RECHTBANK NOORD-NEDERLAND Zittingsplaats Groningen Bestuursrecht beschikkingsnummer: 260952501 zaaknummer: 11466595 BU VERZ 24-3101 proces-verbaal van de mondelinge uitspraak gedaan op de openbare zitting van 8 oktober 2025 in de zaak van [betrokkene] (hierna: betrokkene), die woont in [woonplaats] , gemachtigde: F.R. Eggink, Verbo Juridisch Advies. Inleiding 1. Aan betrokkene is een boete opgelegd op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv). De verkeersovertreding waarvoor de boete is opgelegd is: ‘12 km per uur harder rijden dan mag binnen de bebouwde kom (verkeersbord A1)’, verricht op 9 september 2023, om 09:32, op de Europaweg (ten hoogte van Sontplein) in Groningen, met een personenauto, met kenteken [kenteken] . De opgelegde boete bedraagt € 129,00 (inclusief administratiekosten). 1.1. Betrokkene heeft tegen de boete beroep ingesteld bij de officier van justitie. Deze heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing heeft betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter. 1.2. De kantonrechter heeft het beroep op 8 oktober 2025 op de zitting behandeld. Daarbij was aanwezig: de vertegenwoordiger van de officier van justitie, mr. P. Veenstra. 1.3. Na afloop van de zitting heeft de kantonrechter onmiddellijk uitspraak gedaan. Beoordeling door de kantonrechter Beslissing 2. De kantonrechter beoordeelt het beroep aan de hand van de beroepsgronden van betrokkene. Hij oordeelt dat het beroep gedeeltelijk gegrond is en zal de boete matigen met 25%. De kantonrechter zal hierna uitleggen waarom hij dat doet. Standpunten 3. Gemachtigde voert aan dat sprake is van misbruik van recht doordat de CVOM niet voldoet aan mails en telefoontjes met betrekking tot het verzetten van de hoorzittingen. Wat betreft de proceskosten voert gemachtigde aan dat hij recht heeft op de oude versie van de proceskostenvergoeding. Hij verwijst daarbij naar jurisprudentie. Wat betreft de verkeersovertreding voert gemachtigde aan dat betrokkene gewoon met het verkeer is meegereden. Er moet iets fout zijn gegaan met het uitmeten van de flitspaal. Gemachtigde stelt dat betrokkene zich niet kan heugen dat hij langs een H1 bord gereden is. De schouwrapporten in het dossier zijn ook niet correct, omdat deze zien op controle van een H1-bord. In het zaakoverzicht staat echter dat het om een A1 bord gaat. De controlerende en schouwende BOA stelt dat het om een H1 bord gaat, terwijl de uitlezende BOA stelt dat het om een A1 bord gaat. Als rijroute voert gemachtigde aan dat betrokkene vanaf Euroborg naar het UMCG is gereden. Verder doet gemachtigde beroep op het Rapport Boetestelsel in Balans van het OM en stelt hij dat de boetebedragen te hoog zijn. 4. De vertegenwoordiger stelt zich ter zitting op het standpunt dat kan worden vastgesteld dat de bebording ten tijde van de verkeersovertreding deugdelijk aanwezig was. In het dossier zijn schouwrapporten aanwezig waaruit blijkt dat de A1-bebording, die ter plekke van toepassing is, binnen zes maanden vóór en zes maanden na de verkeersovertreding is gecontroleerd. De vertegenwoordiger stelt dat de enkele stelling dat de meting niet juist is, onvoldoende is om te twijfelen aan de betrouwbaarheid hiervan. Wat betreft de hoorzitting stelt de vertegenwoordiger dat er geen sprake is van schending van de hoorplicht, nu geprobeerd is gemachtigde te bellen. Gemachtigde heeft enkel algemene verhinderdata gestuurd. Zij stelt dat gemachtigde, als hij niet kon verschijnen bij het hoorgesprek, op de uitnodiging had moeten reageren. Wat betreft de stelling van gemachtigde dat hij moet wachten op de aparte hoorgesprekken, stelt de vertegenwoordiger dat de bedoeling van het gesprek een dialoog is en dat de 10 minuten tussen de gesprekken nodig is voor de medewerker om de zaak te verwerken. Zij stelt dat er geen sprake is van misbruik van recht. Wat betreft de evenredigheid stelt de vertegenwoordiger dat de officier van justitie, anders dan in strafrechtelijke zaken, niet zelf een strafeis kan formuleren, maar alleen een boete kan matigen op grond van bijzondere omstandigheden. Zij stelt dat van deze omstandigheden geen sprake is. De vertegenwoordiger verzoekt de kantonrechter wel om de boete te matigen met 25% en een proceskostenvergoeding toe te kennen in de kantonfase, vanwege een overschrijding van de redelijke termijn. Overwegingen 5. Gemachtigde stelt dat sprake is van een schending van de hoorplicht en misbruik van recht. De kantonrechter volgt het standpunt van de vertegenwoordiger en is van oordeel dat hiervan geen sprake is. Gemachtigde heeft niet aangegeven verhinderd te zijn, maar enkel algemene verhinderdata toegezonden die geen betrekking hebben op deze zaak. Er is geprobeerd om gemachtigde telefonisch te bereiken. Indien hij niet kon verschijnen, had het op zijn weg gelegen om op de uitnodiging te reageren. Daarnaast volgt de kantonrechter het standpunt van de vertegenwoordiger dat de opzet van het hoorgesprek een dialoog betreft en dat de tussenliggende tien minuten noodzakelijk zijn voor de medewerker om de zaak te verwerken. Dit verweer van gemachtigde slaagt aldus niet. 6. In Wahv-zaken biedt de verklaring van de verbalisant in beginsel een voldoende grondslag voor de vaststelling dat de verkeersovertreding is verricht. Dat is anders indien de betrokkene voor zijn zaak specifieke feiten en omstandigheden aanvoert, die aanleiding geven te twijfelen aan de juistheid van één of meer onderdelen van de verklaring dan wel indien uit het dossier zulke feiten en omstandigheden blijken. 6.1. Uit de verklaring van de verbalisant, zoals opgenomen in het zaakoverzicht, blijkt dat de snelheid is vastgesteld met behulp van een voor de meting getest, goedgekeurd en op de voorgeschreven wijze meting getest, goedgekeurd en op de voorgeschreven wijze gebruikt snelheidsmeetmiddel. De gemeten (afgelezen) snelheid is 65 km per uur, de werkelijke (gecorrigeerde) snelheid is 62 km per uur en de toegestane snelheid was 50 km per uur. Dit maakt een overschrijding van de maximumsnelheid van 12 km per uur. 6.2. Allereerst overweegt de kantonrechter dat de enkele – niet onderbouwde – stelling van gemachtigde dat er iets fout is gegaan met het uitmeten van de flitspaal, omdat betrokkene gewoon met het verkeer heeft meegereden, onvoldoende is om te twijfelen aan de beschikbare gegevens. 6.3. Gemachtigde stelt dat de schouwrapporten onjuist zijn, omdat het schouwrapport ziet op de controle van het H1-bord. Dit verweer volgt de kantonrechter niet. In het dossier bevinden zich twee processen-verbaal van schouw digitale flitspaal van 22 juli 2023 en 14 oktober 2023. Onder ‘handhavingsborden’ noemt de ambtenaar dat het A1-bord van toepassing is. Dat de ambtenaar controle van H1 bebording noemt, betekent niet dat enkel hierop gecontroleerd is. Om de verkeersovertreding te kunnen vaststellen, dient immers ook te kunnen worden vastgesteld dat de verkeersovertreding heeft plaatsgevonden binnen de bebouwde kom, omdat deze feitcode en (omschrijving van
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.