← Nederland

ECLI:NL:RBNNE:2024:3062

Uitspraak RECHTBANK NOORD-NEDERLAND Afdeling strafrecht Locatie Assen parketnummer 18.270262.23 Vonnis van de meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken d.d. 6 augustus 2024 in de zaak van het openbaar ministerie tegen de verdachte [verdachte] , geboren op [geboortedatum] 1992 te [geboorteplaats] , wonende te [adres] . Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 25 juni 2024 (inhoudelijke behandeling) en 23 juli 2024 (sluiting van het onderzoek). Verdachte is ter terechtzitting van 25 juni 2024 verschenen, bijgestaan door mr. E.P. Eujen, advocaat te Hoogeveen. Het openbaar ministerie is op beide zittingen vertegenwoordigd door mr. R. Janssens. Tenlastelegging Aan verdachte is, na nadere omschrijving van de tenlastelegging, ten laste gelegd dat: hij op of omstreeks 4 oktober 2023 te Assen, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, ter uitvoering van het door verdachte en/of zijn mededader(

  1. s)voorgenomen misdrijf om [slachtoffer] opzettelijk van het leven te beroven, opzettelijk met een of meerdere pisto(o)len, in elk geval met een of meerdere vuurwapens, heeft/hebben geschoten op of in de richting van die [slachtoffer] , waarbij die [slachtoffer] in de buik en/of rug en/of lies en/of bil, althans in het lichaam is geraakt, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid; subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden: hij op of omstreeks 4 oktober 2023 te Assen, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, aan [slachtoffer] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel, te weten een of meerdere schotwonden in de buik en/of rug en/of lies en/of bil, althans in het lichaam, heeft/hebben toegebracht, door opzettelijk met een of meerdere pisto(o)len, in elk geval met een of meerdere vuurwapens, te schieten op of in de richting van die [slachtoffer] , waarbij die [slachtoffer] in de buik en/of rug en/of lies en/of bil, althans in het lichaam is geraakt; meer subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden: hij op of omstreeks 4 oktober 2023 te Assen, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, ter uitvoering van het door verdachte en/of zijn mededader(
  2. s)voorgenomen misdrijf om aan [slachtoffer] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, opzettelijk met een of meerdere pisto(o)len, in elk geval met een of meerdere vuurwapens, heeft/hebben geschoten op of in de richting van die [slachtoffer] , waarbij die [slachtoffer] in de buik en/of rug en/of lies en/of bil, althans in het lichaam is geraakt, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid. Beoordeling van het bewijs Standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft vrijspraak gevorderd van alle ten laste gelegde feiten. Standpunt van de verdediging De raadsman heeft betoogd dat verdachte moet worden vrijgesproken van alle ten laste gelegde feiten. Oordeel van de rechtbank De rechtbank is met de officier van justitie en de raadsman van oordeel dat de ten laste gelegde feiten niet wettig en overtuigend bewezen kunnen worden. Vaststaat dat er op 4 oktober 2023 in het [plaats] in Assen een ontmoeting heeft plaatsgevonden tussen twee groepen die is uitgemond in een schietpartij. Vanuit de groep waar verdachte bij hoorde is er meerdere keren in de richting van het slachtoffer geschoten waarbij het slachtoffer (in ieder geval) drie keer is geraakt, te weten in zijn buik, linker bovenbeen en bil. Met betrekking tot de rol van verdachte gaat de rechtbank uit van de volgende feiten en omstandigheden. Verdachte is op voornoemde datum samen met zes anderen naar het [plaats] in Assen gegaan. Hij ging met medeverdachte [medeverdachte] mee, die naar het [plaats] ging om met het latere slachtoffer [slachtoffer] te praten over schade die [slachtoffer] eerder die dag aan zijn auto de auto van medeverdachte [medeverdachte] zou hebben toegebracht. Verdachte ging naar eigen zeggen mee naar het [plaats] omdat hij wist dat daar een Somalische jongen aanwezig zou zijn van wie hij nog geld tegoed had en daar wilde hij met deze jongen over praten. Ter plaatse is hij ook daadwerkelijk met deze jongen in gesprek gegaan, die zich bij de groep van [slachtoffer] bevond. Ze stonden op korte afstand van de twee groepen met elkaar te praten. Terwijl verdachte met deze jongen stond te praten, hoorde hij naar eigen zeggen achter zich ineens een aantal schoten en toen is hij weggerend. Hoewel [slachtoffer] en zijn broertje [naam] verdachte aanwijzen als een van de personen die (op [slachtoffer] ) zou hebben geschoten, is de rechtbank daar gelet op de overige in het dossier aanwezige bewijsmiddelen niet van overtuigd geraakt. Daartoe overweegt de rechtbank dat niemand van de overige bij het schietincident aanwezige personen heeft gezien dat verdachte zou hebben geschoten, waar wel meerdere personen bevestigen dat verdachte tijdens het incident met een Somalische jongen aan het praten was. Daar komt bij dat [slachtoffer] en zijn broertje niet consistent zijn in hun herkenning van verdachte als een van de schutters en evenmin over het aantal personen dat zou hebben geschoten. Gelet op vorenstaande kan naar het oordeel van de rechtbank niet wettig en overtuigend bewezen worden dat verdachte een van de personen is geweest die (op [slachtoffer] ) heeft geschoten. Ook anderszins is niet gebleken dat verdachte een substantiële bijdrage heeft geleverd aan het ten laste gelegde. De rechtbank zal verdachte dan ook vrijspreken van alle ten laste gelegde feiten. Benadeelde partij [slachtoffer] heeft zich als benadeelde partij in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Gevorderd wordt een bedrag van 12.282,70 ter vergoeding van materiële schade en 15.000,- ter vergoeding van immateriële schade, te vermeerderen met wettelijke rente vanaf de datum waarop de schade is ontstaan en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. Standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering dient te worden afgewezen in verband met de gevorderde vrijspraak. Standpunt van de verdediging De raadsman heeft zich primair op het standpunt gesteld dat de vordering niet-ontvankelijk verklaard dient te worden in verband met de bepleitte vrijspraak. Oordeel van de rechtbank De rechtbank acht de ten laste gelegde feiten, waar de schade uit zou zijn ontstaan, niet bewezen. De benadeelde partij zal daarom niet ontvankelijk worden verklaard in de vordering. De vordering kan slechts bij de burgerlijke rechter worden aangebracht. Uitspraak De rechtbank Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte is ten laste gelegd en spreekt verdachte daarvan vrij. Verklaart de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer] niet-ontvankelijk. De vordering kan slechts bij de burgerlijke rechter worden aangebracht. Bepaalt dat de benadeelde partij zijn eigen proceskosten draagt. Dit vonnis is gewezen door mr. M.C. Fuhler, voorzitter, mr. J. van Bruggen en mr. H.M. Lenting, rechters, bijgestaan door mr. L. Lamers, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 6 augustus 2024.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.