← Nederland

ECLI:NL:RBNNE:2026:532

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND Zittingsplaats Leeuwarden Bestuursrecht beschikkingsnummer: 267125800 zaaknummer: 11764886 BU VERZ 25-1293 proces-verbaal van de mondelinge uitspraak gedaan op de openbare zitting van 29 januari 2025 in de zaak van [betrokkene] (de betrokkene), die woont in [woonplaats] . Inleiding

  1. Aan betrokkene is een boete opgelegd op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv). De verkeersovertreding waarvoor de boete is opgelegd is: ‘parkeren op een gehandicaptenparkeerplaats zonder een duidelijk zichtbare en geldige gehandicaptenparkeerkaart’ verricht op 21 juni 2024, om 14:50 uur aan de Strandweg te Nes, gemeente Ameland, met een personenauto, met kenteken [kenteken] . De opgelegde boete bedraagt € 379,00 (inclusief administratiekosten). 1.
  2. Betrokkene heeft tegen de boete administratief beroep ingesteld bij de officier van justitie. Deze heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing heeft betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter. 1.
  3. De kantonrechter heeft het beroep op 29 januari 2025 op de zitting behandeld. Daarbij was aanwezig de vertegenwoordigster van de officier van justitie, mr. P. Veenstra. 1.
  4. Na afloop van de zitting heeft de kantonrechter onmiddellijk uitspraak gedaan. Beoordeling door de kantonrechter Beslissing
  5. De kantonrechter beoordeelt het beroep aan de hand van de beroepsgronden van betrokkene. Hij oordeelt dat het beroep gegrond is en hij zal de boete matigen. De kantonrechter zal hierna uitleggen waarom hij dat doet. Standpunten 3.1 Betrokkene betwist de verweten gedraging niet, maar voert omstandigheden aan. Door betrokkene is aangevoerd dat de gewone parkeerplaats ongeveer 350 meter van de strandopgang is, waardoor zij ging kijken of zij dichterbij de strandtent kon komen. Daar waren een aantal invalide parkeerplaatsen. Betrokkene heeft aangevoerd dat zij afhankelijk is van een rollator en de afstand voor haar tot de strandopgang vanaf de gewone parkeerplaats niet te doen is gezien haar neurologische problemen. Omdat betrokkene wel 100 meter kan lopen met de rollator, was haar aanvraag om een gehandicaptenparkeerkaart in eerste instantie afgewezen bij de gemeente. Betrokkene heeft aangevoerd dat zij inmiddels wel in het bezit is van een gehandicaptenparkeerkaart, die zij als bijlage heeft overgelegd. 3.2 De vertegenwoordigster heeft de kantonrechter verzocht het boetebedrag te matigen met de helft, gelet op de door betrokkene aangevoerde omstandigheden. Overwegingen 4 Omdat betrokkene de verweten gedraging niet betwist, kan deze worden vastgesteld. Vervolgens is de vraag, of sprake is van omstandigheden die moeten leiden tot het matigen of achterwege laten van de boete. 4.1 In het door betrokkene gevoerde verweer ziet de kantonrechter voldoende aanleiding de boete te matigen. De kantonrechter stelt voorop dat gehandicaptenparkeerplaatsen te allen tijde vrij moeten zijn voor mensen die in het bezit zijn van een gehandicaptenparkeerkaart. Alhoewel betrokkene ten tijde van de gedraging niet in het bezit was van een gehandicaptenparkeerkaart en daarom op een reguliere parkeerplaats had moeten parkeren, is de kantonrechter van oordeel dat betrokkene voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat zij ten tijde van de gedraging in verband met neurologische problemen afhankelijk was van haar rollator en niet ver kon lopen. Daarnaast heeft betrokkene in het kantonberoep aangevoerd dat zij inmiddels wel in het bezit is van een gehandicaptenparkeerkaart, die zij ook heeft bijgevoegd. Gelet op vorenstaande omstandigheden is de kantonrechter van oordeel dat de boete gematigd dient te worden met de helft, waardoor het boetebedrag zal worden gewijzigd naar € 194,00 inclusief administratiekosten. Conclusie De kantonrechter: - verklaart het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie gegrond; - vernietigt die beslissing;- wijzigt de inleidende beschikking in die zin dat de sanctie wordt gematigd tot € 194,00 inclusief administratiekosten;- bepaalt dat het teveel betaalde aan zekerheidstelling aan betrokkene wordt gerestitueerd. Waarvan proces-verbaal, R. de Hoop, griffier mr. F. Sijens, kantonrechter Afschrift verzonden aan partijen op: Rechtsmiddel Als u het met de beslissing op uw beroep niet eens bent, dan kunt u binnen zes weken na de hieronder vermelde datum van toezending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem - Leeuwarden, maar alleen als: a. de u opgelegde administratieve boete meer dan € 110,00 bedraagt, of b. uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u geen (of niet op tijd) zekerheid heeft gesteld. Het (hoger) beroepschrift moet worden ingediend bij de rechtbank Noord-Nederland, Afdeling Bestuursrecht, locatie Groningen (Postbus 150, 9700 AD Groningen). U dient daarbij het zaaknummer te vermelden. De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure, tenzij door u bij het (hoger) beroepschrift uitdrukkelijk om een zitting is gevraagd.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.