← Nederland

ECLI:NL:RBOBR:2013:BZ8221

RECHTBANK OOST-BRABANT Kanton 's-Hertogenbosch Zaaknummer: 758352/253 Rolnummer: 11-4510 Uitspraakdatum: 21 februari 2013 inzake [eiseres], wonende te Heerlen, eiseres, gemachtigde: mw. P. Smith, medewerkster van ARAG-Nederland, tegen AllSecur B.V., gevestigd en kantoorhoudende te 's-Hertogenbosch, gedaagde, gemachtigde: mr. G.C. Endedijk, als vervolg op het tussenvonnis van 17 november

  1. Partijen worden in dit vonnis aangeduid als [eiseres] en Allsecur.
  2. Het verdere verloop van het geding Dit blijkt uit de volgende stukken: a. het hiervoor genoemde tussenvonnis; b. de akte uitlating bewijsaanbod van [eiseres] van 15 december 2011; c. het proces-verbaal van getuigenverhoor van 19 januari 2012; d. de akte van AllSecur van 25 januari 2012; e. de beschikking van 22 maart 2012 waarbij het voor de rechterlijke macht brengen van een getuige is bevolen; f. de akte van AllSecur van 11 april 2012; g. het proces-verbaal van getuigenverhoor van 12 juni 2012; h. de beschikking van 3 mei 2012 waarbij het voor de rechterlijke macht brengen van een getuige is bevolen; i. het proces-verbaal van getuigenverhoor van 23 augustus
  3. De verdere beoordeling 2.1 Volhard wordt bij hetgeen is overwogen en beslist in het tussenvonnis van 31 januari
  4. 2.2 Naar het oordeel van de kantonrechter is [eiseres] erin geslaagd te bewijzen dat de onderhavige aanrijding heeft plaatsgevonden doordat [X], rijdende op de linkerrijstrook, veranderde naar de rechterrijstrook en daarbij met de rechter voorzijde van zijn auto de linker achterzijde van de auto waarin [Y] reed raakte. 2.3 Dit volgt uit de getuigenverklaring van [A]. Zij verklaarde namelijk dat zij als passagier meereed met [Y], dat [Y] op de rechterrijstrook reed met een snelheid van ongeveer 40 kilometer per uur en van plan was om op de komende rotonde rechtsaf te slaan, dat [Y] niet van rijstrook is gewisseld, en dat [A] op een gegeven moment een harde klap voelde. Zij verklaarde eveneens dat de bestuurder van de andere auto zijn auto voordat de politie aanwezig was achter de auto waarin [Y] reed heeft gezet. 2.4 De getuigenverklaringen van de verbalisanten, die door AllSecur zijn gehoord, vormen geen reden om aan de juistheid van de verklaring van [A] te twijfelen. [B] verklaart dat hij het ongeval niet zelf heeft gezien en dat hij en zijn collega weliswaar in het proces-verbaal de aanname hebben opgenomen dat het waarschijnlijk een kop-staartbotsing was, maar dat hij niet weet of dat zo is en dat hij die zinsnede uit het proces-verbaal niet voor zijn rekening wil nemen. [C] verklaart eveneens dat hij het ongeval niet zelf heeft gezien, maar dat hij op het moment dat hij het proces-verbaal opgemaakt door de politie had opgenomen van mening was dat het waarschijnlijk was dat de auto waar [Y] in reed plotseling naar links was gekomen. [C] heeft het ongeval echter niet gezien, en zijn oordeel dat het waarschijnlijk was dat de auto waar [Y] in reed plotseling naar links was gekomen kan mede veroorzaakt zijn door de omstandigheid dat [X], zoals [A] heeft verklaard, voordat de politie aanwezig was zijn auto heeft verplaatst. 2.5 Nu [eiseres] het opgedragen bewijs heeft geleverd staat in rechte vast dat het ongeval is ontstaan doordat [X] vanaf de linker rijstrook naar de rechterrijstrook is gekomen en daarbij met zijn auto het voertuig van [eiseres] heeft geraakt. Gelet daarop is AllSecur, als verzekeraar van [X], aansprakelijk voor de uit die gedraging voortvloeiende schade, en zal de vordering worden toegewezen. 2.6 AllSecur zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de proceskosten.
  5. De beslissing De kantonrechter: veroordeelt AllSecur om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan [eiseres] te betalen - een bedrag van € 1.565,77 vermeerderd met de wettelijke rente daarover vanaf 12 augustus 2009 tot aan de dag der voldoening; - € 178,50 aan buitengerechtelijke kosten; - € 75,86 aan expertise kosten; veroordeelt AllSecur in de kosten van dit geding, aan de zijde van [eiseres] tot op heden begroot op € 101,52 aan explootkosten, € 142,00 aan griffierecht en € 750,00 aan gemachtigdensalaris; verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad. Dit vonnis is gewezen door mr. J.G.M. van Meel, en in het openbaar uitgesproken op 21 februari
  6. Zaaknummer.: 758352 blad 2 vonnis

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.