vonnis RECHTBANK OOST-BRABANT Handelsrecht Zittingsplaats 's-Hertogenbosch zaaknummer / rolnummer: C/01/251385 / HA ZA 12-744 Vonnis van 4 september 2013 in de zaak van naamloze vennootschap ABN AMRO BANK N.V., gevestigd te Amsterdam, eiseres in conventie, verweerster in voorwaardelijke reconventie, advocaat mr. W.A.M. Rupert te Rotterdam, tegen de vennootschap naar buitenlands recht EULER HERMES EUROPE SA, gevestigd te Brussel, België, gedaagde in conventie, eiseres in voorwaardelijke reconventie, advocaat mr. Ph.C.M. van der Ven te ‘s-Hertogenbosch. Partijen zullen hierna ABN AMRO en Euler genoemd worden. 1De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: het tussenvonnis van 19 december 2012 de akte overlegging producties tevens vermindering van eis in voorwaardelijke reconventie van Euler de brief van mr. Stadermann van 20 maart 2013 namens ABN Amro met producties 19-27 de akte van Euler met producties 30-32 de spreekaantekeningen van ABN Amro ten behoeve van de comparitie van partijen de spreekaantekeningen van Euler het proces-verbaal van comparitie van 4 april 2013 de akte uitlating na comparitie van Euler. 1.2. Ten slotte is vonnis bepaald. 2De feiten 2.1 Trading Rijen B.V. is een handelsonderneming in vee en vlees. Trading Rijen B.V. heeft (ter afdekking van het risico van het onbetaald blijven van vorderingen op haar debiteuren) per 1 maart 2008 een kredietverzekeringsovereenkomst afgesloten bij Euler Hermes Kredietverzekering N.V. De rechten en verplichtingen van laatstgenoemde rechtspersoon zijn ten gevolge van een fusie met ingang van 30 december 2011 overgegaan op Euler Hermes Europe S.A. (hierna te noemen: Euler). Op het polisvoorblad van deze kredietverzekeringsovereenkomst staat onder meer: “Verzekerd percentage : 90,00% (…) Achterst. periode : Bij betalingsconditie 030/60 dagen 60 dagen na vervaldag Incassotermijn : 15 dagen na achterstalligheidstermijn” Op het polisvoorblad wordt onder het kopje “Aanhangsel” onder meer verwezen naar Clausule 1040.2 “Incasso door Euler” (begindatum 1 maart 2008) en Clausule 1100.3 “Verpanding” (begindatum 27 maart 2008). Verder wordt daarop verwezen naar de “Algemene polisvoorwaarden: 101/05”. 2.2 In de polisvoorwaarden 101/05 (productie 1 bij dagvaarding) staat voor zover van belang het volgende: “ Definities 1 Achterstalligheidstermijn De op het polisvoorblad vermelde termijn waarbinnen de vordering door de debiteur dient te zijn betaald. (…) Incassotermijn De op het polisvoorblad vermelde termijn waarbinnen de vorderingen ter incasso dienen te worden overgedragen. (…) Vermoedelijke insolventie Situatie waarbij vorderingen langer dan zes maanden na de oorspronkelijke vervaldatum van de oudste factuur geheel of gedeeltelijk onbetaald zijn gebleven. (…) Verzekerd risico 2 2.1 Verzekerde vordering Een vordering is verzekerd indien en voor zover aan de volgende voorwaarden is voldaan: a. Indien deze voortkomt uit de op het polisvoorblad vermelde verzekerde bedrijfsactiviteiten en de goederen en/of diensten, behoudens de voorafgaande schriftelijke goedkeuring door Euler Hermes, zijn geleverd respectievelijk zijn verricht en gefactureerd aan het land waarin de debiteur is gevestigd; b. voor zover deze valt binnen de kredietlimiet; (…) e. indien deze niet is ontstaan tijdens schadedreiging als bedoeld in artikel 7.4; (…) 2.2 Verzekerd verlies Er is sprake van een verzekerd verlies indien de verzekerde geen betaling ontvangt voor een rechtsgeldige, verzekerde vordering op een debiteur als gevolg van insolventie of vermoedelijke insolventie en de schade het gevolg is van een gebeurtenis waarvan voor partijen ten tijde van het sluiten van de verzekering onzeker was dat daaruit voor verzekerde schade was ontstaan dan wel naar de normale loop van omstandigheden nog zou ontstaan. De rechtsgeldigheid van de vordering dient door de verzekerde te worden aangetoond. (…) 2.4 Uitsluitingen Als verzekerd verlies komen niet in aanmerking eventuele verliezen veroorzaakt door of betreffende: (…) c. vorderingen die onbetaald zijn gebleven als gevolg van de handelwijze van de verzekerde zelf dan wel (een) door hem ingeschakelde derde(n); d. vorderingen die door de debiteur worden betwist; (…) g. vorderingen die niet voldoen aan de voorwaarden omschreven in artikel 2.1; (…) Verplichtingen verzekerde 4 4.1 Creditmanagement De verzekerde is verplicht om een zorgvuldig en adequaat debiteurenbeleid te voeren alsmede in dat kader bij onder meer het verlenen van krediet aan afnemers en het beheer, het volgen en de incasso van openstaande vorderingen zodanige maatregelen te treffen als nodig is teneinde verliezen op debiteuren zo veel mogelijk te voorkomen dan wel te beperken. In dit kader is de verzekerde onder meer verplicht om, in voorkomende gevallen overeenkomstig de aanwijzingen van Euler Hermes: (…) d. de debiteur regelmatig schriftelijk en telefonisch aan te manen om tot betaling van de vordering over te gaan, alsmede na het opeisbaar worden van de vordering tijdig een schriftelijke ingebrekestelling te verzenden; (…) 4.2 Polisverplichtingen De verzekerde is te allen tijde jegens Euler Hermes en Euler Hermes Services B.V. verplicht om: (…) c. maandelijks een schriftelijke opgave te verstrekken aan Euler Hermes van de vorderingen waarvan de op het polisvoorblad vermelde achterstalligheidstermijn is verstreken, indien op de achterstallige vordering een betwisting van toepassing is; d. Euler Hermes, zo spoedig mogelijk als redelijkerwijs mogelijk is, schriftelijk te informeren ingeval van schadedreiging als bedoeld in artikel 7.4.b t/m 7.4.f; e. uiterlijk bij het bereiken van de op het polisvoorblad vermelde incassotermijn, doch mogelijk zoveel eerder als door Euler Hermes gewenst, vorderingen ter incasso aan Euler Hermes Services B.V. over te dragen en de aanwijzingen van Euler Hermes Services B.V. op te volgen; (…) 4.3 Schadepreventie Euler Hermes heeft te allen tijde het recht om, ter voorkoming dan wel beperking van verlies, de verzekerde (nadere) aanwijzingen en instructies te verstrekken alsmede ten aanzien van openstaande vorderingen van de verzekerde op haar debiteuren te interveniëren en alle maatregelen te treffen welke haar nodig dan wel wenselijk voorkomen. (…) Kredietlimieten 6 (…) 6.5 Limietmutaties Vastgestelde kredietlimieten kunnen te allen tijde door Euler Hermes Services B.V. worden verlaagd of ingetrokken. Openstaande vorderingen blijven tot de datum van de limietmutatie overeenkomstig de polisvoorwaarden en de kredietlimiet verzekerd. (…) 6.6 Overschrijding kredietlimiet/opschuiving Ingeval van overschrijding van een kredietlimiet valt het meerdere eerst door opschuiving binnen de kredietlimiet indien en voor zover de verzekerde betaling ontvangt voor binnen de kredietlimiet vallende verzekerde vorderingen. (…) Deze opschuiving vindt niet plaats indien de verzekerde betaling ontvangt nadat: (…) b. er sprake is van schadedreiging als omschreven in artikel 7.4; (…) Overige bepalingen 7 (…) 7.4 Schadedreiging Er is met betrekking tot een debiteur sprake van schadedreiging indien: a. een vordering na het verstrijken van de achterstalligheidstermijn niet is voldaan; b. op enigerlei wijze duidelijk is of ervan dient te worden uitgegaan dat de debiteur de overeenkomst niet kan of wenst na te komen; (…) 7.8 Overdracht/verpanding polis Voor de overdracht van, dan wel de vestiging van (beperkte) rechten ten aanzien van rechten uit de polis, dan wel het op enigerlei wijze verlenen van rechten aan derden met betrekking tot uit de polis voortvloeiende rechten is de voorafgaande schriftelijke toestemming van Euler Hermes vereist. De eventuele vestiging van een pandrecht heeft alsdan uitsluitend betrekking op het recht op schadeloosstelling. (…) 7.13 Polisbepalingen Van de polis maken in ieder geval de volgende bescheiden deel uit: a. polisvoorblad; b. eventuele polisaanhangsels; c. algemene polisvoorwaarden; d. manual; (…)” 2.3 In de in artikel 7.13 onder d. van de polisvoorwaarden bedoelde klantenmanual (productie 2 bij dagvaarding) staat voor zover van belang het volgende: “(…) Een kredietverzekering en wat doe ik? Uw rol De kredietverzekering beschermt u tegen onverwachte non-betaling. Uw bedrijfsrisico vermindert en u kunt met een gerust hart zaken doen. Hoewel we het graag zo eenvoudig mogelijk houden, gelden er wel regels en afspraken waaraan verzekeraar en verzekerde zich moeten houden. Deze afspraken helpen non-betaling te voorkomen. Zo betalen wij aan het einde van de rit wel, als de klant dat niet doet. In de volgende hoofdstukken gaan we op elk onderstaand punt dieper in. (…) U signaleert tijdig dat een factuur nog niet is betaald. U voert een goed en consequent debiteurenbeheer. U meldt een dispuut na het verstrijken van de achterstalligheidstermijn. U draagt een achterstallige vordering op de juiste wijze over ter incasso. U dient, als dat nodig is, tijdig een schadeclaim in. (…) Wat doet u bij achterstalligheid Wat verandert er na het verstrijken van de achterstalligheidstermijn? Zodra een factuur achterstallig is, zijn nieuwe leveringen niet verzekerd. In de polis staat welke achterstalligheidstermijn van toepassing is voor de in uw polis opgenomen landen en betalingscondities. (…) Wat doet u met betwiste facturen? Wanneer een factuur betwist wordt, meldt u deze betwiste facturen minimaal één keer per maand. Deze melding kunt u doen via EOLIS. Maar u kunt uw betwiste vorderingen ook melden via het formulier “Incasso-overdracht / Schademelding”. Dit formulier vindt u in de polismap. Incasso overdragen (…) Waneer? Als de achterstalligheidstermijn is verstreken dan draagt u binnen de in de polis gestelde incassotermijn, de vordering aan ons ter incasso over. Dit mag ook eerder als u negatieve signalen krijgt. Het is belangrijk om op tijd het incasso aan ons over te dragen. Bij elke vertraging wordt namelijk de kans op schade groter. Bovendien heeft het niet tijdig overdragen gevolgen voor de dekking onder de polis. (…)” 2.4 Trading Rijen heeft haar (nog te verkrijgen) vorderingen op Euler voortvloeiend uit deze kredietverzekeringsovereenkomst verpand aan ABN Amro. In de bij de kredietverzekering behorende Clausule 1100.3 “Verpanding” van 27 maart 2008, waarin ABN Amro als eerste pandhouder is aangeduid, staat onder meer: “Euler (…) heeft er (…) kennis van genomen en gaat ermee akkoord dat de verzekerde zijn aanspraken op schadevergoeding (schadeloosstellingen) heeft verpand aan bovengenoemde pandhouder, volgens de door partijen ondertekende verpandovereenkomst (…) onder de volgende voorwaarden: (…) b. de schadeafhandeling uitsluitend zal geschieden tussen de verzekerde en Euler (…), maar de vastgestelde schadevergoeding zal worden uitbetaald aan de partij die conform de voorwaarden van de verpandovereenkomst als begunstigde is aangewezen; c. de vorderingen welke Euler (…) op de verzekerde heeft of mocht verkrijgen met de schadevergoeding worden gecompenseerd. Euler (…) behoudt zich het recht voor, indien naar haar mening risico’s of omstandigheden daartoe aanleiding geven, onderhavige clausule te herzien. (…)”. Trading Rijen en ABN Amro hebben op 31 maart 2008 respectievelijk 27 maart 2008 een pandakte ondertekend, welke tevens door Euler is ondertekend. Daarboven staat: “Mede-ondergetekende, Euler Hermes Kredietverzekering N.V. verklaart van voormelde verpanding in kennis te zijn gesteld en hiervoor toestemming te geven.” 2.5 Op 26 maart 2008 heeft Trading Rijen bij Euler een kredietlimiet van € 2.000.000,- aangevraagd voor haar afnemer Weyl Beef Products B.V. (hierna te noemen Weyl BV). Euler heeft bij brief 27 maart 2008 aan Trading Rijen bericht dat zij deze kredietlimiet goedkeurt. In deze brief staat verder nog: “(…) Ter informatie deze limiet van 2 miljoen euro is uitsluitend geldig in combinatie met een solidariteitsverklaring getekend door Weyl Holding BV.(…)” 2.6 Op 9 december 2008 heeft Trading Rijen aan Euler verzocht om toestemming om de kredietlimiet voor Weyl BV te verhogen naar € 3.500.000,-. Bij brief van 11 december 2008 heeft Euler aan Trading Rijen bericht dat zij niet instemt met de gevraagde verhoging omdat Euler voor de beoordeling van Weyl BV niet de beschikking heeft over een recente jaarrekening van deze onderneming. De eerder ten aanzien van Weyl BV afgegeven kredietlimiet van € 2.000.000 blijft gehandhaafd, aldus Euler in deze brief. 2.7 Op 10 maart 2010 heeft Trading Rijen aan Euler verzocht om een kredietlimiet van € 500.000,- vast te stellen voor (het aan Weyl BV gelieerde) Weyl Nordhorn GmbH (hierna te noemen: Weyl GmbH) gevestigd te Duitsland. Bij brief van 11 maart 2010 heeft Euler deze aanvraag van Trading Rijen geweigerd omdat zij onvoldoende informatie over deze onderneming beschikbaar heeft. 2.8 Weyl BV is op 20 mei 2010 in staat van faillissement verklaard. Uit het faillissementsverslag van 3 november 2010 van de curatoren blijkt dat fraude met cheques (een zogeheten chequecarrousel) de oorzaak is van het faillissement, waarbij gedurende jaren de posten debiteuren en voorraad zwaar zijn opgeklopt en een deel van de crediteuren buiten de jaarrekening zijn gehouden. Hierdoor is geen sprake van een positief eigen vermogen van € 12.000.000,- (zoals weergegeven in de jaarrekening van Weyl BV), maar van een negatief eigen vermogen van € 33.000.000,-. 2.9 Trading Rijen heeft op 24 mei 2010 een formulier “Incasso-overdracht / Schademelding” bij Euler ingediend met betrekking tot haar debiteur Weyl BV. Hierop staat vermeld dat het totaalbedrag van haar openstaande vordering € 5.580.398,34 bedraagt. 2.10 Bij brief van 2 juli 2010 heeft Euler aan ABN Amro bericht dat zij de verpanding inzake de kredietverzekering van Trading Rijen heeft geroyeerd (productie 1 bij conclusie van antwoord). In de bijlage bij deze brief staat: “Euler (…) heeft er kennis van genomen en bevestigt hiermee dat de verpanding van de aanspraken op schadevergoeding uit bovengenoemde polis is beëindigd met ingang van 30 juni 2010. Het eerdere polisaanhangsel verpanding is hiermee komen te vervallen en de voormalige pandhouder ziet af van alle rechten daaromtrent.” 2.11 Bij brief van 29 november 2010 heeft ABN Amro (onder verwijzing naar haar pandrecht op de vorderingen van Trading Rijen voortvloeiend uit de met Euler gesloten kredietverzekeringsovereenkomst) jegens Euler aanspraak gemaakt op betaling van € 1.800.000,-. 3Het geschil in conventie 3.1. ABN AMRO vordert samengevat - veroordeling van Euler tot betaling aan ABN Amro van € 1.800.000,-, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 24 mei 2010, en € 27.364,05 aan expertisekosten en € 21.936,38 aan buitengerechtelijke kosten, beide bedragen vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de dag der dagvaarding, met veroordeling van Euler in de proceskosten. 3.2. Euler voert verweer. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan. in voorwaardelijke reconventie 3.3. Euler vordert samengevat – voorwaardelijk, voor het geval Euler enig bedrag aan ABN Amro zou moeten uitkeren en haar beroep op verrekening in conventie niet zou slagen, veroordeling van ABN AMRO tot betaling aan Euler van € 627.236,22, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 21 november 2012, met veroordeling van ABN Amro in de proceskosten. 3.4. ABN AMRO voert verweer. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan. 4De beoordeling in conventie 4.1 ABN Amro heeft aan haar vordering in conventie, kort gezegd, ten grondslag gelegd dat Trading Rijen op 24 mei 2010 – kort na het faillissement van 20 mei 2010 van Weyl B.V., een debiteur van Trading Rijen – hiervan melding heeft gemaakt bij Euler en aanspraak heeft gemaakt op dekking onder de afgesloten kredietverzekeringsovereenkomst voor de onbetaald gebleven vorderingen van Trading Rijen op Weyl B.V. ABN Amro kan als pandhouder van de uitkeringsaanspraken van Trading Rijen onder de polis aanspraak maken op betaling van € 1.800.000,- door Euler, aldus ABN Amro. Euler betwist dat zij gehouden is om enig bedrag aan ABN Amro te betalen. Euler heeft daartoe een aantal verweren aangevoerd. Internationaal privaatrecht: bevoegdheid en toepasselijk recht 4.2 Voorafgaand aan de beoordeling van de geschilpunten die partijen verdeeld houden, is allereerst het volgende van belang. In deze zaak heeft ABN Amro (gevestigd in Nederland) Euler (een vennootschap naar buitenlands recht, statutair gevestigd in Brussel, België) gedagvaard, zodat beoordeeld dient te worden of deze rechtbank bevoegd is om van het geschil kennis te nemen en welk recht daarop van toepassing is. 4.3 ABN Amro procedeert in dit geding primair voor zichzelf in haar hoedanigheid van pandhouder (van de uitkeringsaanspraken van Trading Rijen onder de kredietverzekering). Deze door ABN Amro gestelde uitkeringsaanspraken jegens Euler vloeien voort uit de (hiervoor onder 2.4 geciteerde) Clausule 1100.3 inzake verpanding en de (mede door Euler ondertekende) pandakte. Verder blijkt uit zowel de dagvaarding als uit de overgelegde polisbladen dat Euler (in België gevestigd) mede kantoor houdt te ’s-Hertogenbosch. Uit artikel artikel 5 lid 5 jo. artikel 8 EEX-Verordening volgt dat Euler in deze verzekeringszaak ook kan worden opgeroepen voor het gerecht van de plaats van deze andere vestiging. 4.4 Ten aanzien van het toepasselijk recht geldt het volgende. Ten aanzien van de onderhavige kredietverzekering is Trading Rijen verzekeringnemer. Trading Rijen is een in Nederland gevestigde besloten vennootschap. Op grond van (de ten tijde van de totstandkoming van de verzekeringsovereenkomst op 1 maart 2008 geldende) artikel 5 Wet Conflictenrecht Schadeverzekering in verbinding met artikel 2 aanhef en sub d, vierde aandachtsstreepje en artikel 7 lid 1 onder c van de Richtlijn 88/357/EEG van 22 juni 1988 geldt dat Nederlands recht als op geldige wijze gekozen recht op deze verzekeringsovereenkomst van toepassing is. Uit het polisblad blijkt immers dat de kredietverzekering risico’s dekt die zijn gelegen in meerdere lidstaten en volgens artikel 7.12 van de polisvoorwaarden is Nederlands recht van toepassing. Ten aanzien van de rechtsbetrekking tussen ABN Amro als pandhouder en Euler als verzekeraar geldt dat hierop eveneens Nederlands recht van toepassing is. Op grond van (de ten tijde van de verpanding geldende) artikel 10 Wet Conflictenrecht Goederenrecht geldt immers dat op deze rechtsbetrekking het recht van toepassing is dat op de vordering van toepassing is (laatstgenoemde regel is sinds 1 januari 2012 neergelegd in artikel 10:135 BW). Beroep op niet-ontvankelijkheid van ABN Amro wegens beëindiging van de verpanding en de aan Trading Rijen toekomende bevoegdheid tot schadeafhandeling 4.5 Euler heeft bij conclusie van antwoord (onder 55-61) twee redenen aangevoerd waarom ABN Amro niet-ontvankelijk dient te worden verklaard in haar vorderingen. In de eerste plaats omdat Euler de verpanding van aanspraken uit de polis van Trading Rijen per 30 juni 2010 heeft beëindigd. In de tweede plaats omdat uit Clausule 1100.3 volgt dat de schadeafhandeling uitsluitend zal geschieden tussen Trading Rijen als verzekerde en Euler, waarna enkel de vastgestelde schadevergoeding zal worden uitbetaald aan ABN Amro als pandhouder. Volgens Euler betekent dit dat elke vordering inzake de schadeafhandeling uitsluitend rechtsgeldig ten name van Trading Rijen jegens Euler kan worden ingesteld. Naar aanleiding van deze verweren heeft ABN Amro tijdens de comparitie onder meer een namens Trading Rijen op 28 maart 2013 ondertekend document overgelegd. Bovenaan dit document staat “volmacht” en daaronder staat: “(…) Trading Rijen (…) heeft op 1 maart 2008 een kredietverzekering bij Euler (…) afgesloten (…). Haar eventuele aanspraken onder deze kredietverzekering heeft Trading Rijen (…) verpand aan ABN Amro (…). Trading Rijen (…) verleent bij deze, indien en voor zover nodig omdat de verpanding van haar vordering op Euler (…) niet zou kleven, volmacht aan ABN Amro om op eigen naam de vordering van Trading (…) op Euler (…) te incasseren.” 4.6 De rechtbank overweegt als volgt. Zoals hiervoor overwogen procedeert ABN Amro in dit geding primair voor zichzelf in haar hoedanigheid van pandhouder (van de uitkeringsaanspraken van Trading Rijen onder de kredietverzekering). Ten aanzien van deze hoedanigheid (ABN Amro als pandhouder) geldt dat het eerstgenoemde verweer van Euler (inhoudend dat de vorderingen reeds moeten worden afgewezen omdat zij de verpanding op 30 juni 2010 heeft beëindigd) niet kan slagen. Vast staat dat Euler eind maart 2008 akkoord is gegaan met de verpanding aan ABN Amro van (toekomstige) aanspraken van Trading Rijen op schadevergoeding onder de polis. Trading Rijen heeft op 24 mei 2010 – dus ruim vóór de door Euler gestelde beëindiging van de verpanding op 30 juni 2010 – aanspraak gemaakt op dekking onder de kredietverzekering (in verband met onbetaalde vorderingen op haar debiteur Weyl B.V.). Indien in dit geding komt vast te staan (zoals ABN Amro stelt en Euler betwist) dat de onbetaald gebleven vorderingen van Trading Rijen op Weyl B.V. (deels) gedekt zijn onder de kredietverzekering, dan kan de mededeling van Euler op 30 juni 2010 dat per die datum ”de verpanding van de aanspraken op schadevergoeding uit bovengenoemde polis is beëindigd” niets afdoen aan een reeds voordien ontstaan vorderingsrecht van Trading Rijen jegens Euler onder de polis, en evenmin aan een voordien tot stand gekomen verpanding van deze vordering (waarvoor Euler bij voorbaat toestemming heeft gegeven). Euler heeft het niet in haar macht om rechtsgeldige verpandingen van uitkeringsaanspraken onder de polis eenzijdig en ten nadele van de pandhouder ongedaan te maken. 4.7 Ook het tweede verweer van Euler slaagt niet. Hierbij komt het aan op de uitleg van Clausule 1100.3. Bij de uitleg daarvan gaat het om de zin die partijen in de gegeven omstandigheden over en weer redelijkerwijs aan deze bepaling mochten toekennen en op hetgeen zij te dien aanzien redelijkerwijs van elkaar mochten verwachten (Haviltex-maatstaf). Uit de bepaling dat “de schadeafhandeling uitsluitend zal geschieden tussen de verzekerde en Euler”, kan niet worden afgeleid dat ABN Amro niet bevoegd is om op eigen naam een vordering jegens Euler in te stellen. Van belang is dat Euler als verzekeraar jegens haar verzekeringnemer Trading Rijen een definitief afwijzend standpunt heeft ingenomen en dit standpunt ook handhaaft in de onderhavige procedure. Aldus blijkt niet dat Euler en Trading Rijen nog verder enige uitvoering dienen te geven aan de schadeafhandeling. Voor zover dat anders is geldt dat verzekeringnemer Trading Rijen en pandhouder ABN Amro nauw met elkaar samenwerken ter zake van het geschil met Euler. Dit blijkt wel uit de door ABN Amro overgelegde volmacht (waarbij Trading Rijen ABN Amro machtigt om op eigen naam haar vordering op Euler te incasseren “voor zover nodig om dat de verpanding van haar vordering (…) niet zou kleven”) en de aanwezigheid namens Trading Rijen van haar statutair directeur en haar advocaat tijdens de comparitie aan de zijde van ABN Amro. Nu Trading Rijen geen van ABN Amro afwijkend standpunt inneemt, heeft Euler in zoverre ook geen belang bij de door haar voorgestane uitleg van Clausule 1100.3. Uit het voorgaande volgt dat het beroep van ABN Amro op de door haar overgelegde voorwaardelijke “volmacht” geen nadere beoordeling behoeft. Het beroep van Euler op niet-ontvankelijkheid van ABN Amro dient dan ook te worden verworpen. De dekking onder de polis 4.8 Vervolgens ligt ter beoordeling voor of – gegeven de door Euler onder de kredietverzekering verstrekte kredietlimiet ten aanzien van Weyl B.V. van € 2.000.000,- en het verzekerde percentage van 90 – derhalve tot een bedrag van € 1.800.000,- – dekking bestaat voor de onbetaald gebleven vorderingen van Trading Rijen op Weyl B.V. - Met betrekking tot dit geschilpunt zijn partijen het eens dat de door Trading Rijen ten aanzien van de vorderingen op haar debiteuren gehanteerde betalingstermijn 30 dagen is, zodat de in (artikel 1 van de polisvoorwaarden bedoelde) achterstalligheidstermijn en incassotermijn respectievelijk 90 dagen en 105 dagen bedragen (zie dagvaarding, onder 5 en conclusie van antwoord, onder 27). - ABN Amro stelt dat voor alle vorderingen van Trading Rijen op Weyl B.V. (ten aanzien waarvan zij in de onderhavige procedure dekking claimt onder de kredietverzekering van Trading Rijen zoals afgesloten bij Euler), geldt dat (het in Nederland gevestigde) Weyl B.V. de debiteur is en dat de feitelijke aflevering van het vlees heeft plaatsgevonden bij (het in Nordhorn, Duitsland gevestigde) Weyl GmbH (dagvaarding, sub 88-90 en productie 19 van ABN Amro met toelichting daarop in de brief van 20 maart 2013 van mr. Stadermann). - ABN Amro stelt verder dat het verloop van de vorderingen van Trading Rijen op Weyl B.V. blijkt uit het rapport Mirus (productie 9 bij dagvaarding). In bijlage 7 bij dit rapport staat een overzicht met vorderingen van Trading Rijen op Weyl B.V. die door laatstgenoemde ook zijn voldaan. In dit overzicht staan achtereenvolgens de factuurnummers en factuurdata (van 15 oktober 2008 tot en met 17 mei 2010), de data waarop voor de desbetreffende factuur door Trading Rijen betaling is ontvangen en het bedrag van de factuur. Ten slotte is in de laatste kolom van dit overzicht aangegeven in hoeverre de facturen binnen de incassotermijn (van 105 dagen na de factuurdatum) zijn voldaan. Volgens het overzicht is ten aanzien van een reeks facturen (factuurdatum 25 mei 2009 tot 26 november 2009) de incassotermijn voortdurend overschreden (de laatste kolom in het overzicht van bijlage 7 heeft een positieve waarde). Voor deze reeks facturen geldt dat deze uiteindelijk door Weyl B.V. zijn voldaan na overschrijding van 1 tot 80 dagen van de in de polis bedoelde incassotermijn van 105 dagen. Vanaf 12 maart 2010 was de situatie volgens dit overzicht zodanig dat geen sprake meer was van overschrijding van de incassotermijn van 105 dagen. - Bijlage 8 van het rapport van Mirus bevat een overzicht van vorderingen van Trading Rijen op Weyl B.V. die door laatstgenoemde niet zijn voldaan. Het totaal van deze onbetaald gebleven vorderingen bedraagt € 5.634.336,21. Dit betreffen facturen uit de periode 25 februari 2010 tot en met 17 mei 2010. In deze bijlage 8 is een nader onderscheid gemaakt voor de facturen tussen 25 februari 2010 en 12 maart 2010 van in totaal € 929.579,81. Volgens ABN Amro was de situatie op 13 maart 2010 zodanig dat Weyl B.V. alle facturen van Trading Rijen die negentig dagen of langer openstonden, inmiddels had voldaan. In de periode vanaf 13 maart 2010 tot het faillissement van Weyl B.V. van 20 mei 2010 heeft Trading Rijen nog voor € 4.704.756,40 aan vlees aan Weyl B.V. geleverd, zodat Trading Rijen ten tijde van dit faillissement nog een openstaande vordering op Weyl B.V. had van € 5.634.336,21, aldus ABN Amro. 4.9 ABN Amro stelt aan de hand van het voorgaande dat sprake is van een verzekerd verlies in de zin van artikel 2.2 van de polis. Na 13 maart 2010 heeft Trading Rijen voor € 4.704.756,40 aan vlees aan Weyl B.V. geleverd waarvoor geldt dat al deze leveringen hebben plaatsgevonden in een periode waarin geen sprake was van overschrijding van de achterstalligheidstermijn (90 dagen) of incassotermijn (105 dagen). Nu de polis een verzekerd percentage van 90 kent en de kredietlimiet ten aanzien van Weyl B.V. € 2.000.000,- bedraagt, kan ABN Amro als pandhouder jegens Euler aanspraak maken op betaling van € 1.800.000,- aldus ABN Amro. Euler heeft gemotiveerd betwist dat sprake is van dekking onder de polis. 4.10 Bij de beoordeling of sprake is van dekking onder de kredietverzekering voor de onbetaald gebleven vorderingen van Trading Rijen op Weyl B.V. komt het aan op uitleg van de polisbepalingen. Daarbij geldt als maatstaf de zin die partijen in de gegeven omstandigheden over en weer redelijkerwijs aan elkaars verklaringen mochten toekennen en op hetgeen zij te dien aanzien redelijkerwijs van elkaar mochten verwachten. Ten aanzien van de onderhavige verzekeringsvoorwaarden – waarover in de regel tussen partijen niet onderhandeld pleegt te worden (en uit de stukken van het geding ook niet blijkt dat Trading Rijen en Euler hierover onderhandeld hebben) – geldt dat de uitleg daarvan met name afhankelijk is van objectieve factoren zoals de bewoordingen waarin de desbetreffende bepaling is gesteld, gelezen in het licht van de polisvoorwaarden als geheel en van een eventueel bij de polisvoorwaarden behorende toelichting (vgl. HR 16 mei 2008, LJN BC2793 en NJ 2008, 284, rov. 3.4.2, eerste alinea). 4.11 De rechtbank is van oordeel dat uitgaande van de door ABN Amro gestelde en aan haar vordering ten grondslag gelegde feiten ABN Amro (of Trading Rijen) geen aanspraak kan maken op dekking onder de kredietverzekering voor de onbetaald gebleven vorderingen van Trading Rijen op Weyl B.V. De rechtbank overweegt daartoe als volgt. (
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.