RECHTBANK NOORD-NEDERLAND Afdeling strafrecht Locatie Groningen parketnummer 18.317778.23 ter terechtzitting gevoegd parketnummers 18.165064.23, 18.165056.23, 18.152974.23, 18.061869.23, 18.059887.23 en 18.059890.23 Vonnis van de meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken d.d. 13 november 2025 in de zaak van het openbaar ministerie tegen de verdachte [verdachte] , geboren op [geboortedatum] 1995 te [geboorteplaats] , verblijvende in de [instelling] . Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 16 oktober
(285b), de feiten 2 en 4 onder parketnummer 18.317778.23 kan de tbs-maatregel met dwangverpleging worden opgelegd en de algemene veiligheid van personen vereist oplegging van de maatregel. Nu het bewezen verklaarde geen betrekking heeft op een misdrijf dat gericht is tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van één of meer personen, zal de rechtbank de terbeschikkingstelling gemaximeerd opleggen. De duur van de maatregel zal derhalve een periode van vier jaren niet te boven gaan. Gedragsbeïnvloedende en vrijheidsbeperkende maatregel De rechtbank stelt vast dat voldaan is aan de voorwaarden voor het opleggen van een gedragsbeïnvloedende en vrijheidsbeperkende maatregel als bedoeld in artikel 38z Sr en zal deze maatregel ook opleggen. De rechtbank acht het ter bescherming van de algemene veiligheid van anderen nodig dat na de terbeschikkingstelling gedragsbeïnvloedende en/of vrijheidsbeperkende voorwaarden toegepast kunnen worden. Inbeslaggenomen goederen De rechtbank acht het (onder parketnummer 18.317778.23) inbeslaggenomen voorwerp, te weten een telefoon, merk Samsung, vatbaar voor verbeurdverklaring nu met behulp van dit voorwerp een deel van de feiten is begaan. Benadeelde partij De volgende personen hebben zich als benadeelde partij in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding: [slachtoffer 6] , tot een bedrag van 1.500,00 ter zake van immateriële schade, vermeerderd met wettelijke rente vanaf de datum waarop de schade is ontstaan; [bedrijf 2] , tot een bedrag van 85,00 ter vergoeding van materiële schade, vermeerderd met wettelijke rente vanaf de datum waarop de schade is ontstaan. Standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft geconcludeerd tot toewijzing van de vordering van [slachtoffer 6] , vermeerderd met de wettelijke rente en oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. De vordering van [bedrijf 2] dient niet-ontvankelijk te worden verklaard, nu verdachte moet worden vrijgesproken van het feit waaruit de schade zou zijn ontstaan. Standpunt van de verdediging De raadsman heeft primair geconcludeerd tot afwijzing van de vordering van [slachtoffer 6] , nu in onvoldoende mate is onderbouwd dat sprake is van geestelijk letsel. Subsidiair dient het gevorderde bedrag aanzienlijk te worden gematigd. De vordering van [bedrijf 2] dient niet-ontvankelijk te worden verklaard, nu verdachte moet worden vrijgesproken van het feit waaruit de schade zou zijn ontstaan. Oordeel van de rechtbank Vordering [slachtoffer 6] Naar het oordeel van de rechtbank is voldoende aannemelijk dat de benadeelde partij de gestelde schade heeft geleden en dat deze schade een rechtstreeks gevolg is van het onder de feiten 2, 3 en 4 van parketnummer 18.317778.23 bewezen verklaarde. De psychische impact die de feiten op het persoonlijke leven van het slachtoffer hebben gehad en nog steeds hebben zijn groot. De vordering is zoverre voldoende onderbouwd. De vordering, waarvan de hoogte onvoldoende door verdachte is betwist, zal daarom worden toegewezen, vermeerderd met wettelijke rente vanaf 23 november
- Nu de aansprakelijkheid van verdachte vaststaat, zal de rechtbank de schadevergoedingsmaatregel opleggen om te bevorderen dat verdachte de schade zal vergoeden. De rechtbank zal verdachte veroordelen in de kosten die de benadeelde partij tot aan deze uitspraak in verband met de vordering heeft gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de kosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog moet maken. Vordering [bedrijf 2] De rechtbank acht het feit (feit 5, onder parketnummer 18.317778.23) niet bewezen waaruit de schade zou zijn ontstaan. De benadeelde partij zal daarom niet-ontvankelijk worden verklaard in de vordering. Toepassing van wetsartikelen De rechtbank heeft gelet op de artikelen 33, 33a, 36f, 37a, 37b, 38z, 57, 63, 138, 139, 184a, 261, 266, 285 en 285b van het Wetboek van Strafrecht. Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij ten tijde van het bewezen verklaarde rechtens golden dan wel ten tijde van deze uitspraak gelden. Uitspraak De rechtbank Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte ten laste is gelegd onder: feit 5 onder parketnummer 18.317778.23; het feit primair onder parketnummer 18.059890.23, en spreekt verdachte daarvan vrij. Verklaart hetgeen verdachte ten laste is gelegd onder: de feiten 1 tot en met 4 onder parketnummer 18.317778.23; het feit primair onder parketnummer 18.165064.23; de feiten 1 primair en 2 primair onder parketnummer 18.165056.23; het feit primair onder parketnummer 18.152974.23; het feit primair onder parketnummer 18.061869.23; het feit onder parketnummer 18.059887.23; het feit subsidiair onder parketnummer 18.059890.23 bewezen, te kwalificeren en strafbaar zoals voormeld en verdachte daarvoor strafbaar. Verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan het bewezen verklaarde en spreekt verdachte daarvan vrij. Veroordeelt verdachte tot: een gevangenisstraf voor de duur van 12 maanden. Beveelt dat de tijd die de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf, geheel in mindering zal worden gebracht. Gelast dat verdachte ter beschikking zal worden gesteld en beveelt dat zij van overheidswege zal worden verpleegd. Legt op de maatregel strekkende tot gedragsbeïnvloeding of vrijheidsbeperking als bedoeld in artikel 38z Sr. Verklaart verbeurd de (onder parketnummer 18.317778.23, feiten 2, 3 en 4) in beslag genomen telefoon, merk Samsung. Ten aanzien van parketnummer 18.317778.23, feiten 2, 3, 4 Wijst de vordering van de benadeelde partij toe en veroordeelt verdachte om aan [slachtoffer 6] te betalen: het bedrag van 1.500,00 (zegge: vijftienhonderd euro); de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 23 november 2023 tot de dag van algehele voldoening; de proceskosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog zal maken, tot heden begroot op nihil. Legt aan verdachte de verplichting op om ten behoeve van [slachtoffer 6] aan de Staat te betalen een bedrag van 1.500,00 (zegge: vijftienhonderd euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 23 november 2023 tot de dag van algehele voldoening. Dit bedrag bestaat uit immateriële schade. Bepaalt dat bij gebreke van volledig verhaal van de betalingsverplichting aan de Staat gijzeling voor de duur van 25 dagen kan worden toegepast. De toepassing van gijzeling heft de betalingsverplichting niet op. Bepaalt dat als verdachte voldoet aan de betalingsverplichting aan de benadeelde partij of aan de Staat, verdachte in zoverre zal zijn bevrijd van de betalingsverplichting aan beiden. Ten aanzien van 18.317778.23, feit 5 Verklaart de vordering van [bedrijf 2] niet-ontvankelijk. Dit vonnis is gewezen door mr. O.J. Bosker, voorzitter, mr. M.S. van der Kuijl en mr. C. Brouwer, rechters, bijgestaan door W. Brandsma, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 13 november
- ECLI:NL:HR:2025:409 en uitspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie in de zaak CG/Landeck (HvJ EU 4 oktober 2024, zaak C-548/21, ECLI:EU:C:2024:830).