RECHTBANK NOORD-NEDERLAND Zittingsplaats Groningen Bestuursrecht beschikkingsnummer: 258181493 zaaknummer: 11210869 BU VERZ 24-1571 uitspraak van de kantonrechter van 8 mei 2025 in de zaak van [betrokkene] (hierna: betrokkene), die woont in [woonplaats] , gemachtigde: mr. N.G.A. Voorbach, Verkeersboete.nl Inleiding
- Aan betrokkene is een boete opgelegd op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv). De verkeersovertreding waarvoor de boete is opgelegd is: ‘negeren van een inhaalverbod vrachtauto’s (bord F3)’, verricht op 22 mei 2023, om 12:33 uur, op de A7 bij Groningen, met een bedrijfsauto, met kenteken [kenteken] . De opgelegde boete bedraagt € 289,00 (inclusief administratiekosten). 1.
- Betrokkene heeft tegen de boete beroep ingesteld bij de officier van justitie. Deze heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing heeft betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter. 1.
- De kantonrechter heeft het beroep op 25 maart 2025 op de zitting behandeld. Daarbij waren aanwezig: vertegenwoordiger van de officier van justitie mr. R. van der Velde (hierna: de vertegenwoordiger). Beoordeling door de kantonrechter
- De kantonrechter beoordeelt het beroep aan de hand van de beroepsgronden van betrokkene. Hij oordeelt dat het beroep gegrond is. De kantonrechter zal hierna uitleggen waarom hij dat doet. Bebording
- Betrokkene voert aan dat er geen inhaalverbod van toepassing was toen hij inhaalde, en verwijst hierbij naar een video. Betrokkene stelt dat hij voor het bord al op de rechterbaan zat. Gemachtigde voert aan dat de gedraging onder deze omstandigheden niet kan worden vastgesteld.
- De vertegenwoordiger stelt dat de verkeersovertreding is vastgesteld bij hectometerpaal 193, terwijl het F3 bord nog hiervoor, ter hoogte van hectometerpaal 193.4, geplaatst is. De vertegenwoordiger noemt dat de stelling van betrokkene dat er later op de weg bebording staat aannemelijk is, nu er op de A7 steeds herhalingsborden bij de invoegstroken zijn geplaatst. De vertegenwoordiger stelt zich op het standpunt dat de gedraging kan worden vastgesteld, omdat voor hectometerpaal 193 ook een F3 bord geplaatst is.
- Betrokkene betwist de gedraging, in die zin dat hij stelt dat de bebording niet aanwezig was. In Wahv-zaken biedt de verklaring van de verbalisant in beginsel een voldoende grondslag voor de vaststelling dat de gedraging is verricht. Dat is anders indien de betrokkene voor zijn zaak specifieke feiten en omstandigheden aanvoert, die aanleiding geven te twijfelen aan de juistheid van één of meer onderdelen van de verklaring dan wel indien uit het dossier zulke feiten en omstandigheden blijken. 5.1 Uit de verklaring van de verbalisant, zoals opgenomen in het zaaksoverzicht, blijkt dat sprake was van een permanent ingesteld inhaalverbod van maandag tot en met vrijdag van 06:00 – 19:
- 5.2 De vertegenwoordiger voert aan dat de bebording ten tijde van de verkeersovertreding aanwezig was ter hoogte van hectometerpaal 193.
- Na raadpleging van de situatie in Google Maps is het de kantonrechter echter gebleken dat de F3 bebording in juni 2023, ofwel een maand na deze verkeersovertreding, niet aan de rechterkant van de rijbaan aanwezig was. Aan de linkerkant van de rijbaan is in juni 2023 wel een F3 bord te zien, maar hier is een kruis op aangebracht. Nu de vertegenwoordiger geen schouwrapporten heeft overgelegd, is de kantonrechter van oordeel dat onvoldoende vast is komen te staan dat betrokkene F3 bebording is gepasseerd. Het beroep wordt daarom gegrond verklaard. 6 Nu het beroep tegen de inleidende beschikking gegrond is, komen de door gemachtigde gevraagde proceskosten voor vergoeding in aanmerking. Op basis van het Besluit proceskosten bestuursrecht heeft gemachtigde aanspraak op vergoeding voor het indienen van een administratief beroep (één punt), een beroepschrift bij de kantonrechter (één punt) en het verschijnen bij het hoorgesprek (één punt). Dit maakt dat het in totaal om drie punten gaat. De waarde per punt bedraagt sinds 1 januari 2025 voor het administratief beroep € 647,00 en voor het beroep € 907,
- De kantonrechter past de wegingsfactor 0,5 (gewicht van de zaak = licht) toe. Gelet op het arrest van het hof Arnhem-Leeuwarden van 17 december 2024, zal de extra wegingsfactor uit artikel 13a, tweede lid, van de Wahv (nieuw) in dit geval buiten toepassing worden gelaten. De berekening is als volgt: twee punten x € 647,00 x 0,5 + één punt x € 907,00 x 0,
- Dit maakt een bedrag van € 1100,
- 7 Met ingang van 1 januari 2024 is in de Wahv bepaald dat uitbetalingen vanwege een beslissing op het administratief beroep of een uitspraak op beroep op grond van deze wet uitsluitend plaatsvinden op een bankrekening die op naam staat van degene aan wie de beschikking van de administratieve boete is opgelegd. Er is geen overgangsrecht van toepassing en deze vorderingen tot uitbetaling zijn niet vatbaar voor vervreemding of verpanding. De kantonrechter bepaalt dan ook dat de proceskostenvergoeding wordt uitbetaald op de rekening van de betrokkene. Omdat het hier een uit de wet voortvloeiende verplichting betreft neemt hij hierover in het dictum geen beslissing. Beslissing De kantonrechter: verklaart het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie gegrond; vernietigt die beslissing; verklaart het beroep tegen de inleidende beschikking gegrond; vernietigt die inleidende beschikking; bepaalt dat het bedrag van de zekerheidstelling aan betrokkene wordt gerestitueerd; veroordeelt de officier van justitie in de proceskosten, aan de zijde van de betrokkene vastgesteld op € 1100,
- Deze uitspraak is gedaan door mr. F. Sijens, kantonrechter, in aanwezigheid van mr. R. Krikke, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 8 mei
- griffier kantonrechter Rechtsmiddel Als u het met de beslissing op uw beroep niet eens bent, dan kunt u binnen zes weken na de hieronder vermelde datum van toezending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem - Leeuwarden, maar alleen als: a. de u opgelegde administratieve boete meer dan € 110,00 bedraagt, of b. uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u geen (of niet op tijd) zekerheid heeft gesteld. Het (hoger) beroepschrift moet worden ingediend bij de rechtbank Noord-Nederland, Afdeling Bestuursrecht, locatie Groningen (Postbus 150, 9700 AD Groningen). U dient daarbij het zaaknummer te vermelden. De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure, tenzij door u bij het (hoger) beroepschrift uitdrukkelijk om een zitting is gevraagd. Afschrift verzonden aan partijen op: Hof Arnhem-Leeuwarden, d.d. 17 december 2024, ECLI:NL:GHARL:2024:7764.