Rechtbank Noord-Nederland – ECLI:NL:RBNNE:2026:1413
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND Bestuursrecht zaaknummer: LEE 25/3619 uitspraak van de enkelvoudige belastingkamer van 23 april 2026 in de zaak tussen [eiser], uit [woonplaats] , eiser (gemachtigde: [naam] ), en de ontvanger van de Belastingdienst/Midden- en Kleinbedrijf/kantoor Almere, de ontvanger.
Inleiding 1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen de uitspraak op administratief beroep van de ontvanger van 18 augustus 2025. In die uitspraak heeft de ontvanger afwijzend beslist op een verzoek tot kwijtschelding van eiser.
1.1.
De ontvanger heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
1.2.
De rechtbank heeft partijen laten weten dat zij een zitting niet nodig vindt en gevraagd of partijen het daarmee eens zijn. Omdat partijen daarna niet om een zitting hebben gevraagd, heeft de rechtbank het onderzoek gesloten en de zaak niet behandeld op een zitting.
Beoordeling door de rechtbank 2. De rechtbank overweegt dat de bestuursrechter bevoegd is om over besluiten te oordelen die aan in de wet gestelde eisen voldoen. In de wet staan ook besluiten waar de bestuursrechter niet over mag oordelen.
Conclusie en gevolgen 8. De rechtbank is onbevoegd. Zij mag de zaak dus niet behandelen. Eiser krijgt geen vergoeding van zijn proceskosten. Nu de bestuursrechter onbevoegd is, hoeft eiser geen griffierecht te betalen. Omdat eiser wel griffierecht heeft betaald, zal dat worden terugbetaald.
Beslissing De rechtbank verklaart zich onbevoegd.
Deze uitspraak is gedaan door mr. F. Brekelmans, rechter, in aanwezigheid van mr. R. Schultinga, griffier. griffier rechter Uitgesproken op 23 april 2026.
Informatie over hoger beroep Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is bekendgemaakt.
Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (belastingkamer), Locatie Arnhem, Postbus 9030, 6800 EM Arnhem.
Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.
Artikel 8:57 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk.
De omschrijving van een besluit staat in artikel 1:3 van de Awb.
Het gaat hier om artikel 8:5 van de Awb en de daarin genoemde Bevoegdheidsregeling bestuursrechtspraak. Volgens artikel 1 van de Bevoegdheidsregeling bestuursrechtspraak kan geen beroep worden ingesteld tegen besluiten die op grond van de Invorderingswet 1990 zijn genomen. Uitzondering hierop zijn de besluiten die op grond van de artikelen 30, 49 en 62a zijn genomen. Dan is de bestuursrechter wel bevoegd.
Artikel 26, eerste lid, Invorderingswet 1990, en de artikelen 7, eerste lid, en 24 Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990.
Artikel 25 Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990.
Vgl. Hoge Raad 20 december 2013, ECLI:NL:HR:2013:1797.
Titel 8.4 van de Awb bevat artikel 8:88 van de Awb e.v.
Artikel 2.5, zevende lid, van het Procesreglement bestuursrecht rechtbanken juli 2025.