RECHTBANK NOORD-NEDERLAND Zittingsplaats Assen Bestuursrecht beschikkingsnummer: 252603207 zaaknummer: 11027219 BU VERZ 24-571 Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak gedaan ter openbare zitting van 17 december 2024 in het beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv), ingediend door [betrokkene] , wonende te [woonplaats] hierna te noemen: betrokkene, gemachtigde: mr. N.G.A. Voorbach, Verkeersboete.nl. Zitting hebben als kantonrechter : mr. P.G. Wijtsma als griffier : R. de Hoop Als waarnemer van de gemachtigde is ter zitting verschenen F.P.B. Waals. Betrokkene is niet verschenen. Als vertegenwoordigster van de officier van justitie is verschenen mr. S. Bayram (hierna: de vertegenwoordigster). De kantonrechter sluit het onderzoek en doet onmiddellijk mondeling uitspraak. Hij overweegt daarbij als volgt: Betrokkene heeft een sanctie van € 109,00 (inclusief administratiekosten) ontvangen voor het als (snor)fietser niet de rijbaan gebruiken als er geen verplicht fietspad of fiets/bromfietspad aanwezig is, op 22 september 2022, aan de Hoofdstraat te Hoogeveen. De kantonrechter stelt vast dat gemachtigde in zijn pro forma beroepschrift van 26 april 2024 heeft verzocht om een termijn voor het indienen van aanvullende gronden. Hij is per brief van 3 april 2024 in de gelegenheid gesteld deze gronden binnen vier weken in te dienen. Gemachtigde heeft hierop niet gereageerd. Ter zitting heeft Waals aangevoerd dat betrokkene ten onrechte niet is staande gehouden. De verbalisant heeft wel foto’s kunnen maken van het voertuig van betrokkene, waardoor het lastig te accepteren is dat hij niet meteen kon overgaan tot een staandehouding, ook gelet op het feit dat het voertuig van betrokkene een maximumsnelheid heeft van 25 kilometer per uur. Uit artikel 5 van de Wahv volgt het uitgangspunt dat wanneer een gedraging wordt geconstateerd, de ambtenaar de bestuurder staande houdt en zijn identiteit vaststelt, zodat hem een sanctie kan worden opgelegd. Slechts wanneer er geen reële mogelijkheid is geweest om de identiteit van de bestuurder vast te stellen, mag de sanctie aan de kentekenhouder worden opgelegd. De vertegenwoordigster heeft ter zitting een aanvullend proces-verbaal van 12 december 2024 overgelegd. Daarin verklaart de betrokken verbalisant op ambtsbelofte dat hij op de pleegdatum met bijbehorend tijdstip in zijn vrije tijd en in burgerkleding aanwezig was. Er liepen veel mensen op straat en de verbalisant hoorde en zag dat er een snorfiets vlot aan kwam rijden in zijn richting. Omdat hij geen stopmiddelen bij zich had, in burgerkleding liep en alleen was, heeft de verbalisant ervoor gekozen om een foto van het kenteken te maken op het moment dat de snorfiets hem passeerde. Hij verklaart dat hij het onverantwoord vond om in burgerkleding een stopteken te geven aan een vlot aanrijdende snorfiets, die daardoor mogelijk voor hem zou uitwijken en andere voetgangers zo in gevaar kon brengen. Op grond van deze verklaring acht de kantonrechter het aannemelijk dat er voor de verbalisant geen reële mogelijkheid tot staandehouding van de bestuurder bestond. Hiertoe overweegt hij dat de verbalisant in vrije tijd was en geen stopmiddelen had. Daarnaast was het druk en heeft de verbalisant de inschatting gemaakt om in verband met de veiligheid niet tot een staandehouding over te gaan. Gelet op het vorenstaande is de kantonrechter van oordeel dat de sanctie terecht met toepassing van artikel 5 van de Wahv aan betrokkene als kentekenhouder is opgelegd. Alles overwegende stelt hij op basis van de beschikbare gegevens vast dat de gedraging door betrokkene is verricht. De sanctie is terecht opgelegd. De vertegenwoordigster heeft ter zitting wel aangevoerd dat betrokkene in administratief beroep niet in de gelegenheid is gesteld om te worden gehoord. Uit het dossier blijkt inderdaad niet dat betrokkene, die zonder een professioneel gemachtigde administratief beroep heeft ingesteld, een termijn is gegeven waarbinnen zij kon verzoeken om te worden gehoord. De kantonrechter is dan ook met de vertegenwoordigster van oordeel dat betrokkene is geschaad in haar belangen door haar een essentieel onderdeel van de procedure in administratief beroep te onthouden. Gelet op het arrest van het hof Arnhem-Leeuwarden van 22 november 2022 is hij van oordeel dat betrokkene vanwege deze schending dient te worden gecompenseerd en ziet hij aanleiding de boete te matigen met 25%. De kantonrechter zal derhalve het sanctiebedrag wijzigen van € 100,00 naar € 75,00, plus € 9,00 administratiekosten, tezamen € 84,
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.