RECHTBANK Noord-Nederland Civiel recht Zittingsplaats Groningen Zaaknummer: C/18/233631 / HA ZA 24-85 Vonnis van 2 juli 2025 in de zaak van [eiser] ., handelend in zijn hoedanigheid van curator in het faillissement van de besloten vennootschap [de failliete b.v.]., te Eelde, eisende partij, hierna te noemen: de curator, advocaat: mr. Th. F. de Jong, tegen GEMEENTE GRONINGEN, te Groningen, gedaagde partij, hierna te noemen: de Gemeente, advocaat: mr. R. Snel. 1De procedure 1.
- Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding van 19 maart 2024; - de conclusie van antwoord van 26 juni 2024; - het tussenvonnis van 7 augustus 2024, waarbij een mondelinge behandeling is bepaald; - de door de curator overgelegde producties (27 tot en met 31) van 7 april 2025; - de mondelinge behandeling van 7 april 2025, ter gelegenheid waarvan de curator spreekaantekeningen heeft overgelegd en van welke mondelinge behandeling door de griffier aantekeningen zijn gemaakt. 1.
- Ten slotte is vonnis bepaald. 2De feiten 2.
- [x] en [y] zijn (indirect) bestuurders van meerdere vennootschappen. 2.
- [x] was onder meer indirect bestuurder van [de failliete b.v.]. (hierna: [de failliete b.v.] ). [de failliete b.v.] is op 8 juli 1999 opgericht. Enig aandeelhouder en bestuurder van [de failliete b.v.] was [bedrijf x en y] B.V. Van [bedrijf x en y] B.V. was enig aandeelhouder en bestuurder [bedrijf 1] B.V. Van die vennootschap was [bedrijf 2] B.V. bestuurder. Enig aandeelhouder en bestuurder van [bedrijf 2] B.V. was [x] . 2.
- In 2009 is vanwege het in 2008 vastgestelde Bestuurlijk Akkoord Geïntegreerde Decentrale Aanpak Georganiseerde Misdaad een convenant gesloten voor de regio's Drenthe, Friesland en Groningen. Het convenant is gesloten tussen de burgemeesters van alle gemeenten in deze regio’s, korpsbeheerders, korpschefs, hoofdofficieren van justitie, vertegenwoordigers van de Belastingdienst, de fiscale inlichtingen- en opsporingsdienst economische controledienst (FIOD-ECD), de Directeur-Generaal Uitvoering, Handhaving en Bedrijfsvoering van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (Sociale Inlichtingen- en Opsporingsdienst, SIOD) en de voorzitter van het Regionaal Platform Interventieteams Noord (RCF). 2.
- Bij voornoemd convenant is het Regionaal Informatie- en Expertisecentrum voor de geïntegreerde aanpak van de georganiseerde misdaad in de regio’s Drenthe, Friesland en Groningen (RIEC Noord) ingesteld. In het convenant is onder meer bepaald: ‘Artikel 2 Doelstelling Het RIEC Noord heeft als doel op decentraal niveau gezamenlijk invulling te geven aan: a. een geïntegreerde aanpak van de georganiseerde misdaad, door naast het strafrechtelijk laten vervolgen van individuele daders en het ontmantelen van criminele samenwerkingsverbanden, ook bestuursrechtelijke interventies en fiscale handhaving aan te grijpen om factoren of gelegenheidsstructuren van georganiseerde misdaad te identificeren en aan te pakken; b. het voorkomen dat criminelen of criminele organisaties bewust of onbewust worden gefaciliteerd door de overheid en kunnen investeren in de reguliere economie. In het bijzonder wordt hierbij aandacht besteed aan:
- verschijningsvormen van georganiseerde misdaad, zoals: a. mensenhandel en -smokkel; b. georganiseerde hennepteelt; c. fraude in de vastgoedsector; d. misbruik binnen de vastgoedsector; e. witwassen en daaraan gerelateerde vormen van financieel-economische criminaliteit; f. andere door de decentrale convenantpartners te bepalen verschijningsvormen van georganiseerde misdaad;
- handhavingsknelpunten;
- toepassing van de Wet BIBOB.[ toevoeging rechtbank] Artikel 3 Inrichting RIEC Noord […] 3.
- Het RIEC Noord draagt zorg voor de dagelijkse leiding en de coördinatie van de regionale samenwerking, bevordert de ontsluiting van de bij partijen aanwezige informatie ten behoeve van een geïntegreerde aanpak van de georganiseerde misdaad en coördineert de mogelijke interventies van de decentrale convenantpartners.’ 2.
- In december 2012 is op verzoek van de Gemeente een dossier in RIEC-verband aangemaakt met de naam A39 . Aanleiding voor dat verzoek was de volgens de Gemeente snelle opkomst van [x] en [y] in het vastgoed, de bouw en horecabranche, alsmede hun intimiderende gedrag bij vergunningaanvragen en bemoeienis bij vergunningaanvragen van horecaondernemers aan wie zij panden verhuurden. 2.
- In opdracht van [x] en [y] (althans één van de aan hen gelieerde vennootschappen) zijn appartementen gebouwd aan [adres] en [adres] in Groningen. In 2013/2014 hebben acht (onder)aannemers die bij de bouw van die appartementen waren betrokken aangifte gedaan van oplichting. Ook de curator in het faillissement van [bedrijf 3] B.V., de vennootschap die als hoofdaannemer bij de bouw optrad, heeft aangifte gedaan. Het Openbaar Ministerie is daarop een onderzoek gestart naar mogelijke (bouw)fraude door [x] en [y] . Het onderzoek heeft de naam ‘ Kangoo ’ gekregen. 2.
- Rond 2015 is op de website van de Politieacademie een document geplaatst met de titel: ‘Half werk van de politie is soms al genoeg’. Daarin is te lezen: ‘ A39 is de codenaam voor de aanpak van een criminele familie waarbij we combinatie vermoeden van vastgoedfraude, witwassen, belastingfraude, oplichting, vermenging van onderwereld en bovenwereld, noem maar op... Er is maatschappelijke schade, aannemers gaan failliet, de belastingdienst loopt enorme sommen mis aan gemeenschapsgeld en vergunningen van de gemeente worden misbruikt. De burgemeester heeft deze casus aangevraagd en via de lokale driehoek is het verzoek ingediend. Op het informatieplein van het RIEC zijn alle gesloten bronnen bij elkaar gelegd en ontstond een beter beeld wat er aan de hand was. Sinds voorjaar 2014 hebben de projectleiders groen licht gekregen van de regionale integrale stuurcommissie om de informatie te verdiepen. Begonnen werd met de politie en de belastingdienst. Eigenlijk, vergaten zij de gemeenten, maar ontdekten gaandeweg dat veel aspecten in deze zaak de gemeente raakten en kennis misten. Nu werken drie projectleiders samen. De projectleiders hebben hun gezamenlijk doelen helder: criminaliseren van de subjecten, zoveel mogelijk geld afpakken, waar mogelijk vergunningen intrekken, imago schade toebrengen, bestaande illegale structuur verstoren, doorbreken hypotheek - en bouwfraude. Trots zijn zij op de manier waarop men met elkaar in gesprek is. “We hebben meer kansen en mogelijkheden om de positie van deze mensen onder uit te halen.” Alleen door samenwerking resultaat "Voor ons in het Noorden is dit een nieuwe werkwijze en het bevalt zo goed dat we alle drie vanuit onze ervaring hier over willen vertellen.” Over de voordelen zijn [teamleider politie] (teamleider politie), [medewerker belastingdienst] (Team Externe Overheidssamenwerking Belastingdienst) en [juridisch adviseur gemeente] , juridisch concern adviseur openbare orde en veiligheid, eensgezind. Het grote voordeel is dat we door informatie te delen nu zaken voor elkaar krijgen en dat is ons afzonderlijk niet eerder gelukt. [medewerker belastingdienst] : “Als belastingdienst kregen we deze subjecten niet bij de veter te pakken en nu gaan we ze binnenkort pijn doen. Dat kan omdat we een veel gedegener integrale analyse maakten door onze informatie te bundelen." [teamleider politie] vult aan: “Klopt, ook als politie sloegen we aan op de naam maar hadden tot nu toe niets hard kunnen maken, nooit tot een keiharde veroordeling kunnen komen." Timing [medewerker belastingdienst] : “Verder is timing een belangrijk punt. Wie kan het eerste een resultaat boeken? Het bestuursrecht kan in sommige gevallen bij het verdacht zijn al via BIBOB een vergunning intrekken. Daarvoor is dan niet nodig dat er succesvolle strafrechtelijke vervolging is geweest. Onze kansen liggen vaak ook qua tijd in elkaars verlengde. Belangrijk is dat [juridisch adviseur gemeente] adviseur is van de burgemeester. Je kunt je voorstellen dat zoals in ons geval wanneer de onderwereld ook investeert in de stad, en daar is de stad ook blij mee is. [juridisch adviseur gemeente] voelt aan hoe en waar het nodig is om bestuurlijk draagvlak te creëren.“ [teamleider politie] : “Door kennis uit onderzoeken te delen kunnen we voorkomen dat het imago van bestuurders beschadigd wordt." De politie is te ijverig [juridisch adviseur gemeente] : “Het vraagt een cultuuromslag in de samenwerking tussen de drie kolommen. Niet het belang van jouw kolom is richtinggevend voor wat je doet maar soms dien je op dat moment alleen het belang van de andere kolom. We moeten als partners ook aan uitvoerenden laten zien wat we willen bereiken zodat zij begrijpen waar het om gaat." [teamleider politie] : “Klopt als politie en OM focussen we normaliter op boeven achter tralies brengen. Deze werkwijze vergt een andere mind set, niet je eigen doel realiseren maar het delen van informatie en daar tactisch op inspelen. Het is belangrijk om aan de collega’s uit te leggen dat we werken aan andere resultaten dan waar we als politie gewoon zijn om aan te werken." [juridisch adviseur gemeente] : "Dit vergt een vertaalslag naar het team van rechercheurs, daar is alle energie gericht op het strafrecht, boeven vangen en ze veroordeeld krijgen. Maar bestuursrechtelijk heb ik er soms genoeg aan dat er voldoende feiten en omstandigheden zijn om iemand als verdachte aan te merken. Het is dan niet nodig dat er ook een strafrechtelijke veroordeling volgt. Dat idee is een vloeken in de kerk voor een rechercheur. Soms kan half werk van de politie al genoeg zijn om de gemeente in positie te brengen. Dat inzicht was het keerpunt bij de politie." Satépen Satépennen steken door de drie kolommen heen, dat is de term die de werkwijze karakteriseert. [juridisch adviseur gemeente] : "Door informatie te delen kunnen we gezamenlijk richting geven hoe het onderzoek loopt en nadenken hoe we de beperkte capaciteit inzetten. Wat pakken we het eerste op, waar leggen me de meeste nadruk op? Bouwfraude? Financieel onderzoek op de horecabedrijven? Witwassen? Resultaten van politie en belastingdienst zijn cruciaal voor de vraag of, en in welke mate, de gemeente bestuursrechtelijk op kan treden. Het is voortdurend afwegen van de belangen van de drie partijen dat richtinggevend is voor het onderzoek en de stappen die we daarin zetten.” Begrip voor elkaars belangen In de integrale weegploeg heeft iedere partij zich verplicht om capaciteit vrij te maken. Maar de politie liep twee maanden vertraging op wegens capaciteitsgebrek. [teamleider politie] : “Waar ik trots op ben is dat we erg professioneel met elkaar omgaan en er is begrip voor elkaars positie. Als politie krijgen wij telkens andere prioriteiten, nu moet er ineens capaciteit vrijgemaakt worden voor onderzoek naar uitreizigers of vermeende dode mensen. We zijn een ad hoc organisatie en daardoor halen we onze planning niet. Er was begrip bij de partners dat we uit de tijd liepen.” [juridisch adviseur gemeente] vult aan: “Toch moeten we er voor waken dat het kolombelang een eigen leven gaat leiden. Gezien de grote afhankelijkheid van elkaar zou idealiter de benodigde capaciteit vooraf gegarandeerd moeten worden. Soms is men krampachtig over het delen van informatie. Om tafel mag je alles vertellen, met de wet Bibob mag ik heel veel weten.” Andere partners nemen niet het voortouw [juridisch adviseur gemeente] : “Het is een crime om in de gemeentebegroting meer capaciteit beschikbaar te krijgen voor de gemeentelijke inzet. Maar toch wil ik een kritische noot plaatsen dat de politie of het RIEC in het algemeen teveel het voortouw neemt bij de aanpak van ondermijning, gemeenten worden niet erg gestimuleerd om zelf meer het initiatief te nemen. Alle kennisontwikkeling komt nu vooral vanuit de Politieacademie. Van de VNG zie of lees ik weinig. Procesverbetering in de aanpak van de ondermijning is niet alleen een zaak van de politie, integendeel.” Tegengestelde belangen? [teamleider politie] : “Wij hebben nog niet een keer stekeligheden gehad. Voor de gemeente was het wel moeilijk hoor, want het was een enorm traag voorspel om te komen tot een preweeg document, dat nam wel anderhalf jaar in beslag. Maar neem een fictieve situatie dat de gemeente een fout heeft gemaakt met het verlenen van een vergunning. Wordt dat openlijk toegegeven of trekt men de handen er van af?" [medewerker belastingdienst] : “tja spanningsvol? Misschien moeten we alert zijn om ons niet te laten verdelen als we toe zijn aan het delen van het succes." [juridisch adviseur gemeente] [mailadres] 2.
- In 2015 heeft een doorzoeking ter inbeslagneming plaatsgevonden in woningen van [x] en [y] en bedrijfspanden waar de aan hen gelieerde vennootschappen zijn/waren gevestigd. De doorzoeking vond plaats in het kader van het Kangoo -onderzoek. Tijdens deze doorzoeking zijn verboden wapens gevonden. [y] is daarvoor op 11 juli 2016 door de strafrechter veroordeeld. 2.
- Op 28 juli 2016 is in het dagblad De Telegraaf een artikel gepubliceerd met de titel: ‘Uitzendbaas op de korrel voor fraude’. Daarin is geschreven: ‘De eigenaar van een groot vastgoed- en uitzend bedrijf in Noord-Nederland staat centraal in een omvangrijk onderzoek naar fraude en oplichting. [y]
(46)van de [bedrijf x en y] is nu ook veroordeeld voor wapenbezit. [y] staat vol in de schijnwerpers van het Openbaar Ministerie en politie, de FIOD en de gemeente Groningen. Die partijen doen onderzoek naar faillissementsfraude en oplichting, waarin [y] en de [bedrijf 1] een rol zouden spelen. De [bedrijf x en y] heeft uitzendbureaus, bezit een grote vastgoedportefeuille en levert financiële diensten. Ook verkoopt het navigatie-apparatuur. Het bedrijf is op verschillende plekken in Nederland actief. Bronnen binnen de opsporingsdiensten melden dat ook nadrukkelijk gekeken wordt naar geldstromen van Nederland naar Turkije en andersom. De broers [x] en [y] die het bedrijf bestieren hebben een Turkse achtergrond. Intimidatie Aanleiding voor een groot ’combi-onderzoek’ van deze partijen is onder andere een aangifte van oplichting door verschillende ondernemers. Aannemers verspijkerden in 2014 appartementencomplexen in Groningen, maar kregen hiervoor te weinig betaald. Ze leden tonnen verlies. De aannemers stapten naar de politie om niet alleen melding te doen van oplichting, maar ook omdat ze geïntimideerd zouden zijn door de opdrachtgevers toen ze om hun geld vroegen. De politie Noord-Nederland deed onderzoek en kwam uit bij een bedrijf in Rotterdam. Het onderzoeksteam liet vijf Rotterdammers en een Turkse vrouw arresteren, die als katvanger voor het bedrijf werkten. De rechercheurs speurden verder en ontdekten dat drie andere mannen nauw contact onderhielden met de aannemers en de zes arrestanten. Een van de mannen was de Groninger [y] Ze waren betrokken bij de aankoop van het Rotterdamse bedrijf dat inmiddels failliet is verklaard. Bij [y] thuis vond de politie een handvuurwapen. Bij medeverdachten trof de politie boksbeugels en een pistool aan. De Groninger rechtbank heeft [y] nu een werkstraf van 100 uur en een maand voorwaardelijke celstraf opgelegd. Daarmee kwam [y] er genadig van af. Het Openbaar Ministerie had drie maanden cel, waarvan één voorwaardelijk, geëist. Hij werd vrijgesproken van het bezit van een stroomstootwapen. „Het onderzoek naar fraude en oplichting is nog in volle gang. We kunnen er niets over zeggen”, aldus een woordvoerder van het OM Noord-Nederland. De broers [x] en [y] verhuisden in hun jeugd vanuit Turkije naar Oost-Groningen. Hier werden ze snel groot in de vastgoedsector en met de handel in speelautomaten. Ze zijn zakelijk zowel in Turkije als Nederland actief. De advocaat van [y] , [advocaat] , bevestigt dat de Groninger is veroordeeld en nu verdacht wordt van faillissementsfraude en oplichting. „We gaan wel in hoger beroep. Het wapen was niet van hem. Over de nieuwe verdenkingen kan ik niets zeggen, omdat we nog geen dossier hebben van het OM.” [y] kon niet reageren. Hij is op vakantie.’ 2.
- Diezelfde dag is op de website van RTV Noord een artikel geplaatst met de titel: ‘Vastgoedbaas centraal in groot fraudeonderzoek’, waarin is te lezen: ‘ [y] , de eigenaar van een groot vastgoed- en uitzendbedrijf in Noord-Nederland, staat centraal in een groot onderzoek naar oplichting en fraude. Dat meldt de Telegraaf donderdag. [y] verhuurt in de stad Groningen studentenkamers en appartementen. Handel en wandel Volgens de krant gaan Openbaar Ministerie (OM), politie, FIOD en de gemeente Groningen de handel en wandel van [y] na. Samen met zijn broer [x] staat hij aan het hoofd van de [bedrijf x en y] , die uitzendbureaus heeft, een grote vastgoedportefeuille bezit en financiële diensten levert. Volgens de Telegraaf is [y] ook veroordeeld voor wapenbezit, en wordt er ook gekeken naar geldstromen tussen Nederland en Turkije. De broers hebben een Turkse achtergrond.’ 2.
- Ook is op 28 juli 2016 op de website [website 3] een artikel verschenen met de titel: ‘Kijk. Rutte weer eens op de foto met een crimineel’. In dat artikel is onder meer geschreven: ‘ [y] , die samen met zijn broer het bedrijf [bedrijf x en y] bestiert, staat centraal in een groot onderzoek naar fraude, oplichting en verboden wapenbezit, waarbij nadrukkelijk gekeken wordt naar geldstromen tussen Nederland en Turkije. Verwacht je niet, van een uitzendbureau schuine streep vastgoedbedrijf schuine streep navigatieapparatuur verkoper. Typisch zo'n man waar Rutte graag mee op de foto gaat. De foto is gemaakt tijdens een handelsmissie naar Turkije in 2012, toen was dat allemaal nog okee. Blijkbaar. Toch enorm lullig dat zo’n foto dan nu in de aanloop naar de verkiezingen terug komt om je in de kont te bijten, Markie. Geassocieerd worden met Turkse boefjes in 2016, dat komt nooit goed uit.’ 2.
- Op 29 juli 2016 is in het Dagblad van het Noorden een artikel gepubliceerd met de titel: ‘Straf vastgoedbaas vanwege wapens’, waarin onder meer is te lezen: ‘De 46-jarige [y] van de [bedrijf x en y] uit Groningen is veroordeeld voor wapenbezit. De rechtbank legt hem 100 uur werkstraf en een maand voorwaardelijke celstraf op. [y] is eigenaar van een groot aantal panden, met name in de stad Groningen. Hij bestiert samen met zijn broer [x] de [bedrijf x en y] . Die heeft onder meer uitzendbureaus en levert financiële diensten. Het Openbaar Ministerie bevestigt dat de 46-jarige [y] is veroordeeld voor het bezitten van een vuurwapen en een stroomstootwapen. Het OM had drie maanden gevangenisstraf, waarvan een maand voorwaardelijk, geëist. De rechtbank maakte daar een werkstraf van honderd uur van. Ook hangt hem een maand voorwaardelijke celstraf boven het hoofd. Naast [y] werden ook […] veroordeeld voor wapenbezit. […] Advocaat [advocaat] ( [advocatenkantoor] ) zegt namens haar cliënt dat [y] in hoger beroep gaat. „Het wapen was niet van hem.” De vier mannen zijn ook nog verdachten in een omvangrijke zaak van oplichting en een faillissementsfraudeonderzoek. Niet alleen de politie doet onderzoek naar [y] , maar ook de gemeente Groningen en de FIOD. "Dat onderzoek is nog niet afgerond”, vertelt een OM- woordvoerster. Dat onderzoek draait onder meer om bouwfraude. In het jaar 2014 werd door een tiental (onder)aannemers aangifte gedaan van oplichting. De aannemers verrichtten werk aan appartementencomplexen van de [bedrijf x en y] in de stad Groningen, maar kregen na een tijdje niet meer betaald. Het werk aan de appartementen werd gedaan voor een Rotterdams bedrijf. Het vermoeden is dat dit bedrijf - gerund door katvangers - eigenlijk van [y] is om bouwfraude te plegen. Een deel van het geld voor de aannemers, het gaat om tonnen, zou zijn weggesluisd naar rekeningen in Turkije. Toen een aantal aannemers klaagden over de betalingsachterstanden, werden ze geïntimideerd om geen aangifte te doen.’ 2.
- In de HS-krant van 3 augustus 2016 is geschreven: ‘Vastgoedondernemer [y] heeft een werkstraf van 100 uur gekregen wegens wapenbezit. In het najaar van 2015 deden politie en FIOD een inval in een riante villa in Veendam. De werkstraf valt mee, in vergelijking met de eis van het Openbaar Ministerie. Het OM had een gevangenisstraf van drie maanden geëist. Tegen de [y] , die een groot aantal panden in Groningen bezit, loopt een onderzoek wegens een omvangrijke (faillissements) fraudezaak. In deze zaak zou een groot aantal bouwondernemingen zijn gedupeerd door [y] en een aantal anderen.’ 2.
- Op 26 augustus 2016 respectievelijk 2 september 2016 heeft de toenmalige burgemeester van Gemeente Groningen, de heer [burgemeester] (hierna: de burgemeester) de cafés [café 1] en [café 2] in [adres] te Groningen met een last onder bestuursdwang gesloten wegens het exploiteren zonder vergunning. Deze cafés werden gedreven in panden die in eigendom zijn/waren van [x] en [y] (althans van één van aan hen gelieerde vennootschappen). In bezwaar heeft de burgemeester die besluiten gehandhaafd. Het tegen deze besluiten ingestelde beroep bij de rechtbank is ongegrond verklaard. Het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank is door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (Afdeling) ongegrond verklaard zodat de besluiten in rechte vast staan. 2.
- Op 4 november 2016 heeft de burgemeester een bestuurlijke boete opgelegd aan [x] en [y] , althans aan één van aan hen gelieerde ondernemingen, wegens het verkopen van (alcoholische) drank aan een minderjarige. 2.
- [x] en [y] zijn op 13 januari 2017 in het kader van het Kangoo -onderzoek aangehouden op verdenking van oplichting en witwassen. 2.
- Op 18 januari 2017 heeft het college van burgemeester en wethouders van de Gemeente de voor (voornoemde) café [café 2] (inmiddels) verleende exploitatievergunning op grond van de Wet Bibob ingetrokken. Dit gebeurde naar aanleiding van een advies van Landelijk Bureau Bibob. In dat advies is geschreven dat aan [x] en [y] (althans aan één van aan hen gelieerde vennootschappen) twee naheffingsaanslagen/vergrijpboetes zijn opgelegd wegens het handelen in strijd met de Wet op de omzetbelasting en dat het vermoeden bestond dat valsheid in geschrifte was gepleegd met betrekking tot FIOD en het UWV gerelateerde feiten. Het besluit is onherroepelijk geworden. 2.
- Op 18 januari 2017 is een artikel in het Dagblad van het Noorden verschenen met de titel: ‘Vastgoedbroers [x en y] gearresteerd’. In dat artikel is geschreven: ‘De vastgoedbroers [x]
(48)en [y]
(47)[y] uit Groningen zijn afgelopen vrijdag gearresteerd door de politie. Ze worden verdacht van witwassen en oplichting. De broers [x en y] zijn maandag voorgeleid aan de rechter-commissaris. De afgelopen dagen zijn de twee door de recherche verhoord over hun rol bij het oplichten van onderaannemers bij bouwprojecten in Groningen. [x] en [y] worden in dat dossier, met de zaaknaam A39 , gezien als hoofdverdachten. [y] blijft nog zeker twee weken in de gevangenis. Zijn oudere broer [x] wordt morgen vrijgelaten, maar blijft wel verdachte. Waarom zijn broer wel blijft vastzitten, wil het Openbaar Ministerie niet zeggen. [x] woont het grootste deel van de tijd in Turkije. [x] en [y] zijn bekende Groningers. Op jeugdige leeftijd zijn ze vanuit Turkije verhuisd naar Oost- Groningen. Daar begonnen ze te bouwen aan hun vastgoed- en uitzendbedrijf in Noord-Nederland. Als eigenaars van de [bedrijf x en y] bezitten ze tientallen panden in de Groningse binnenstad en zitten ook in de gokautomatenhandel. Burgemeester [burgemeester] van Groningen noemt het onderzoek tegen de broers winst in de strijd tegen de 'ondermijnende criminaliteit’. [burgemeester] vindt dat verwevenheid van de boven- en onderwereld hard aangepakt moet worden: „Wij veronderstellen dat deze verdachten, die veel bezittingen hebben in Groningen, betrokken zijn bij criminele activiteiten. We moeten voorkomen dat crimineel verkregen geld geïnvesteerd wordt in de maatschappij.” Justitie doet al geruime tijd onderzoek naar de twee broers. Aanleiding zijn onder andere aangiftes in het najaar van 2014 van oplichting en intimidatie van meerdere onderaannemers. Deze onderaannemers verbouwden diverse appartementencomplexen in de binnenstad van Groningen voor de broers [x en y] , maar kregen te weinig of niet betaald. Toen ze daarover aan de bel trokken, werden ze bedreigd en geïntimideerd. De verdenking is dat dit namens [x] en [y] is gedaan. Daarvoor werden vorig jaar al drie mannen opgepakt die voor de broers zouden werken. Daarbij zijn ook wapens - waaronder een semi-automatisch pistool - in beslag genomen. De drie zijn daarvoor in 2015 veroordeeld. Ook [y] is vorig jaar bestraft voor het bezit van een vuurwapen en stroomstootwapen. Justitie vermoedt dat de broers zo’n 400.000 euro, bestemd voor de gedupeerde onderaannemers, hebben weggesluisd naar Turkije. [OM medewerker] van het OM bevestigt dat er een rechtshulpverzoek is ingediend bij justitie in Turkije. Er is gevraagd of de Turken willen onderzoeken wat er met het verdwenen geld is gebeurd. Deze bouwfraudezaak heeft ertoe geleid dat het vizier ook op andere bouwprojecten van de broers wordt gericht. Bouwvergunningen die de gemeente Groningen al aan het bedrijf heeft verstrekt, zouden opnieuw tegen het licht worden gehouden. Ook de Belastingdienst zou de bedrijven van de vastgoedbroers doorlichten.’ 2.19. In het Dagblad van het Noorden van 18 januari 2017 is nog een artikel gepubliceerd met de titel: ‘De haast ongrijpbare Broers [x en y] ’, waarin is te lezen: ‘Politie en justitie hebben de broers [x]
(48)en [y]
(47)al veel langer in het vizier. De zakenmannen leken ongrijpbaar. Maar nu zitten ze toch vast. [x] is 10 jaar als hij, samen met zijn familie, vanuit Turkije naar Nederland komt. Hij wordt, net zoals zijn anderhalf jaar jongere broer [y] , geboren in [geboorteplaats] , maar groeit op in Oost-Groningen. Als [x] 18 jaar is, besluit hij samen met zijn twee broers - onder wie [y] - een sportschool over te nemen. Verstand van deze business hebben ze niet. „Maar het is gewoon een kwestie van hard werken", zegt [x] in een interview in april 2014 aan de website [website 1] . Twee jaar na de sportschool nemen ze een shoarmazaak over. Al snel zijn dat er drie. En ook hier geldt het credo: met hard werken en snel leren kom je een heel eind. [x] en [y] bouwen samen - de derde broer haakt af- aan een imperium in Groningen. Ze nemen coffeeshop [bedrijf 5] over en verkopen die ook weer. Met het verdiende geld kopen de twee ondernemers panden in de binnenstad van Groningen. Voor verhuur aan studenten. Maar ze kopen ook cafés en braakliggende terreinen om toe te voegen aan de vastgoedportefeuille. Zo krijgen ze een groot deel van het vastgoed van de familie [naam 3] in handen. De activiteiten van de broers blijven niet beperkt tot vastgoed. Zo geven ze ook leiding aan een uitzendbureau en een bouwbedrijf: de [bedrijf x en y] . Ze trekken in die periode de aandacht van het Openbaar Ministerie en politie. Bij een inval in de woning van [y] in de wijk [wijk] treffen rechercheurs een oud-collega aan die het politiekorps moest verlaten vanwege dubieuze contacten en betrokkenheid bij wiethandel. De oud-rechercheur en [y] hebben samen korte tijd een vastgoedbedrijf. In februari 2003 vallen rechercheurs van het Interregionaal Fraude Team Noord-Nederland een pand van de broers [x en y] binnen. De verdenking is dat vanuit daar schijnfacturen voor advertenties worden verstuurd. Tot een veroordeling leidt het niet. Twee jaar later vliegen honderden matrassen op het terrein van de [bedrijf x en y] in brand. De schade loopt in de honderdduizenden euro’s. In die tijd hebben de Turkse politie en Nederlandse douane een transport met matrassen op de korrel. Het afleveradres: [bedrijf 1] in Groningen-zuid. Het vermoeden bestaat dat in de matrassen harddrugs zijn verstopt. De vrachtwagens worden gevolgd en doorzocht, maar drugs worden niet gevonden. [y] laat weten niets met de kwestie te maken hebben. „Elke gek kan mijn adres wel op de vrachtbrief zetten”, laat hij dan al optekenen. Wederom is er de verdenking, maar tot een strafzaak leidt het niet. De [bedrijf x en y] blijft groeien en wordt een grote speler in Groningen. De broers bezitten tientallen panden en richten het bedrijf [bedrijf 4] op, een Turkse variant op het autonavigatiesysteem TomTom. In het interview met [website 1] spreekt [x] de verwachting uit dat de omzet in dat jaar zal verdubbelen naar 20 miljoen euro. Om uiteindelijk in een aantal jaren op 100 miljoen uit te komen. Het is in dat jaar - eind 2014 - als meerdere onderaannemers aangifte doen bij de politie tegen de vastgoedbroers. De onderaannemers werken aan de bouw van appartementencomplexen van de broers in Groningen, maar krijgen hun geld niet. Als ze daar over klagen, worden ze volgens het Openbaar Ministerie geïntimideerd. Het is het begin van het A39 -onderzoek. Voor dat onderzoek wordt [y] in 2015 ook al opgepakt. Rechercheurs vinden in zijn woning wapens. Daarvoor wordt hij veroordeeld. Ook nemen rechercheurs computers van [y] in beslag. Het is onder meer met die informatie dat politie en justitie besluiten de twee vastgoedbroers op te pakken.’ 2.20. Op 18 januari 2017 is op de website van RTV Noord een artikel geplaatst met de titel: ‘Ze verdienen hun geld op een manier waar je grote vraagtekens bij kunt zetten’. In dat artikel is geschreven: ‘De Groningse vastgoedondernemers [x]
(48)en [y]
(47)verdienen hun geld op een manier waar je grote vraagtekens bij kunt zetten. Dat zegt burgemeester [burgemeester] van Groningen. Hij reageert daarmee op de arrestatie van de broers. Justitie verdenkt de eigenaren van de [bedrijf x en y] van witwassen en oplichting. De broers verdienen hun geld in de uitzendbranche en met de verkoop van telecomapparatuur. En ze zijn actief in het vastgoed, met name in de stad Groningen. 20.000 euro 'Het zijn broers die zich al lang manifesteren in onze samenleving. We moeten natuurlijk afwachten of ze veroordeeld worden, maar het is goed dat dit een keer gebeurt. Er zijn veel mensen de dupe van hen geworden', aldus [burgemeester] . Eén van de mensen die indirect met beide broers te maken heeft gehad is de voormalig eigenaar van een bouwbedrijf uit Drenthe. 'Ik ben voor twintigduizend euro het schip ingegaan', aldus de man die op verzoek anoniem wil blijven. Bouwmaterialen 'Ik werd ingehuurd door het inmiddels failliette [bedrijf 6] . Een onderaannemer, die wordt gezien als één van de stromannen van [x] en [y] Eén van de opdrachten staat de ondernemer nog helder voor de geest. Het ging om het huis van de dochter van de secretaresse van de [bedrijf x en y] , in [woonplaats] . 'Er moest een nieuwe buitenmuur gemetseld worden. Ook de schoorsteen moest vervangen worden. Ik heb toen de materialen geleverd. Dat was in 2013, de rekening van vierduizend euro staat nog altijd open.' Failliet De werkwijze doet denken aan het onderzoek van justitie in 2014 naar de bouw van een appartementencomplex in de binnenstad van Groningen. Een aantal aannemers kreeg niet of te weinig betaald. Het zou gaan om een bedrag van zo'n half miljoen euro. De gedupeerden deden aangifte van oplichting en intimidatie. Volgens het Dagblad van het Noorden werd de bouw gecoördineerd door een bedrijf uit Rotterdam. Het bedrijf is inmiddels failliet. Justitie vermoedt dat de verdachten daarin de hand hebben gehad. ‘Goed ingedekt’ Ook de voormalig eigenaar van het bouwbedrijf uit Drenthe werkte mee aan de bouw van het bewuste appartementencomplex. Hij deed geen aangifte en werd niet geïntimideerd, maar bleef wel met lege handen achter. 'Het ging om werkzaamheden aan het riool, dat was in
- Er moest een riolering aangelegd worden onder de bestaande fundering. De rekening van 1500 euro is nooit betaald.' Pogingen om zijn geld alsnog te krijgen zijn gestrand. 'De eigenaar van [bedrijf 6] is al meerdere keren failliet gegaan. En de opdrachtgevers aansprakelijk stellen? Dat heeft geen enkele zin. Die hebben zich goed ingedekt', aldus de voormalig eigenaar van het Drentse bouwbedrijf. Duidelijk signaal Het onderzoek naar de handel en wandel van de vastgoedbroers is volgens burgemeester [burgemeester] van Groningen een duidelijk signaal. 'We moeten de onder- en bovenwereld van elkaar scheiden. Ondermijnende criminaliteit is een activiteit die door politie. Openbaar Ministerie, gemeenten en belastingdienst gezamenlijk aangepakt moet worden. Wij zijn een relatief grote stad, wij weten dat het zich hier ook voordoet en we weten dat we de handen ineen moeten slaan om het te bestrijden.' 2.
- Diezelfde dag is nog een artikel gepubliceerd op de website van RTV Noord met de titel: ‘Vastgoedbroers [x en y] aangehouden voor witwassen en oplichting’. Daarin is te lezen: ‘De politie heeft afgelopen vrijdag de vastgoedbroers [x] en [y] uit de stad Groningen aangehouden. De broers van 48 en 47 jaar worden verdacht van witwaspraktijken en oplichting. Dat meldt Dagblad van het Noorden . Oplichting De broers zouden hoofdverdachte zijn van het oplichten van onderaannemers bij bouwprojecten in Groningen. Ze zijn maandag voorgeleid aan de rechtercommissaris en de afgelopen dagen verhoord. [x] en [y] zijn bekende ondernemers in Groningen. Als eigenaren van de [bedrijf x en y] bezitten ze tientallen panden in de stad en uitzendbureau's. Ze stonden in 2005 onder meer voor de rechter voor aquisitiefraude, maar gingen vrij-uit omdat de zaak te lang op de plank had gelegen. Volgens de krant wordt [x] morgen weer vrijgelaten, maar blijft zijn jongere broer [y] nog minstens twee weken vastzitten.’ 2.
- Verder is op 18 januari 2017 op de website [website 2] een artikel verschenen met de volgende inhoud: ‘Noordelijke witwasbroers in de cel [x] en [y] , eigenaars van een groot vastgoed- en uitzendbedrijf in het noorden van het land, zijn opgepakt op verdenking van witwassen. Ze zouden 400.000 euro hebben weggesluisd naar Turkije. Aannemers van een groot complex in Groningen voelden zich bedreigd door de broers, en kregen bovendien een half miljoen te weinig betaald. Ook andere bouwprojecten van de broers liggen nu onder het vergrootglas.’ 2.
- In het dagblad De Telegraaf is eveneens op 18 januari 2017 een artikel verschenen met de titel: ‘Witwasbroers opgepakt’. In dat artikel is geschreven: ‘De tweekoppige directie van een groot, noordelijk vastgoed- en uitzendbedrijf is afgelopen vrijdag opgepakt voor witwassen en oplichting. Justitie zoekt naar 400.000 euro die door de eigenaren [y] en [x] van de [bedrijf x en y] naar Turkije zou zijn gesluisd. [x]
(48)mag van de rechter-commissaris morgen weer naar huis, maar blijft verdachte, [y]
(47)blijft nog zeker twee weken vast. De laatste werd vorig jaar nog veroordeeld voor het bezit van een vuurwapen. De broers van de miljoenenonderneming die ook financiële diensten levert en telecomapparatuur verkoopt, zijn verdachten in een omvangrijk bouwfraude-onderzoek dat de naam A39 draagt. Centraal daarin staat de verbouwing van een groot appartementencomplex in Groningen in
- Aannemers kregen hiervoor te weinig betaald. Ze leden bijna een half miljoen euro verlies. De veertien aannemers voelden zich geïntimideerd door de broers [x en y] en enkele personen met eveneens een Turkse achtergrond, die op bijeenkomsten van de klagende ondernemers kwamen opdagen. De aannemers stapten naar de politie om aangifte te doen van oplichting en intimidaties. De politie pakte eerst zes man op van een Rotterdams bedrijf dat een coördinerende rol speelde bij de verbouwing in Groningen. [y] bleek betrokken bij de aankoop van dit bedrijf, dat inmiddels failliet is verklaard. Justitie vermoedt dat de broers daarin de hand hebben gehad. Er loopt nu een financieel onderzoek naar geldstromen van Nederland naar Turkije en andersom. Het onderzoek A39 is volgens de burgemeester van Groningen, [burgemeester] , een vuist tegen de ondermijnende criminaliteit. „Op een verkeerde manier verdiend geld vloeit weer terug in de maatschappij door allerlei schimmige constructies. We dulden dat niet en treden hard op tegen deze vorm van criminaliteit. Dit moet een duidelijk signaal zijn.” Volgens [burgemeester] onderzoekt het OM naast deze bouwzaak nog andere, mogelijk foute bouwprojecten van de broers.’ 2.
- Bij besluit van 20 januari 2017 heeft het college van burgemeester en wethouders twee omgevingsvergunningen ingetrokken die op 9 december 2013 aan [bedrijf 1] B.V. waren verleend. Het betrof een omgevingsvergunning voor de bouw van een woongebouw met horeca op de begane grond aan de [adres] te Groningen en een bouwvergunning voor de woning aan [adres] te Groningen. De omgevingsvergunningen werden ingetrokken naar aanleiding van een advies van het bureau Bibob. In dat advies is kort gezegd te lezen dat er een ernstig gevaar bestond dat voornoemde omgevingsvergunningen zouden worden gebruikt om uit gepleegde strafbare feiten verkregen of te verkrijgen voordelen te benutten en om strafbare feiten te plegen zoals bedoeld in artikel 3 lid 1 van de wet Bibob. In bezwaar heeft het bestuursorgaan de intrekking gehandhaafd. Het ingestelde beroep bij de rechtbank is ongegrond verklaard. Het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank is door de Afdeling ongegrond verklaard zodat de intrekking van de vergunningen in rechte vast staat. 2.
- Op de website van RTV Noord is op 24 januari 2017 een artikel geplaatst met de titel: ‘Autoriteiten samen ten strijde tegen vermenging boven- en onderwereld’. In dat artikel is te lezen: ‘De boven- en onderwereld in Noord-Nederland vermengen zich in toenemende mate. Er is grote zorg over bij de overheid en betrokken instanties. Die hebben besloten intensiever te gaan samenwerken bij de aanpak van ondermijnende criminaliteit, zoals grootschalige wiethandel of hangjongeren die dermate veel overlast veroorzaken dat buurtbewoners geen aangifte meer durven te doen. Kortom: criminaliteit die invloed heeft op het dagelijks leven. Betrokken gemeenten, politie, justitie en de belastingdienst werken samen om deze activiteiten te bestrijden. In een latere fase worden daar meer instanties bij betrokken. Broers [x en y] Bij twee grote zaken is de laatste tijd al intensief samengewerkt: het onderzoek naar de broers [x] en [y] in Groningen en de ontruiming van het clubhuis van [motorclub] . De broers [x en y] , eigenaren van een vastgoedbedrijf, werden recent aangehouden op verdenking van witwaspraktijken en oplichting. Onlangs bleek dat in Noord-Brabant de boven- en onderwereld steeds meer in elkaar schuiven. 'Dat is zeker in Noord-Nederland ook het geval. Niet zo erg als in het zuiden. Maar ook hier is het zo dat als we een paar tegels optillen, er nog een hoop ellende onderligt. Ook hier zijn criminele organisaties bezig zich een machtspositie te verwerven', licht plaatsvervangend hoofdofficier Noord-Nederland [hoofdofficier] toe. Zo'n vijftien groepen De politie schat in dat er in het Noorden zo'n grotere vijftien zaken zijn, waarbij sprake is van ondermijnende criminaliteit. Vaak wordt een deel van de opbrengst in de bovenwereld gestoken, zoals in onroerend goed. Zo worden de broers [x en y] ervan verdacht dat ze een deel van hun criminele winst in horecazaken in de stad Groningen hebben geïnvesteerd. Maatregelen overheid De gezamenlijke aanpak moet er toe leiden dat de criminele groepen niet alleen door justitie worden vervolgd, maar dat ook de lokale overheid maatregelen neemt. Zo heeft de gemeente Groningen inmiddels de bouwvergunningen voor twee panden van de broers [x en y] ingetrokken. Dat zou in een latere instantie ook met bijvoorbeeld horecavergunningen kunnen gebeuren. De samenwerkende overheden en instanties doen ook een beroep op bedrijven in de bovenwereld, die zaken met mogelijke criminelen doen. Zij moeten vaker melding gaan maken van verdachte omstandigheden. Daarbij gaat het onder meer om makelaars en notarissen.’ 2.
- In het Dagblad van het Noorden is op 25 januari 2017 een artikel verschenen met de titel: ‘Zorg over opmars onderwereld’, waarin is geschreven: ‘De overheid en opsporingsinstanties maken zich grote zorgen over de verwevenheid van de onder- en bovenwereld in Drenthe, Groningen en Friesland. Dat laten onder meer burgemeester [burgemeester] (gemeente Groningen), plaatsvervangend hoofdofficier van justitie Noord-Nederland [hoofdofficier] en directeur [directeur Belastingdienst Noord] van de Belastingdienst Noord weten. Volgens hen vermengen de boven- en onderwereld in Noord-Nederland zich steeds vaker. Momenteel lopen er in Drenthe, Groningen en Friesland vijftien grotere zaken waarbij sprake is van ondermijnende criminaliteit, vertelt [medewerker recherche Noord-Nederland] van de recherche Noord-Nederland. Criminelen kopen op grote schaal onroerend goed betaald uit de opbrengsten van wietplantages. Aanleiding voor de instanties om hun zorgen te uiten zijn de ontruiming van het clubhuis van motorbende [motorclub] in Emmen en het zogenaamde A39 -onderzoek naar de twee vastgoedbroers [x]
(48)en [y]
(47)[y] uit Groningen. In dat laatste geval bestaat het vermoeden dat crimineel verdiend geld wordt geïnvesteerd in bijvoorbeeld vastgoed. Daarom proberen politie en justitie niet alleen het ‘strafrechtelijke pad’ te bewandelen, maar juist ook bestuurlijk op te trekken met onder meer de gemeentes Groningen en Emmen. Ook de Belastingdienst wordt in deze onderzoeken in stelling gebracht. “Dat is een relatief nieuwe aanpak”, vertelt belastingbaas [directeur Belastingdienst Noord] . De broers [x en y] werden gearresteerd op verdenking van oplichting, bedreiging en witwassen. De gemeente Groningen heeft dat aangegrepen om twee al eerder afgegeven bouwvergunningen deze week in te trekken. In Noord-Brabant werd onlangs de noodklok geluid vanwege de verweving van de onder- en bovenwereld. Volgens hoofdofficier [hoofdofficier] zijn criminele organisaties ook in Drenthe, Groningen en Friesland bezig op die manier een machtspositie proberen te krijgen. “Het is niet zo erg als in het Zuiden, maar we zien het steeds vaker in ons gebied. We hebben meerdere gevallen waarbij we een paar tegels oplichten en op een hoop ellende stuiten.” Politie, justitie, belastingdienst en de gemeente Groningen gaan nauwer samenwerken om de opmars van de criminaliteit tegen te gaan. “We doen ook een beroep op andere partners zoals makelaars en notarissen om zich aan te sluiten”, aldus [hoofdofficier] .’ 2.27. Verderop in het Dagblad van het Noorden is voornoemd artikel als volgt vervolgd: ‘Na de arrestatie van de gebroeders [y] , de Groningse vastgoedeigenaren die verdacht worden van witwassen en oplichting, trekt de gemeente Groningen de registers open om hen bestuurlijk dwars te zitten. Onder- en bovenwereld scheiden Criminaliteit mag niet lonen. Onrechtmatig verworven geld mag niet worden geïnvesteerd in horecazaken of vastgoed om het 'schoon’ en 'wit' te krijgen. ,,We moeten de onder- en bovenwereld van elkaar scheiden", zegt burgemeester [burgemeester] van de gemeente Groningen. Daarom trekt [burgemeester] alles uit de kast tegen de vastgoed broers [x]
(48)en [y]
(47)[y] uit Groningen. “Er was als een tijdlang ongerustheid op het gemeentehuis over de handel en wandel van deze broers. We hebben alle informatie die we hadden verzameld en gedeeld met de politie, het Openbaar Ministerie en de Belastingdienst.” Witwassen en oplichting Dat leidde onder meer tot de arrestatie van de vastgoedbroers - [x] is inmiddels op vrije voeten - op vrijdag 13 januari. Ze worden verdacht van witwassen van crimineel geld en oplichting. De mannen zijn nog verdachten, benadrukt [burgemeester] . Dat maakt het des te opmerkelijker dat de instanties nu al zo specifiek naar de broers [x en y] durven te wijzen. Maar volgens [burgemeester] zijn er genoeg aanwijzingen om dat te kunnen doen. „Op basis van onze info hebben we inmiddels twee bouwvergunningen die de broers hadden gekregen ingetrokken. En we starten een integriteitsonderzoek om de broers [x en y] volledig door te lichten.” Vergunningen misbruiken De bouwvergunningen waren afgegeven voor panden aan [adres] en [adres] in Groningen. Het bureau BIBOB voert zo’n integriteitsonderzoek -het valt onder het ministerie van justitie- uit. BIBOB kijkt nu, op verzoek van [burgemeester] , of [x] en [y] vergunningen die ze hebben gekregen misbruiken voor criminele activiteiten. Het kan volgens de burgemeester van Groningen ertoe leiden dat hij besluit om bijvoorbeeld ook horecavergunningen van de broers [x en y] in te trekken. De [bedrijf x en y] van de broers [x en y] is een grote speler in Groningen. De broers geven leiding aan diverse bedrijven en bezitten meerdere (horeca-)panden. Het vermoeden is dat in ieder geval een deel met crimineel geld is verworven. Maar tot echte veroordelingen leidde dat nog niet. [y] is enkele maanden geleden wel veroordeeld voor vuurwapenbezit. Het geld volgen Ook de Belastingdienst doet mee met het onderzoek. „Zo kijken wij naar de geldstromen binnen hun bedrijven. Daarbij vragen we ons af wat de herkomst is en of dat wel klopt", legt directeur [directeur Belastingdienst Noord] van de Belastingdienst uit. Volgens burgemeester [burgemeester] is ondermijnende criminaliteit een groot probleem. ,,Er gaat veel geld in om. We kennen allemaal de winkeltjes waar nooit iemand komt, maar waar wel veel geld wordt verdiend. Criminelen proberen een imago te krijgen dat ze goed zijn voor de samenleving. Maar die beelden zijn vals. Zo worden panden gekocht met crimineel geld om een bepaalde positie in de normale maatschappij te verwerven. Dat moeten we niet willen." 2.28. Op 25 januari 2017 is de burgemeester geïnterviewd door OOG TV . In dat interview is onder meer door de verslaggever van OOG TV en de burgemeester het volgende gezegd: ‘verslaggever: Burgemeester [burgemeester] maakt zich grote zorgen over de onderwereld in de stad. De onderwereld wordt steeds meer verweven met de reguliere zakenwereld. Ogenschijnlijk nette bedrijven blijken soms iets anders te zijn. Als voorbeeld wordt genoemd [bedrijf 7] . De gebroeders [naam 1] zijn onlangs gearresteerd. Ze worden verdacht van het witwassen van geld verdiend met de handel van wiet en van oplichting en het bezit van vuurwapens. De broers bezitten veel vastgoed in de stad, ze verhuren horeca gelegenheden, maar ook appartementen en exploiteren een uitzendbureau. de burgemeester: Naar aanleiding van wat er nu is gebeurd en ook naar aanleiding van Bibob onderzoeken hebben wij twee vergunning die waren verleend aan hen, hebben wij ingetrokken. Wij weten ook dat er verschillende onroerend goed posities zijn waarin horeca wordt uitgeoefend en daar wordt extra onderzoek naar gepleegd. […] Ik vind het sowieso gevaarlijk als men investeert met crimineel geld in bijvoorbeeld het onroerend goed dan weet je dat dat onroerend goed straks in de positie dreigt te komen waarbij vandaaruit weer verkeerde dingen gebeuren. Het is een soort rollercoaster wat als het ware in de samenleving wordt uitgerold. Er worden mensen die in niet kansrijke posities verkeren in wijken worden meegesleept in het gemakkelijk verdienen van crimineel geld. Kijk maar eens naar de drugshandel, dan zie je wat er nu met de jeugd gebeurt. Ik vind dat eerlijk gezegd heel verontrustend als we hier niet proberen hier naar vermogen iets aan te doen. […] Soms dan blijft het helemaal in het verborgene en soms dan merken we dat daar echts iets naar boven komt, bijvoorbeeld als het gaat om motorclubs. Dan zien we toch ook dat daar een hele wereld achter zit, die he voor ons eigenlijk een soort black box is. Nou zo zijn er meer van dat soort werelden. Wij zien dat dat relatief groot is, het is gemakkelijk voor mensen om zich daardoor te laten beïnvloeden en dat werk dan als zodanig ontwrichtend op de samenleving. […] Alle informatie die beschikbaar is, of bij de belastingdienst of bij ons of bij anderen zodanig naast elkaar leggen dat je daar goede conclusie uit kunt trekken. Als we dat bij meer zaken zouden doen, dan zouden we ook achter veel meer onrecht komen.’ 2.29. Op 26 januari 2017 heeft mr. [toenmalige advocaat] , de toenmalige advocaat van [x] een persverklaring uitgebracht. Daarin is onder meer geschreven: ‘In gezamenlijk overleg met de politie en de Belastingdienst tracht de gemeente Groningen een vermeende bouwfraude aan te pakken door de betrokken verdachten te criminaliseren en hun imagoschade toe te brengen. Burgemeester [burgemeester] : "Ze verdienen hun geld op een manier waar je grote vraagtekens bij kunt hebben". Deze aanpak van de gemeente Groningen blijkt uit een openbaar document getiteld "Half werk van de politie is soms al genoeg", dat gepubliceerd is op de website van de Politie Academie. […] Deze zaak kwam vorige week in het nieuws toen burgemeester [burgemeester] in een radiointerview met RTV Noord reageerde op de arrestatie van de twee broers. Deze vastgoedondernemers verdienen volgens de burgemeester hun geld "op een manier waar je grote vraagtekens bij kunt hebben". "Er zijn veel mensen de dupe van hen geworden", aldus burgemeester [burgemeester] . Dat de burgemeester daarmee vooruitloopt op de afloop van de strafzaak is opmerkelijk, temeer nu [x] inmiddels is ontslagen uit voorlopige hechtenis omdat de rechtbank oordeelde dat er tegen hem geen ernstige bezwaren bestaan. De advocaat van [x] , mr. [toenmalige advocaat] , ziet een verband tussen de publieke uitlatingen van de burgemeester en het gemeentelijke beleid om [x] en zijn broer [y] te criminaliseren en hen imagoschade toe te brengen: "Burgemeester [burgemeester] heeft met zijn interview grote schade toegebracht aan mijn cliënt en diens bedrijven. Kennelijk is dat onderdeel van een vooropgezet plan van de gemeente, de Belastingdienst en de politie. Dit is een vorm van eigenrichting die in een rechtsstaat niet past. Mijn cliënt overweegt juridische stappen tegen de burgemeester." 2.30. Op 27 januari 2017 is de burgemeester geïnterviewd door RTV Noord , waarin onder meer het volgende door de verslaggever van RTV Noord en de burgemeester is gezegd: ‘de burgemeester: Het gaat om invloeden op onze samenleving die wij gewoon echt als apert slecht ervaren. Wij vinden ook dat wij daar relatief open over moeten zijn. verslaggever: Maar u zet ze weg als criminelen. de burgemeester: Nou, ik zeg dat zij in verkeerde circuits en op een verkeerde manier hun geld verdienen. Uiteindelijk moet een rechter erover uitspreken hoe crimineel dat is, dat doe ik niet. verslaggever: Had u niet beter op een uitspraak van de rechter kunnen wachten voordat u die uitspraken deed? de burgemeester: Nou, ik denk van niet, omdat het is nu actueel. De informatie was al in belangrijke mate bekend. Ik ben er zeker van dat de media er sowieso over geschreven hadden. verslaggever: Maar zo werkt onze rechtsstaat toch niet? de burgemeester: Onze rechtsstaat werkt zo dat mensen pas veroordeeld zijn als de rechter ze veroordeeld heeft en dat respecteer ik ook volkomen. verslaggever: Maar u loopt het risico dat u straks bakzeil moet halen, omdat de heren niet veroordeeld worden. de burgemeester: Ik acht dat risico niet zo heel groot. verslaggever: Daar stuurt de advocaat van een van de broers wel op aan. Van, mocht dat gebeuren, ja dan heeft de burgemeester toch een probleem, dan zullen wij een juridische procedure starten. de burgemeester: Ja, ik begrijp dat de advocaat op dit moment daaraan refereert en ik respecteer het feit dat hij zijn cliënten verdedigt. verslaggever: Nog even over dat namen en shamen voorafgaand aan een rechtszaak. Ik bedoel, is dat een bewuste keuze? de burgemeester: Het is niet een bewuste keuze om mensen zwart te maken. Het is wel een bewuste keuze om in belangrijke kwesties die zich voordoen, in dit geval hier in Groningen, om daar zoveel mogelijk als het kan openheid van zaken over te geven aan de samenleving. verslaggever: Ja, want ik bedoel ze ondervinden nu al de nadelige gevolgen van uw uitspraken in de vorm van imagoschade en zakelijke relaties die afhaken. de burgemeester: Ik zou zeggen, zij ondervinden vooral de nadelige gevolgen van de manier waarop zij zelf bezig zijn en ik ben ervan overtuigd dat al die mensen die nu hun zakelijke relatie met de betrokken mensen veranderen, dat niet doen op basis van mijn uitspraken, maar op basis van wat zij zelf daarvan vinden.’ 2.31. In het Dagblad van het Noorden van 28 januari 2017 is een artikel geplaatst met de titel: ‘Burgemeester [burgemeester] niet onder de indruk van vastgoedbroers’. In dit artikel is geschreven: ‘Burgemeester [burgemeester] van de gemeente Groningen is niet onder de indruk van de verwijten van [x] en zijn advocaat. De 48-jarige [x] en zijn broer [y] werden twee weken geleden gearresteerd voor witwassen, fraude en oplichting. De burgemeester plaatste vervolgens vraagtekens bij de manier waarop de vastgoedbroers [x en y] hun geld verdienen en gaf aan dat het vermoeden bestaat dat een deel van dat mogelijk criminele geld in vastgoed werd geïnvesteerd. [x] , inmiddels op vrije voeten, reageerde woest. Hij vindt dat hij en zijn broer worden gecriminaliseerd. [burgemeester] zegt niet te willen treden in een uitspraak van de strafrechter. “Als burgemeester kan ik wel een aantal maatregelen nemen, waaronder het intrekken van vergunningen. Dat gebeurt op basis van onderzoek. Dat is nu ook gebeurd.” [toenmalige advocaat] , advocaat van [x] vindt dat [burgemeester] vooruitloopt op de strafzaak. Hij wijst daarbij op een verslag van de Politie Academie waarbij de zaak van de broers [x en y] wordt besproken. Zwart-op-wit staat dat het doel van de gemeente Groningen, politie en Belastingdienst is om het imago van [x] en [y] kapot te maken en hen te criminaliseren. Het verslag van de Politie Academie kende [burgemeester] niet. “Het was eigenlijk niet voor de openbaarheid wat daar staat’, erkent hij. Maar al te zwaar tilt hij er ook niet aan. “De informatie was grotendeels bekend en wij hebben natuurlijk ook info verzameld over die mensen. Ik heb twee bouwvergunningen van deze mensen weer ingetrokken en er is een integriteitsonderzoek gedaan.” De burgervader peinst er niet over zijn uitspraken terug te nemen. “Ik respecteer dat de advocaat opkomt voor zijn cliënt, maar wij vinden dat deze heren zich mengen in onze samenleving op een manier die wij niet willen. Zij verdienen onder andere op criminele wijze hun geld. Zij ondervinden nu nadelige gevolgen van de manier waarop zij nu bezig zijn.” Advocaat [toenmalige advocaat] zegt een claim in te dienen als de broers [x en y] bij de rechter worden vrijgesproken.’ 2.32. In februari 2017 heeft het bedrijf [bedrijf 8] B.V. (hierna: [bedrijf 8] ) aan [de failliete b.v.] medegedeeld dat zij de samenwerking die zij met [de failliete b.v.] had, wilde beëindigen. [bedrijf 8] was destijds de enige externe opdrachtgever van [de failliete b.v.] . [x] heeft daarover op 8 februari 2017 een e-mail naar de heer [naam 1 verbonden aan bedrijf 9] , destijds verbonden aan [bedrijf 8] , verzonden. In die e-mail heeft hij onder meer geschreven: ‘Naar aanleiding van ons gesprek afgelopen vrijdag, waarin jij en [naam 2 verbonden aan bedrijf 9] mij hebben meegedeeld niet verder te willen met [de failliete b.v.]. vanwege de publicaties in de media omtrent ons bedrijf, wil ik graag hetgeen is besproken hieronder vastleggen. Jullie hebben aangegeven, dat jullie afnemers voor meer dan 50% uit grote landelijke en internationale ketens, zoals McDonalds en Unilever, bestaan, die hoge eisen stellen aan hun leveranciers. Door middel van audits in opdracht van die afnemers worden jullie zeer grondig gecontroleerd op voedselveiligheid en kwaliteit. Behalve de herkomst van het pluimvee, het door de leveranciers gebruikt veevoer et cetera, schijnt kennelijk ook gekeken te worden naar het ingeleende personeel. Jullie hebben aangegeven je zorgen te maken omtrent het effect van de publicaties in de media en uitspraken, die onder andere door de burgemeester van Groningen, dhr. [burgemeester] zijn gedaan over mijn broer en mij en daarmee indirect over [de failliete b.v.] , op die audits. In dat kader is mij meegedeeld dat [bedrijf 8] wenst te stoppen met de samenwerking. […] Ik distantieer mij volledig van hetgeen in de media wordt gesteld en herken mij, maar ook mijn broer, daar totaal niet in. […] Ik hoop dat jullie je beslissing nog ongedaan kunnen en willen maken. Wij worden veroordeeld zonder enig vorm van proces en mogelijkheid tot verdediging. Met het oog op die bijna 20 jaren van goede samenwerking en verstandhouding, iets onbegrijpelijks. Indien [bedrijf 8] toch op het standpunt blijft staan, verzoek ik jullie ons schriftelijk melding te doen van de reden van het stoppen van de samenwerking, maar tegelijkertijd toch ook te wijzen op die goede partnerschap.’ 2.33. Bij brief van 9 februari 2017 heeft [naam 2 verbonden aan bedrijf 9] , (destijds) verbonden aan [bedrijf 8] , namens [bedrijf 8] als volgt op voornoemde e-mail van 8 februari 2017 gereageerd: ‘De afgelopen weken zijn zowel [naam 2] als ik benaderd door enkele relaties/klanten die gevraagd hebben naar de relatie van de [bedrijf 8] met [de failliete b.v.] . Hieruit is duidelijk naar voren gekomen dat onze zakelijke relatie nadelige gevolgen en risico's oplevert. Ik heb je verteld dat ik met de [bedrijf 8] midden in een overname traject zit met [naam 2] en dit proces op geen enkele wijze wil laten verstoren en/of risico wil lopen dat er klanten afhaken. Naar aanleiding van voorgaande heb ik je verteld dat we uit elkaar gaan en stoppen met de samenwerking. We hebben gesproken over de datum van 1 maart 2017. Ik heb je toegezegd dat we ons uiterste best zullen doen jouw medewerkers bij een lokaal uitzendbedrijf onder te brengen en naar de mogelijkheid te kijken om als [bedrijf 8] medewerkers over te nemen. Hiervoor heb ik [naam 1 verbonden aan bedrijf 9] gevraagd dit namens [bedrijf 8] in werking te stellen. Tevens zouden jullie onderling afstemmen op welke wijze de medewerkers zo snel mogelijk geïnformeerd worden. Ik heb ook in ons gesprek aangegeven dat wij de situatie betreuren en ondanks alle publicaties en media-aandacht zelf geen oordeel hebben en ook niet willen oordelen over jou persoonlijk of [de failliete b.v.] . Zelf zie ik terug op een goede en prettige samenwerking waarvoor ik je ook wil bedanken.’ 2.34. Op 6 april 2017 heeft de algemene vergadering van aandeelhouders van [de failliete b.v.] besloten om het faillissement van [de failliete b.v.] aan te vragen. Op 10 april 2017 is de eigen aangifte tot faillietverklaring ontvangen door de rechtbank Noord-Nederland, locatie Groningen. 2.35. Bij vonnis van 25 april 2017 van de Rechtbank Noord-Nederland, locatie Groningen, is [de failliete b.v.] in staat van faillissement verklaard met benoeming van de curator als zodanig. 2.36. Bij arrest van 20 november 2017 van het Hof Arnhem-Leeuwarden is [y] in hoger beroep veroordeeld voor verboden wapenbezit. 2.37. In 2019 zijn [x] en [y] als feitelijk leidinggevenden van [bedrijf 9] B.V. vervolgd voor belastingfraude. Volgens het Openbaar Ministerie hadden [x] en [y] namens [bedrijf 9] B.V. opzettelijk onjuist of onvolledig aangifte gedaan van Omzetbelasting. Bij vonnis van 3 oktober 2019 heeft de Noordelijke Fraudekamer van Rechtbank Noord-Nederland, locatie Leeuwarden, [x] en [y] vrijgesproken. Het vonnis is onherroepelijk geworden. 2.38. In 2021 zijn [x] (als (indirect) bestuurder van [bedrijf 10] B.V. en [bedrijf 2] B.V.) en [y] (als gevolmachtigde van die vennootschappen) vervolgd voor oplichting en faillissementsfraude in het kader van het Kangoo -onderzoek. Volgens het Openbaar Ministerie hadden [x] en [y] een aantal (onder)aannemers die betrokken was bij de bouw van de appartementen aan [adres] en [adres] te Groningen, opgelicht en als bestuurders van [bedrijf 3] B.V. geen deugdelijke administratie gevoerd. Bij vonnis van 25 november 2021 heeft de Noordelijke Fraudekamer van Rechtbank Noord-Nederland, locatie Groningen, [x] en [y] vrijgesproken. Ook dit vonnis is onherroepelijk geworden. 2.39. In 2021 heeft mr. [toenmalige advocaat] , de toenmalige advocaat van [x] , [y] en de aan hen gelieerde vennootschappen, de Gemeente aansprakelijk gesteld voor de schade die zij menen te hebben geleden door de volgens hen door de Gemeente uitgevoerde ‘lastercampagne’ tegen hen. In 2024 heeft de curator datzelfde standpunt ingenomen namens [de failliete b.v.] . De Gemeente heeft aansprakelijkheid van de hand gewezen. 3Het geschil 3.1. De curator vordert dat de rechtbank bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad: I. voor recht verklaart dat de Gemeente onrechtmatig heeft gehandeld en schadeplichtig is, zowel jegens de failliete boedel als jegens de gezamenlijke schuldeisers; II. de Gemeente veroordeelt tot vergoeding van de door de failliete boedel en door de gezamenlijke schuldeisers geleden en nog te lijden schade, op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet, en te vermeerderen met wettelijke rente vanaf de dag der dagvaarding tot aan die der algehele voldoening; III. de Gemeente veroordeelt tot betaling van een voorschot op de door de boedel en de gezamenlijke schuldeisers geleden schade ten bedrage van € 318.883,65; IV. de Gemeente veroordeelt in de kosten van deze procedure, onder bepaling dat indien deze kosten niet binnen veertien dagen na de dag, waarop dit vonnis is gewezen aan de curator is voldaan, daarover vanaf de veertiende dag wettelijke rente verschuldigd is en te vermeerderen met de nakosten. 3.2. De Gemeente voert verweer. De Gemeente concludeert tot niet-ontvankelijkheid van de curator, dan wel tot afwijzing van de vorderingen van de curator, met uitvoerbaar bij voorraad te verklaren veroordeling van de curator in de kosten van deze procedure, te vermeerderen met de wettelijke rente. 4De beoordeling Kern van het geschil 4.1. De curator stelt dat de Gemeente onrechtmatig jegens [de failliete b.v.] heeft gehandeld, omdat de burgemeester in de media uitlatingen heeft gedaan over [x] en [y] die (onder meer) in strijd zijn met het recht op eer en goede naam (artikel 8 Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens, EVRM) en die de onschuldpresumptie (artikel 6 lid 2 EVRM) schenden. Daardoor heeft de Gemeente volgens de curator in strijd gehandeld met maatschappelijke zorgvuldigheidsnormen als bedoeld in artikel 6:162 lid 2 van het Burgerlijk Wetboek (BW). De curator stelt dat de uitlatingen van de burgemeester over [x] en [y] ook onrechtmatig jegens [de failliete b.v.] zijn en kunnen worden toegerekend aan de Gemeente. De curator wijst ter onderbouwing van zijn stelling niet alleen naar (een aantal van) de in de feiten aangehaalde artikelen uit de media, maar ook naar het stuk ‘Half werk van de politie is soms al genoeg’ (r.o. 2.7.). Volgens de curator is het stuk opgesteld binnen RIEC-verband en volgt uit het stuk dat het de bedoeling was om [x] en [y] , en daarmee de aan hen gelieerde vennootschappen, schade toe te brengen. De curator stelt dat [de failliete b.v.] door de onrechtmatige gedraging van de Gemeente failliet is gegaan en daardoor schade heeft geleden. 4.2. De Gemeente betwist dat er een plan was om schade aan [x] en [y] en de aan hen gelieerde vennootschappen toe te brengen en betwist dat de uitlatingen van de burgemeester onrechtmatig zijn. Bovendien bestaat er volgens de Gemeente geen causaal verband tussen de volgens de curator gedane onrechtmatige uitlatingen en de door hem gestelde schade. Tot slot betwist de Gemeente de omvang van de door de curator gestelde schade. 4.3. De rechtbank laat in het midden of (uit het stuk ‘Half werk van de politie is soms al genoeg’ volgt dat) de Gemeente (binnen RIEC-verband) het plan had om [x] en [y] en de aan hen gelieerde vennootschappen schade toe te brengen, omdat het blijkens de stellingen van de curator er in de kern genomen om gaat of de uitlatingen van de burgemeester in de media onrechtmatig zijn. De rechtbank acht een aantal uitlatingen van de burgemeester onrechtmatig. De curator heeft naar het oordeel van de rechtbank echter onvoldoende onderbouwd dat [de failliete b.v.] door die uitlatingen schade heeft geleden. De rechtbank zal hierna – na uiteenzetting van het juridische kader – motiveren hoe zij tot dit oordeel is gekomen. Toetsingskader 4.4. Hij die jegens een ander een onrechtmatige daad pleegt, welke hem kan worden toegerekend, is verplicht de schade die de ander dientengevolge lijdt, te vergoeden (artikel 6:162 lid 1 van het BW). Als onrechtmatige daad worden aangemerkt (
- a)een inbreuk op een recht, (
- b)een doen of nalaten in strijd met een wettelijke plicht of (
- c)een doen of nalaten in strijd met hetgeen volgens ongeschreven recht in het maatschappelijk verkeer betaamt, een en ander behoudens de aanwezigheid van een rechtvaardigingsgrond (artikel 6:162 lid 2 BW). 4.5. Een uitlating (in de media) is allereerst onrechtmatig indien het recht op eerbiediging van de eer en goede naam van degene over wie de uitlating gaat (artikel 10 Grondwet en artikel 8 EVRM) in het concrete geval zwaarder weegt dan het recht op vrijheid van meningsuiting van degene die de uitlating doet (artikel 7 Grondwet en artikel 10 EVRM). 4.6. Welke van deze rechten zwaarder weegt, hangt af van de omstandigheden van het geval. De Hoge Raad heeft als in aanmerking te nemen omstandigheden genoemd: de aard van de gepubliceerde verdenkingen en de ernst van de te verwachten gevolgen voor degene op wie de verdenkingen betrekking hebben, de ernst - bezien vanuit het algemeen belang - van de misstand welke de publicatie aan de kaak beoogt te stellen, de mate waarin ten tijde van de publicatie de verdenkingen steun vonden in het toen beschikbare feitenmateriaal, e inkleding van de verdenkingen, gezien in verhouding tot de onder a tot en met c genoemde factoren, de mate van waarschijnlijkheid dat, ook zonder de verweten publicatie, het nagestreefde doel langs andere, voor de wederpartij minder schadelijke wegen met een redelijke kans op spoedig succes bereikt had kunnen worden, en een mogelijke beperking van het door de perspublicatie te veroorzaken nadeel voor degene die erdoor wordt getroffen, in verband met de kans dat het betreffende stuk, ook zonder de verweten terbeschikkingstelling aan de pers, in de publiciteit zou zijn gekomen. Deze opsomming is niet limitatief: alle relevante omstandigheden moeten worden meegewogen. 4.7. Daarnaast zijn uitlatingen van overheidsfunctionarissen (per definitie) onrechtmatig indien deze inbreuk maken op artikel 6 lid 2 EVRM (onschuldpresumptie). In dat artikel is het recht gewaarborgd dat eenieder tegen wie een vervolging is ingesteld, voor onschuldig wordt gehouden totdat zijn schuld in rechte is komen vast te staan. Met betrekking tot de vraag of sprake is van een inbreuk op het door artikel 6, lid 2 EVRM gewaarborgde recht heeft de Hoge Raad het volgende overwogen: “Of van een dergelijke inbreuk sprake is dient te worden beoordeeld aan de hand van alle omstandigheden van het geval. Ten aanzien van het antwoord op de vraag wanneer die inbreuk kan worden aangenomen, heeft het Europese Hof voor de Rechten van de Mens zijn vaste rechtspraak als volgt samengevat: "(...) respect for the presumption of innocence requires that the authorities use all the necessary discretion and circumspection [see Allenet de Ribemont v. France, judgment of 10 February 1995, Series A no. 308, p. 17, § 38]. Article 6 § 2 will be violated if a statement of a public official concerning a person charged with a criminal offence reflects an opinion that he is guilty before he has been proved so according to law. It suffices, even in the absence of any formal finding, that there is some reasoning to suggest that the official regards the accused as guilty. In this respect, the Court has emphasised the importance of the choice of words by public officials in their statements to the press before a person has been tried and found guilty of an offence (Daktaras v. Lithuania, no. 42095/98, §§ 41 and 44, ECHR 2000-X, and Butkevicius v. Lithuania, judgment quoted above, §§ 49-50)."” Uit de jurisprudentie van het Europese Hof voor de Rechten van de Mens volgt voorts dat artikel 6 lid 2 EVRM geldt voor verklaringen van overheidsfunctionarissen met betrekking tot lopende strafrechtelijke onderzoeken die het publiek ertoe aanzetten de verdachte schuldig te achten en vooruitlopen op de beoordeling van de feiten door de bevoegde rechterlijke autoriteit. Onrechtmatige uitlatingen burgemeester 4.8. De uitlatingen van de burgemeester in de media hebben betrekking op [x] en [y] . De Gemeente heeft onweersproken gelaten dat die uitlatingen ook [de failliete b.v.] raken en in zoverre ook onrechtmatig jegens [de failliete b.v.] kunnen zijn. Ook is niet betwist dat de uitlatingen van de burgemeester kunnen worden toegerekend aan de Gemeente. 4.9. De rechtbank is van oordeel dat een aantal uitlatingen van de burgemeester de onschuldpresumptie van [x] en [y] schenden en dus onrechtmatig zijn jegens [x] en [y] en daarmee [de failliete b.v.] . De overige uitlatingen die de curator aanhaalt zijn ofwel grensgevallen, maar naar het oordeel van de rechtbank niet onrechtmatig, danwel niet onrechtmatig, zodat deze verder buiten beschouwing blijven. 4.10. De volgende uitlatingen zijn naar het oordeel van de rechtbank onrechtmatig: - ‘ ‘Wij veronderstellen dat deze verdachten, die veel bezittingen hebben in Groningen, betrokken zijn bij criminele activiteiten. We moeten voorkomen dat crimineel verkregen geld geïnvesteerd wordt in de maatschappij’ ( Dagblad van het Noorden , 18 januari 2017 , r.o. 2.18.); - ‘ ‘Het zijn broers die zich al lang manifesteren in onze samenleving. We moeten natuurlijk afwachten of ze veroordeeld worden, maar het is goed dat dit een keer gebeurt. Er zijn veel mensen de dupe van hen geworden’, aldus [burgemeester] .’ ( RTV Noord , 18 januari 2017 , r.o. 2.20); - ‘ ‘Op een verkeerde manier verdiend geld vloeit weer terug in de maatschappij door allerlei schimmige constructies. We dulden dat niet en treden hard op tegen deze vorm van criminaliteit. Dit moet een duidelijk signaal zijn.’ ( De Telegraaf , 18 januari 2017 , r.o. 2.23); - ‘ ‘Burgemeester [burgemeester] : Nou, ik zeg dat zij in verkeerde circuits en op een verkeerde manier hun geld verdienen. Uiteindelijk moet een rechter erover uitspreken hoe crimineel dat is, dat doe ik niet. de verslaggever: Maar u loopt het risico dat u straks bakzeil moet halen, omdat de heren niet veroordeeld worden. de burgemeester [burgemeester] : Ik acht dat risico niet zo heel groot.’ (interview RTV Noord , 27 januari 2017 , r.o. 2.30); - ‘ ‘Ik respecteer dat de advocaat opkomt voor zijn cliënt, maar wij vinden dat deze heren zich mengen in onze samenleving op een manier die wij niet willen. Zij verdienen onder andere op criminele wijze hun geld. Zij ondervinden nu nadelige gevolgen van de manier waarop zij nu bezig zijn.’ ( Dagblad van het Noorden , 28 januari 2017, r.o. 2.31). 4.11. De burgemeester heeft voornoemde uitlatingen in de media gedaan naar aanleiding van (vragen omtrent) de arrestatie van [x] en [y] in het Kangoo -onderzoek. Daarbij heeft hij naar het oordeel van de rechtbank als feit gepresenteerd dat [x] en [y] schuldig waren aan de strafbare feiten waarvoor zij waren aangehouden in het Kangoo -onderzoek, terwijl een rechter zich daarover nog niet had uitgelaten. De opmerkingen dat ‘het goed zou zijn als [x] en [y] een keer veroordeeld zouden worden’, dat ze ‘in verkeerde circuits en op een verkeerde manier geld verdienen’ (of woorden van gelijke strekking) en dat de burgemeester ‘het risico niet zo heel groot acht’ dat [x] en [y] niet veroordeeld zouden worden, schenden zo evident de onschuldpresumptie van [x] en [y] , dat dit verder geen toelichting behoeft. De toevoeging van de burgemeester dat de rechter uiteindelijk moet beslissen ‘hoe crimineel dat is’ (rechtbank: het in criminele circuits op verkeerde manier geld verdienen), doet daaraan niet af. Met de opmerking ‘hoe’ crimineel impliceert de burgemeester zelfs dat het criminele handelen van [x] en [y] al vast staat , en dat slechts de ernst daarvan nog door de rechter moest worden vastgesteld. 4.12. Ook de uitlating van de burgemeester dat hij ‘veronderstelt’, oftewel voor waar aanneemt, dat [x] en [y] betrokken zijn bij criminele activiteiten en dat ‘voorkomen moet worden dat crimineel verkregen geld geïnvesteerd wordt in de maatschappij’, schendt de onschuldpresumptie van [x] en [y] . Die laatste zin is geen algemene opmerking, zoals de Gemeente lijkt te bepleiten, maar slaat op de ‘criminele activiteiten’ waar [x] en [y] volgens de burgemeester bij betrokken waren. Verder is de opmerking dat [x] en [y] zich ‘mengen in onze samenleving op een manier die wij niet willen’ schendt de onschuldpresumptie, omdat de burgemeester ‘die manier’ verduidelijkt door daaraan toe te voegen dat [x] en [y] ‘onder andere op criminele wijze hun geld verdienen’. Tot slot geldt dit ook voor de opmerking ‘dat veel mensen de dupe van hen zijn geworden’. Volgens de Gemeente was die opmerking juist en gerechtvaardigd, gelet op de aangiftes van oplichting door de onderaannemers in het Kangoo -onderzoek (r.o. 2.6.). Die rechtvaardiging bestond er naar het oordeel van de rechtbank (juist) niet, aangezien er slechts aangiftes waren gedaan en een rechter zich nog niet had uitgelaten over de vraag of [x] en [y] schuldig waren aan oplichting en daardoor ‘mensen de dupe van hen zijn geworden’. 4.13. De Gemeente betoogt verder dat de uitlatingen moeten worden bezien in het licht van de informatieverplichting van de burgemeester ten aanzien van door hem in die periode (eind 2016/januari 2017) genomen (Bibob)besluiten en dat daarom – zo begrijpt de rechtbank het standpunt – de uitlatingen niet onrechtmatig zijn. Ook daar gaat de rechtbank aan voorbij. Dat de burgemeester in die periode via de media het publiek wilde (of moest) informeren over de (Bibob)besluiten die hij had genomen, doet niet af aan het feit dat hij voorzichtigheid had moeten betrachten bij de beantwoording van de vragen die de media hem tegelijkertijd over de aanhouding heeft gesteld. De Gemeente heeft bovendien onvoldoende weersproken dat de opmerkingen van de burgemeester over het ‘op criminele/verkeerde wijze geld verdienen’ betrekking had op de genomen (Bibob)besluiten en een opgelegde boete ten aanzien van het schenken van alcohol aan minderjarigen. Uit voornoemde publicaties volgt dat de burgemeester deze opmerkingen heeft gemaakt met betrekking tot de aanhouding van [x] en [y] . 4.14. De rechtbank gaat tot slot voorbij aan het standpunt van de Gemeente dat de uitlatingen niet onrechtmatig zijn, omdat de burgemeester met de uitlatingen slechts uitvoering zou hebben gegeven aan zijn taak om het publiek te informeren over een kwestie van openbare orde en uitlatingen in het kader van het publieke debat bovendien een hoge mate van vrijheid genieten. De rechtbank is met de Gemeente van oordeel dat het de taak van een burgemeester is om het publiek te informeren over kwesties van openbare orde - zoals strafrechtelijke onderzoeken - maar het is niet zijn taak om in dat verband veroordelende uitspraken te doen over burgers die (slechts nog) verdachte zijn in dergelijke onderzoeken. Juist van een burgemeester mag worden verwacht dat hij terughoudend en zorgvuldig is in de uitspraken die hij in de media doet over lopende strafrechtelijke onderzoeken en dat hij zich ervan vergewist dat zijn uitspraken geen inbreuk mogen maken op het recht van een ieder dat hij voor onschuldig wordt gehouden totdat zijn schuld in rechte is komen vast te staan. Dit geldt ook voor uitlatingen in het kader van het publieke debat. Een burgemeester dient zich bovendien te realiseren dat het publiek aan de bewoordingen van een burgemeester veel gewicht toekent. Dit alles heeft de burgemeester niet gedaan. De uitlatingen van de burgemeester zijn niet passend en zorgvuldig, nu hij zich in niet mis te verstane bewoordingen heeft uitgelaten over dat de gedragingen van [x] en [y] strafbaar waren. Heeft [de failliete b.v.] schade geleden door de onrechtmatige uitlatingen? 4.15. De curator stelt dat de enige opdrachtgever van [de failliete b.v.] , [bedrijf 8] , door het onrechtmatige handelen van de Gemeente, te weten de uitlatingen van de burgemeester, de samenwerking met [de failliete b.v.] heeft beëindigd, waardoor [de failliete b.v.] failliet is gegaan en schade heeft geleden. De schade bestaat volgens de curator uit de waarde die [de failliete b.v.] zou hebben gehad indien zij niet failliet was gegaan, te vermeerderen met de kosten van het faillissement. De curator vordert een verwijzing naar de schadestaatprocedure en een voorschot op de schadevergoeding. Dat voorschot begroot hij op een bedrag van € 318.883,65 (het bedrag waarvoor de gemeenschappelijke schuldeisers benadeeld zouden zijn). De Gemeente betwist het causale verband en de omvang van de schade. 4.16. De vraag of er een causaal verband bestaat tussen de onrechtmatige uitlatingen van de burgemeester en de schade die [de failliete b.v.] volgens de curator heeft geleden, dient te worden beantwoord door een vergelijking te maken tussen enerzijds de feitelijke situatie zoals die zich heeft voorgedaan mét de onrechtmatige daad en anderzijds de hypothetische situatie die zich zou hebben voorgedaan als die onrechtmatige daad wordt weggedacht. Als de schade niet zou zijn ingetreden indien de onrechtmatige daad wordt weggedacht, dan is sprake van het vereiste conditio sine qua non-verband. De curator dient dus te onderbouwen dat [de failliete b.v.] de schade niet had geleden als de onrechtmatige gedraging, de uitlatingen van de burgemeester, achterwege was/waren gebleven. Het uitgangspunt van artikel 6:98 BW is verder dat alleen die schade voor vergoeding in aanmerking komt die in zodanig verband staat met de gebeurtenis waarop de aansprakelijkheid van de schuldenaar berust, dat zij hem, mede gezien de aard van de aansprakelijkheid en van de schade, als een gevolg van deze gebeurtenis kan worden toegerekend. 4.17. Tussen partijen staat vast dat de beëindiging van de samenwerking door [bedrijf 8] tot het faillissement van [de failliete b.v.] heeft geleid en dat daardoor schade kan zijn ontstaan. Partijen verschillen van mening over de vraag of [bedrijf 8] de samenwerking niet zou hebben beëindigd indien de burgemeester de onrechtmatige uitlatingen niet zou hebben gedaan. De curator stelt dat [bedrijf 8] in dat geval de samenwerking niet zou hebben beëindigd en wijst ter onderbouwing daarvan op een brief van [bedrijf 8] van 9 februari 2017 (r.o. 2.33.). Uit die brief valt naar het oordeel van de rechtbank af te leiden – zoals partijen ook bepleiten – dat [bedrijf 8] de samenwerking beëindigde vanwege ‘alle publicaties en media-aandacht’ omtrent [x] en [y] en het feit dat de zakelijke relatie tussen [bedrijf 8] en [de failliete b.v.] voor de klanten van [bedrijf 8] (daarom) risico’s opleverden. 4.18. De rechtbank is met de Gemeente van oordeel dat in de hypothetische situatie waarin de burgemeester de onrechtmatige uitlatingen niet zou hebben gedaan, nog steeds veel (door [bedrijf 8] als reden voor de opzegging genoemde) ‘publicaties’ en ‘media-aandacht’ zou zijn geweest omtrent [x] en [y] en (de verdenking van) strafbare feiten. Tussen 28 juli 2016 en 3 augustus 2016 , een aantal weken na de huiszoeking in het Kangoo -onderzoek hebben De Telegraaf , RTV Noord , [website 3] , Dagblad van het Noorden en HS-Krant in totaal vijf artikelen gepubliceerd over [x] en [y] . In die artikelen is geschreven dat [x] en [y] centraal stonden in een groot onderzoek naar oplichting en fraude en is melding gemaakt van de veroordeling van [y] voor verboden wapenbezit (r.o. 2.8.). De door de rechtbank vastgestelde onrechtmatige uitlatingen van de burgemeester zijn niet uit deze artikelen afkomstig. In de artikelen wordt de burgemeester zelfs in zijn geheel niet genoemd. Deze vijf artikelen zouden dus ook zijn verschenen indien de onrechtmatige uitlatingen van de burgemeester niet zouden hebben plaatsgevonden. 4.19. Dat geldt ook voor een groot aantal artikelen die is gepubliceerd na de aanhouding van [x] en [y] op 13 januari 2017. Partijen hebben in totaal elf artikelen (exclusief de interviews) aangehaald die na de aanhouding van [x] en [y] en voor de beëindiging van de samenwerking door [bedrijf 8] zijn gepubliceerd en in vier van die artikelen heeft de burgemeester zich op een onrechtmatige wijze geuit. Die citaten nemen naar het oordeel van de rechtbank niet zo veel ruimte in, dat aannemelijk is dat die artikelen ook zonder de citaten van de burgemeester zouden zijn verschenen. Bovendien resteren alsnog (in ieder geval) zeven artikelen omtrent de aanhouding van [x] en [y] in het kader van het Kangoo -onderzoek. In een aantal van die artikelen wordt ook melding gemaakt van voornoemde veroordeling voor verboden wapenbezit en een (eerdere) verdenking van advertentiefraude en betrokkenheid bij drugshandel. [x] heeft in zijn e-mail van 8 februari 2017 ook onderschreven dat de uitspraken in de media onder meer door de burgemeester zijn gedaan. Tot slot is een persverklaring uitgebracht door de voormalige advocaat van [x] , waarmee nota bene ook zelf bekendheid is gegeven aan de verdenking omtrent de betrokkenheid bij oplichting en fraude. 4.20. Gelet op het voorgaande heeft de curator onvoldoende onderbouwd dat specifiek de onrechtmatige uitlatingen van de burgemeester reden voor [bedrijf 8] waren om de samenwerking met [de failliete b.v.] te beëindigen en [bedrijf 8] daartoe niet over zou zijn gegaan indien (enkel) de door [bedrijf 8] genoemde publicaties, zonder de onrechtmatige uitlatingen van de burgemeester, zouden zijn verschenen. De rechtbank acht het vanwege de hoeveelheid en de inhoud van de hiervoor genoemde publicaties bovendien niet aannemelijk dat [bedrijf 8] in dat geval de samenwerking niet zou hebben beëindigd. Omdat de curator onvoldoende het conditio sine qua non-verband tussen de onrechtmatige uitlatingen en de vermeende schade heeft onderbouwd, wordt hij niet toegelaten tot het leveren van bewijs. Nu het causale verband niet is komen vast te staan, kan de vraag of [de failliete b.v.] schade heeft geleden en zo ja, wat de omvang daarvan is, onbeantwoord blijven. Conclusies vorderingen 4.21. De rechtbank wijst de vordering onder I toe, met dien verstande dat vanwege het ontbreken van het causale verband, niet voor recht wordt verklaard dat de gemeente schadeplichtig is. De vorderingen onder II en III worden afgewezen. 4.22. Nu de Gemeente onrechtmatig jegens [de failliete b.v.] heeft gehandeld en de vordering onder I in zoverre wordt toegewezen, moet de Gemeente worden aangemerkt als de in het ongelijk gestelde partij. De Gemeente moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van de curator worden begroot op: - kosten van de dagvaarding € 112,37 - griffierecht € 2.626,00 - salaris advocaat € 1.228,00 (2,0 punten × € 614,00) - nakosten € 178,00 (plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing) Totaal € 4.144,37 4.23. De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing. 5De beslissing De rechtbank: 5.1. verklaart voor recht dat de Gemeente onrechtmatig heeft gehandeld, 5.2. veroordeelt de Gemeente in de proceskosten van € 4.144,37, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 92,00 plus de kosten van betekening als de Gemeente niet tijdig aan de veroordeling voldoet en het vonnis daarna wordt betekend, 5.3. veroordeelt de Gemeente tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald, 5.4. verklaart dit vonnis wat betreft de onder 5.2. en 5.3. genoemde beslissingen uitvoerbaar bij voorraad, 5.5. wijst het meer of anders gevorderde af. Dit vonnis is gewezen door mr. M. Griffioen, mr. R. Bootsma en mr. J. Boerlage-van den Bosch en in het openbaar uitgesproken door mr. R. Bootsma op 2 juli 2025. typ: 710/mh Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur. Hoge Raad 24 juni 1983, ECLI:NL:HR:1983:AD2221, Hoge Raad 18 januari 2008, ECLI:NL:HR:2008:BB3210, Hoge Raad 5 oktober 2012, ECLI:NL:HR:2012:BW9230 en Hoge Raad 6 januari 1995, ECLI:HR:1995:ZC1602. Hoge Raad 23 december 2016, ECLI:NL:HR:2016:2987