RECHTBANK NOORD-NEDERLAND Zittingsplaats Leeuwarden Bestuursrecht beschikkingsnummer: 266144517 zaaknummer: 11777628 BU VERZ 25-1367 proces-verbaal van de mondelinge uitspraak gedaan op de openbare zitting van 30 januari 2026 in de zaak van [betrokkene] (de betrokkene), die woont in [woonplaats]. Inleiding
- Aan betrokkene is een boete opgelegd op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv). De verkeersovertreding waarvoor de boete is opgelegd is: R584 – ‘een voertuig parkeren waar dat niet mag (bord E1, parkeerverbod(szone))’, verricht op 26 april 2024, om 14:30 uur, op de Diepswal in Dokkum, met een personenauto met kenteken [kenteken]. De opgelegde boete bedraagt € 129,00 (inclusief administratiekosten). 1.
- Betrokkene heeft tegen de boete beroep ingesteld bij de officier van justitie. Deze heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing heeft betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter. 1.
- De kantonrechter heeft het beroep op 30 januari 2026 op de zitting behandeld. Daarbij waren aanwezig: betrokkene en zijn vrouw en als vertegenwoordigster van de officier van justitie mr. M. Kalsbeek. 1.
- Na afloop van het onderzoek op de zitting heeft de kantonrechter onmiddellijk uitspraak gedaan. Beoordeling door de kantonrechter Beslissing
- De kantonrechter beoordeelt het beroep aan de hand van de beroepsgronden van betrokkene. Hij oordeelt dat het beroep ongegrond is. De kantonrechter zal hierna uitleggen waarom dat het geval is. Standpunten
- Betrokkene geeft aan dat ter plaatse geen bord stond dat hij mocht parkeren, maar ook geen bord dat hem verbóód daar te parkeren. Hij was met zijn vrouw en twee passagiers die slecht ter been waren, onderweg naar een uitvaart in Dokkum, waarvoor zij al te laat waren. Betrokkene was in de haast blij dat hij een plekje vond, keek goed of hij geen bord over het hoofd had gezien en vroeg nog aan mensen op het naastgelegen terras of zijn auto goed stond, waarop zij zeiden van wel. Uit Google Maps blijkt volgens betrokkene dat er regelmatig bussen geparkeerd staan op die plaats en dat hij – en anderen die hij ernaar vraagt – er zo weer zou(den) parkeren. Volgens betrokkene lijkt de plaats op een parkeervak. Hij zegt dat hij geen bebording heeft gezien aan de rand van de parkeerverbodszone. Het was niet zijn bedoeling om fout te parkeren. Betrokkene vindt dat de gemeente tekortschiet door niet duidelijk aan te geven dat ter plaatse niet geparkeerd mag worden, maar wel boetes te innen.
- De vertegenwoordigster vindt dat het beroep ongegrond is. De locatie ziet er volgens haar niet uit als parkeervak. Het is er smal en er staat een lantaarnpaal. Uit het aanvullend proces-verbaal en Google Street View blijkt verder dat de parkeervakken in Dokkum duidelijk belijnd zijn. Overwegingen
- Betrokkene betwist de aanwezigheid van de bebording. De pleeglocatie bevindt zich in een parkeerverbodszone. De verbalisant was ter plaatse aanwezig en dan mag ervan uitgegaan worden dat die de bebording heeft gecontroleerd, tenzij omstandigheden dit onaannemelijk maken. In dit geval geeft de verbalisant in het proces-verbaal van 11 februari 2025 expliciet aan dat de bebording is gecontroleerd. De kantonrechter neemt daarom aan dat de bebording in orde was, waardoor de gemeente haar werk goed heeft gedaan.
- Betrokkene stelt dat hij in een parkeervak geparkeerd heeft. De kantonrechter kan dit niet volgen. Uit Google Street View blijkt dat de bestrating weliswaar verschilt van de rest van de weg, maar het is geen parkeervak. Daarvoor is het te smal. Zoals de verbalisant in het proces-verbaal van 11 februari 2025 aangeeft, zijn de parkeervakken verderop duidelijk belijnd. De gemeente heeft haar werk ook op dit punt goed gedaan.
- De verkeersovertreding kan worden vastgesteld. De kantonrechter heeft begrip voor de omstandigheden van de dag en neemt aan dat betrokkene niet met opzet fout geparkeerd heeft, maar ziet geen reden voor wijziging van de boete en zal het beroep dus ongegrond verklaren. Conclusie De kantonrechter verklaart het beroep ongegrond. Waarvan proces-verbaal, D.W. Veenstra, griffier mr. P.G. Wijtsma, kantonrechter Afschrift verzonden aan partijen op: Rechtsmiddel Als u het met de beslissing op uw beroep niet eens bent, dan kunt u binnen zes weken na de hieronder vermelde datum van toezending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem - Leeuwarden, maar alleen als: a. de u opgelegde administratieve boete meer dan € 110,00 bedraagt, of b. uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u geen (of niet op tijd) zekerheid heeft gesteld. Het (hoger) beroepschrift moet worden ingediend bij de rechtbank Noord-Nederland, Afdeling Bestuursrecht, locatie Groningen (Postbus 150, 9700 AD Groningen). U dient daarbij het zaaknummer te vermelden. De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure, tenzij door u bij het (hoger) beroepschrift uitdrukkelijk om een zitting is gevraagd.