beslissing RECHTBANK NOORD-NEDERLAND Zittingsplaats Assen Wrakingskamer zaaknummer: C/18/249284 KG RK 25-321 Beslissing van 29 oktober 2025 van de meervoudige wrakingskamer van de rechtbank op het verzoek van [verzoeker] , hierna te noemen: verzoeker, procederende in persoon, strekkende tot de wraking van mr. H.J. BASTIN, rechter in deze rechtbank, hierna te noemen: de rechter. 1Het procesverloop 1.
- Bij e-mail van 16 oktober 2025 heeft verzoeker een verzoek ingediend tot wraking van bovengenoemde rechter in de zaken LEE 24/3876, LEE 25/483, LEE 25/484, LEE 25/1195V en LEE 25/1296 V. 1.
- De rechter heeft op 22 oktober 2025 verweer gevoerd tegen het wrakingsverzoek. 1.
- De wrakingskamer heeft, gelet op het onderstaande, afgezien van een mondelinge behandeling. 2De beoordeling 2.
- Op grond van artikel 8:15 Algemene wet bestuursrecht kan op verzoek van een partij een rechter gewraakt worden op grond van feiten en omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen leiden. 2.
- Het wrakingsverzoek van verzoeker heeft onder meer betrekking op de zaak met zaaknummer LEE 24/
- In deze zaak is verzoeker geen partij. Hij zal om die reden niet-ontvankelijk worden verklaard in zijn wrakingsverzoek met betrekking tot de hiervoor genoemde zaak. 2.
- Met betrekking tot het wrakingsverzoek in de zaken LEE 25/483, LEE 25/484, LEE 25/1195 en LEE 25/1296 overweegt de wrakingskamer het volgende. Op grond van artikel 1 onder 5 van het Wrakingsprotocol van deze rechtbank (onder meer te vinden op www.rechtspraak.nl) moet een wrakingsverzoek worden gedaan voordat in de hoofdzaak een aanvang is gemaakt met het doen van de einduitspraak. In de hiervoor genoemde zaken heeft de rechter al een einduitspraak gedaan. Dit betekent dat verzoeker te laat is met het indienen van zijn wrakingsverzoek en om die reden niet-ontvankelijk zal worden verklaard in zijn verzoek met betrekking tot die zaken. 2.
- Omdat een verdere behandeling van het verzoek ter zitting niet tot een andere beslissing kan leiden heeft de wrakingskamer met toepassing van artikel 4, onder 2 van het Wrakingsprotocol afgezien van een mondelinge behandeling. 3De beslissing De wrakingskamer: 3.
- verklaart verzoeker niet-ontvankelijk in zijn wrakingsverzoek; 3.
- beveelt onverwijlde mededeling van deze beslissing aan verzoeker en de rechter. Deze beslissing is gegeven door de mrs. J. de Vroome, voorzitter, mr. J.S. Bartstra en mr. A.S. Venema-Dietvorst, rechters, in tegenwoordigheid van de griffier, en in openbaar uitgesproken op 29 oktober
- de griffier de voorzitter Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.