RECHTBANK NOORD-NEDERLAND Zittingsplaats Groningen Bestuursrecht beschikkingsnummer: 262862703 zaaknummer: 11430091 BU VERZ 24-2823 proces-verbaal van de mondelinge uitspraak gedaan op de openbare zitting van 19 juni 2025 in de zaak van [betrokkene] (de betrokkene), die woont in [woonplaats]. Inleiding
- Aan betrokkene is een boete opgelegd op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv). De overtreding waarvoor de boete is opgelegd is: R336 – ‘geen voorrang geven aan bestuurders die van rechts komen op een kruispunt’, verricht op 9 december 2023, om 22:19 uur, op de Hoogeweg bij de kruising met de Kromme Riet in Groningen, met een personenauto met kenteken [kenteken]. De opgelegde boete bedraagt € 289,00 (inclusief administratiekosten). 1.
- Betrokkene heeft tegen de boete beroep ingesteld bij de officier van justitie. Deze heeft het beroep niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de beroepstermijn. Tegen die beslissing heeft betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter. 1.
- De kantonrechter heeft het beroep op 19 juni 2025 op de zitting behandeld. Daarbij waren aanwezig: betrokkene en als vertegenwoordigster van de officier van justitie mr. Z. Fluitsma. 1.
- Na sluiting van het onderzoek op de zitting heeft de kantonrechter onmiddellijk uitspraak gedaan. Beoordeling door de kantonrechter Beslissing
- De kantonrechter beoordeelt het beroep aan de hand van de beroepsgronden van betrokkene. Hij oordeelt dat het beroep gegrond is en zal de boete vernietigen. De kantonrechter zal hierna uitleggen waarom hij dat doet. Standpunten
- Betrokkene stelt dat hij zich door het tijdsverloop niet kan herinneren wat de omstandigheden waren waardoor hij destijds te laat in administratief beroep is gegaan. Hij heeft veel stress en gezondheidsproblemen. Betrokkene vindt het onbeschoft dat hij niet is gehoord.
- De vertegenwoordigster stelt zich op het standpunt dat het administratief beroep ten onrechte niet-ontvankelijk is verklaard. Overwegingen
- De beroepstermijn bedraagt zes weken, waarbij de termijn begint op de dag na die waarop het besluit (in dit geval de boete) op de voorgeschreven wijze (hier door verzending per post) is bekendgemaakt. De termijn is gaan lopen op 19 december
- Op de poststempel bij het beroepschrift is te lezen dat betrokkene het pas op 3 februari 2024 ter post heeft aangeboden, terwijl de beroepstermijn liep tot 29 januari
- Betrokkene is dus te laat in beroep gegaan. 5.
- In zijn beroepschrift heeft betrokkene aangegeven dat hij zijn persoonlijke omstandigheden graag wilde toelichten. Hierop is niet gereageerd. De officier van justitie heeft geen contact met betrokkene opgenomen. Er heeft geen hoorzitting plaatsgevonden. De officier van justitie heeft daarom niet voldaan aan het zorgvuldigheidsvereiste, dus kan de beslissing op administratief beroep niet in stand blijven.
- De kantonrechter overweegt dat betrokkene niet fatsoenlijk is behandeld door de officier van justitie en dat er een dusdanig gebrek aan de besluitvorming door de officier van justitie kleeft, dat hij ook de inleidende beschikking vernietigt. Het beroep is gegrond. Conclusie De kantonrechter: verklaart het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie gegrond; vernietigt die beslissing; verklaart het beroep tegen de inleidende beschikking gegrond; vernietigt die beschikking; bepaalt dat de zekerheidstelling aan betrokkene moet worden terugbetaald. Waarvan proces-verbaal, D.W. Veenstra, griffier mr. H.J. Bastin, kantonrechter Rechtsmiddel Als u het met de beslissing op uw beroep niet eens bent, dan kunt u binnen zes weken na de hieronder vermelde datum van toezending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem - Leeuwarden, maar alleen als: a. de u opgelegde administratieve boete meer dan € 110,00 bedraagt, of b. uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u geen (of niet op tijd) zekerheid heeft gesteld. Het (hoger) beroepschrift moet worden ingediend bij de rechtbank Noord-Nederland, Afdeling Bestuursrecht, locatie Groningen (Postbus 150, 9700 AD Groningen). U dient daarbij het zaaknummer te vermelden. De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure, tenzij door u bij het (hoger) beroepschrift uitdrukkelijk om een zitting is gevraagd. Afschrift verzonden aan partijen op: Artikel 6:7 van de Awb. Artikel 6:8, eerste lid van de Awb. Artikel 6:9, tweede lid van de Awb zegt dat bij verzending per post, een bezwaar- of beroepschrift alsnog tijdig is ingediend als het voor het einde van de beroepstermijn ter post is bezorgd en niet later dan een week na afloop van de termijn is ontvangen. Daaraan heeft betrokkene niet voldaan. Artikel 3:2 van de Awb verplicht de officier van justitie om bij de voorbereiding van een besluit de nodige kennis omtrent de relevante feiten en de af te wegen belangen te vergaren.