← Nederland

ECLI:NL:RBNNE:2025:4398

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND Zittingsplaats Assen Bestuursrecht beschikkingsnummer: 260697501 zaaknummer: 11207300 BU VERZ 24-1535 uitspraak van de kantonrechter van 17 juli 2025 inzake [betrokkene] , wonende te [woonplaats] , hierna te noemen: betrokkene, gemachtigde: [gemachtigde] . Inleiding

  1. Aan betrokkene is een sanctie opgelegd op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv). De verboden gedraging betreft VA013 – ’13 km per uur harder rijden dan mag binnen de bebouwde kom’, verricht op 31 augustus 2023, om 11:05 uur, [adres] ter hoogte van huisnummer [nummer] , [plaats] , met een personenauto, met kenteken [kenteken] . De opgelegde sanctie bedraagt € 142,00 (inclusief administratiekosten). 1.1 Betrokkene heeft administratief beroep ingesteld tegen de inleidende beschikking. De officier van justitie heeft het administratieve beroep niet-ontvankelijk verklaard. 1.2 Betrokkene heeft beroep ingesteld tegen de beslissing van de officier van justitie. De behandeling van het beroepschrift heeft plaatsgevonden op de openbare zitting van 30 september
  2. De kantonrechter komt op deze zitting tot het oordeel dat de officier van justitie het beroep van betrokkene ten onrechte niet-ontvankelijk heeft verklaard, nu er geen sprake was van een termijnoverschrijding. De kantonrechter heeft vervolgens het onderzoek geschorst, om de officier van justitie de gelegenheid te geven om een inhoudelijk standpunt kenbaar te maken en om schouwrapporten over te leggen. 1.3 De kantonrechter heropent het onderzoek in de stand waarin het zich op 30 december 2024 bevond. Gemachtigde is ter zitting verschenen. Als vertegenwoordiger van de officier van justitie is verschenen mr. P. Belopavlovic. Beoordeling door de kantonrechter
  3. De kantonrechter beoordeelt het beroep aan de hand van de door betrokkene en gemachtigde aangevoerde beroepsgronden.
  4. De kantonrechter komt tot het oordeel dat het beroep ongegrond is. Hierna legt de kantonrechter uit hoe hij tot zijn oordeel komt. Standpunten
  5. Betrokkene en gemachtigde voeren onder verwijzing naar stukken aan, dat het bezwaar niet-ontvankelijk is verklaard, terwijl de bezwaarschriften van betrokkene wel tijdig zijn ingediend. Verder voert betrokkene aan dat de bebording ter plaatse ondeugdelijk was. Betrokkene stelt dat de flexflitser niet geplaatst mag worden zolang de bebording en de weginrichting ondeugdelijk zijn. Hij voert aan dat de gemeente zich ook bewust is van zijn schuld, nu er nieuwe bebording is geplaatst. Gemachtigde heeft het PV van schouw bijgevoegd waarin staat dat er op 14 augustus 2023 geen bijzonderheden zijn aangetroffen. Gemachtigde heeft de gemeente benaderd (die mailwisseling heeft hij ook bijgevoegd), en te horen gekregen dat op 17 augustus 2023 een verkeersbord (A2-60-ZE) is vervangen op dezelfde locatie. Gemachtigde stelt dat de schouw onzorgvuldig is geweest, omdat er over dit bord niks gesteld is en dit wel 6 dagen later is vervangen. Verder stelt gemachtigde dat het de vraag is of de flitser wel geschikt is, omdat de analyse vooraf en de verstrekte vergunning niet door de officier van justitie gedeeld zijn.
  6. Namens de officier van justitie is het schriftelijke standpunt ingebracht dat niet kan worden nagegaan of het betwiste bord voldoende leesbaar en deugdelijk aanwezig was, nu betrokkene geen rijroute heeft aangeleverd. Daarnaast wordt gesteld dat er bij het ontbreken van een rijroute geen aanleiding bestaat tot nader onderzoek, op grond van jurisprudentie van het hof. Wat betreft de flexflitser wordt gesteld dat onvoldoende aannemelijk is gemaakt dat de flexflitser niet geplaatst had mogen worden. Daarbij wordt gewezen op het schouwrapport en de NMi-verklaring. Wat betreft de bevoegdheid van de verbalisant wordt gesteld dat de bevoegdheid het uitgangspunt is en dat de bevoegdheid niet onderbouwd wordt betwist. De vertegenwoordiger stelt zich ter zitting op het standpunt dat het plaatsen van de flexflitser conform de voorschriften was en verzoekt de kantonrechter het beroep ongegrond te verklaren. Overwegingen
  7. De kantonrechter sluit het onderzoek en doet onmiddellijk mondeling uitspraak. De kantonrechter overweegt daarbij als volgt.
  8. Uit de beschikbare informatie blijkt dat sprake is van een gedraging binnen de bebouwde kom (bord H1) Hierdoor mag volgens vaste jurisprudentie van het hof worden verwacht dat betrokkene zijn rijroute kenbaar maakt, zodat duidelijk wordt waar hij de bebouwde kom is binnengereden. Omdat gemachtigde dit niet heeft gedaan, heeft hij onvoldoende aannemelijk gemaakt dat de bebording niet aanwezig of niet deugdelijk was. De kantonrechter ziet dan ook geen reden om te twijfelen aan de juistheid van de bebording.
  9. Uit het proces-verbaal van schouw blijkt daarnaast dat de verbalisant de handhavingslocatie heeft gecontroleerd en hierbij geen bijzonderheden heeft aangetroffen. De beroepsgrond van betrokkene dat de betrokken flexflitser niet geplaatst had mogen worden, is onvoldoende om hieraan te twijfelen. De omstandigheid dat de bebording na de plaatsing van de flexflitser vervangen is, maakt niet dat de bebording ten tijde van de plaatsing van de flexflitser niet deugdelijk was. In het door gemachtigde gevoerde verweer zijn geen omstandigheden gelegen die aanleiding geven tot een wijziging van de sanctie. De sanctie is terecht opgelegd. Conclusie De gedraging kan worden vastgesteld en de kantonrechter ziet geen reden tot matiging of het achterwege laten van de sanctie. Dit betekent dat hij het beroep tegen de inleidende beschikking ongegrond verklaart. Nu de officier van justitie het beroep ten onrechte niet-ontvankelijk heeft verklaard vanwege termijnoverschrijding, zal de kantonrechter de beslissing van de officier van justitie vernietigen. Beslissing De kantonrechter: verklaart het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie gegrond; vernietigt die beslissing; verklaart het beroep tegen de inleidende beschikking ongegrond. Deze uitspraak is gedaan door mr. F. Sijens, kantonrechter, in aanwezigheid van mr. R. Krikke, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 17 juli
  10. griffier, kantonrechter, Rechtsmiddel Als u het met de beslissing op uw beroep niet eens bent, dan kunt u binnen zes weken na de hieronder vermelde datum van toezending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem - Leeuwarden, maar alleen als: a. de u opgelegde administratieve sanctie meer dan € 110,00 bedraagt, of b. uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u geen (of niet op tijd) zekerheid heeft gesteld. Het (hoger) beroepschrift moet worden ingediend bij de rechtbank Noord-Nederland, Afdeling Bestuursrecht, locatie Groningen (Postbus 150, 9700 AD Groningen). U dient daarbij het zaaknummer te vermelden. De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure, tenzij door u bij het (hoger) beroepschrift uitdrukkelijk om een zitting is gevraagd. Hof Arnhem-Leeuwarden 28 februari 2020, ECLI:NL:GHARL:2020:1803, r.o. 8.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.