Rechtbank Noord-Nederland – ECLI:NL:RBNNE:2026:502
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND Bestuursrecht zaaknummer: LEE 25/4696 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 13 februari 2026 in de zaak tussen [eiser], uit Emmen, eiser en Veilig Thuis Drenthe, verweerder.
Inleiding 1. In deze uitspraak beslist de rechtbank over het beroep dat eiser heeft ingesteld omdat verweerder volgens hem niet op tijd heeft beslist op de aanvraag van 28 augustus 2025. De aanvraag betreft een verzoek om inzage op grond van artikel 15 van de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG).
1.1.
Omdat de rechtbank kennelijk onbevoegd is doet de rechtbank, doet de rechtbank uitspraak zonder zitting.
1.2.
Eiser heeft gevraagd om vrijstelling van het griffierecht. De rechtbank ziet aanleiding om dit verzoek toe te wijzen. Eiser hoeft dus geen griffierecht te betalen.
Beoordeling door de rechtbank 2. Een schriftelijke beslissing op een verzoek als bedoeld in de artikelen 15 tot en met 22 van de AVG wordt genomen binnen de in artikel 12, derde lid, van de AVG genoemde termijn en geldt, voor zover deze is genomen door een bestuursorgaan, als een besluit in de zin van de Awb. Indien de beslissing niet is genomen door een bestuursorgaan, kan de belanghebbende zich tot de rechtbank (de civiele rechter) wenden met het verzoek de verwerkingsverantwoordelijke te bevelen het verzoek als bedoeld in de artikelen 15 tot en met 22 van de AVG alsnog toe of af te wijzen.
Beslissing De rechtbank verklaart zich onbevoegd.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M.W. de Jonge, rechter, in aanwezigheid van O.T. Smit, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op 13 februari 2026. griffier rechter Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Informatie over verzet Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.
Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk.
Op grond van artikel 34 van de Uitvoeringswet Algemene Verordening Gegevensbescherming (UAVG).
Op grond van artikel 35 van de UAVG.
Op grond van artikel 6:2, aanhef en onder b, in samenhang met artikel 7:1, eerste lid, aanhef en onder f, van de Awb.
ABRvS 23 december 2020, ECLI:NL:RVS:2020:3070, r.o. 8.