Rechtbank Noord-Nederland – ECLI:NL:RBNNE:2025:5194
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND Zittingsplaats Assen Bestuursrecht beschikkingsnummer: 263934727 zaaknummer: 11424804 BU VERZ 24-2807 proces-verbaal van de mondelinge uitspraak gedaan op de openbare zitting van 22 oktober 2025 in de zaak van [betrokkene] (de betrokkene), die woont in [woonplaats] , gemachtigde: M.J.M. Bergers, Boete.nu.
Inleiding 1. Aan betrokkene is een boete opgelegd op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv). De verkeersovertreding waarvoor de boete is opgelegd is: ‘niet stoppen voor een stopstreep’, verricht op 28 januari 2024, om 12:52 uur, op de N372 Roderweg kruising Roderwolderweg in Roden, met een personenauto, met kenteken [kenteken] . De opgelegde boete bedraagt € 119,00 (inclusief administratiekosten).
1.1.
Betrokkene heeft tegen de boete beroep ingesteld bij de officier van justitie. Deze heeft het beroep ongegrond verklaard met vergoeding van de proceskosten vanwege een wijziging van de feitcode. Tegen die beslissing heeft betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
1.2.
De kantonrechter heeft het beroep op 22 oktober 2025 op de zitting behandeld. Daarbij was aanwezig als vertegenwoordiger van de officier van justitie mr. R. van der Velde.
1.3 Na afloop van de zitting heeft de kantonrechter onmiddellijk uitspraak gedaan.
Beoordeling door de kantonrechter Beslissing 2. De kantonrechter beoordeelt het beroep mede aan de hand van de beroepsgronden van betrokkene. Zij oordeelt dat het beroep ongegrond is. De kantonrechter zal hierna uitleggen waarom zij dat doet.
Standpunten 3. Gemachtigde voert aan dat de gedraging niet verwijtbaar is begaan omdat betrokkene niet eerder kon stoppen door een naderende ambulance. Hij is later gestopt omdat hij bang was dat het voertuig, dat hard kwam aanrijden, anders achter op hem zou botsen. Daarnaast mocht de officier van justitie de extra wegingsfactor uit artikel 13a van de Wahv niet toepassen. Deze extra wegingsfactor is niet van toepassing op de proceskosten bij de officier van justitie omdat hij proceskostenvergoeding toekent op grond van artikel 7:28 van de Algemene wet bestuursrecht. Verder is de € 12,99, die gemachtigde vraagt als instapvergoeding, geen symbolische bijdrage waardoor zijn kantoor niet vergelijkbaar is met een no cure no pay bureau. Van de € 12,99 kan een gezin worden voorzien van een hele week aan brood en beleg, en twee maaltijden. Ook kan voor dit bedrag 128 luiers of een abonnement met 40GB data en onbeperkt bellen gekocht worden. Daar komt bij dat de nodige gezinnen in Nederland van € 50,00 per week moeten rondkomen. Ten slotte wordt in de memorie van toelichting vermeld dat ook met een percentage van de bespaarde belasting kan worden gerekend en dat er dan ook geen sprake is van een no cure no pay. De €12,99 is 8% van deze besparing en is daarom ook geen symbolisch percentage.
Overwegingen 5. Betrokkene betwist de verkeersovertreding niet, maar voert argumenten aan om deze te verklaren. Daarmee is de verkeersovertreding komen vast te staan. Vervolgens is de vraag of er feiten en omstandigheden zijn die aanleiding geven tot een wijziging van de boete.
Conclusie De kantonrechter verklaart het beroep ongegrond.
Waarvan proces-verbaal, mr. M. Hidding, griffier mr. V.A.G. van Dijk, kantonrechter Rechtsmiddel Als u het met de beslissing op uw beroep niet eens bent, dan kunt u binnen zes weken na de hieronder vermelde datum van toezending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem - Leeuwarden, maar alleen als: a. de u opgelegde administratieve boete meer dan € 110,00 bedraagt, of b. uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u geen (of niet op tijd) zekerheid heeft gesteld.
Het (hoger) beroepschrift moet worden ingediend bij de rechtbank Noord-Nederland, Afdeling Bestuursrecht, locatie Groningen (Postbus 150, 9700 AD Groningen). U dient daarbij het zaaknummer te vermelden.
De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure, tenzij door u bij het (hoger) beroepschrift uitdrukkelijk om een zitting is gevraagd.
HR, 24 juni 2025 (ECLI:NL:HR:2025:985), r.o. 5.1.
In de zin van artikel 13a, tweede lid, van de Wahv.
HR, 24 juni 2025 (ECLI:NL:HR:2025:985), r.o. 5.1.
HR, 24 juni 2025 (ECLI:NL:HR:2025:985), r.o. 5.2.