vonnis RECHTBANK OOST-BRABANT Handelsrecht Zittingsplaats 's-Hertogenbosch zaaknummer / rolnummer: C/01/253353 / HA ZA 12-850 Vonnis in verzet van 27 februari 2013 in de zaak van MR. GEURT TE BIESEBEEK, kantoorhoudende te Budel, gemeente Cranendonck, in hoedanigheid van curator in het faillissement van de besloten vennootschap [A], gevestigd te [vestigingsplaats], eiser, gedaagde in het verzet, advocaat mr. B.A.P. Sijben te Budel, gemeente Cranendonck, tegen [gedaagde], voorheen wonende te [woonplaats], gedaagde, eiser in het verzet, advocaat mr. G.J.B.C. Maton te 's Hertogenbosch. Partijen zullen hierna de curator en [gedaagde] genoemd worden. 1. De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - het door deze rechtbank op 4 april 2012 tussen de curator en [gedaagde] bij verstek gewezen vonnis onder zaaknummer / rolnummer 233459 / HA ZA 11-1232 - de verzetdagvaarding (aan te merken als de conclusie van antwoord) - de conclusie van repliek (door de curator conclusie van antwoord in oppositie genoemd) - de conclusie van dupliek (door [gedaagde] conclusie van repliek in oppositie genoemd). 1.2. Ten slotte is vonnis bepaald. 2. De feiten 2.1. [A] (hierna [A]) werd op 18 januari 2011 door de rechtbank Rotterdam op verzoek van de fiscus in staat van faillissement verklaard. 2.2. [A] werd op 24 december 1985 opgericht. Er waren toen vier aandeelhouders die ook allen bestuurder waren, waaronder [gedaagde]. Vanaf januari 2006 was [gedaagde] enig aandeelhouder en bestuurder. [A] had geen personeel. Aan de door de curator overgelegde verslagen van door [gedaagde] tegenover de curator afgelegde verklaringen (waarvan [gedaagde] de inhoud onvoldoende heeft betwist voor zover hij niet op die inhoud is ingegaan) ontleent de rechtbank dat [gedaagde] in feite ZZP-er was via [A]. 2.3. [gedaagde] had een rekening-courant schuld aan [A] opgebouwd, die volgens de laatst gepubliceerde jaarrekening van [A] over 2005 (prod. 29 curator) per 31 december 2005 € 64.232, bedroeg. Volgens de curator verklaarde [gedaagde] tegenover hem dat die schuld per 1 oktober 2009 ca. € 100.000, bedroeg, maar [gedaagde] betwist dat en erkent slechts de uit de jaarrekening 2005 blijkende schuld. Volgens [gedaagde] was deze schuld deels ontstaan omdat hij de uitkoop van zijn partners moest financieren en deels omdat hij vanwege persoonlijke financiële problemen koopsompolissen had afgekocht. De fiscus legde hem een aanslag inkomstenbelasting over de afkoopsom op, die [gedaagde] niet uit privé middelen kon betalen, reden waarom hij maandelijks € 3.000, aan [A] onttrok. De fiscus merkte die onttrekkingen aan als loon en legde een aanslag van € 44.634, op aan [A]. [A] was niet in staat die aanslag te voldoen. De fiscus startte twee procedures tegen [gedaagde]. 2.4. Nog voordat er uitspraak was gedaan in die procedures, vond [gedaagde] de website De-BV-Dokter.nl. Deze website bestaat thans niet meer, maar [gedaagde] heeft via een oude advertentie de inhoud kunnen achterhalen (prod. 2 dupliek; de curator heeft nog geen gelegenheid gehad om daarop te reageren, maar de rechtbank gaat er vanuit dat de curator de inhoud van deze productie niet wil betwisten omdat hij zelf eerder een afdruk van een andere vergelijkbare website heeft overgelegd). Deze afdruk bevat de volgende tekst: “(…) Uw BV (óf BVBA) bijna failliet? Stapelen de problemen zich op? U ziet geen uitweg meer? Wat kunt u nog doen? Als u niets doet en alles op u af laat komen gaat uw onderneming failliet met veel negatieve consequenties voor u: • beslaglegging • veiling • advertenties in de krant • uitspraak faillissement • benoeming curator • bestuurlijk aansprakelijk? • hoe dan verder …..? Deskundige hulp is dan een noodzaak. Bel direct GRATIS uw BV-dokter (…). De specialisten van de BV-dokter hebben hier ruime ervaring mee en nemen u deze zorgen uit handen zodat u verder kunt met uw business. Zij helpen u niet vanuit het standaard boekje maar vanuit de dagelijkse praktijk. De oplossingen die u van hen krijgt zijn geen academische - maar duidelijke no-nonsense, goed werkende oplossingen. Binnen 3 dagen is uw BV (BVBA) overgenomen: • Mét notariële vrijwaring • Geen privé-aansprakelijkheid meer • BV (óf BVBA) krijgt nieuwe aandeelhouder • BV (óf BVBA) krijgt nieuwe bestuurder • BV (óf BVBA) krijgt nieuw adres. (…)” 2.5. [gedaagde] belde met het op de website vermelde telefoonnummer en werd uitgenodigd voor een gesprek op een kantoor in [woonplaats], waar hij onder meer de heer [B] ontmoette. Tijdens een tweede gesprek op 28 september 2009 werd een intentieverklaring ondertekend, waarin de intentie werd uitgesproken dat [gedaagde] zijn aandelen in [A] voor € 1, zou verkopen aan de in [vestigingsplaats] gevestigde vennootschap [C] B.V. (hierna [C]), dat [C] bij overdracht als enig bestuurder zou worden ingeschreven met volledige décharge aan [gedaagde] voor het gevoerde beleid, dat bij overdracht tevens een adreswijziging zou worden doorgevoerd, en dat [C] uiterlijk binnen 4 werkdagen een Due Diligence-onderzoek zou uitvoeren (aldus blad 2 van prod. 3 dupliek, waarop de curator nog niet heeft kunnen reageren, maar de rechtbank gaat er vanuit dat de curator de inhoud niet wil betwisten omdat hij zelf eerder een sjabloon van die intentieverklaring heeft overgelegd). De intentieverklaring werd namens [C] ondertekend door [B] als bestuurder van de in Luxemburg gevestigde vennootschap Human Invest Group S.a.r.l., die bestuurder was van [C]. 2.6. Volgens [gedaagde] overhandigde hij tijdens dit tweede gesprek de boekhouding van [A] aan [B], maar de curator betwist dat (de curator heeft nog niet kunnen reageren op de door [gedaagde] overgelegde ontvangstbevestiging, blad 3 van prod. 3 dupliek). Volgens [gedaagde] ondertekende hij tegelijk met de intentieverklaring een machtiging voor de aandelenoverdracht en ging hij vervolgens met [B] naar de Kamer van Koophandel om de overdracht officieel te maken. In het handelsregister is inderdaad ingeschreven (prod. 1 curator) dat [gedaagde] per 1 oktober 2009 als bestuurder van [A] werd vervangen door [C] en dat het adres van [A] per die datum werd gewijzigd in [vestigingsplaats], maar de beoogde notaris ontkende tegenover de curator dat de aandelenoverdracht voor hem had plaatsgevonden. 2.7. [gedaagde] betaalde aan [C] een bedrag van € 1.500, . Volgens een door [gedaagde] overgelegde factuur van 1 oktober 2009 (blad 1 van prod. 3 dupliek, waarop de curator nog niet heeft kunnen reageren) betrof dat een voorschot op advieswerkzaamheden. 2.8. Nadat [A] failliet was verklaard, bleek haar administratie onvindbaar. [C], die ook failliet werd verklaard, bleek bestuurder van 46 vennootschappen. [B] had ook via andere rechtspersonen vele vennootschappen voor € 1, opgekocht, waarbij hij de verkoper steeds een variabel contant bedrag liet betalen. [B] verklaarde tegenover de curator dat hij op enige uitzonderingen na de boekhouding niet overnam en dat de overgenomen vennootschappen in principe niet meer actief waren. [B] is inmiddels strafrechtelijk veroordeeld voor diverse vormen van fraude (waaronder faillissementsfraude) en oplichting. Volgens de curator biedt [B] geen verhaal omdat hij ervoor gezorgd heeft dat hij geen activa op zijn naam heeft. 2.9. Op 25 oktober 2010 richtte [gedaagde] in het Verenigd Koninkrijk de vennootschap [D] op. Op 27 oktober 2010 werd die vennootschap in het Nederlandse handelsregister ingeschreven, met [gedaagde] als enig bestuurder. 2.10. De curator liet op 18 maart 2011 na daartoe verkregen verlof conservatoir beslag leggen ten laste van [gedaagde] op zijn onverdeelde helft van een woning in Rotterdam met bijbehoren. 3. Het geschil 3.1. De curator heeft in de verstekprocedure samengevat - gevorderd dat de rechtbank bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis:
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.