RECHTBANK Noord-Nederland Civiel recht Zittingsplaats Groningen Zaaknummer / rekestnummer: C/18/232321 / HA RK 24-12 Beschikking van 21 oktober 2024 in de zaak van NORD/LB NORDDEUTSCHE LANDESBANK GIROZENTRALE, te Hannover (Duitsland), verzoekende partij, advocaat: mr. R.J. Dijksterhuis, tegen 1[verweerder], zonder bekende woon- of verblijfplaats binnen en buiten Nederland, belanghebbenden: 2
- [vennootschap] te [plaatsnaam] ,
- GROOT & EVERS GERECHTSDEURWAARDERS, te Amsterdam. Partijen worden hierna Nord/LB, [verweerder], [vennootschap] en de deurwaarder genoemd. 1De procedure 1.
- Het verloop van de procedure blijkt uit: - het verzoekschrift, binnengekomen op de griffie van deze rechtbank op 28 februari 2024; - de mondelinge behandeling van 7 oktober 2024, waar mr. R.J. Dijksterhuis, [verweerder] en de deurwaarder zijn verschenen. 1.
- Beschikking is bepaald op heden. 2De feiten 2.
- Bij het Amtsgericht Uelzen in Duitsland heeft een gerechtelijke procedure plaatsgevonden tussen Nord/LB en [verweerder]. Op 7 juli 2021 is in die procedure een beschikking gegeven. 2.
- Het Amtsgericht Uelzen heeft op 13 augustus 2021 een in executoriale vorm opgemaakt gerechtelijk dwangbevel uitgevaardigd op basis van voornoemde beschikking. Blijkens dit dwangbevel dient [verweerder] aan hoofdsom een bedrag van € 73.695,46 aan Nord/LB te voldoen. 2.
- Op 15 augustus 2023 heeft het Ambtsgericht Uelzen een in executoriale vorm opgemaakt certificaat ter zake van voornoemd gerechtelijk dwangbevel afgegeven. 2.
- Op 30 november 2023 zijn het gerechtelijk dwangbevel en het certificaat per exploot aan [verweerder] betekend. 2.
- Nord/LB heeft op 4 januari 2024 bewarend beslag gelegd op de aandelen op naam van [verweerder] in [vennootschap]. [verweerder] is enig aandeelhouder van [vennootschap]. 2.
- In de statuten van [vennootschap] is onder meer bepaald: ‘Artikel 14 Iedere overdracht van aandelen kan slechts plaats hebben, nadat de aandelen aan de overige aandeelhouders te koop zijn aangeboden op de wijze als hierna is bepaald.’ 2.
- Op 30 januari 2024 is het bewarend beslag na afloop van de wettelijke wachttijd executoriaal geworden. 3Het verzoek 3.
- Nord/LB verzoekt - eventueel na terzijdestelling van de statutaire bepalingen met betrekking tot de aanbiedingsregeling - om bij beschikking, uitvoerbaar bij voorraad: I. te bepalen dat tot openbare verkoop en overdracht van de in beslag genomen aandelen zal worden overgegaan binnen een termijn van drie maanden na dagtekening van deze beschikking, althans binnen een door de rechtbank te bepalen termijn; II. te bepalen dat de deurwaarder nadere regels en voorwaarden zal stellen teneinde een zo hoog mogelijke opbrengst te verkrijgen; III. [verweerder] en [vennootschap] te veroordelen om de financiële gegevens van [vennootschap] aan de deurwaarder te verstrekken binnen zeven dagen na de door de rechtbank te geven beschikking, op straffe van een dwangsom van € 5.000,00 per dag, althans een door de rechtbank in goede justitie te bepalen dwangsom, voor iedere dag of gedeelte van een dag dat [verweerder] daarmee in gebreke blijft, met een maximum van € 500.000,00; IV. al hetgeen te doen de rechtbank in goede justitie vermeent te behoren met betrekking tot de wijze van verkoop en voorwaarden waaronder de aandelen verkocht kunnen worden; V. [verweerder] te veroordelen in de kosten van deze procedure. 4De beoordeling Formaliteiten 4.
- Het verzoek van Nord/LB is gegrond op artikel 474g van het Wetboek van Rechtsvordering (Rv). Blijkens dat artikel dient een beslaglegger, nadat hij beslag heeft doen leggen op aandelen op naam in een besloten vennootschap, binnen één maand aan de rechtbank van de plaats van vestiging van die vennootschap te verzoeken bij beschikking te bepalen dat en binnen welke termijn tot verkoop en overdacht van de in beslaggenomen aandelen kan worden overgegaan. Na partijen en belanghebbenden gehoord te hebben dient de rechtbank in haar beschikking te bepalen op welke wijze en onder welke voorwaarden koop en overdracht dienen te geschieden. 4.
- [ vennootschap] is gevestigd in [plaats], zodat de Rechtbank Noord-Nederland, locatie Groningen, bevoegd is om over het verzoek te beslissen. Verder constateert de rechtbank dat het verzoek van Nord/LB binnen de wettelijke termijn van één maand is ingediend. Op 7 oktober 2024 heeft een mondelinge behandeling plaatsgevonden, waarvoor alle belanghebbenden (correct) zijn opgeroepen. Het verzoek tot verkoop en overdracht van de aandelen 4.
- De rechtbank stelt bij de beoordeling van het verzoek voorop dat een beperkte toets moet worden aangelegd, omdat er reeds een executoriale titel is verkregen. Indien aan de wettelijke formaliteiten is voldaan, ligt het verzoek om tot verkoop en overdracht van de in beslag genomen aandelen over te gaan in beginsel voor toewijzing gereed. Op dit beperkte beoordelingskader bestaat in die zin een uitzondering, dat een tenuitvoerlegging kan worden gestaakt indien daarvoor goede gronden bestaan, bijvoorbeeld gronden die ook zouden kunnen slagen in een executiegeschil (waaronder misbruik van bevoegdheid). 4.
- Nord/LB heeft aangevoerd dat [verweerder] niet vrijwillig is overgegaan tot betaling van het in het gerechtelijk dwangbevel genoemde bedrag. Verder heeft Nord/LB tijdens de mondelinge behandeling toegelicht dat zij uitvoerig onderzoek heeft gedaan naar overige verhaalsmogelijkheden, maar dat van andere verhaalsmogelijkheden niet is gebleken. [verweerder] heeft – hoewel daartoe wel in de gelegenheid gesteld – geen verweer gevoerd tegen het verzoek. Het verzoek van Nord/LB tot verkoop en overdracht van de inbeslaggenomen aandelen is gelet op het voorgaande dan ook toewijsbaar. Wijze van verkoop en overdracht 4.
- In de statuten van [vennootschap] is een aanbiedingsregeling opgenomen, inhoudende dat de aandelen bij verkoop eerst aan medeaandeelhouders moeten worden aangeboden. Nord/LB heeft tijdens de mondelinge behandeling toegelicht dat onder I van haar verzoek, mede gelet op de eerste regel van haar verzoek, ook moet worden begrepen dat de rechtbank op grond van artikel 2:195 lid 7 BW deze aanbiedingsregeling buiten toepassing verklaart. Aangezien [verweerder] enig aandeelhouder is, zal de rechtbank dat verzoek toewijzen. 4.
- De deurwaarder heeft tijdens de mondelinge behandeling aangegeven dat het verzoek van Nord/LB om aan de verkoop en overdracht van de aandelen een termijn te verbinden van drie maanden niet haalbaar is. De deurwaarder heeft verzocht om hieraan een termijn van één jaar te verbinden. Daar heeft Nord/LB mee ingestemd. De rechtbank zal daarom bepalen dat de aandelen binnen één jaar verkocht en geleverd moeten worden. 4.
- Verder heeft Nord/LB tijdens de mondelinge behandeling toegelicht dat wat haar betreft de aandelen ook onderhands mogen worden verkocht. Omdat het in het belang is van zowel Nord/LB als [verweerder] dat een zo hoog mogelijke opbrengst wordt verkregen, zal de rechtbank daarom bepalen dat tot verkoop (in plaats van openbare verkoop) en overdracht van de in beslag genomen aandelen kan worden overgegaan, zodat daarmee ook de mogelijkheid bestaat om de aandelen onderhands te verkopen. 4.
- Het verzoek onder II is eveneens toewijsbaar. Ook het verzoek onder III zal worden toegewezen, met dien verstande dat aan het verstrekken van de financiële gegevens een termijn wordt verbonden van zeven dagen na betekening (in plaats van dagtekening) van deze beschikking. Verder zal de rechtbank aan de veroordeling tot het verstrekken van deze financiële gegevens een lagere dwangsom verbinden dan verzocht, namelijk € 1.000,00 per (gedeelte van een) dag, met een maximum van € 100.000,
- 4.
- De rechtbank gaat aan het verzoek van de deurwaarder met betrekking tot het aandelenregister als bedoeld in artikel 474h lid 2 Rv voorbij, nu ter zake hiervan door Nord/LB geen verzoek is ingesteld. 4.
- Tot slot zal de rechtbank bepalen dat de kosten van de verkoop op de verkoopopbrengst kunnen worden verhaald. 4.
- [ verweerder] wordt in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten betalen. Die kosten worden aan de zijde van Nord/LB vastgesteld op: - griffierecht € 688,00 - salaris advocaat € 1.228,00punten x € 614,00) Totaal € 1.916,00 5De beslissing De rechtbank: 5.
- bepaalt dat tot verkoop en overdracht van de in beslag genomen aandelen kan worden overgegaan binnen een termijn van één jaar na dagtekening van deze beschikking; 5.
- bepaalt dat de in de statuten opgenomen aanbiedingsregeling buiten toepassing blijft; 5.
- bepaalt dat de deurwaarder nadere regels en voorwaarden zal stellen teneinde een zo hoog mogelijke opbrengst te verkrijgen; 5.
- veroordeelt [verweerder] en [vennootschap] om de financiële gegevens van [vennootschap] aan de deurwaarder te verstrekken binnen zeven dagen na betekening van deze beschikking; 5.
- veroordeelt [verweerder] en [vennootschap] om aan Nord/LB te betalen een dwangsom van € 1.000,00 voor iedere dag of gedeelte daarvan dat zij niet aan de in 5.
- uitgesproken hoofdveroordeling voldoen, tot een maximum van € 100.000,00; 5.
- bepaalt dat de kosten van de verkoop van de in beslag genomen aandelen als preferente executiekosten op de opbrengst kunnen worden verhaald; 5.
- veroordeelt [verweerder] in de proceskosten, aan de zijde van Nord/LB tot op heden vastgesteld op € 1.916,00; 5.
- verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad; 5.
- wijst af hetgeen meer of anders is verzocht. Deze beschikking is gegeven door mr. R. Bootsma en in het openbaar uitgesproken op 21 oktober
- 710/mh als bedoeld in artikel 53 van de verordening (EU) nr. 1215/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 12 december 2012 betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken (herschikking).