← Nederland

ECLI:NL:RBNNE:2025:4062

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND Zittingsplaats Groningen Bestuursrecht beschikkingsnummer: 260059637 zaaknummer: 11387964 BU VERZ 24-2615 proces-verbaal van de mondelinge uitspraak gedaan op de openbare zitting van 29 augustus 2025 in de zaak van [betrokkene] (de betrokkene), woont in [woonplaats] , (gemachtigde: mr. I.N.D.J. Rissema, Bezwaartegenverkeersboete.nl). Inleiding

  1. Aan betrokkene is een boete opgelegd op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv). De verkeersovertreding waarvoor de boete is opgelegd is: ‘38 km per uur harder rijden dan mag op een autosnelweg buiten de bebouwde kom (verkeersbord A1)’, verricht op 8 augustus 2023, om 12:41 uur, op de A7 in Zuidbroek, met een personenauto, met kenteken [kenteken] . De opgelegde boete bedraagt € 459,00 (inclusief administratiekosten). 1.
  2. Betrokkene heeft tegen de boete beroep ingesteld bij de officier van justitie. Deze heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing heeft betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter. 1.
  3. De kantonrechter heeft het beroep op 29 augustus 2025 op de zitting behandeld. Daarbij was aanwezig: als vertegenwoordigster van de officier van justitie mr. E. Berkeljon. 1.
  4. Na afloop van de behandeling op de zitting heeft de kantonrechter onmiddellijk uitspraak gedaan. Beoordeling door de kantonrechter Standpunten
  5. Gemachtigde voert aan dat de hoorplicht is geschonden. Gemachtigde verzoekt om vergoeding van de proceskosten.
  6. De vertegenwoordigster is van mening dat boete twee keer met 25% gematigd moet worden, omdat de hoorplicht en de redelijke termijn zijn geschonden. Voor het overige dient het beroep ongegrond te worden verklaard. Overwegingen
  7. Betrokkene betwist de gedraging niet, maar voert argumenten aan ter verklaring. Daarmee is de gedraging komen vast te staan. Vervolgens is de vraag of er feiten en omstandigheden zijn die aanleiding geven tot een wijziging van de boete.
  8. De vertegenwoordigster heeft op de zitting aangevoerd dat de officier van justitie de hoorplicht heeft geschonden. De kantonrechter ziet hierin aanleiding om de boete te matigen met 25% tot een bedrag van: € 346,50 (inclusief administratiekosten).
  9. De kantonrechter zal het resterende bedrag van de boete opnieuw matigen met 25% tot € 262,13 (inclusief administratiekosten), omdat de redelijke termijn is geschonden. In deze zaak is namelijk meer dan twee jaar verstreken tussen het moment waarop betrokkene kon verwachten dat hij een boete zou krijgen en deze uitspraak.
  10. Omdat de kantonrechter het beroep gegrond zal verklaren in verband met de schending van de hoorplicht en de redelijke termijn, zal hij de officier van justitie veroordelen in de proceskosten van betrokkene in de kantonfase. Hij zal één punt toekennen voor het indienen van het beroepschrift bij de kantonrechter met een waarde van € 907,
  11. Gelet op de aard van de zaak past de kantonrechter de wegingsfactor 0,5 (gewicht van de zaak = licht) toe. Omdat de beslissing van de officier van justitie na 31 december 2023 is bekendgemaakt, past de kantonrechter de extra wegingsfactor toe als bedoeld in artikel 13a, tweede lid, onder a, Wahv.
  12. De berekening is als volgt: 1 (procespunt) x € 907,00 (tarief) x 0,5 (wegingsfactor, licht) x 0,25 (extra wegingsfactor herwaardering proceskostenvergoeding) = € 113,
  13. Hij zal de officier van justitie veroordelen in de kosten van € 113,
  14. Conclusie De kantonrechter: verklaart het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie gegrond; vernietigt die beslissing; wijzigt de inleidende beschikking en matigt de sanctie tot € 262,13 (inclusief administratiekosten); bepaalt dat betrokkene het teveel betaalde aan zekerheidstelling terugkrijgt; veroordeelt de officier van justitie in de proceskosten van betrokkene van € 113,
  15. Deze uitspraak is gedaan door mr. H.J. Bastin, kantonrechter, in aanwezigheid van mr. W.B. Jongsma, griffier. griffier kantonrechter Rechtsmiddel Als u het met de beslissing op uw beroep niet eens bent, dan kunt u binnen zes weken na de hieronder vermelde datum van toezending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem - Leeuwarden, maar alleen als: a. de u opgelegde administratieve boete meer dan € 110,00 bedraagt, of b. uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u geen (of niet op tijd) zekerheid heeft gesteld. Het (hoger) beroepschrift moet worden ingediend bij de rechtbank Noord-Nederland, Afdeling Bestuursrecht, locatie Groningen (Postbus 150, 9700 AD Groningen). U dient daarbij het zaaknummer te vermelden. De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure, tenzij door u bij het (hoger) beroepschrift uitdrukkelijk om een zitting is gevraagd. Hof Arnhem-Leeuwarden 8 mei 2025, ECLI:NL:GHARL:2025:
  16. Artikel 6, eerste lid, van het EVRM. Hof Arnhem-Leeuwarden 13 mei 2025, ECLI:NL:GHARL:2025:
  17. Artikel 4, onderdeel a, van de Wet herwaardering proceskostenvergoedingen WOZ en bpm.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.