← Nederland

ECLI:NL:RBNNE:2025:2891

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND Civiel recht Kantonrechter Zittingsplaats Groningen Zaaknummer: 11095602 CV EXPL 24-2769 Vonnis van 11 februari 2025 in de zaak van Q-PARK OPERATIONS NETHERLANDS B.V., te Maastricht, eisende partij, gemachtigde: mr. C.F.P.M. Spreksel, tegen [gedaagde] , te [woonplaats], gedaagde partij, niet verschenen. 1De procedure 1.

  1. De eisende partij vordert, bij dagvaarding, op de daarin geformuleerde gronden dat de gedaagde partij wordt veroordeeld om aan de eisende partij een bedrag van € 571,49 te betalen, vermeerderd met rente en kosten. 1.
  2. Tegen de gedaagde partij is verstek verleend. 1.
  3. Ten slotte is vonnis bepaald. 2De beoordeling 2.
  4. Door het binnenrijden van de parkeeraccommodatie van de eisende partij is een overeenkomst tussen de gedaagde partij en de eisende partij tot stand gekomen. Op deze overeenkomst zijn de algemene voorwaarden van de eisende partij van toepassing (‘algemene voorwaarden parkeren 12.2020’). Op grond van deze overeenkomst kan tegen betaling op een parkeerplaats in de parkeeraccommodatie van de eisende partij worden geparkeerd. 2.
  5. De overeenkomst is gesloten tussen een professionele partij, handelend in de uitoefening van haar beroep of bedrijf, namelijk de eisende partij, en een consument, namelijk de gedaagde partij. Op zo’n overeenkomst zijn consumentenbeschermende bepalingen van toepassing. Sommige consumentenbeschermende bepalingen worden zo belangrijk gevonden dat de kantonrechter ambtshalve (dat wil zeggen uit zichzelf, ook als de consument daar niet om vraagt) moet beoordelen of die zijn nageleefd. Zo niet, dan moet de kantonrechter daar, eveneens ambtshalve, consequenties aan verbinden. 2.
  6. De kantonrechter moet onder andere ambtshalve beoordelen of de eisende partij bij het sluiten van de overeenkomst de nodige informatie aan de gedaagde partij heeft verstrekt, opdat die wist (of kon weten) waar zij aan toe was. In dit geval, waarin de overeenkomst is gesloten bij het binnenrijden van de parkeeraccommodatie, zijn de informatieplichten van artikel 6:230l van het Burgerlijk Wetboek (BW) van toepassing. De kantonrechter constateert dat aan de toepasselijke essentiële informatieplichten is voldaan. 2.
  7. De kantonrechter moet ook ambtshalve beoordelen of in de toepasselijke algemene voorwaarden bedingen zijn opgenomen die, op zichzelf of in onderlinge samenhang bezien, onredelijk bezwarend zijn voor consumenten als bedoeld in artikel 6:233 onder a BW. Als dat zo is, moet de kantonrechter die bedingen vernietigen. De kantonrechter kan zich daarbij beperken tot bedingen die relevant zijn voor de beoordeling van de ingestelde vordering. 2.
  8. In deze procedure vordert de eisende partij een schadevergoeding (ook de boete en het ‘tarief verloren kaart’ zijn vormen van schadevergoeding). Zij stelt in dit verband dat zij schade lijdt wanneer parkeerders treintje rijden, onder andere vanwege omzetderving, gemaakte kosten, uitgevoerde werkzaamheden, gedane en toekomstige investeringen en het inschakelen van derden. In veel gevallen is ook schade toegebracht aan de slagboom. 2.
  9. De kantonrechter constateert dat in de artikelen 5.6, 5.8, 7.5, 8.1, 8.2 en 8.3 van de toepasselijke algemene voorwaarden bedingen zijn opgenomen over de door consumenten als de gedaagde partij te vergoeden schade: in artikel 5 gaat het specifiek over bedragen en schade die moeten worden vergoed als treintje is gereden, in artikel 7 over aansprakelijkheid van de consument in het algemeen en in artikel 8 over de gevolgen als de consument de overeenkomst of de algemene voorwaarden niet nakomt. 2.
  10. De eisende partij kan in gevallen van treintje rijden een beroep doen op al deze bedingen. Zij kan dus zowel forfaitaire schadebedragen (zoals zij die ook in deze procedure vordert) op de treintje rijdende consument verhalen, als de daadwerkelijke (gevolg)schade. Verder kan de eisende partij het werkelijke parkeergeld in rekening brengen naast het ‘tarief verloren kaart’. Ook zijn in de genoemde bedingen bepalingen opgenomen die regelen op welk moment eventuele schade aan de parkeeraccommodatie moet worden betaald, welke maatregelen de eisende partij kan nemen tegen de consument en wie de kosten daarvoor moet dragen. 2.
  11. De kantonrechter vermoedt dat het cumulatieve effect van deze bedingen is dat de eisende partij op grond van de overeenkomst aanspraak kan maken op een schadevergoeding die haar werkelijk schade (ver) overstijgt en dat mede daardoor het evenwicht tussen de uit de overeenkomst voortvloeiende rechten en plichten van partijen ten nadele van consumenten als de gedaagde partij aanzienlijk wordt verstoord. In dat geval zijn de bedingen in de artikelen 5.6, 5.8, 7.5, 8.1, 8.2 en 8.3 van de toepasselijke algemene voorwaarden, in hun onderlinge samenhang bezien, onredelijk bezwarend en moeten ze worden vernietigd. Als gevolg daarvan moet de vordering van de eisende partij dan worden afgewezen. 2.
  12. Vanwege dit verstrekkende gevolg stelt de kantonrechter de eisende partij in de gelegenheid om zich, voordat de kantonrechter een beslissing hierover neemt, uit te laten over de vraag of de genoemde artikelen volgens haar al dan niet onredelijk bezwarend zijn. 2.
  13. Iedere verdere beslissing wordt aangehouden. 3De beslissing De kantonrechter: 3.
  14. verwijst de procedure naar de rolzitting van 11 maart 2025, waar de eisende partij zich schriftelijk kan uitlaten over hetgeen hiervoor is overwogen; 3.
  15. houdt iedere verdere beslissing aan. Dit vonnis is gewezen door mr. F. de Jong en in het openbaar uitgesproken op 11 februari
  16. 48315/GW ECLI:NL:RBMNE:2024:6753

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.