RECHTBANK NOORD-NEDERLAND Zittingsplaats Assen Bestuursrecht beschikkingsnummer: 265487808 zaaknummer: 11521862 BU VERZ 25-103 proces-verbaal van de mondelinge uitspraak gedaan op de openbare zitting van 20 mei 2025 in de zaak van [betrokkene] (hierna: betrokkene), die woont in [woonplaats] . Inleiding
- Aan betrokkene is een boete opgelegd op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv). De verkeersovertreding waarvoor de boete is opgelegd is: ‘als bestuurder van een voertuig rijden, terwijl twee banden niet voldoen aan de eisen ten aanzien van de profilering’, verricht op 23 maart 2024, om 00:25 uur, op de Scheldestraat in Assen, met een personenauto, met kenteken [kenteken] . De opgelegde boete bedraagt € 279,00 (inclusief administratiekosten). 1.
- Betrokkene heeft tegen de boete beroep ingesteld bij de officier van justitie. Deze heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing heeft betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter. 1.
- De kantonrechter heeft het beroep op 20 mei 2025 op de zitting behandeld. Daarbij waren aanwezig: betrokkene en de vertegenwoordiger van de officier van justitie, mr. P.A. Veenstra. 1.
- Na afloop van de zitting heeft de kantonrechter onmiddellijk uitspraak gedaan. Beoordeling door de kantonrechter Beslissing
- De kantonrechter beoordeelt het beroep aan de hand van de beroepsgronden van betrokkene. Hij oordeelt dat het beroep gedeeltelijk gegrond is en zal de boete matigen tot nul. De kantonrechter zal hierna uitleggen waarom hij dat doet. Standpunten
- Wat betreft de zekerheidsstelling voert betrokkene aan dat hij geen vast inkomen heeft doordat hij net is gestopt met zijn studie en met een bijbaantje 200 euro per maand verdient. Betrokkene heeft dit onderbouwd met stukken. Wat betreft de verkeersovertreding voert betrokkene aan dat de banden in goede orde zijn en beoordeeld zijn door de garage, maar dat sprake was van een fabrieksfout. Betrokkene stelt dat hij van de eigenaar van het restaurant waar hij werkt in deze auto moest rijden. Ter zitting voert betrokkene aan dat zijn baas de boete zou betalen, maar dat hij dit uiteindelijk niet heeft gedaan en betrokkene heeft ontslagen.
- De vertegenwoordiger stelt zich ter zitting op het standpunt dat zij niet twijfelt aan de verklaring van de verbalisant dat bij de twee voorbanden van het voertuig de profilering gelijk was aan de slijtindicator. De vertegenwoordiger verzoekt het beroep ongegrond te verklaren. Overwegingen
- De kantonrechter stelt allereerst vast dat betrokkene geen zekerheid heeft gesteld. Op grond van artikel 11 van de Wahv is betrokkene verplicht om in de procedure bij de kantonrechter (tijdig) zekerheid te stellen voor de betaling van de sanctie en de administratiekosten. 5.
- Betrokkene heeft verklaard dat hij geen vast inkomen heeft doordat hij net is gestopt met zijn studie en met een bijbaantje 200 euro per maand verdient. Betrokkene heeft dit onderbouwd met stukken. Dit kan worden aangemerkt als een draagkrachtverweer. In dit door betrokkene gevoerde draagkrachtverweer ziet de kantonrechter voldoende aanleiding om het bedrag van de zekerheidsstelling op nihil te stellen.
- Betrokkene betwist de gedraging. In Wahv-zaken biedt de verklaring van de verbalisant in beginsel een voldoende grondslag voor de vaststelling dat de gedraging is verricht. Dat is anders indien de betrokkene voor zijn zaak specifieke feiten en omstandigheden aanvoert, die aanleiding geven te twijfelen aan de juistheid van één of meer onderdelen van de verklaring dan wel indien uit het dossier zulke feiten en omstandigheden blijken. 6.
- De verklaring van de verbalisant, zoals opgenomen in het zaakoverzicht, luidt als volgt: “Ik, verbalisant, zag betrokkene rijden op de openbare weg. Ik zag dat betrokkene kwam uit de richting van de Europaweg en reed in de richting van de Scheldestraat. Ik had het vermoeden dat betrokkene te hard reed, echter geen meting qua snelheid kunnen doen. Betrokkene hierna wel een stopteken gegeven waar betrokkene aan voldeed. Bij betrokkene en het voertuig een controle uitgevoerd. Bij controle zag ik dat beide voorbanden van het voertuig glad waren. Ik zag dat de slijtindicatie bij beide banden gelijk liep aan de profilering van de banden.” De verklaring van betrokkene luidt als volgt: “De auto wordt veel gebruikt. Hij zou morgen naar de garage gaan voor een algemene controle.” 6.
- De beroepsgronden van betrokkene bieden naar het oordeel van de kantonrechter onvoldoende aanleiding om te twijfelen aan de waarneming en de verklaring van de verbalisant. De enkele stelling dat de banden in goede conditie zijn en beoordeeld zijn door een garage, is onvoldoende om dit aannemelijk te maken. 6.
- Hoewel de sanctie terecht is opgelegd aan betrokkene, ziet de kantonrechter in de beroepsgronden van betrokkene aanleiding om de boete uit coulance te matigen. Daarbij is van belang dat betrokkene in het voertuig van zijn baas reed, dat de boete door zijn baas niet is betaald en dat betrokkene nadien is ontslagen. Conclusie De kantonrechter: verklaart het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie gedeeltelijk gegrond; wijzigt de beslissing van de officier van justitie en matigt de sanctie tot nul. Waarvan proces-verbaal, mr. R. Krikke, griffier mr. C.H. de Groot, kantonrechter Rechtsmiddel Als u het met de beslissing op uw beroep niet eens bent, dan kunt u binnen zes weken na de hieronder vermelde datum van toezending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem - Leeuwarden, maar alleen als: a. de u opgelegde administratieve boete meer dan € 110,00 bedraagt, of b. uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u geen (of niet op tijd) zekerheid heeft gesteld. Het (hoger) beroepschrift moet worden ingediend bij de rechtbank Noord-Nederland, Afdeling Bestuursrecht, locatie Groningen (Postbus 150, 9700 AD Groningen). U dient daarbij het zaaknummer te vermelden. De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure, tenzij door u bij het (hoger) beroepschrift uitdrukkelijk om een zitting is gevraagd. Afschrift verzonden aan partijen op: