vonnis RECHTBANK OOST-BRABANT Handelsrecht Zittingsplaats 's-Hertogenbosch zaaknummer / rolnummer: C/01/267555 / KG ZA 13-590 Vonnis in kort geding van 10 oktober 2013 in de zaak van [eiser] , handelende onder de naam [X], wonende te [woonplaats], eiser, advocaat mr. E.E.M. van Schaijk-Böhm te Veghel, tegen [gedaagde] , handelende onder de naam [Y], wonende te [woonplaats], gedaagde, advocaat mr. F. Putmans-de Kok te Veghel, kantoorgenote van mr. C.C.E. Wilschut. Partijen zullen hierna [eiser] en [gedaagde] genoemd worden. 1De procedure 1.1. Het - inhoudelijke - verloop van de procedure blijkt uit: de dagvaarding d.d. 5 september 2013, met producties 1 tot en met 5, de brief van mr. Putmans-de Kok d.d. 20 september 2013, met producties 1 tot en met 6, de mondelinge behandeling d.d. 26 september 2013 te 11.00 uur, de pleitnota van mr. Van Schaijk-Böhm, de pleitnota van mr. Putmans-de Kok. 1.2. Ten slotte is vonnis bepaald. 2Enkele relevante feiten 2.1. Partijen zijn buren. [eiser] handelt in promotie-artikelen. [gedaagde] is producent en (groot)handelaar in miniatuurflesjes met alcoholhoudende drank in diverse smaken, welke flesjes met eigen - al dan niet van een foto voorziene - etiketten personaliseerbaar zijn voor elke klant (hierna te noemen: de flesjes). 2.2. In de tweede helft van 2010 zijn partijen een samenwerking aangegaan, waarbij [eiser] als medeverkoper - voornamelijk via internet - van de flesjes van [gedaagde] is gaan fungeren. 2.3. Op enig moment is onenigheid tussen partijen ontstaan, welke onenigheid heeft geleid tot het eindigen van de zakelijke relatie tussen partijen. 2.4. [gedaagde] heeft [eiser] vervolgens in rechte betrokken. Voor zover thans van belang heeft de kantonrechter van deze rechtbank, kanton ’s-Hertogenbosch, in die procedure bij uitvoerbaar bij voorraad verklaard vonnis van 4 juli 2013, zaaknummer 881373, rolnummer 13-2024 (productie 1 bij dagvaarding; hierna ook te noemen: het vonnis), bijna geheel overeenkomstig het door [gedaagde] gevorderde, beslist als volgt: “veroordeelt [eiser] tot het verwijderen en verwijderd houden van alle van [gedaagde] afkomstige afbeeldingen/foto’s, van alle afbeeldingen/foto’s van door [gedaagde] ontworpen etiketten en van alle afbeeldingen/foto’s van de door [gedaagde] geleverde miniflesjes (met etiketten) en voorts van alle informatie over (producten afkomstig van) [gedaagde] op de website www.drank-bedankjes.nl en/of elke andere website waarvan [eiser] thans of in de toekomst gebruik maakt voor zijn (reclame)activiteiten, op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 1.000,- per dag voor elke dag dat verwijdering ervan niet heeft plaatsgevonden vanaf 7 dagen na betekening van dit vonnis.” en “bepaalt dat ten titel van deze dwangsommen in totaal geen hoger bedrag verbeurd zal kunnen worden dan de somma van € 30.000,-, en dat de dwangsommen vatbaar zijn voor matiging voor zover handhaving ervan naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zou zijn, in aanmerking genomen de mate waarin aan het vonnis is voldaan, de ernst van de overtreding en de mate van verwijtbaarheid van de overtreding.” 2.5. Bij faxbericht van 11 juli 2013 heeft mr. Van Schaik-Böhm mr. Wilschut bericht dat [eiser] gevolg heeft gegeven aan het vonnis. 2.6. Bij exploot van 31 juli 2013 (productie 2 bij dagvaarding) is op verzoek van [gedaagde] aan [eiser] de grosse van het vonnis betekend en bevel gedaan binnen twee dagen aan de inhoud van voormeld vonnis te voldoen, met aanzegging van rechtsmaatregelen bij uitblijven hiervan. 2.7. Hierop is over en weer tussen (de advocaten van) partijen enige (fax)correspondentie gevoerd, waarbij zijdens [eiser] wederom is aangegeven aan het vonnis te hebben voldaan. 3Het geschil 3.1. [eiser] vordert - kort gezegd - [gedaagde] te verbieden het vonnis van 4 juli 2013 ten uitvoer te (doen) leggen, zulks op straffe van verbeurte van een dwangsom groot € 30.000,00, althans een door de voorzieningenrechter in goede justitie te bepalen bedrag, met veroordeling van [gedaagde] in de kosten van dit geding, alsmede met veroordeling van [gedaagde] in de nakosten, te vermeerderen met wettelijke rente. 3.2. [gedaagde] voert verweer. 3.3. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan. 4De beoordeling 4.1. Deze zaak betreft een executiegeschil waarin de vraag voorligt of [eiser] al dan niet heeft voldaan aan opgemelde door de kantonrechter bij vonnis van 4 juli 2013 uitgesproken veroordeling en hij in verband daarmee al dan niet dwangsommen heeft verbeurd. Nu de bevoegdheid van de voorzieningenrechter inzake executiegeschillen is gegrond op artikel 438 lid 2 Rv, behoeft [eiser] niet aannemelijk te maken dat hij een spoedeisend belang heeft bij de gevraagde voorziening. Anders dan [gedaagde] stelt, is het spoedeisend belang bij de door [eiser] gevraagde voorziening met de aard van het gevorderde gegeven. 4.2. Bij de beantwoording van de vraag of in strijd gehandeld is met een rechterlijke beslissing en of in verband daarmee dwangsommen zijn verbeurd, heeft de voorzieningenrechter niet tot taak de door de bodemrechter besliste rechtsverhouding zelfstandig opnieuw te beoordelen. Ingevolge vaste jurisprudentie dient de voorzieningenrechter zich ertoe te beperken de ter uitvoering van het veroordelend vonnis verrichte handelingen te toetsen aan de inhoud van de veroordeling, zoals deze door uitleg moet worden vastgesteld. Daarbij dient hij het doel en de strekking van de veroordeling tot richtsnoer te nemen in die zin dat de veroordeling niet verder strekt dan tot het bereiken van het daarmee beoogde doel. De omstandigheid dat de veroordeling is versterkt met een dwangsom dwingt tot een beperkte uitleg van de veroordeling. Met betrekking tot de in een executiegeschil vereiste afbakening van de reikwijdte van een in algemene termen vervatte veroordeling moet worden vooropgesteld dat de draagwijdte ervan niet beperkt behoeft te zijn tot de herhaling van de handelingen die aanleiding vormden voor de eerdere procedure, maar zich ook kan uitstrekken tot toekomstige handelingen, met dien verstande evenwel dat voor zover het betreft toekomstige handelingen, als maatstaf heeft te gelden dat de draagwijdte van de veroordeling beperkt is te achten tot handelingen waarvan in ernst niet kan worden betwijfeld dat zij, mede gelet op de gronden waarop de veroordeling werd uitgesproken, inbreuken opleveren op datgene wat de rechter heeft beslist (vgl. HR 3 januari 1964, NJ 1964, 445 en HR 5 april 2002, NJ 2003, 356). 4.3. Daarnaast geldt de algemene regel dat een in het dictum van een rechterlijk vonnis uitgesproken veroordeling moet worden gelezen in verband met de overwegingen waarop zij steunt (vgl. HR 25 februari 1994, NJ 1996, 362, HR 7 oktober 1994, NJ 1996, 363 en HR 23 januari 1998, NJ 2000, 544). 4.4. Zoals hiervoor reeds weergegeven, luidt de veroordeling waaraan getoetst dient te worden als volgt:“veroordeelt [eiser] tot het verwijderen en verwijderd houden van alle van [gedaagde] afkomstige afbeeldingen/foto’s, van alle afbeeldingen/foto’s van door [gedaagde] ontworpen etiketten en van alle afbeeldingen/foto’s van de door [gedaagde] geleverde miniflesjes (met etiketten) en voorts van alle informatie over (producten afkomstig van) [gedaagde] op de website www.drank-bedankjes.nl en/of elke andere website waarvan [eiser] thans of in de toekomst gebruik maakt voor zijn (reclame)activiteiten, op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 1.000,- per dag voor elke dag dat verwijdering ervan niet heeft plaatsgevonden vanaf 7 dagen na betekening van dit vonnis.” 4.5. Ter zake deze veroordeling heeft de kantonrechter in gemeld vonnis in rechtsoverweging 3.4. overwogen: “Vaststaat dat [eiser] afbeeldingen van flesjes met etiketten, welke door [gedaagde] zijn verkocht en geleverd, heeft geplaatst of heeft laten staan op zijn website drank-bedankjes.nl. (…) Vaststaat dat [gedaagde] de flesjes inkoopt en dat zij het etiket - naar de wensen van de klant, zoals doorgegeven door [eiser] - drukt, op maat maakt en op de flesjes aanbrengt. Het flesje met het etiket moet aldus worden aangemerkt als een werk dat een eigen, oorspronkelijk karakter bezit en het persoonlijk stempel van [gedaagde] als maker draagt, en waarop aldus ingevolge de Auteurswet auteursrecht bestaat. Het mag daarom niet zonder toestemming van [gedaagde] worden afgebeeld. Het zonder toestemming van [gedaagde] afbeelden van door haar geproduceerde flesjes met etiketten op de website van [eiser] moet derhalve als onrechtmatig jegens haar worden aangemerkt. Daaraan doet niet af dat [eiser] in het verleden exemplaren van flesjes van [gedaagde] heeft gekregen om voor zichzelf te behouden. De flesjes zijn weliswaar zijn eigendom, maar hij mag, zonder toestemming van [gedaagde], geen afbeeldingen daarvan op zijn website plaatsen. Hetzelfde geldt voor het plaatsen van afbeeldingen/foto’s van door [gedaagde] ontworpen etiketten op de website van [eiser]. Ook dan is sprake van een werk dat een eigen, oorspronkelijk karakter bezit en het persoonlijk stempel van [gedaagde] als maker draagt. Voorts dient [eiser], nu de samenwerking is geëindigd, geen informatie meer over producten van [gedaagde] op zijn website te vermelden. De vorderingen tot het verwijderen en verwijderd houden van alle van [gedaagde] afkomstige afbeeldingen/foto’s, van alle afbeeldingen/foto’s van door [gedaagde] ontworpen etiketten en van alle afbeeldingen/foto’s van de door [gedaagde] geleverde miniflesjes (met etiketten) en voorts van alle informatie over (producten afkomstig van) [gedaagde] op de website www.drank-bedankjes.nl en/of elke andere website waarvan [eiser] thans of in de toekomst gebruik maakt voor zijn (reclame)activiteiten, is daarom toewijsbaar. De dwangsom zal worden toegewezen als na te melden.” 4.6. [eiser] grondt zijn vordering op de stelling dat hij meer dan genoegzaam aan de hem bij vonnis opgelegde veroordeling heeft voldaan en daarmee geen dwangsommen verschuldigd is. Hij voert daartoe het volgende aan. [eiser] heeft na het wijzen van het vonnis onmiddellijk alle afbeeldingen van zijn website gehaald en binnen een week na het wijzen van het vonnis de inhoud van zijn website volledig vernieuwd. Zijn website is momenteel zelfs geheel uit de lucht en niet meer benaderbaar. Zich op het standpunt stellende dat de veroordeling slechts kan zien op eigen websites van [eiser], direct dan wel indirect, waarover [eiser] zelf het beheer heeft en waarvan hij zelf de inhoud kan bepalen, is [eiser] de mening toegedaan hiermee volledig te hebben voldaan aan de veroordeling van de kantonrechter. Niettemin heeft [eiser] ook alles in het werk gesteld om zelfs de door hem elders geplaatste afbeeldingen te verwijderen. Hij heeft alle afbeeldingen in advertenties op websites van derden verwijderd. In niet alle gevallen heeft dat geresulteerd in het niet meer zichtbaar zijn van deze advertenties, bijvoorbeeld doordat in een nieuwe advertentie door de betreffende website melding wordt gemaakt van vorige advertenties van [eiser] met daarbij de afbeelding, of doordat een tot de beheerder van een site gericht verzoek tot verwijderen van de afbeelding niet wordt uitgevoerd. Het gevolg daarvan is dat een internetbezoeker op de een of andere manier nog een afbeelding van [gedaagde] te zien kan krijgen, waarop geklikt kan worden. De bezoeker wordt dan doorgeleid naar het websiteadres van [eiser] waarbij de mededeling verschijnt dat die site uit de lucht is. Het niet verwijderbaar zijn wordt vooral veroorzaakt door het karakter van internet, waar ook publicaties uit het verleden vindbaar, zichtbaar en niet verwijderbaar kunnen blijken. [eiser] is van mening dat het zichtbaar zijn van de betreffende afbeeldingen hem niet kan worden tegengeworpen en dat dit geen overtreding van de veroordeling betreft. 4.7. [gedaagde] stelt zich op het standpunt dat het op enigerlei wijze mogelijk is om nog een afbeelding van haar met doorverwijzing naar de website van [eiser] op internet zichtbaar te krijgen. Zij is van mening dat [eiser] daarmee de veroordeling van de kantonrechter overtreedt. Volgens [gedaagde] houdt de door de kantonrechter uitgesproken veroordeling in dat er geen enkele informatie vermeld mag staan op de website van [eiser] en/of iedere andere site waarvan [eiser] nu of in de toekomst gebruik maakt voor zijn (reclame)activiteiten. [eiser] dient zorg te dragen voor verwijdering van elke afbeelding, op welk moment en op welke website dan ook geplaatst. Als verwijdering om welke reden dan ook niet mogelijk is, komt dat naar opvatting van [gedaagde] voor risico van [eiser] en betreft het een overtreding van de veroordeling. De website van [eiser] is tijdelijk offline in verband met onderhoudswerkzaamheden, maar deze kan elk moment weer in de lucht worden gebracht. Daarmee heeft [eiser] niet voldaan aan de veroordeling tot het “verwijderd houden” van de afbeeldingen. 4.8. De voorzieningenrechter overweegt als volgt. 4.8.1. Ter zitting heeft [eiser] gesteld dat hij onmiddellijk na het wijzen van het vonnis alle afbeeldingen (daaronder begrijpt de voorzieningenrechter alle afbeeldingen/foto’s als bedoeld in de betreffende veroordeling) van zijn website (daaronder begrijpt de voorzieningenrechter zowel www.drank-bedankjes.nl als ook www.drank-bedankjes.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.