RECHTBANK NOORD-NEDERLAND Zittingsplaats Groningen Bestuursrecht beschikkingsnummer: 255814856 zaaknummer: 11237086\ BU VERZ 24-1690 Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak gedaan op de openbare zitting van 28 november 2024 op het beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv), ingediend door [betrokkene] wonende in [woonplaats] , hierna te noemen: betrokkene. Zitting hebben als kantonrechter : mr. P.G. Wijtsma als griffier : R. de Hoop Betrokkene is met haar zoon op de zitting verschenen. Als vertegenwoordigster van de officier van justitie is verschenen mr. R.A. van der Velde. De kantonrechter sluit het onderzoek en doet onmiddellijk mondeling uitspraak. Hij overweegt daarbij als volgt: Aan betrokkene is een sanctie van € 109,00 (inclusief administratiekosten) opgelegd voor het parkeren buiten een parkeervak bij het bord E4 op 30 januari 2023 aan de Professor Uilkensweg in Groningen. Zij betwist de verweten gedraging in die zin, dat zij in de veronderstelling was dat zij in een officieel parkeervak had geparkeerd. In Wahv-zaken biedt de verklaring van de verbalisant in beginsel een voldoende grondslag voor de vaststelling dat de gedraging is verricht. Dat is anders als de betrokkene voor zijn zaak specifieke feiten en omstandigheden aanvoert die aanleiding geven te twijfelen aan de juistheid van één of meer onderdelen van de verklaring of als uit het dossier zulke feiten en omstandigheden blijken. Uit de verklaring van de verbalisant die in het zaakoverzicht zit, blijkt dat deze zag dat het voertuig stond geparkeerd op een parkeergelegenheid, aangeduid met een bord E4 ingevolge het Reglement Verkeersregels en Verkeerstekens 1990 (RVV 1990), buiten de daar aangegeven parkeervakken. De verbalisant verklaart dat bij het constateren van het feit werd vastgesteld dat er gedurende een tijd van ongeveer tien minuten geen activiteit met betrekking tot het voertuig plaatsvond. Naast de verklaring van de verbalisant in het zaakoverzicht bevat het dossier drie foto’s van de gedraging, waarop het voertuig van betrokkene met kenteken [kenteken] zichtbaar is. Artikel 24, vierde lid, van het RVV 1990 bepaalt dat als een parkeergelegenheid, aangeduid met een van de verkeersborden E4 tot en met E10, E12 of E13 van bijlage 1, is voorzien van parkeervakken, slechts in die vakken geparkeerd mag worden. Het RVV 1990 kent geen definitie of omschrijving van het begrip “parkeervak”. Bij gebreke van een wettelijke definitie kan aan de hand van de uiterlijke verschijningsvorm van een weggedeelte worden beoordeeld of al dan niet sprake is van parkeervakken. Op de foto’s van de gedraging is te zien dat de locatie waar het voertuig van betrokkene stond geparkeerd, onderdeel uitmaakt van een groter parkeerterrein genaamd P
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.