← Nederland

ECLI:NL:RBNNE:2025:3417

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND Zittingsplaats Assen Bestuursrecht beschikkingsnummer: 263950424 zaaknummer: 11521850 BU VERZ 25-101 proces-verbaal van de mondelinge uitspraak gedaan op de openbare zitting van 20 mei 2025 in de zaak van [betrokkene] (hierna: betrokkene), die woont in [woonplaats] . Inleiding

  1. Aan betrokkene is een boete opgelegd op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv). De overtreding waarvoor de boete is opgelegd is: ‘handelen in strijd met een geslotenverklaring (bord C2, eenrichtingverkeer), verricht op 17 januari 2024, om 14:54 uur, op het Noordeinde in Meppel, met een personenauto, met kenteken [kenteken] . De opgelegde boete bedraagt € 169,00 (inclusief administratiekosten). 1.
  2. Betrokkene heeft tegen de boete beroep ingesteld bij de officier van justitie. Deze heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing heeft gemachtigde beroep ingesteld bij de kantonrechter. 1.
  3. De kantonrechter heeft het beroep op 20 mei 2025 op de zitting behandeld. Daarbij waren aanwezig: betrokkene en de vertegenwoordiger van de officier van justitie,mr. P.A. Veenstra. 1.
  4. Na afloop van de zitting heeft de kantonrechter onmiddellijk uitspraak gedaan. Beoordeling door de kantonrechter Beslissing
  5. De kantonrechter beoordeelt het beroep aan de hand van de beroepsgronden van betrokkene. Hij oordeelt dat het beroep gedeeltelijk gegrond is en zal de boete matigen tot nihil. De kantonrechter zal hierna uitleggen waarom hij dat doet. Standpunten
  6. Betrokkene voert aan dat zij vanaf P1 bij het stadhuis kwam en in een uiterst chaotische situatie terecht kwam tussen fietsers en voetgangers, waarvan achteraf bleek dat dit kwam door een bezoek van de koning aan Meppel. Betrokkene stelt dat er hard gerend en gefietst werd en dat zij overal sirenes hoorde. Betrokkene voert aan dat zij ruimte probeerde te maken en daarbij achter een andere auto aan reed. Daarbij stelt betrokkene dat het in dit soort situaties verstandiger is om op een bepaalde wijze te handelen in het belang van de veiligheid. Betrokkene stelt dat zij haar auto aan de rechterkant van de weg stil heeft gezet en gewacht heeft tot de situatie veilig en rustig was. Betrokkene voert aan dat zij een boete kreeg terwijl andere weggebruikers de kans kregen om te keren. Betrokkene stelt dat de verbalisant anderen die de fout ingingen wel hielp terug te keren en dat sprake is van willekeur en ongelijke behandeling. Wat betreft de situatie ter plaatse stelt betrokkene da de bebording op onduidelijke en slecht zichtbare plekken staat en dat de weg niet het straatbeeld en straatinrichting heeft van een eenrichtingsweg. Hiertoe heeft betrokkene een foto bijgevoegd van de situatie. Betrokkene stelt dat het verbodsbord aan de linkerzijde nauwelijks zichtbaar is en dat er een blauw bord met verplichte rijrichting ontbreekt. Wat betreft de zichtbaarheid voert betrokkene aan dat het de dag van de verkeersovertreding regende en donker was, waardoor zij in combinatie met de chaotische situatie snel moest beslissen om een verkeersonveilige situatie te voorkomen.
  7. De vertegenwoordiger stelt ter zitting dat de aanwezigheid van het bord kan worden vastgesteld. Zij stelt dat te allen tijde van een weggebruiker wordt verwacht dat hij alert is en dat voor een wijziging van de boete sprake moet zijn van bijzondere omstandigheden. De vertegenwoordiger stelt zich op het standpunt dat in dit geval geen sprake is van dusdanig bijzondere omstandigheden en verzoekt de kantonrechter het beroep ongegrond te verklaren. Overwegingen
  8. Betrokkene betwist de verkeersovertreding niet, maar voert argumenten aan ter verklaring. Daarmee kan de verkeersovertreding worden vastgesteld. Vervolgens is de vraag of er feiten en omstandigheden bestaan die aanleiding geven tot een wijziging van de boete.
  9. Ten aanzien van het verweer van betrokkene dat sprake is van willekeur overweegt de kantonrechter het volgende. Verbalisanten beschikken over een discretionaire bevoegdheid op grond waarvan zij een zekere vrijheid hebben om te bepalen of zij in een concreet geval al dan niet een sanctie opleggen. De enkele omstandigheid dat aan andere weggebruikers om welke reden dan ook geen sanctie wordt opgelegd, brengt niet mee dat de betrokkene, die de gedraging heeft verricht, daarvan gevrijwaard zou moeten blijven.
  10. De verbalisant die de sanctie heeft opgelegd was in dit geval zelf ter plaatse. In een dergelijk geval is het uitgangspunt dat mag worden aangenomen dat de ambtenaar heeft vastgesteld dat de relevante bebording aanwezig en duidelijk zichtbaar was (vgl. het arrest van het hof van 28 februari 2020, ECLI:NL:GHARL:2020:1803). In beginsel mag van weggebruikers worden verwacht dat zij oplettend zijn op de aanwezige bebording. De kantonrechter is echter van oordeel dat betrokkene voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat ten tijde van de verkeersovertreding sprake was van een zeer drukke en chaotische situatie, als gevolg van het bezoek van de Koning. Mede gelet op de wegindeling en de plaatsing van de bebording, ziet de kantonrechter in deze samenloop van omstandigheden voldoende aanleiding om de boete te matigen tot nihil. Conclusie De kantonrechter: verklaart het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie gedeeltelijk gegrond; wijzigt de beslissing van de officier van justitie en matigt de sanctie tot nul; bepaalt dat betrokkene het bedrag van de zekerheidstelling terugkrijgt. Waarvan proces-verbaal, mr. R. Krikke, griffier mr. C.H. de Groot, kantonrechter Rechtsmiddel Als u het met de beslissing op uw beroep niet eens bent, dan kunt u binnen zes weken na de hieronder vermelde datum van toezending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem - Leeuwarden, maar alleen als: a. de u opgelegde administratieve boete meer dan € 110,00 bedraagt, of b. uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u geen (of niet op tijd) zekerheid heeft gesteld. Het (hoger) beroepschrift moet worden ingediend bij de rechtbank Noord-Nederland, Afdeling Bestuursrecht, locatie Groningen (Postbus 150, 9700 AD Groningen). U dient daarbij het zaaknummer te vermelden. De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure, tenzij door u bij het (hoger) beroepschrift uitdrukkelijk om een zitting is gevraagd. Afschrift verzonden aan partijen op:

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.