← Nederland

ECLI:NL:RBNNE:2024:394

beslissing RECHTBANK NOORD-NEDERLAND Wrakingskamer zaaknummer: C/18/231057 KG RK 24-18 Beslissing van 22 januari 2024 van de meervoudige wrakingskamer van de rechtbank op het verzoek van [verzoekster] , wonende op een geheim adres, hierna te noemen: verzoekster, strekkende tot de wraking van mr. B.R. Tromp, rechter in deze rechtbank, hierna te noemen: de rechter. 1De procedure 1.

  1. Op 18 januari 2024 heeft verzoekster in de civiele zaak met zaaknummer C/18/230767 / JE RK 24-20 betreffende een verzoek tot (spoed)machtiging tot uithuisplaatsing van [naam kind] , een hernieuwd mondeling verzoek tot wraking gedaan van de rechter belast met de behandeling van deze civiele zaak. 1.
  2. Van het verhandelde ter zitting van 18 januari 2024, inhoudende het mondelinge wrakingsverzoek en de gronden daarvoor, is proces-verbaal opgemaakt. 1.
  3. De rechter heeft laten weten niet in de wraking te berusten en heeft schriftelijk op het verzoek gereageerd. 1.
  4. De wrakingskamer heeft het proces-verbaal en de reactie van de rechter op 19 januari 2024 naar de advocaat van verzoekster verstuurd met het verzoek desgewenst per ommegaand te reageren. De wrakingskamer heeft geen reactie ontvangen. 2Het wrakingsverzoek 2.
  5. Verzoekster heeft eerder op 18 januari 2024 een wrakingsverzoek tegen de rechter ingediend. Dit wrakingsverzoek onder C/18/230767 / KG RK 24-15 is door de wrakingskamer op 18 januari 2024 mondeling behandeld. De wrakingskamer heeft bij de mondelinge beslissing van die dag bepaald dat het verzoek wordt afgewezen en dat de hoofdzaak wordt voortgezet. 2.
  6. Verzoekster heeft daarna, aldus het opgemaakte proces-verbaal van de hervatte zitting, aan de rechter laten weten dat er volgens haar een afspraak zou komen voor een nieuwe mondelinge behandeling, zodat zij kon worden bijgestaan door een advocaat. De rechter heeft echter bepaald dat de mondelinge behandeling zou worden voortgezet, waarna verzoekster een nieuw wrakingsverzoek heeft ingediend 2.
  7. De rechter heeft schriftelijk laten weten niet in de wraking te berusten en heeft op het verzoek gereageerd. Hij heeft daartoe aangevoerd dat de wrakingskamer al op de gronden waarop de wraking rust, heeft beslist. De rechter heeft enkel nadat hem is meegedeeld dat het eerste wrakingsverzoek ongegrond is verklaard, de geschorste mondelinge behandeling heropend. Hij is toen opnieuw gewraakt, op de grond dat zou zijn afgesproken dat hij de mondelinge behandeling zou aanhouden. Een dergelijke afspraak is niet gemaakt. 3De beoordeling 3.
  8. Voor de behandeling en beslissing in het eerdere wrakingsverzoek verwijst de wrakingskamer naar de mondelinge beslissing van 18 januari 2024, welke heden schriftelijk is vastgelegd onder C/18/230767 / KG RK 24-
  9. 3.
  10. Verzoekster is het niet eens met de procedurele beslissing van de rechter om de mondelinge behandeling op 18 januari jl. voort te zetten, maar zij heeft geen concrete feiten of omstandigheden gesteld waaruit vooringenomenheid van de rechter of zwaarwegende aanwijzingen voor objectief gerechtvaardigde vrees daarvoor, kunnen worden afgeleid. Kennelijk heeft verzoekster uit de toelichting van de eerdere mondelinge wrakingsbeslissing opgemaakt dat er een afspraak zou worden gemaakt voor een nieuwe mondelinge behandeling. Dit is echter een onjuiste gevolgtrekking. Er is ter zitting aan verzoekster meegedeeld dat het aan de behandelend rechter is om te bepalen hoe en wanneer de hoofdzaak zou worden voortgezet. 3.
  11. Gelet op het vorenstaande is naar het oordeel van de rechtbank niet gebleken van bijzondere omstandigheden die een zwaarwegende aanwijzing opleveren voor het oordeel dat de rechter jegens verzoekster een vooringenomenheid koestert of waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden. Een mondelinge behandeling van het wrakingsverzoek kan daarom achterwege blijven.3.
  12. Het verzoek tot wraking wordt dan ook afgewezen. 4De beslissing De rechtbank 4.
  13. wijst het verzoek tot wraking af; 4.
  14. bepaalt dat de hoofdzaak (met zaaknummer C/18/230767 / JE RK 24-20) wordt voortgezet in de stand waarin het zich ten tijde van het indienen van het verzoek tot wraking, bevond; 4.
  15. beveelt onverwijlde mededeling van deze beslissing aan verzoekster, de rechter en de GI. Deze beslissing is op 22 januari 2024 gegeven door de mrs. Th.A. Wiersma, L.T. de Jonge en S. Zwarts in tegenwoordigheid van de griffier mr. J. Scholing. de griffier de voorzitter Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open. js

(319)

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.