← Nederland

ECLI:NL:RBNNE:2024:4232

Uitspraak RECHTBANK NOORD-NEDERLAND Afdeling strafrecht Locatie Leeuwarden parketnummer 18.006018.24 beslissing van de meervoudige strafkamer d.d. 25 oktober 2024 op een vordering van de officier van justitie tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel in de zaak tegen [verdachte] veroordeelde, geboren op [geboorte datum] 1985 te [geboorte plaats] , wonende te [adres] . Procesverloop De officier van justitie heeft d.d. 23 februari 2024 schriftelijk gevorderd dat de rechtbank het bedrag vast zal stellen waarop het wederrechtelijk verkregen voordeel als bedoeld in artikel 36e, vijfde lid, van het Wetboek van Strafrecht, wordt geschat en dat de rechtbank aan voornoemde veroordeelde de verplichting zal opleggen tot betaling aan de staat van een bedrag van 27.318,21 ter ontneming van het uit het in de zaak met parketnummer 18.006018.24 voortvloeiende, wederrechtelijk verkregen voordeel. De behandeling heeft plaatsgevonden ter terechtzitting van 11 oktober

  1. De veroordeelde is verschenen, bijgestaan door mr. W.J. Morra, advocaat te Amsterdam. Het openbaar ministerie werd ter terechtzitting vertegenwoordigd door mr. H.J. Mous. Beoordeling Standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft ter terechtzitting gepersisteerd bij de ontnemingsvordering van 27.318,
  2. De officier heeft de vordering gebaseerd op zijn vordering in de strafzaak, waar hij heeft gevorderd dat het telen van hennep bewezen kan worden verklaard en op het Rapport berekening wederrechtelijk verkregen voordeel hennepkwekerij ex artikel 36e lid 2 Wetboek van Strafrecht. Standpunt van de verdediging De raadsman heeft, onder verwijzing naar zijn pleitnotities, bepleit dat de ontnemingsvordering dient te worden afgewezen. De raadsman heeft daartoe aangevoerd dat de veroordeelde heeft verklaard dat er niet is geoogst en dat evenmin kan worden vastgesteld dat er sprake is geweest van een oogst. Het enkele feit dat er gebruikte materialen zijn aangetroffen in de woning kan niet tot de conclusie leiden dat er eerder is geoogst. Te meer omdat sinds de invoering van het growshopverbod er geen nieuwe materialen gekocht kunnen worden. Oordeel van de rechtbank De rechtbank heeft veroordeelde in de onderliggende strafzaak met parketnummer 18.006018.24 bij vonnis van 25 oktober 2024 veroordeeld voor het aanwezig hebben van hennep (artikel 3 onder C van de Opiumwet) en vrijgesproken van het telen van hennep. Gelet op de vrijspraak voor het telen van hennep en het feit dat de veroordeelde uit het bewezenverklaarde “aanwezig hebben” geen voordeel heeft genoten, zal de rechtbank de vordering van de officier van justitie afwijzen. Beslissing Wijst de vordering van de officier van justitie af. Deze uitspraak is gegeven door mr. M. Brinksma, voorzitter, mr. H.J. Schuth en mr. E.R. van Slooten, rechters, bijgestaan door mr. R.D. Ensel, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting op 25 oktober
  3. Mr. H.J. Schuth en mr. E.R. van Slooten zijn buiten staat deze beslissing mede te ondertekenen.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.