RECHTBANK NOORD-NEDERLAND Afdeling Privaatrecht Locatie Leeuwarden Zaak-/rekestnummer: C/17/194477 / FA RK 24-722 beschikking van de enkelvoudige kamer d.d. 27 september 2024 inzake [de vrouw] , wonende te [woonplaats] , hierna te noemen de vrouw, advocaat mr. R.A. Schütz, kantoorhoudende te Leeuwarden, tegen [de man] , wonende te [woonplaats] , hierna te noemen de man, niet in rechte verschenen. 1Procesverloop 1.1. Door de vrouw is een verzoekschrift met bijlagen ingediend, ingekomen op de griffie op 10 april 2024. 1.2. Op 16 mei 2024 heeft de rechtbank van mr. Schütz een door de man ondertekende referteverklaring ontvangen, die door kantoorgenoot mr. A.J. de Boer is geautoriseerd. 1.3. Nadien heeft de rechtbank kennis genomen van een F9-formulier met bijlagen namens de vrouw, ingekomen op de griffie op 23 augustus 2024. 1.4. De mondelinge behandeling heeft met gesloten deuren plaatsgevonden op 30 augustus 2024. De vrouw is verschenen, bijgestaan door haar advocaat. Mevrouw [achternaam] was namens de Raad voor de Kinderbescherming (hierna: de Raad) aanwezig tijdens de mondeling behandeling. 1.5. De man is, ondanks dat hij op juiste wijze is opgeroepen, zonder nader bericht, niet verschenen. 2Vaststaande feiten 2.1. Partijen zijn gehuwd geweest met elkaar. Bij beschikking van 22 november 2017 van de rechtbank Amsterdam is de echtscheiding tussen partijen uitgesproken. De echtscheidingsbeschikking is op 29 november 2017 ingeschreven in de daarvoor bestemde registers van de burgerlijke stand. 2.2. Zij zijn de ouders van de volgende nog minderjarige kinderen: - [kind 1] , geboren op 23 oktober 2014 te [plaatsnaam] ; - [kind 2] , geboren op 18 februari 2017 te [plaatsnaam] . 2.3. Partijen zijn gezamenlijk belast met het ouderlijk gezag over de kinderen. De kinderen hebben hun hoofdverblijf bij de vrouw. 2.4. In het kader van de echtscheiding hebben partijen een ouderschapsplan opgesteld die aangehecht is aan de echtscheidingsbeschikking. In het ouderschapsplan zijn partijen destijds een co-ouderschapsregeling overeengekomen. 2.5. Vanwege een incident in januari 2024 is de omgang tussen de man en de kinderen door de vrouw stopgezet. 3Verzoek 3.1. De vrouw heeft de rechtbank verzocht om bij beschikking, uitvoerbaar bij voorraad: - te bepalen dat de vrouw voortaan alleen met het ouderlijk gezag over [kind 1] en [kind 2] belast zal zijn; - de beschikking van 22 november 2017, althans het daarin opgenomen ouderschapsplan, te wijzigen met betrekking tot de omgangsregeling tussen de man en [kind 1] en [kind 2] en in plaats daarvan primair te bepalen dat aan de man het recht op omgang ontzegd wordt, subsidiair te bepalen dat de omgang alleen onder begeleiding van een professionele instantie zal plaatsvinden. 4Standpunten van partijen en het advies van de Raad Standpunt van de vrouw 4.1. De vrouw heeft ter onderbouwing van haar verzoeken aangevoerd dat de man in het verleden meermaals psychoses heeft gehad. Dit heeft onder meer in 2006 tot een gedwongen opname van de man geleid. Volgens de vrouw is destijds bij de man een biopolaire stoornis vastgesteld. De man ontkent grotendeels zijn psychische problematiek dat gepaard gaat met veel wiet- en alcoholgebruik door de man, aldus de vrouw. Na de scheiding van partijen in 2017 kreeg de man een onstabiele relatie met zijn (inmiddels ex-)partner. Het ging mede daardoor niet goed met de man ten gevolge waarvan de kinderen in 2023 een aantal weken niet bij de man zijn geweest. In overleg tussen partijen is de co-ouderschapregeling medio 2023 gewijzigd naar een weekendschema, inhoudende dat de kinderen één weekend per twee weken bij de man verbleven en doordeweeks op een avond bij de man eten. Op 2 januari 2024 heeft zich volgens de vrouw een incident voorgedaan, waarbij de man in het bijzijn van de kinderen heftig gedrag heeft vertoond. Naar alle waarschijnlijkheid verkeerde de man toen in een psychose. Hierdoor zijn de kinderen erg overstuur en angstig geraakt. De huisarts, politie, GGD, GGZ en Veilig Thuis zijn betrokken geraakt bij de gezinssituatie. In februari 2024 heeft de man de vrouw bericht dat hij graag ziet dat de vrouw de voogdij over de kinderen op zich neemt en dat hij verder geen enkel contact meer wil hebben met de vrouw. De man heeft vervolgens zijn huis verkocht en spullen van de kinderen naar de kringloopwinkel gebracht, aldus de vrouw. 4.2. De vrouw stelt dat de kinderen nog steeds bang zijn voor de man en aangeven geen omgang met de man te willen hebben. Zo lang de man de benodigde hulpverlening weigert en geen medicatie inneemt tegen psychoses acht de vrouw omgang tussen de man en de kinderen schadelijk voor de kinderen. Om die reden heeft de vrouw verzocht om de man het recht op omgang te ontzeggen. Mocht in de toekomst blijken dat het weer verantwoord is om de omgang te hervatten, dan kan de omgang volgens de vrouw onder begeleiding van een professionele instantie plaatsvinden. Het tempo van de kinderen moet hierin leidend zijn. 4.3. De vrouw heeft verder hulp gezocht bij haar huisarts en bij Amarylis. Vanwege de angst bij de kinderen en de vele vragen die zij hebben, is vanuit de hulpverlening geadviseerd om ondersteuning voor de kinderen in te zetten door middel van het KOPP-traject (Kinderen van Ouders met Psychische Problematiek). De vrouw heeft ter zitting aangegeven dat dit traject niet gestart kan worden omdat hiervoor toestemming van de man nodig is en de man volgens de vrouw slechts heeft gereageerd met de woorden 'val dood'. Vanwege de ernstige psychische problematiek bij de man is hij volgens de vrouw niet in staat te denken, te handelen en te beslissen in het belang van de kinderen en daardoor niet in staat de verantwoordelijkheid te dragen die hoort bij ouderlijk gezag. Het is voor de vrouw niet mogelijk om gezamenlijk met de man gezagsbeslissingen te nemen, nu de man ook ieder contact met de vrouw afhoudt. Ter zitting heeft de vrouw aangegeven dat zij heeft vernomen dat de man recent gedwongen is opgenomen met een machtiging op grond van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz). De man zou verblijven op de gesloten afdeling van het GGZ te [plaatsnaam] . Standpunt van de man 4.4. Bij de referteverklaring van 14 mei 2024 heeft de man verklaard dat hij bekend is met de inhoud van het verzoekschrift van de vrouw en dat hij zich niet verzet tegen de verzoeken. Advies van de Raad 4.5. De Raad stelt voorop dat het een heftige periode voor de kinderen is en dat het belangrijk is dat de kinderen hulp krijgen om te leren omgaan met een ouder met psychische problematiek. De Raad acht het zeer wenselijk dat de kinderen het KOPP-traject gaan volgen, zodat zij inzicht krijgen in de huidige situatie en hun vragen worden beantwoord. Het KOPP-traject biedt gespecialiseerde hulp en de kinderen hebben hier meer baat bij dan bij de huidige gesprekken met de praktijkondersteuner van de huisarts dan wel met een medewerker van school. Tijdens het KOPP-traject kan ook samen met de kinderen worden bekeken in hoeverre het haalbaar is om hier ook met de man zelf over in gesprek te gaan en of omgang tussen de man en de kinderen op termijn aan de orde kan zijn. De Raad deelt het standpunt van de vrouw dat indien de omgang op termijn wordt hervat dit eerst onder begeleiding van de hulpverlening moet plaatsvinden. Het vertrouwen van de kinderen in hun vader moet worden hersteld. De Raad begrijpt eveneens het verzoek van de vrouw om haar met het eenhoofdig gezag te belasten. De man is momenteel psychisch niet in staat om het gezag over de kinderen uit te oefenen. Er is geen zicht op wanneer het weer beter zal gaan met de man. De Raad acht het in het belang van de kinderen dat de vrouw nu wel alleen gezagsbeslissingen kan nemen, te meer nu is gebleken dat de kinderen dringend (gespecialiseerde hulp) nodig hebben waarvoor toestemming van de man nodig is. 5Beoordeling 5.1. De man heeft geen verweerschrift ingediend en is ook niet ter zitting verschenen. Wel beschikt de rechtbank over een door de man ondertekende referteverklaring, waarin staat vermeld dat de man zich niet verzet tegen het verzochte. Naar het oordeel van de rechtbank staat het wel of niet gezamenlijk uitoefenen van het gezag niet ter vrije bepaling van partijen, dat is een beslissing die voorbehouden is aan de rechtbank zodat de rechtbank over zal gaan tot een inhoudelijke beoordeling waarbij ook het advies van de Raad wordt meegenomen. Daar komt bij dat de rechtbank mogelijk geen of beperkte waarde mag hechten aan het tot uitdrukking gekomen standpunt van de man zoals verwoord in de referteverklaring. Gelet op de toelichting van de vrouw dat de man in januari 2024 in een psychose verkeerde, en thans gedwongen opgenomen is in het kader van de Wvggz, is het de vraag of de man volledig besefte of beseft wat zijn verklaring inhoudt. Gezag 5.2. Op grond van artikel 1:253n van het Burgerlijk Wetboek (BW) kan de rechtbank op verzoek van de niet met elkaar gehuwde ouders of een van hen het gezamenlijk gezag, bedoeld in artikel 1:251a BW, beëindigen, indien nadien de omstandigheden zijn gewijzigd of bij het nemen van de beslissing van onjuiste of onvolledige gegevens is uitgegaan. Alsdan bepaalt de rechtbank aan wie van de ouders voortaan het gezag over ieder der minderjarige kinderen toekomt. 5.3. Uit de stukken en wat tijdens de mondelinge behandeling is besproken, leidt de rechtbank af dat de vrouw van mening is dat sprake is van een wijziging van omstandigheden, gelegen in de psychische problematiek van de man en de daarmee gepaard gaande belemmeringen in de gezagsuitoefening. Nu de vrouw haar verzoek heeft gebaseerd op een wijziging van omstandigheden is zij ontvankelijk in haar verzoek. De rechtbank is bovendien van oordeel dat de gestelde wijziging van omstandigheden relevant is en zal daarom overgaan tot de inhoudelijke beoordeling van het verzoek. 5.4. Het verzoek van de vrouw moet vervolgens worden getoetst aan artikel 1:251a, eerste lid BW, nu artikel 1:253n, tweede lid BW dit van overeenkomstige toepassing verklaart. Op grond hiervan kan de rechter bepalen dat het gezag over een kind aan één ouder toekomt, indien
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.