← Nederland

ECLI:NL:RBNNE:2024:5351

Uitspraak RECHTBANK NOORD-NEDERLAND Afdeling strafrecht Locatie Groningen parketnummer 18.143991.23 ter terechtzitting gevoegde parketnummers 18.013550.23, 18.013634.23, 18.017693.23, 18.017696.23 Vonnis van de meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken d.d. 15 maart 2024 in de zaak van het openbaar ministerie tegen de verdachte [verdachte] , geboren op [geboortedatum] 2008 te [geboorteplaats] , wonende te [adres] . Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het achter gesloten deuren gehouden onderzoek ter terechtzitting van 1 maart 2024. Verdachte is verschenen, bijgestaan door mr. A.R.H. Baas, advocaat te Groningen. Het openbaar ministerie is ter terechtzitting vertegenwoordigd door mr. J.G.F. van Boven. Tenlastelegging Aan verdachte is, na wijziging van de tenlastelegging, ten laste gelegd dat: Parketnummer 18.013550.23 1. hij op of omstreeks 28 september 2022 en/of (respectievelijk) 1 november 2022 te Winschoten, gemeente Oldambt, in elk geval in Nederland [slachtoffer] en/of (respectievelijk) [slachtoffer 2] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling, door op of omstreeks 28 september 2022 die [slachtoffer] , via whatsapp-berichten(/social media), dreigend de woorden toe te voegen " [slachtoffer] je gaat dood lettelijk 30 kogels door je kkraam" en/of :"hahaha is niet nodig je hebt kkr bouwt op je hoofd [naam] " en/of " [slachtoffer] je hebt je kans verankerd niks sorry meer je gaat met bloed betalen", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking en/of op of omstreeks 1 november 2022 die [slachtoffer 2] dreigend de woorden toe te voegen: "als jij mensen erbij gaat halen maak ik jou dood", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking; 2. hij in of omstreeks de periode van 1 juni 2022 tot en met 4 november 2022 te Winschoten, gemeente Oldambt, in elk geval in Nederland, (al dan niet) tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen (meermalen) in/op of omstreeks de maand juni 2022 en/of 28 september 2022 [slachtoffer 3] heeft mishandeld door hem (meermalen en/of met kracht) in/op en/of tegen het gezicht/hoofd en/of (elders) op en/of tegen het lichaam te slaan en/of op of omstreeks 11 oktober 2022 [slachtoffer 4] heeft mishandeld door hem (meermalen en/of met kracht) in/op en/of tegen het gezicht/hoofd (de neus), althans het lichaam, te slaan en/of op of omstreeks 1 november 2022 [slachtoffer 2] heeft mishandeld door hem een hand/arm om de keel te leggen en/of de keel dicht te knijpen en/of de adem te ontnemen en/of met de knie tegen zijn bil, althans het lichaam, te schoppen/trappen en/of op of omstreeks 29 oktober 2022 [slachtoffer 5] heeft mishandeld door hem (meermalen en/of met kracht) in/op en/of tegen het gezicht/hoofd, althans het lichaam, te slaan en/of te stompen op of omstreeks 30 oktober 2022 [slachtoffer] heeft mishandeld door hem (meermalen en/of met kracht) in/op en/of tegen het gezicht/hoofd en/of (elders) op en/of tegen het lichaam te slaan en/of op of omstreeks 4 november 2022 [slachtoffer 6] heeft mishandeld door hem (met arm om de nek) een nekklem aan te leggen en/of keel dicht te knijpen en/of de adem te ontnemen; Parketnummer 18.013634.23 1. hij op of omstreeks 1 december 2022 te Winschoten, gemeente Oldambt op het besloten erf, het terrein/de campus van het [gebouw] / [gebouw] /de scholengemeenschap, aan de [adres] , bij het [gebouw] , althans bij een ander of anderen dan bij verdachte, in gebruik wederrechtelijk is binnengedrongen immers was hem, verdachte, met ingang van de datum van de aan (de ouder(

  1. s)van) verdachte gerichte brief van 22 november 2022, schriftelijk de toegang tot de locaties van het [gebouw] ontzegd voor een (in beginsel) onbeperkte duur dan wel tot het moment van definitieve verwijdering van verdachte van het [gebouw] ; 2. hij op of omstreeks 1 december 2022 te Winschoten, gemeente Oldambt aanwezig heeft gehad (ongeveer) 9,5 gram (weed), in elk geval een hoeveelheid van niet meer dan 30 gram, hennep, zijnde hennep een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet; Parketnummer 18.017693.23 1. hij op of omstreeks 21 december 2022 te Winschoten, gemeente Oldambt tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, geld, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer 7] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(
  2. s)toebehoorde(
  3. n)heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen [, terwijl deze diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 7] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken, of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf of andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, door (- zakelijk weergegeven -) onverhoeds en/of met kracht het geld uit de hand(
  4. en)van die [slachtoffer 7] te grissen]; subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden: hij op of omstreeks 21 december 2022 te Winschoten, gemeente Oldambt opzettelijk tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, geld, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 7] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), en welk goed verdachte en/of zijn mededader(
  5. s)anders dan door misdrijf onder zich had, te weten (- zakelijk weergegeven -) als betaling voor (het) (
  6. te)leveren (van) vuurwerk, wederrechtelijk zich heeft toegeëigend; 2. hij op of omstreeks 24 december 2022 te Winschoten, gemeente Oldambt tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, geld, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer 8] en/of [slachtoffer 9] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(
  7. s)toebehoorde(
  8. n)heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen [, terwijl deze diefstal werd gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen [slachtoffer 8] en/of [slachtoffer 9] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken, of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf of andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, door (- zakelijk weergegeven -) (elk) een (op een) mes (gelijkend voorwerp) tevoorschijn te halen en/of ten overstaan van die [slachtoffer 8] en/of [slachtoffer 9] te tonen en/of in de richting van het lichaam (ter hoogte van de borst) te houden en/of aan die [slachtoffer 8] en/of [slachtoffer 9] toe te voegen: "beter maken dat je weg komt anders gaan we je neersteken", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking]; subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden: hij op of omstreeks 24 december 2022 te Winschoten, gemeente Oldambt tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk geld, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 8] en/of [slachtoffer 9] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededaders, en welk goed verdachte en/of zijn mededaders anders dan door misdrijf onder zich hadden, te weten (- zakelijk weergegeven -) als betaling voor (het) (
  9. te)leveren (van) vuurwerk, wederrechtelijk zich heeft toegeëigend; 3. hij op of omstreeks 24 december 2022 te Winschoten, gemeente Oldambt, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, [slachtoffer 8] en/of [slachtoffer 9] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, en/of met zware mishandeling, door (- zakelijk weergegeven -) (elk) een (op een) mes (gelijkend voorwerp) tevoorschijn te halen en/of ten overstaan van die [slachtoffer 8] en/of [slachtoffer 9] te tonen en/of in de richting van het lichaam (ter hoogte van de borst) te houden en/of aan die [slachtoffer 8] en/of [slachtoffer 9] toe te voegen: "beter maken dat je weg komt anders gaan we je neersteken", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking; Parketnummer 18.017696.23 hij in of omstreeks 2022, althans (in elk geval) op of omstreeks 19 december 2022 te Winschoten, gemeente Oldambt, in elk geval in Nederland, munitie van categorie III van de Wet wapens en munitie, te weten een kogel(patroon) (Merk/type: GFL (Fiocchi)) van het kaliber 3mm (LUGER (9x19mm)) voorhanden heeft gehad; Parketnummer 18.143991.23 1. hij op of omstreeks 23 mei 2023 te Winschoten, gemeente Oldambt openlijk, te weten, op/aan/bij de [adres] , in elk geval op of aan de openbare weg en/of op een voor het publiek toegankelijke plaats, in vereniging geweld heeft gepleegd tegen een persoon te weten [slachtoffer 10] door (- zakelijk weergegeven -) hem in te sluiten/te omsingelen en/of (daarmee) de vrije doorgang te beletten/belemmeren en/of aan zijn jas te trekken en/of (met kracht en/of met de vuist) (een of meermalen) op en/of tegen (en/of in de richting van) het gezicht/hoofd te slaan en/of (van achteren) onderuit te trappen/te laten struikelen en/of tegen het lichaam te duwen en/of naar de grond te duwen/werken en/of (vervolgens) (meermalen en/of met kracht) op en/of tegen het (gehele) lichaam (waaronder het hoofd) te schoppen/trappen en/of te bespugen en/of in het kruis te schoppen/trappen; subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden: hij op of omstreeks 23 mei 2023 te Winschoten, gemeente Oldambt tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen [slachtoffer 10] heeft mishandeld door (- zakelijk weergegeven -) hem (met kracht en/of met de vuist) (een of meermalen) op en/of tegen het gezicht/hoofd te slaan en/of (van achteren) onderuit te trappen/te laten struikelen en/of tegen het lichaam te duwen en/of naar de grond te duwen/werken en/of (vervolgens) (meermalen en/of met kracht) op en/of tegen het (gehele) lichaam (waaronder het hoofd) te schoppen/trappen en/of te bespugen en/of in het kruis te schoppen/trappen; 2. hij op of omstreeks 23 mei 2023 te Winschoten, gemeente Oldambt [slachtoffer 10] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling, door die [slachtoffer 10] dreigend de woorden toe te voegen "Moet ik je steken", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking; 3. hij op of omstreeks 12 april 2023 te Winschoten, gemeente Oldambt ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan [slachtoffer 11] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen (- zakelijk weergegeven -) een of meermalen met een wapenstok (/ploertendoder) op en/of tegen en/of in de richting van het hoofd en/of (elders) op en/of tegen en/of in de richting van het lichaam (van die [slachtoffer 11] ) heeft geslagen, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid; subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden: hij op of omstreeks 12 april 2023 te Winschoten, gemeente Oldambt [slachtoffer 11] heeft mishandeld door hem meermalen en/of met kracht op en/of tegen het lichaam te slaan en/of te stompen; 4. hij in of omstreeks de periode van 7 april 2023 tot en met 4 mei 2023, te Winschoten, gemeente Oldambt, in elk geval in Nederland(van) een of meerdere geld(bedrag(en)), althans een of meer voorwerpen Sub b heeft verworven, voorhanden heeft gehad, heeft overgedragen, heeft omgezet, en/of gebruik heeft gemaakt terwijl hij, verdachte, wist dat dat/die voorwerp(
  10. en)- onmiddellijk of middellijk - afkomstig was/waren uit enig (eigen) misdrijf; 5. hij in of omstreeks de periode van (5 december) 2022 tot en met (16 mei) 2023 te Winschoten, gemeente Oldambt, in elk geval in Nederland, (meermalen) opzettelijk heeft geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt en/of verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad, (telkens) een hoeveelheid van (meer dan 30 gram van) een gebruikelijk vast mengsel van hennephars en plantaardige elementen van hennep (hasjiesj) waaraan geen andere substanties zijn toegevoegd, zijnde hasjiesj een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet; 6. hij op of omstreeks 18 april 2023 te Winschoten, gemeente Oldambt ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om [slachtoffer 12] opzettelijk van het leven te beroven, (- zakelijk weergegeven -) met een schroevendraaier, althans een scherp en/of puntig voorwerp, in en/of in de richting van de nek/hals, althans het lichaam (van die [slachtoffer 12] ), heeft gestoken, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid; subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden: hij op of omstreeks 18 april 2023 te Winschoten, gemeente Oldambt ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om [slachtoffer 12] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen (- zakelijk weergegeven -) met een schroevendraaier, althans een scherp en/of puntig voorwerp, in en/of in de richting van de nek/hals, althans het lichaam (van die [slachtoffer 12] ), heeft gestoken, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid; meer subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden: hij op of omstreeks 18 april 2023 te Winschoten, gemeente Oldambt [slachtoffer 12] heeft mishandeld door hem met een schroevendraaier, althans een scherp en/of puntig voorwerp, in het lichaam te steken en/of snijden. Beoordeling van het bewijs Standpunt van de officier van justitie Parketnummer 18.013550.23 De officier van justitie heeft veroordeling van het onder 1 en 2 ten laste gelegde gevorderd. Parketnummer 18.013634.23 De officier van justitie heeft veroordeling van het onder 1 en 2 ten laste gelegde gevorderd. Parketnummer 18.017693.23 De officier heeft aangevoerd dat het onder 1 primair ten laste gelegde wettig en overtuigend kan worden bewezen. Er is onvoldoende bewijs dat er sprake is geweest van medeplegen en dat er geweld is gebruikt, zodat verdachte hiervan (partieel) moet worden vrijgesproken. De officier van justitie heeft gevorderd dat het onder 2 primair ten laste gelegde wettig en overtuigend kan worden bewezen. De officier van justitie heeft aangevoerd dat het onder 3 ten laste gelegde wettig en overtuigend kan worden bewezen. Er is sprake van samenloop met het onder 2 ten laste gelegde. Er kan niet worden bewezen dat de woorden: Beter maken dat je weg komt anders gaan we je neersteken, zijn uitgesproken, zodat verdachte hiervan (partieel) moet worden vrijgesproken. Parketnummer 18.017696.23 De officier van justitie heeft veroordeling van het ten laste gelegde gevorderd. Parketnummer 18.143991.23 De officier van justitie heeft veroordeling gevorderd van het onder 1 primair, 2, 3 primair, 4, 5 en 6 subsidiair ten laste gelegde. Ten aanzien van het onder 3 primair ten laste gelegde heeft de officier van justitie aangevoerd dat verdachte met het slaan van de wapenstok bewust de aanmerkelijke kans op het ontstaan van zwaar lichamelijk letsel heeft aanvaard. De officier van justitie heeft veroordeling gevorderd van het onder 6 subsidiair ten laste gelegde omdat verdachte door te steken met een schroevendraaier bewust de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat aangever zwaar lichamelijk letsel zou oplopen. Standpunt van de verdediging Parketnummer 18.013550.23 De raadsvrouw heeft betoogd dat het onder 1 en 2 ten laste wettig en overtuigend kan worden bewezen. Ten aanzien van het onder 2 ten laste gelegde heeft de raadsvrouw aangevoerd dat niet bewezen kan worden dat verdachte de keel van aangever [slachtoffer 2] heeft dichtgeknepen. Met betrekking tot de mishandeling van aangever [slachtoffer 6] heeft de raadsvrouw betoogd dat er wel wettig bewijs aanwezig is, maar dat de overtuiging ontbreekt. Parketnummer 18.013634.23 Ten aanzien van het onder 1 ten laste gelegde heeft de raadsvrouw primair verzocht om de verklaring van verdachte te volgen dat hij niet op de hoogte was van het feit dat hem de toegang tot de locaties van het [gebouw] was ontzegd, zodat verdachte van dit feit moet worden vrijgesproken. Subsidiair heeft de raadsvrouw betoogd dat de rechtbank op grond van de bewijsmiddelen in het dossier tot een veroordeling kan komen. De raadsvrouw heeft aangevoerd dat het onder 2 ten laste gelegde wettig en overtuigend kan worden bewezen. Parketnummer 18.017693.23 De raadsvrouw heeft aangevoerd dat op grond van de verklaring van verdachte het onder 1 subsidiair ten laste gelegde kan worden bewezen. Er is onvoldoende bewijs voorhanden dat er sprake is geweest van medeplegen. Ten aanzien van het onder 2 ten laste gelegde kan de diefstal in vereniging wettig en overtuigend worden bewezen. Er kan niet worden bewezen dat de diefstal werd gevolgd door bedreiging met geweld. De raadsvrouw heeft vrijspraak betoogd van het onder 3 ten laste gelegde. Parketnummer 18.017696.23 De raadsvrouw heeft aangevoerd dat het ten laste gelegde wettig en overtuigend kan worden bewezen. Parketnummer 18.143991.23 De raadsvrouw heeft betoogd dat het onder 1 primair, 2, 3 subsidiair, 4, 5 en 6 meer subsidiair ten laste gelegde wettig en overtuigend kan worden bewezen. De raadsvrouw heeft aangevoerd dat verdachte van het onder 6 primair en subsidiair ten laste gelegde moet worden vrijgesproken omdat medische informatie over het letsel van aangever ontbreekt. Het onder 6 meer subsidiair ten laste gelegde kan wettig en overtuigend worden bewezen. Oordeel van de rechtbank Vrijspraak Parketnummer 18.013550.23 Feit 2 (partieel) Ten aanzien van de onder 2 ten laste gelegde mishandeling van aangever [slachtoffer 6] overweegt de rechtbank als volgt. Hoewel het wettige bewijs voorhanden is omdat de aangifte wordt ondersteund door de getuigenverklaringen van [getuige] en [getuige] , heeft de rechtbank op grond van de wijze waarop verdachte middels getoonde fotos door de getuigen zou zijn herkend als de persoon die aangever heeft mishandeld, niet de overtuiging bekomen dat verdachte de persoon is die aangever heeft mishandeld. Verdachte zal van dit deel van het onder 2 ten laste gelegde worden vrijgesproken. Parketnummer 18.017693.23 Feit 1 primair (partieel) Net als de officier van justitie en de raadsvrouw is de rechtbank van oordeel dat er onvoldoende bewijs voorhanden is om te komen tot een bewezenverklaring van het onder 1 primair ten laste gelegde geweld, of bedreiging met geweld, zodat verdachte van dit deel zal worden vrijgesproken. Feit 2 primair Uit het onderzoek ter terechtzitting leidt de rechtbank met betrekking tot de betrokkenheid van verdachte bij het ten laste gelegde af dat verdachte voor het incident aanwezig is geweest in het [adres] . Verdachtes vrienden hebben hem verteld wat zij van plan waren. Verdachte is bij zijn vrienden blijven staan. Hij heeft gezien dat aangever zijn geld aan zijn vrienden gaf, dat deze de tas met zand en stenen aan aangever hebben overhandigd en dat zij messen trokken op het moment dat aangevers er achter kwamen dat er geen vuurwerk in de tas zat. Doordat het broertje van aangever het geld heeft afgegeven in de veronderstelling dat hij het vuurwerk zou krijgen, is er geen sprake van een wegnemingshandeling. Verdachte zal van het onder 2 primair ten laste gelegde worden vrijgesproken. Feit 3 Ten aanzien van het onder 3 ten laste gelegde is de rechtbank van oordeel dat niet kan worden bewezen dat verdachte heeft gehandeld met het voor bedreiging vereiste opzet. De rechtbank overweegt daartoe dat op grond van het dossier onvoldoende is komen vast te staan dat verdachte op de hoogte was van het feit dat door de medeverdachten messen zouden worden getrokken en dat zou worden gezegd: Beter maken dat je weg komt anders gaan we je neersteken, zodat verdachte van het onder 3 ten laste gelegde zal worden vrijgesproken. Parketnummer 18.143991.23 Feit 3 primair Verdachte heeft verklaard dat hij aangever met een ploertendoder heeft geslagen. Voorwaardelijk opzet op een bepaald gevolg - zoals hier zwaar lichamelijk letsel - is aanwezig indien er een aanmerkelijke kans is dat dat gevolg zal intreden en de verdachte deze kans bewust heeft aanvaard. De beantwoording van de vraag of de gedraging de aanmerkelijke kans op een bepaald gevolg in het leven roept, is afhankelijk van de omstandigheden van het geval, waarbij betekenis toekomt aan de aard van de gedraging en de omstandigheden waaronder deze is verricht. Het moet gaan om een kans die naar algemene ervaringsregels aanmerkelijk is te achten. Hoewel het slaan met een ploertendoder tegen het lichaam letsel kan veroorzaken, veroorzaakt niet elke slaande beweging automatisch een aanmerkelijke kans op zwaar lichamelijk letsel. Daarbij is onder meer ook van belang waar op het lichaam en met welke kracht er is geslagen. Op grond van het dossier kan de rechtbank niet vaststellen op welke wijze en hoe hard verdachte aangever heeft geslagen zodat het voorwaardelijk opzet op zwaar lichamelijk letsel van aangever niet kan worden bewezen. Verdachte zal worden vrijgesproken van het onder 3 primair ten laste gelegde. Feit 6 primair Net als de officier van justitie en de raadsvrouw is de rechtbank van oordeel dat er onvoldoende bewijs voorhanden is om te komen tot een bewezenverklaring van het onder 6 primair ten laste gelegde zodat verdachte hiervan zal worden vrijgesproken. Bewezenverklaring Parketnummer 18.013550.23 De rechtbank volstaat ten aanzien van het hierna onder 1 en 2 bewezen verklaarde met een opgave van de bewijsmiddelen overeenkomstig het bepaalde in artikel 359, derde lid tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering, nu verdachte het hierna bewezen verklaarde duidelijk en ondubbelzinnig heeft bekend. Deze opgave luidt als volgt: Ten aanzien van het onder 1 ten laste gelegde de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 1 maart 2024; een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aangifte d.d. 4 oktober 2022, opgenomen op pagina 1 e.v. van het dossier van Politie Noord-Nederland met nummer PL0100-2022304108 d.d. 21 december 2022, inhoudende de verklaring van [slachtoffer] ; 3. een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aangifte d.d. 3 november 2022, opgenomen op pagina 26 e.v. van voornoemd het dossier, inhoudende de verklaring van [slachtoffer 2] . Ten aanzien van het onder 2 ten laste gelegde de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 1 maart 2024; een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aangifte d.d. 10 oktober 2022, opgenomen op pagina 7 e.v. van voornoemd het dossier, inhoudende de verklaring van [slachtoffer 3] ; een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aangifte d.d. 28 oktober 2022, opgenomen op pagina 16 e.v. van voornoemd het dossier, inhoudende de verklaring van [slachtoffer 4] ; een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aangifte d.d. 3 november 2022, opgenomen op pagina 26 e.v. van voornoemd het dossier, inhoudende de verklaring van [slachtoffer 2] ; een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aangifte d.d. 8 november 2022, opgenomen op pagina 33 e.v. van voornoemd het dossier, inhoudende de verklaring van [slachtoffer 5] ; een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aangifte d.d. 7 november 2022, opgenomen op pagina 29 e.v. van voornoemd het dossier, inhoudende de verklaring van [slachtoffer] . Met betrekking tot de mishandeling van [slachtoffer 2] heeft de rechtbank geen reden om te twijfelen aan de aangifte en heeft de rechtbank de overtuiging dat verdachte niet alleen met zijn knie tegen de bil van aangever heeft geschopt maar ook de keel van aangever heeft dichtgeknepen. De rechtbank acht niet bewezen dat de mishandelingen van [slachtoffer 4] en [slachtoffer 5] in vereniging zijn gepleegd zodat verdachte hiervan (partieel) zal worden vrijgesproken. Parketnummer 18.013634.23 De rechtbank past de volgende bewijsmiddelen toe die de voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden bevatten zoals hieronder zakelijk weergegeven. Ten aanzien van het onder 1 ten laste gelegde 1. De door verdachte op de terechtzitting van 1 maart 2024 afgelegde verklaring, voor zover inhoudende: Ik wist wel dat ik niet op de campus van het [gebouw] mocht komen. 2. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aangifte d.d. 1 december 2022, opgenomen op pagina 5 e.v. van het dossier van Politie Noord-Nederland met nummer PL0100- 2022320437 d.d. 2 december 2022, inhoudende als verklaring van [naam] : Ik ben hoofd facilitaire dienst bij de Campus, een scholengemeenschap aan de [adres] . [verdachte] is een leerling van het [gebouw] welke de toegang tot het terrein van onze school is ontzegd. Dit in verband met zijn gedrag op school. Derhalve is hij in oktober 2022 geschorst geweest en ook verwijderd van school. Er is toen een brief opgesteld welke naar de moeder aangetekend is verstuurd. Ik wil tevens mededelen dat [verdachte] op 1 november 2022 ook op ons terrein werd aangetroffen en toen is staande gehouden en verbaliseerd door Handhaving van de gemeente Oldambt. [verdachte] wist toen dus dat hij niet op ons terrein mocht komen en bleek vandaag dat hij wederom op ons terrein was van de school. 3. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van getuigenverhoor d.d. 1 december 2022, opgenomen op pagina 10 e.v. van voornoemd dossier, inhoudende als verklaring van [getuige] : Ik ben als beveiliger werkzaam op de locatie [adres] . De laatste tijd zijn er problemen met een oud leerling van school. Het betreft hier [verdachte] . [verdachte] is nadat hij twee keer van school is geschorst geweest, definitief van school verwijderd. Mijn taak is ook om erop toe te zijn dat hij niet meer op school komt. Zowel niet in het gebouw als op het terrein van school. Vandaag, 1 december 2022 zag ik de mij bekende [verdachte] lopen op het terrein van [adres] . Hij liep in de buurt van de fietsenstalling van de leerlingen aan de westzijde van school. De rechtbank volstaat ten aanzien van het onder 2 bewezen verklaarde met een opgave van de bewijsmiddelen overeenkomstig het bepaalde in artikel 359, derde lid tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering, nu verdachte het hierna bewezen verklaarde duidelijk en ondubbelzinnig heeft bekend. Deze opgave luidt als volgt: Ten aanzien van het onder 2 ten laste gelegde de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 1 maart 2024; een kennisgeving van inbeslagneming d.d. 1 december 2022, opgenomen op pagina 23 e.v. van voornoemd dossier. Parketnummer 18.017693.23 De rechtbank past de volgende bewijsmiddelen toe die de voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden bevatten zoals hieronder zakelijk weergegeven. Ten aanzien van het onder 1 primair ten laste gelegde 1. De door verdachte op de terechtzitting van 1 maart 2024 afgelegde verklaring, voor zover inhoudende: Ik had met [naam] afgesproken bij Het [gebouw] . Ik deed alsof ik vuurwerk had. Ik heb zijn geld meegenomen. 2. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aangifte d.d. 22 december 2022, opgenomen op pagina 4 e.v. van het dossier van Politie Noord-Nederland met nummer PL0100- 2022342052 d.d. 3 januari 2023, inhoudende als verklaring van [slachtoffer 7] : Op 21 december 2022 bevond ik mij op het [gebouw] in Winschoten. Wij wilden vuurwerk kopen. Via Snapchat had ik de afspraak gemaakt bij de ingang van [gebouw] af te spreken met [verdachte] . Op dezelfde dag zag ik dat er 2 jongens aankwamen fietsen. Ik kende 1 van de twee jongens en dat was [verdachte] . Ik pakte een briefje van 20 euro en een briefje van 10 euro uit mijn portemonnee en liet dit aan de beide jongens zien. Hierop pakte [verdachte] snel het geld uit mijn handen en fietste hard weg. 3. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van getuigenverhoor d.d. 22 december 2022, opgenomen op pagina 7 van voornoemd dossier, inhoudende als verklaring van [getuige] : Ik ben samen met [naam] en [naam] naar de afgesproken plaats gegaan. Ik hoorde dat [verdachte] zei: "Heb je het geld bij je, contant?". Ik zag dat [naam] het geld aan [verdachte] liet zien. Vervolgens zag ik dat [verdachte] het geld uit [naam] hand griste. Ik hoorde dat [verdachte] zei dat hij mee moest naar achteren. Daar zou hij het vuurwerk aan [naam] geven. Ik zag dat die ene jongen en [verdachte] elk op een fiets wegreden. Op grond van bovenstaande bewijsmiddelen acht de rechtbank diefstal van het geld wettig en overtuigend bewezen. Er is onvoldoende bewijs dat er sprake is geweest van medeplegen of dat er geweld is gebruikt, zodat verdachte hiervan zal worden vrijgesproken. Ten aanzien van het onder 2 subsidiair ten laste gelegde 1. De door verdachte op de terechtzitting van 1 maart 2024 afgelegde verklaring, voor zover inhoudende: Op 24 december 2022 kwam ik twee vrienden van mij tegen in het [adres] . Die jongens hebben aan mij verteld wat ze van plan waren. Ik ben daar blijven staan omdat ze mij vroegen om er bij te blijven. Ik heb gezien dat er messen werden getrokken en dat de schoenendoos werd overhandigd. 2. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aangifte d.d. 25 december 2022, opgenomen op pagina 13 e.v. van voornoemd dossier, inhoudende als verklaring van [slachtoffer 9] : Ik was vanavond samen met mijn broertje [slachtoffer 8] in Winschoten omdat wij vuurwerk wilden kopen. Mijn broertje had via Snapchat contact gehad met iemand op Snapchat onder de naam [naam] . Toen ik samen met [slachtoffer 8] op het fietspad in het [adres] was, troffen wij drie jongens. Deze drie jongens hadden een plastic Albert Heijn zak bij zich met daar iets in, wij dachten dat dat het vuurwerk was wat [slachtoffer 8] besteld had. Deze jongens wilden eerst het geld zien. [slachtoffer 8] pakte zijn geld, dit was 130 euro. De jongen met de tas in de hand wilde dat [slachtoffer 8] eerst het geld gaf en dan zou hij de tas krijgen. [slachtoffer 8] heeft toen het geld aan de jongen gegeven en toen kreeg [slachtoffer 8] de tas. Ik zag dat er een schoenendoos in de tas zat. Toen wij in die doos keken, zagen wij dat er stenen en zand of iets dergelijks in de doos zaten. Met betrekking tot de hiervoor weergegeven standpunten overweegt de rechtbank het volgende. Uit het onderzoek ter terechtzitting leidt de rechtbank met betrekking tot de betrokkenheid van verdachte bij het ten laste gelegde af dat verdachte voor het incident aanwezig is geweest in het [adres] . Verdachtes vrienden hebben hem verteld wat zij van plan waren. Verdachte is bij zijn vrienden blijven staan. Hij heeft gezien dat aangever zijn geld aan zijn vrienden gaf, dat deze de tas met zand en stenen aan aangever hebben overhandigd en dat zij messen trokken op het moment dat aangevers er achter kwamen dat er geen vuurwerk in de tas zat. Verdachte heeft er voor gekozen om, wetende wat het plan was van zijn vrienden, bij zijn vrienden te blijven en hen zo getalsmatig te versterken. De rechtbank is daarom van oordeel dat sprake is geweest van een voldoende nauwe en bewuste samenwerking tussen verdachte en zijn medeverdachten. Parketnummer 18.017696.23 De rechtbank volstaat ten aanzien van het hierna bewezen verklaarde met een opgave van de bewijsmiddelen overeenkomstig het bepaalde in artikel 359, derde lid tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering, nu verdachte het hierna bewezen verklaarde duidelijk en ondubbelzinnig heeft bekend. Deze opgave luidt als volgt: de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 1 maart 2024; een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal onderzoek munitie d.d. 20 december 2022, opgenomen op pagina 19 e.v. van het dossier van Politie Noord-Nederland met nummer PL0100- 2023003029 d.d. 5 januari 2023, inhoudende het relaas van verbalisant. Parketnummer 18.143991.23 De rechtbank volstaat ten aanzien van het hierna onder 1 primair, 2, 3 subsidiair, 4 en 5 bewezen verklaarde met een opgave van de bewijsmiddelen overeenkomstig het bepaalde in artikel 359, derde lid tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering, nu verdachte het hierna bewezen verklaarde duidelijk en ondubbelzinnig heeft bekend. Ieder bewijsmiddel is -ook in onderdelen- slechts gebruikt voor het feit waarop het blijkens zijn inhoud betrekking heeft. Deze opgave luidt als volgt: Ten aanzien van het onder 1 primair en 2 ten laste gelegde de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 1 maart 2024; een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aangifte d.d. 23 mei 2023, opgenomen op pagina 46 e.v. van het dossier van Politie Noord-Nederland met nummer 2023127690 d.d. 28 juli 2023, inhoudende de verklaring van [slachtoffer 10] . Ten aanzien van het onder 3 subsidiair ten laste gelegde de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 1 maart 2024; een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aangifte d.d. 12 april 2023, opgenomen op pagina 42 e.v. van voornoemd dossier, inhoudende de verklaring van [slachtoffer 11] . Ten aanzien van het onder 4 ten laste gelegde de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 1 maart 2024; een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aangifte d.d. 24 april 2023, opgenomen op pagina 51 e.v. van voornoemd dossier, inhoudende de verklaring van [slachtoffer 13] ; 3. een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aangifte d.d. 12 mei 2023, opgenomen op pagina 54 e.v. van voornoemd dossier, inhoudende de verklaring van [slachtoffer 14] ; 4. een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aangifte d.d. 24 mei 2023, opgenomen op pagina 57 e.v. van voornoemd dossier, inhoudende de verklaring van [slachtoffer 15] . Ten aanzien van het onder 5 ten laste gelegde de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 1 maart 2024; een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van getuigenverhoor d.d. 12 mei 2023, opgenomen op pagina 310 e.v. van voornoemd dossier, inhoudende de verklaring van [getuige] . De rechtbank past de volgende bewijsmiddelen toe die de voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden bevatten zoals hieronder zakelijk weergegeven. Ten aanzien van het onder 6 subsidiair ten laste gelegde 1. een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aangifte d.d. 23 juni 2023, opgenomen op pagina 60 e.v. van voornoemd dossier, inhoudende als verklaring van [slachtoffer 12] : Op 18 april 2023 had ik afgesproken met [verdachte] in het parkje aan de [adres] in Winschoten. Ik was samen met [slachtoffer 12] en met [naam] . Ik zag dat [verdachte] erg dicht op mij kwam staan. We konden elkaar raken zo dicht stond hij tegenover mij. Ik zag dat hij erg boos werd en nog een aantal keren riep: "Ik maak je dood." Toen opeens zag ik dat [verdachte] weer op mij afstapte waarbij ik een schroevendraaier in volgens mij zijn linker mouw zag zitten. Ik duwde hierop [verdachte] naar achteren en zag dat hij viel. Ik zag dat hij erg snel weer ging staan en meteen uithaalde met de schroevendraaier naar mijn rechter hals en keel. Dit ging erg snel. Ik hoorde dat [verdachte] toen riep naar mij: "Je hebt bloed, je hebt bloed." Op het moment dat we weg liepen voelde ik bloed in mijn hals ter hoogte van mijn strottenhoofd. Ik kan de plaats van het steken nog steeds voelen en er zit een litteken inmiddels. 2. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen d.d. 24 juni 2023, opgenomen op pagina 329 van voornoemd dossier, inhoudende als relaas van verbalisant: Verklaring [getuige] ; Ik verbalisant hoor desgevraagd dat [getuige] verteld dat zij getuige is geweest van een ruzie tussen [verdachte] , ene [naam] en ene [slachtoffer 12] in bijzijn van een jongen welke [slachtoffer 12] heet. Ik verbalisant hoor [getuige] vertellen dat beide ruzie hebben gehad waarbij [verdachte] deze [slachtoffer 12] met een schroevendraaier heeft gestoken in zijn hals of bij zijn hals, althans woorden van gelijke strekking. Ik verbalisant hoor [getuige] vertellen dat zij daar toevallig bij is geweest en van deze gebeurtenis een video opname met haar telefoon heeft gemaakt. Beschrijving beelden; Ik verbalisant zie in de tijdsbalk dat de betreffende video is opgenomen op 18 april om 21.03 uur. Ik verbalisant zie op de beelden dat [slachtoffer 12] richting [verdachte] loopt. Ik verbalisant hoor dat [slachtoffer 12] zegt: "Je wilt die 5 euro zo." Ik verbalisant hoor [verdachte] hierop antwoorden: "Jij geeft nu die 5 euro of ik ga je dood steken." Ik verbalisant zie dat [verdachte] richting [slachtoffer 12] probeert te lopen maar tegen wordt gehouden door een andere persoon in zwarte kleding. Ik verbalisant hoor [slachtoffer 12] zeggen tegen [verdachte] : "Als je ballen hebt, steek maar." Ik verbalisant zie dat op dat moment [verdachte] en [slachtoffer 12] erg dicht tegenover elkaar staan. 3. een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van getuigenverhoor d.d. 26 juni 2023, opgenomen op pagina 345 van voornoemd dossier, inhoudende als verklaring van [slachtoffer 12] : Op 18 april 2023 was ik getuige van een voorval dat zich in het park bij het skatepark, achter het station in Winschoten heeft afgespeeld. Ik was met [slachtoffer 12] en [naam] . [verdachte] liep gericht direct naar [slachtoffer 12] toe. [verdachte] begon [slachtoffer 12] te slaan met zijn vrije arm. [slachtoffer 12] gaf [verdachte] 1 klap terug en toen viel [verdachte] op de grond. [slachtoffer 12] en [verdachte] waren kort bij elkaar en toen trok ik [verdachte] bij [slachtoffer 12] weg en hoorde ik [verdachte] een aantal keren zeggen: "Hij heeft bloed, hij heeft bloed." Ik zag toen een schroevendraaier in de hand van [verdachte] die niet in het gips was. Ik heb bloed in de nek van [slachtoffer 12] gezien aan de linker kant en bloed op zijn linker wang. Met betrekking tot de hiervoor weergegeven standpunten overweegt de rechtbank het volgende. Op grond van bovenstaande bewijsmiddelen stelt de rechtbank vast dat verdachte in de nek/hals van aangever heeft gestoken met een schroevendraaier. De kans dat met het steken van een schroevendraaier in de nek/hals van aangever verwondingen ontstaan die aan te merken zijn als zwaar lichamelijk letsel, is naar algemene ervaringsregels aanmerkelijk te achten. In de hals bevinden zich meerdere vitale bloedvaten ((halsslag)aders). Verdachte moet zich daar dus bewust van zijn geweest. Het handelen van verdachte kan naar zijn uiterlijke verschijningsvorm worden aangemerkt als zozeer te zijn gericht op het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel aan aangever dat het niet anders kan dan dat verdachte de aanmerkelijke kans op dat gevolg bewust heeft aanvaard. De rechtbank is derhalve van oordeel dat wettig en overtuigend is bewezen dat verdachte voorwaardelijk opzet heeft gehad op het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel zodat het onder 6 subsidiair ten laste gelegde wettig en overtuigend is bewezen. Bewezenverklaring De rechtbank acht het onder parketnummer 18.013550.23 1 en 2 ten laste gelegde, het onder parketnummer 18.013634.23 1 en 2 ten laste gelegde, het onder parketnummer 18.017693.23 1 primair en 2 subsidiair ten laste gelegde, het onder parketnummer 18.017696.23 ten laste gelegde en het onder parketnummer 18.143991.23 1 primair, 2, 3 subsidiair, 4, 5 en 6 subsidiair ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen, met dien verstande dat: Parketnummer 18.013550.23 1. hij op 28 september 2022 en 1 november 2022 te Winschoten [slachtoffer] en [slachtoffer 2] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht door op 28 september 2022 die [slachtoffer] via WhatsApp-berichten dreigend de woorden toe te voegen: " [slachtoffer] je gaat dood lettelijk 30 kogels door je kkraam" en: "hahaha is niet nodig je hebt kkr bouwt op je hoofd [naam] " en: " [slachtoffer] je hebt je kans verankerd niks sorry meer je gaat met bloed betalen" en op 1 november 2022 die [slachtoffer 2] dreigend de woorden toe te voegen: "Als jij mensen erbij gaat halen maak ik jou dood"; 2. hij in de periode van 1 juni 2022 tot en met 4 november 2022 te Winschoten al dan niet tezamen en in vereniging met een ander meermalen omstreeks de maand juni 2022 en 28 september 2022 [slachtoffer 3] heeft mishandeld door hem meermalen tegen het hoofd en elders op het lichaam te slaan en op 11 oktober 2022 [slachtoffer 4] heeft mishandeld door hem meermalen in het gezicht (de neus) te slaan en op 1 november 2022 [slachtoffer 2] heeft mishandeld door hem een hand om de keel te leggen en de keel dicht te knijpen en de adem te ontnemen en met de knie tegen zijn bil te schoppen en op 29 oktober 2022 [slachtoffer 5] heeft mishandeld door hem meermalen in het gezicht te slaan en op 30 oktober 2022 [slachtoffer] heeft mishandeld door hem meermalen in het gezicht en elders op het lichaam te slaan; Parketnummer 18.013634.23 1. hij op 1 december 2022 te Winschoten op het terrein van het [gebouw] aan de [adres] wederrechtelijk is binnengedrongen immers was hem, verdachte, met ingang van de datum van de aan de ouder van verdachte gerichte brief van 22 november 2022, schriftelijk de toegang tot de locaties van het [gebouw] ontzegd tot het moment van definitieve verwijdering van verdachte van het [gebouw] ; 2. hij op 1 december 2022 te Winschoten aanwezig heeft gehad 9,5 gram weed, zijnde hennep een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II; Parketnummer 18.017693.23 1. primair hij op 21 december 2022 te Winschoten geld dat aan [slachtoffer 7] toebehoorde heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen; 2. subsidiair hij op 24 december 2022 te Winschoten tezamen en in vereniging met anderen opzettelijk geld toebehorende aan [slachtoffer 8] en welk goed verdachte en zijn mededaders anders dan door misdrijf onder zich hadden, te weten (- zakelijk weergegeven -) als betaling voor het te leveren vuurwerk, wederrechtelijk zich heeft toegeëigend; Parketnummer 18.017696.23 hij op 19 december 2022 te Winschoten munitie van categorie III van de Wet wapens en munitie, te weten een kogelpatroon (Merk/type: GFL (Fiocchi)) van het kaliber 3mm (LUGER (9x19mm)) voorhanden heeft gehad; Parketnummer 18.143991.23 1. primair hij op 23 mei 2023 te Winschoten openlijk, te weten, bij de [adres] , in vereniging geweld heeft gepleegd tegen een persoon te weten [slachtoffer 10] door (- zakelijk weergegeven -) aan zijn jas te trekken en met de vuist tegen het gezicht te slaan en van achteren onderuit te trappen en tegen het lichaam te duwen en vervolgens meermalen en met kracht tegen het lichaam waaronder het hoofd te schoppen en te bespugen en in het kruis te schoppen; ​ hij op 23 mei 2023 te Winschoten [slachtoffer 10] heeft bedreigd met zware mishandeling, door die [slachtoffer 10] dreigend de woorden toe te voegen "Moet ik je steken"; 3. subsidiair hij op 12 april 2023 te Winschoten [slachtoffer 11] heeft mishandeld door hem meermalen tegen het lichaam te slaan; ​ hij in de periode van 7 april 2023 tot en met 4 mei 2023 te Winschoten (van) meerdere geldbedragen voorhanden heeft gehad, heeft overgedragen en gebruik heeft gemaakt terwijl hij, verdachte, wist dat die voorwerpen onmiddellijk afkomstig waren uit enig misdrijf; ​ hij in de periode van 5 december 2022 tot en met 16 mei 2023 te Winschoten, meermalen opzettelijk heeft verkocht en afgeleverd en verstrekt en vervoerd, een hoeveelheid van (meer dan 30 gram van) een gebruikelijk vast mengsel van hennephars en plantaardige elementen van hennep (hasjiesj) waaraan geen andere substanties zijn toegevoegd, zijnde hasjiesj een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II; 6. subsidiair hij op 18 april 2023 te Winschoten ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om [slachtoffer 12] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen (- zakelijk weergegeven -) met een schroevendraaier, in de nek/hals heeft gestoken, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid. Verdachte zal van het meer of anders ten laste gelegde worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet bewezen acht. Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging. Strafbaarheid van het bewezen verklaarde Het bewezen verklaarde levert op: Parketnummer 18.013550.23 bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht, meermalen gepleegd; ( medeplegen van) mishandeling, meermalen gepleegd; Parketnummer 18.013634.23 in het besloten erf bij een ander in gebruik, wederrechtelijk binnendringen; opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 3 onder C van de Opiumwet gegeven verbod; Parketnummer 18.017693.23 primair diefstal; subsidiair medeplegen van verduistering; Parketnummer 18.017696.23 handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie; Parketnummer 18.143991.23 primair openlijk in vereniging geweld plegen tegen personen; bedreiging met zware mishandeling; subsidiair mishandeling; witwassen, meermalen gepleegd; opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3 onder B van de Opiumwet gegeven verbod; subsidiair poging tot zware mishandeling. Deze feiten zijn strafbaar nu geen omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid uitsluiten. Strafbaarheid van verdachte De rechtbank acht verdachte strafbaar nu niet van enige strafuitsluitingsgrond is gebleken. Strafmotivering Vordering van de officier van justitie De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte ter zake van het ten laste gelegde wordt veroordeeld tot een deels voorwaardelijke jeugddetentie van 200 dagen waarvan 150 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren met daaraan gekoppeld als bijzondere voorwaarden de meldplicht, dat verdachte naar school gaat/dagbesteding heeft en meewerkt aan behandeling van [instelling] zoals opgenomen in het rapport van de Raad voor de Kinderbescherming (hierna: de Raad) d.d. 27 februari 2024. Voorts vordert de officier van justitie dat aan verdachte de gedragsbeïnvloedende maatregel wordt opgelegd voor de duur van 12 maanden waaraan eveneens de voorwaarden worden verbonden zoals opgenomen in het rapport van de Raad. Wanneer verdachte hier niet of niet naar behoren aan meewerkt, dient hier een jeugddetentie tegenover te staan voor de duur van 6 maanden. De officier van justitie vordert tevens de dadelijke uitvoerbaarheid van de gedragsbeïnvloedende maatregel. Standpunt van de verdediging De raadsvrouw heeft de rechtbank verzocht om de deels voorwaardelijke jeugddetentie te matigen door aan verdachte een jeugddetentie van 100 dagen op te leggen waarvan 50 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren. De raadsvrouw heeft betoogd dat zij zich kan vinden in de oplegging van de gedragsbeïnvloedende maatregel voor de duur van 1 jaar. De raadsvrouw heeft de rechtbank verzocht om geen elektronische monitoring op te leggen. Daarnaast heeft de raadsvrouw verzocht om het opleggen van een time-out in de JJI door de rechter-commissaris te laten toetsen. Oordeel van de rechtbank Bij de bepaling van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan, de persoon van verdachte zoals deze naar voren is gekomen uit het onderzoek op de terechtzitting en de over hem opgemaakte rapportages, het verdachte betreffende uittreksel uit de justitiële documentatie, alsmede de vordering van de officier van justitie en het pleidooi van de raadsvrouw. De rechtbank heeft in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen. Verdachte heeft zich in de periode van juni 2022 tot en met mei 2023 schuldig gemaakt aan een groot aantal strafbare feiten, waaronder geweldsdelicten, bedreiging, diefstal, het bezit en handel in drugs, wapenbezit en witwassen. Vooral de vele geweldsdelicten vallen op. Al dan niet samen met anderen heeft verdachte fors geweld gebruikt tegen de slachtoffers. Bij twee van deze incidenten heeft verdachte bovendien gebruik gemaakt van wapens zoals een wapenstok of een schroevendraaier. Ter zitting heeft verdachte verklaard dat de aanleiding voor deze geweldsdelicten veelal was gelegen in het feit dat de slachtoffers iets gezegd zouden hebben over zijn vrienden of familie. De rechtbank heeft niet kunnen vaststellen of die bewering klopt. Ook als de bewering klopt, rechtvaardigt dat op geen enkele wijze gebruik van geweld. Verdachte is met zijn handelen compleet voorbij gegaan aan de enorme impact van dergelijke feiten op de slachtoffers. Bovendien versterken dergelijke delicten gevoelens van angst en onveiligheid in de samenleving. De rechtbank rekent verdachte dit aan. Gelet op de ernst en veelheid van de delicten is de rechtbank van oordeel dat een onvoorwaardelijke jeugddetentie van enige duur zonder meer passend is. De rechtbank heeft kennisgenomen van het psychologisch Pro Justitia rapport van 6 november 2023. De gedragsdeskundige heeft vastgesteld dat verdachte lijdt aan een normoverschrijdende gedragstoornis. Deze stoornis is van invloed geweest op het handelen van verdachte ten tijde van het ten laste gelegde. Geadviseerd wordt om het ten laste gelegde in verminderde mate toe te rekenen. Anders dan de officier van justitie, ziet de rechtbank geen aanleiding om vraagtekens te zetten bij de onderbouwing en de conclusie van de gedragsdeskundige. De rechtbank neemt derhalve bovenstaande conclusie ten aanzien van de toerekeningsvatbaarheid over. Uit het advies van de Raad volgt dat er verschillende factoren zijn die in verband staan met de kans op recidive bij verdachte. De belangrijkste risicofactoren lijken gelegen in de omgang met antisociale jongeren, de aanwezige normoverschrijdende gedragsstoornis en de gebrekkige gewetensfunctie, wat weer gevolgen heeft voor verdachtes agressieregulatie en handelen in sociale contacten. Het recidiverisico wordt als hoog ingeschat. Op basis van de gesignaleerde problematiek wordt begeleiding, toezicht en behandeling noodzakelijk geacht ter bevordering van de ontwikkeling van verdachte en om de kans op recidive te verlagen. Naast de reeds afgeronde hulp van [instelling] en de lopende hulp van [instelling] is specialistische behandeling vanuit de GGZ van belang. Aangezien behandeling, begrenzing en dagbesteding noodzakelijk wordt geacht om het gedrag van verdachte ten goede te keren, wordt verwacht dat de interventies beter van de grond komen in het kader van een gedragsbeïnvloedende maatregel (hierna: GBM), met een strak lik-op-stukbeleid en duidelijke consequenties verbonden aan het niet meewerken. De Raad heeft geadviseerd om aan verdachte de GBM op te leggen voor de duur van 12 maanden, omdat verwacht wordt dat deze periode nodig is om tot verandering te komen. Omdat het verdachte ontbreekt aan (probleem)inzicht en hij onvoldoende verantwoordelijkheid lijkt te nemen voor zijn gedrag, adviseert de Raad dat naast de GBM aan verdachte een voorwaardelijke jeugddetentie wordt opgelegd, om zo ook een langdurig toezicht van de jeugdreclassering te borgen. Uit het advies van de jeugdreclassering van 23 februari 2024 volgt dat verdachte gebaat lijkt bij een strak kader waarbij negatief gedrag direct consequenties heeft. Wanneer dit niet gebeurt, is de kans groot dat verdachte grenzen opzoekt en overtreedt. De jeugdreclassering sluit zich aan bij de conclusies en advies van het NIFP om aan verdachte een GBM op te leggen. De rechtbank is, mede gelet op de inhoud van voornoemde adviezen, van oordeel dat de ernst en de veelheid van de begane misdrijven aanleiding geven tot oplegging van de GBM en dat oplegging daarvan in het belang is van een zo gunstig mogelijke verdere ontwikkeling van verdachte. De GBM biedt de mogelijkheid van een time-out en van vervangende jeugddetentie waardoor verdachte maximaal gestimuleerd wordt om zich te houden aan het programma van de GBM. Het niet houden aan de afspraken heeft direct consequenties en dat zal bijdragen aan het voorkomen van een terugval in crimineel gedrag. Gelet op het karakter en de doelstellingen van de GBM ziet de rechtbank ook geen aanleiding om, zoals de verdediging heeft verzocht, te bepalen dat de rechter-commissaris dient te beoordelen of een eventuele time-out of teruglegging gerechtvaardigd is. Gezien de hoge recidivekans en de gedragsproblemen van verdachte die vragen om een intensieve aanpak, zal de GBM worden opgelegd voor de maximale duur van 12 maanden en zullen daaraan de voorwaarden worden verbonden zoals door de Raad en de jeugdreclassering geadviseerd. De rechtbank bepaalt dat de (totale) duur van de vervangende jeugddetentie voor de GBM 6 maanden zal zijn. De rechtbank zal bevelen dat het programma van de GBM dadelijk uitvoerbaar is, nu de nog onbehandelde problematiek van verdachte maakt dat er naar het oordeel van de rechtbank ernstig rekening mee moet worden gehouden dat hij opnieuw strafbare feiten zal plegen en de dadelijke uitvoerbaarheid in het belang van verdachte is. De rechtbank zal, zoals hiervoor is overwogen, gelet op de ernst en veelheid van de gepleegde strafbare feiten ook een jeugddetentie opleggen. Naast een onvoorwaardelijke deel dat gelijk is aan de duur van het voorarrest, zal de rechtbank ook een voorwaardelijk deel opleggen. De rechtbank acht het gelet op de hierboven besproken hardnekkige problematiek van verdachte van belang dat de jeugdreclassering en de hulpverlening ook na afloop van de GBM nog een periode bij verdachte betrokken blijft. De rechtbank zal daarom het toezicht en de begeleiding door jeugdreclassering, de verplichtingen om mee te werken aan hulpverlening en het volgen van onderwijs als voorwaarden koppelen aan de voorwaardelijk op te leggen jeugddetentie. Benadeelde partijen De volgende personen hebben zich als benadeelde partij in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding: Parketnummer 18.013550.23 Feit 2 [slachtoffer 3] tot een bedrag van 43,39 ter vergoeding van materiële schade en 400,- ter vergoeding van immateriële schade, vermeerderd met wettelijke rente vanaf de datum dat de schade is ontstaan; [slachtoffer 4] tot een bedrag van 400,- ter vergoeding van immateriële schade, vermeerderd met wettelijke rente vanaf de datum dat de schade is ontstaan. Parketnummer 18.017693.23 Feit 1 primair [slachtoffer 7] tot een bedrag van 30,- ter vergoeding van materiële schade, vermeerderd met wettelijke rente vanaf de datum dat de schade is ontstaan; Parketnummer 18.143991.23 Feit 4 [slachtoffer 14] tot een bedrag van 150,- ter vergoeding van materiële schade en 150,- ter vergoeding van immateriële schade, vermeerderd met wettelijke rente vanaf de datum dat de schade is ontstaan; [slachtoffer 13] , tot een bedrag van 275,- ter vergoeding van materiële schade, vermeerderd met wettelijke rente vanaf de datum dat de schade is ontstaan; [slachtoffer 15] , tot een bedrag van 120,- ter vergoeding van materiële schade, vermeerderd met wettelijke rente vanaf de datum dat de schade is ontstaan. Feit 6 subsidiair 4. [ [slachtoffer 12] , tot een bedrag van 750,- ter vergoeding van immateriële schade, vermeerderd met wettelijke rente vanaf de datum dat de schade is ontstaan. Standpunt van de officier van justitie Parketnummer 18.013550.23 Feit 2 De officier van justitie heeft gevorderd dat de vorderingen van [slachtoffer 3] en [slachtoffer 4] volledig worden toegewezen, met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. Parketnummer 18.017693.23 Feit 1 primair De officier van justitie heeft gevorderd dat de vordering van [slachtoffer 7] volledig wordt toegewezen, met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. Parketnummer 18.143991.23 Feit 4 Ten aanzien van de vordering van [slachtoffer 13] heeft de officier van justitie gevorderd dat de schadepost immateriële schade niet-ontvankelijk wordt verklaard, nu dit deel van de vordering niet is onderbouwd. De materiele schade kan worden toegewezen, met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. De officier van justitie heeft gevorderd dat de vordering van [slachtoffer 15] volledig wordt toegewezen, met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. Ten aanzien van de vordering van benadeelde partij [slachtoffer 14] heeft de officier van justitie gevorderd dat deze niet ontvankelijk wordt verklaard, nu de vordering onvoldoende is onderbouwd. Feit 6 subsidiair De officier van justitie heeft gevorderd dat de vordering van [slachtoffer 12] volledig wordt toegewezen, met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. Standpunt van de verdediging Parketnummer 18.013550.23 Feit 2 Ten aanzien van de vordering van benadeelde partij [slachtoffer 3] heeft de raadsvrouw zich met betrekking tot de materiële schade gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank. De raadsvrouw heeft verzocht om de gevorderde immateriële schade met 50 procent te matigen. Met betrekking tot de vordering van benadeelde partij [slachtoffer 4] heeft de raadsvrouw verzocht om de immateriële schade met 50 procent te matigen. Parketnummer 18.017693.23 Feit 1 primair De raadsvrouw heeft zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank. Parketnummer 18.143991.23 Feit 4 De raadsvrouw heeft aangevoerd dat de door benadeelde partij [slachtoffer 14] gevorderde materiële schade moet worden afgewezen. De gevorderde immateriële schade moet niet-ontvankelijk worden verklaard omdat deze post niet met stukken is onderbouwd De raadsvrouw heeft zich ten aanzien van de vorderingen van [slachtoffer 13] en [slachtoffer 15] gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank. Feit 6 subsidiair De raadsvrouw heeft verzocht om de gevorderde immateriële schade met 2/3 deel te matigen. Oordeel van de rechtbank Parketnummer 18.013550.23 Feit 2 Naar het oordeel van de rechtbank is voldoende aannemelijk geworden dat de benadeelde partij [slachtoffer 3] de gestelde schade heeft geleden en dat deze schade een rechtstreeks gevolg is van het onder 2 bewezen verklaarde. De vordering, waarvan de hoogte onvoldoende door verdachte is betwist, zal daarom worden toegewezen, te vermeerderen met de gevorderde wettelijke rente over dit bedrag vanaf 4 november 2022. Nu vast staat dat verdachte tot het hiervoor genoemde bedrag aansprakelijk is voor de schade die door het bewezen verklaarde is toegebracht, zal de rechtbank de schadevergoedingsmaatregel opleggen om te bevorderen dat de schade door verdachte wordt vergoed. De rechtbank bepaalt dat geen vervangende gijzeling zal worden toegepast. De rechtbank zal verdachte veroordelen in de kosten die de benadeelde partij tot aan deze uitspraak in verband met de vordering heeft gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de kosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog moet maken. Naar het oordeel van de rechtbank is voldoende aannemelijk geworden dat de benadeelde partij [slachtoffer 4] de gestelde schade heeft geleden en dat deze schade een rechtstreeks gevolg is van het onder 2 bewezen verklaarde. De vordering, waarvan de hoogte niet door verdachte is betwist, zal daarom worden toegewezen, te vermeerderen met de gevorderde wettelijke rente over dit bedrag vanaf 4 november 2022. Nu vast staat dat verdachte tot het hiervoor genoemde bedrag aansprakelijk is voor de schade die door het bewezen verklaarde is toegebracht, zal de rechtbank de schadevergoedingsmaatregel opleggen om te bevorderen dat de schade door verdachte wordt vergoed. De rechtbank bepaalt dat geen vervangende gijzeling zal worden toegepast. De rechtbank zal verdachte veroordelen in de kosten die de benadeelde partij tot aan deze uitspraak in verband met de vordering heeft gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de kosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog moet maken. Parketnummer 18.017693.23 Feit 1 primair Naar het oordeel van de rechtbank is voldoende aannemelijk geworden dat de benadeelde partij [slachtoffer 7] de gestelde schade heeft geleden en dat deze schade een rechtstreeks gevolg is van het onder 1 primair bewezen verklaarde. De vordering, waarvan de hoogte niet door verdachte is betwist, zal daarom worden toegewezen, te vermeerderen met de gevorderde wettelijke rente over dit bedrag vanaf 21 december 2022. Nu vast staat dat verdachte tot het hiervoor genoemde bedrag aansprakelijk is voor de schade die door het bewezen verklaarde is toegebracht, zal de rechtbank de schadevergoedingsmaatregel opleggen om te bevorderen dat de schade door verdachte wordt vergoed. De rechtbank bepaalt dat geen vervangende gijzeling zal worden toegepast. De rechtbank zal verdachte veroordelen in de kosten die de benadeelde partij tot aan deze uitspraak in verband met de vordering heeft gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de kosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog moet maken. Parketnummer 18.143991.23 Feit 4 Met betrekking tot de vordering van benadeelde partij [slachtoffer 14] is de rechtbank ten aanzien van de gevorderde schade van oordeel dat zij over onvoldoende informatie beschikt om de hoogte van de geleden schade te kunnen beoordelen omdat de materiële schade is onderbouwd met bankafschriften waar een andere naam op staat vermeld en de onderbouwing van de immateriële schade ontbreekt. Schorsing van het onderzoek om de benadeelde partij de hoogte van de schade alsnog te laten aantonen, zal leiden tot een onevenredige belasting van het strafgeding en daartoe zal dan ook niet worden overgegaan. De rechtbank zal de vordering daarom niet ontvankelijk verklaren. De vordering kan slechts bij de burgerlijke rechter worden aangebracht. Naar het oordeel van de rechtbank is voldoende aannemelijk geworden dat de benadeelde partij [slachtoffer 13] de gestelde schade heeft geleden en dat deze schade een rechtstreeks gevolg is van het onder 4 bewezen verklaarde. De vordering, waarvan de hoogte onvoldoende door verdachte is betwist, zal daarom worden toegewezen, te vermeerderen met de gevorderde wettelijke rente over dit bedrag vanaf 4 mei 2023. Nu vast staat dat verdachte tot het hiervoor genoemde bedrag aansprakelijk is voor de schade die door het bewezen verklaarde is toegebracht, zal de rechtbank de schadevergoedingsmaatregel opleggen om te bevorderen dat de schade door verdachte wordt vergoed. De rechtbank bepaalt dat geen vervangende gijzeling zal worden toegepast. De rechtbank zal verdachte veroordelen in de kosten die de benadeelde partij tot aan deze uitspraak in verband met de vordering heeft gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de kosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog moet maken. Naar het oordeel van de rechtbank is voldoende aannemelijk geworden dat de benadeelde partij [slachtoffer 15] de gestelde schade heeft geleden en dat deze schade een rechtstreeks gevolg is van het onder 4 bewezen verklaarde. De vordering, waarvan de hoogte onvoldoende door verdachte is betwist, zal daarom worden toegewezen, te vermeerderen met de gevorderde wettelijke rente over dit bedrag vanaf 4 mei 2023. Nu vast staat dat verdachte tot het hiervoor genoemde bedrag aansprakelijk is voor de schade die door het bewezen verklaarde is toegebracht, zal de rechtbank de schadevergoedingsmaatregel opleggen om te bevorderen dat de schade door verdachte wordt vergoed. De rechtbank bepaalt dat geen vervangende gijzeling zal worden toegepast. De rechtbank zal verdachte veroordelen in de kosten die de benadeelde partij tot aan deze uitspraak in verband met de vordering heeft gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de kosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog moet maken. Feit 6 subsidiair Naar het oordeel van de rechtbank is voldoende aannemelijk geworden dat de benadeelde partij [slachtoffer 12] de gestelde schade heeft geleden en dat deze schade een rechtstreeks gevolg is van het onder 6 subsidiair bewezen verklaarde. De vordering, waarvan de hoogte onvoldoende door verdachte is betwist, zal daarom worden toegewezen, te vermeerderen met de gevorderde wettelijke rente over dit bedrag vanaf 18 april 2023. Nu vast staat dat verdachte tot het hiervoor genoemde bedrag aansprakelijk is voor de schade die door het bewezen verklaarde is toegebracht, zal de rechtbank de schadevergoedingsmaatregel opleggen om te bevorderen dat de schade door verdachte wordt vergoed. De rechtbank bepaalt dat geen vervangende gijzeling zal worden toegepast. De rechtbank zal verdachte veroordelen in de kosten die de benadeelde partij tot aan deze uitspraak in verband met de vordering heeft gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de kosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog moet maken. Toepassing van wetsartikelen De rechtbank heeft gelet op de artikelen 36f, 45, 47, 77a, 77g, 77i, 77w, 77wa, 77wc, 77x, 77y, 77z, 77aa, 77gg, 138, 141, 285, 300, 302, 310, 321 en 420bis van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 3 en 11 van de Opiumwet en de artikelen 26 en 54 van de Wet wapens en munitie. Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij ten tijde van het bewezen verklaarde rechtens golden dan wel ten tijde van deze uitspraak gelden. Uitspraak De rechtbank Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte onder parketnummer 18.017693.23 feit 2 primair, feit 3, 18.143991.23 feit 3 primair en feit 6 primair is ten laste gelegd en spreekt verdachte daarvan vrij. Verklaart het onder het onder parketnummer 18.013550.23 1 en 2 ten laste gelegde, het onder parketnummer 18.013634.23 1 en 2 ten laste gelegde, het onder parketnummer 18.017693.23 1 primair en 2 subsidiair ten laste gelegde, het onder parketnummer 18.017696.23 ten laste gelegde en het onder parketnummer 18.143991.23 1 primair, 2, 3 subsidiair, 4, 5 en 6 subsidiair ten laste gelegde bewezen, te kwalificeren en strafbaar zoals voormeld en verdachte daarvoor strafbaar. Verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan het bewezen verklaarde en spreekt verdachte daarvan vrij. Veroordeelt verdachte tot: een jeugddetentie voor de duur van 200 dagen. Bepaalt dat van deze jeugddetentie een gedeelte, groot 150 dagen niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond dat de veroordeelde zich voor het einde van een proeftijd, welke hierbij wordt vastgesteld op twee jaren, aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt of de hierna te noemen voorwaarden niet heeft nageleefd. Beveelt dat de tijd die de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde jeugddetentie, geheel in mindering zal worden gebracht. Voorwaarde is, dat de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig zal maken aan een strafbaar feit. Stelt als bijzondere voorwaarden: dat veroordeelde zich gedurende een door de Stichting Jeugdbescherming Noord en Veilig Thuis Groningen te bepalen periode meldt bij de jeugdreclassering en dat hij zich daarna zal blijven melden zo lang en zo frequent als deze instelling dat noodzakelijk acht; dat veroordeelde behandeling volgt bij [instelling] of een soortgelijke instelling op de tijden en plaatsen als door of namens die instelling aan te geven; dat veroordeelde een opleiding bij Noorderpoort volgt of een soortgelijke opleiding bij een onderwijsinstantie op schooldagen of werk heeft; dat veroordeelde meewerkt aan de hulpverlening van [instelling] en/of een ander door de jeugdreclassering noodzakelijk geachte hulpverlening; dat veroordeelde meewerkt aan een aanvullende gezinsgerichte aanpak, als aanvulling op de reeds afgeronde [instelling] , bij een instelling die door de jeugdreclassering wordt aangewezen. Geeft aan Stichting Jeugdbescherming Noord en Veilig Thuis Groningen, een gecertificeerde instelling die jeugdreclassering uitvoert, opdracht toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden. Voorwaarden daarbij zijn dat de veroordeelde gedurende de proeftijd: ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking zal verlenen aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt; medewerking zal verlenen aan het jeugdreclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 77aa, eerste tot en met het vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken en het zich melden bij de jeugdreclassering zo vaak en zolang als de jeugdreclassering dit noodzakelijk acht, daaronder begrepen. Veroordeelt verdachte verder tot: een maatregel betreffende het gedrag van de jeugdige voor de duur van 12 maanden (GBM). Deze maatregel bestaat uit: het volgen van behandeling bij [instelling] of een soortgelijke instelling op de tijden en plaatsen als door of namens die instelling aan te geven; het volgen van een opleiding bij Noorderpoort of een soortgelijke opleiding bij een onderwijsinstantie op schooldagen of het hebben van werk; het meewerken aan de hulpverlening van [instelling] en/of een ander door de jeugdreclassering noodzakelijk geachte hulpverlening; het meewerken aan een aanvullende gezinsgerichte aanpak, als aanvulling op de reeds afgeronde [instelling] , bij een instelling die door de jeugdreclassering wordt aangewezen; het zich houden aan een contactverbod, waarbij de veroordeelde op geen enkele wijze direct of indirect contact zal opnemen, zoeken of hebben met de medeverdachten: [medeverdachte] , geboren op [geboortedatum] 2008 te [geboorteplaats] ; [medeverdachte] , geboren op [geboortedatum] 2003 te [geboorteplaats] ; [medeverdachte] , geboren op [geboortedatum] 2008 te [geboorteplaats] ; [medeverdachte] , geboren op [geboortedatum] 2008 te [geboorteplaats] ; [medeverdachte] ; ook niet als medeverdachten daartoe initiatief zouden nemen, zolang de jeugdreclassering dit noodzakelijk acht; 6. het bezoeken van een sportschool, minimaal 1 keer per week, althans volgens afspraken die door of namens de jeugdreclassering met veroordeelde hieromtrent worden gemaakt; 7. het vrijwillig meewerken aan een time-out in de justitiële jeugdinrichting, voor de duur van maximaal 2 keer 4 weken; 8. het inzetten van elektronische monitoring, na een time-out, op het moment dat veroordeelde weer terugkeert naar moeder, voor de duur van 6 weken; 9. het zich coöperatief opstellen ten opzichte van de begeleiding en de hulpverlening. Beveelt dat voor het geval de veroordeelde niet naar behoren aan de tenuitvoerlegging heeft meegewerkt, vervangende jeugddetentie zal worden toegepast voor de duur van 6 maanden. Beveelt dat het programma waaruit de maatregel bestaat, dadelijk uitvoerbaar is. Heft op het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis met ingang van heden. Parketnummer 18.013550.23 Feit 2 Wijst de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 3] toe en veroordeelt verdachte mitsdien tot betaling aan deze benadeelde partij van een bedrag van 443,39 (zegge: vierhonderd drieënveertig euro en negenendertig eurocent), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 4 november 2022. Veroordeelt verdachte in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog te maken, tot heden begroot op nihil. Legt aan verdachte de verplichting op aan de staat, ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 3] te betalen een bedrag van 443,39 (zegge: vierhonderd drieënveertig euro en negenendertig eurocent), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 4 november 2022. Dit bedrag bestaat uit 43,39 aan materiële schade en 400,- aan immateriële schade. Bepaalt dat geen vervangende gijzeling zal worden toegepast. Bepaalt daarbij dat, indien verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de staat ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 3] daarmee de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partij dit bedrag te betalen komt te vervallen en omgekeerd, dat, indien verdachte aan de benadeelde partij het opgelegde bedrag heeft betaald, daarmee de verplichting tot betaling aan de staat van dit bedrag komt te vervallen. Wijst de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 4] toe en veroordeelt verdachte mitsdien tot betaling aan deze benadeelde partij van een bedrag van 400,- (zegge: vierhonderd euro), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 4 november 2022. Veroordeelt verdachte in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog te maken, tot heden begroot op nihil. Legt aan verdachte de verplichting op aan de staat, ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 4] te betalen een bedrag van 400,- (zegge: vierhonderd euro), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 4 november 2022. Dit bedrag bestaat uit 400,- aan immateriële schade. Bepaalt dat geen vervangende gijzeling zal worden toegepast. Bepaalt daarbij dat, indien verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de staat ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 4] daarmee de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partij dit bedrag te betalen komt te vervallen en omgekeerd, dat, indien verdachte aan de benadeelde partij het opgelegde bedrag heeft betaald, daarmee de verplichting tot betaling aan de staat van dit bedrag komt te vervallen. Parketnummer 18.017693.23 Feit 1 primair Wijst de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 7] toe en veroordeelt verdachte mitsdien tot betaling aan deze benadeelde partij van een bedrag van 30,- (zegge: dertig euro), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 21 december 2022. Veroordeelt verdachte in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog te maken, tot heden begroot op nihil. Legt aan verdachte de verplichting op aan de staat, ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 7] te betalen een bedrag van 30,- (zegge: dertig euro), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 21 december 2022. Dit bedrag bestaat uit 30,- aan materiële schade. Bepaalt dat geen vervangende gijzeling zal worden toegepast. Bepaalt daarbij dat, indien verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de staat ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 7] daarmee de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partij dit bedrag te betalen komt te vervallen en omgekeerd, dat, indien verdachte aan de benadeelde partij het opgelegde bedrag heeft betaald, daarmee de verplichting tot betaling aan de staat van dit bedrag komt te vervallen. Parketnummer 18.143991.23 Feit 4 Verklaart de vordering van [slachtoffer 14] niet ontvankelijk. De vordering kan slechts bij de burgerlijke rechter worden aangebracht. Bepaalt dat [slachtoffer 14] zijn eigen proceskosten draagt. Wijst de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 13] toe en veroordeelt verdachte mitsdien tot betaling aan deze benadeelde partij van een bedrag van 275,- (zegge: tweehonderd vijfenzeventig euro), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 4 mei 2023. Veroordeelt verdachte in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog te maken, tot heden begroot op nihil. Legt aan verdachte de verplichting op aan de staat, ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 13] te betalen een bedrag van 275,- (zegge: tweehonderd vijfenzeventig euro), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 4 mei 2023. Dit bedrag bestaat uit 275,- aan materiële schade. Bepaalt dat geen vervangende gijzeling zal worden toegepast. Bepaalt daarbij dat, indien verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de staat ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 13] daarmee de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partij dit bedrag te betalen komt te vervallen en omgekeerd, dat, indien verdachte aan de benadeelde partij het opgelegde bedrag heeft betaald, daarmee de verplichting tot betaling aan de staat van dit bedrag komt te vervallen. Wijst de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 15] toe en veroordeelt verdachte mitsdien tot betaling aan deze benadeelde partij van een bedrag van 120,- (zegge: honderdtwintig euro), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 4 mei 2023. Veroordeelt verdachte in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog te maken, tot heden begroot op nihil. Legt aan verdachte de verplichting op aan de staat, ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 15] te betalen een bedrag van 120,- (zegge: honderdtwintig euro), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 4 mei 2023. Dit bedrag bestaat uit 120,- aan materiële schade. Bepaalt dat geen vervangende gijzeling zal worden toegepast. Bepaalt daarbij dat, indien verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de staat ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 15] daarmee de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partij dit bedrag te betalen komt te vervallen en omgekeerd, dat, indien verdachte aan de benadeelde partij het opgelegde bedrag heeft betaald, daarmee de verplichting tot betaling aan de staat van dit bedrag komt te vervallen. Feit 6 subsidiair Wijst de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 12] toe en veroordeelt verdachte mitsdien tot betaling aan deze benadeelde partij van een bedrag van 750,- (zegge: zevenhonderdvijftig euro), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 18 april 2023. Veroordeelt verdachte in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog te maken, tot heden begroot op nihil. Legt aan verdachte de verplichting op aan de staat, ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 12] te betalen een bedrag van 750,- (zegge: zevenhonderdvijftig euro), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 18 april 2023. Dit bedrag bestaat uit 750,- aan immateriële schade. Bepaalt dat geen vervangende gijzeling zal worden toegepast. Bepaalt daarbij dat, indien verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de staat ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 12] daarmee de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partij dit bedrag te betalen komt te vervallen en omgekeerd, dat, indien verdachte aan de benadeelde partij het opgelegde bedrag heeft betaald, daarmee de verplichting tot betaling aan de staat van dit bedrag komt te vervallen. Dit vonnis is gewezen door mr. M.A.M. Wolters, voorzitter, tevens kinderrechter, mr. S. Zwarts en mr. J.H.S. Kroeze, rechters, bijgestaan door mr. A.C. Fennema-Smit, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 15 maart 2024. mr. J.H.S. Kroeze is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.