordoen waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden. Daarvan is sprake als de rechter jegens een procesdeelnemer vooringenomen is of als de vrees daarvoor objectief gerechtvaardigd is. Daarbij is het uitgangspunt dat een rechter wordt vermoed onpartijdig te zijn omdat hij als rechter is aangesteld. Voor het oordeel dat de rechterlijke onpartijdigheid toch schade lijdt, bestaat alleen grond in geval van bijzondere omstandigheden die een zwaarwegende aanwijzing opleveren voor het aannemen van (de objectief gerechtvaardigde schijn van) partijdigheid. Uit de wet volgt dat de verzoeker die concrete omstandigheden moet aanvoeren en wel zodra deze aan hem bekend zijn geworden. 3.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.