← Nederland

ECLI:NL:RBNNE:2025:4803

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND Zittingsplaats Groningen Bestuursrecht zaaknummers: LEE 25/4068 en 25/4069 uitspraak van de voorzieningenrechter van 20 november 2025 in de zaken tussen [naam 1 en naam 2 uit woonplaats] , verzoekers wettelijk vertegenwoordigers: [naam 3 en naam 4] (ouders) (gemachtigde: L.R.J. Folkers), en het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Groningen, het college (gemachtigden: M.S. Smith en I.M. van Dijk). Samenvatting Deze uitspraak op de verzoeken om een voorlopige voorziening gaat over de afwijzing van de aanvragen van verzoekers om individueel taxivervoer in plaats van groepsvervoer. De voorzieningenrechter wijst de verzoeken af. Verzoekers hebben het spoedeisend belang onvoldoende onderbouwd. Hierna legt de voorzieningenrechter uit hoe hij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en bindt de rechtbank in een (eventueel) bodemgeding niet. Procesverloop

  1. Namens [verzoekers] is op 22 september 2025 een aanvraag ingediend voor individueel leerlingenvervoer. Het college heeft de aanvraag met de besluiten van 16 oktober 2025 afgewezen. Namens [verzoekers] is bezwaar gemaakt en aan de voorzieningenrechter gevraagd om voorlopige voorzieningen te treffen. 1.
  2. Het college heeft op de verzoeken gereageerd. 1.
  3. De voorzieningenrechter heeft de verzoeken op 17 november 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: mevrouw [naam 3] , bijgestaan door mevrouw L.R.J. Folkers, en namens het college mevrouw M.S. Smith en mevrouw I.M. van Dijk. Beoordeling door de voorzieningenrechter
  4. Bij [verzoekers] is een autismespectrumstoornis (ASS) gediagnosticeerd. Ze gaan naar dezelfde openbare school voor speciaal basisonderwijs. Het college heeft met afzonderlijke besluiten van 4 juni 2025 aangepast vervoer (groepsvervoer) toegekend voor maximaal vier dagen per week voor het schooljaar 2025-
  5. Op donderdag en vrijdag brengt en haalt moeder ( [naam 3] ) [verzoekers] .
  6. De aanvraag namens [verzoekers] om een taxi met maximaal drie kinderen heeft het college afgewezen met het bestreden besluit. Het college adviseert begeleiding in te zetten bij het groepsvervoer. Volgens moeder is dat geen oplossing. Vanaf 22 september 2025 brengt en haalt zij [verzoekers] elke schooldag. Het college heeft hierop de toekenning van het aangepast vervoer herzien.
  7. Het verzoek namens [verzoekers] strekt ertoe om bij wijze van voorlopige voorziening te bepalen dat [verzoekers] drie dagen per week in een personentaxi voor maximaal drie personen van en naar school gaan, tot zes weken na het te nemen besluit op bezwaar.
  8. Een procedure bij de voorzieningenrechter is een spoedprocedure. Deze procedure kan alleen worden gevoerd als er een spoedeisend belang is, waardoor iemand niet kan wachten op een beslissing op het bezwaar- of beroepschrift. De voorzieningenrechter moet daarom eerst kijken of sprake is van een spoedeisend belang, voordat de zaak inhoudelijk kan worden behandeld. 5.
  9. Verzoekers menen een spoedeisend belang te hebben omdat groepsvervoer niet geschikt is voor [verzoekers] . Moeder wil voorkomen dat ze thuis komen te zitten. Daarbij komt dat moeder al enige tijd arbeidsongeschikt wegens ziekte is en aan het re-integreren. Ze wil voorkomen dat ze volledig overspannen raakt. 5.
  10. Op de zitting heeft het college gesteld dat moeder op dit moment in staat is de kinderen alle dagen te brengen en halen. Wordt het haar te veel, dan verwacht het college dat moeder hulp van vader of ondersteuning van haar netwerk aanwendt. Het college is bereid het aangepast vervoer desgewenst te hervatten. 5.
  11. Nu namens [verzoekers] verzocht is om een voorlopige voorziening is het aan hen om te onderbouwen dat sprake is van een spoedeisend belang. Dat spoedeisend belang is onvoldoende onderbouwd. Uit de overgelegde stukken blijkt namelijk niet dat [verzoekers] , afzonderlijk of samen, aangewezen zijn op individueel vervoer. Verzoekers stellen dat wel, maar hebben geen objectieve medische informatie overgelegd waaruit een dergelijke noodzaak blijkt. Daarnaast is niet onderbouwd dat vader de moeder niet kan ontlasten. De enkele stelling ter zitting dat dit niet mogelijk is volstaat niet. Evenmin is objectief medisch onderbouwd dat het onverantwoord is dat de moeder in afwachting van de beslissing op bezwaar de kinderen naar school brengt en haalt. Daarom ontbreekt dan wel is niet onderbouwd dat sprake is van een spoedeisend belang voor het treffen van de gevraagde voorziening.
  12. Gelet hierop bestaat aanleiding het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening af te wijzen.
  13. Het college hoeft geen proceskosten te vergoeden. Beslissing De voorzieningenrechter wijst de verzoeken om voorlopige voorzieningen af. Deze uitspraak is gedaan door mr. A.G.D. Overmars, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. O.J.J.C. Koopmans, griffier. Uitgesproken in het openbaar op 20 november
  14. griffier voorzieningenrechter Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op: Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.