uitspraak RECHTBANK OOST-BRABANT Strafrecht Parketnummer: 01/038279-92 Uitspraakdatum: 28 maart 2014 Beslissing verlenging terbeschikkingstelling Beslissing in de zaak van: [terbeschikkinggestelde], geboren te [geboorteplaats] op [1971], verblijvende in de kliniek van de [kliniek]. Het onderzoek van de zaak. Bij vonnis van de rechtbank van 4 februari 1993 is betrokkene ter beschikking gesteld. Deze terbeschikkingstelling is voor het laatst, bij beslissing van deze rechtbank van 8 maart 2013 met twee jaar verlengd. Deze verlenging is door het gerechtshof te Arnhem bij beslissing van 11 juli 2013 met vernietiging van de beslissing van de rechtbank van 8 maart 2013, beperkt tot de duur van één jaar. De vordering van de officier van justitie bij deze rechtbank van 17 januari 2014 strekt tot verlenging van de termijn van terbeschikkingstelling voor de duur van twee jaar. Deze vordering is behandeld ter openbare terechtzitting van deze rechtbank van 14 maart 2014. Hierbij zijn de officier van justitie, deskundige dhr. P.C. Braun, psycholoog, de terbeschikkinggestelde en zijn raadsman gehoord. In het dossier bevinden zich onder andere: - het advies van mevrouw E.P.M.T. Brouns, psychiater, directeur patiëntenzorg en plv. hoofd van de inrichting waar betrokkene verblijft, d.d. 22 november 2012; de omtrent de terbeschikkinggestelde gehouden wettelijke aantekeningen; het persoonsdossier van de terbeschikkinggestelde. De beoordeling. De terbeschikkingstelling is toegepast ter zake van verkrachting, terwijl de veiligheid van anderen, dan wel de algemene veiligheid van personen of goederen het opleggen van die maatregel eiste. Het hiervoor genoemde misdrijf betreft een misdrijf dat gericht is tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen. In voornoemd advies van het hoofd van de inrichting is onder meer het navolgende gesteld: “Ook in deze periode geldt dat over het algemeen gesteld kan worden dat de opgelegde structuur, toezicht en controle, de geboden ondersteuning in combinatie met een positieve benadering en persoonlijke aandacht absolute voorwaarden zijn voor het kunnen functioneren van betrokkene. Betrokkenes seksuele problematiek en persoonlijkheids-problematiek en het daaruit voortvloeiende gedrag wat hij ook in de afgelopen periode onveranderd heeft laten zien en wat geëscaleerd is in seksueel grensoverschrijdend gedrag en een ontstane waan betreffende een vrouwelijke medewerkster, duidt de noodzaak voor een structurerend, toezichthoudend en ondersteunend kader. Een setting met structuur, toezicht en controle binnen het kader van langdurig forensisch psychiatrische zorg achten wij vooralsnog benodigd om de problematiek van betrokkene in toom te houden om ernstiger grensoverschrijdend gedrag te voorkomen c.q. beperken. Teneinde betrokkene te remmen in zijn impulsiviteit, wordt hem een gestructureerd dagprogramma aangeboden, waar hij zich overigens zeer wisselend aan conformeert. De bejegening is erop gericht betrokkene zo veel mogelijk stabiel te laten functioneren, waarbij gestreefd wordt naar zo min mogelijk prikkels waardoor betrokkene negatief zou kunnen worden beïnvloed en/of seksueel geprikkeld zou kunnen raken. In deze periode is tevens libido remmende medicatie ingezet en een antipsychoticum om de waangedachten van betrokkene enigszins onder controle te brengen. Om zicht te krijgen op eventueel middelengebruik worden urinecontroles uitgevoerd. Betrokkene kan zijn verblijf binnen de Langdurig Forensisch Psychiatrische Zorg (LFPZ) en zijn beperkte toekomstperspectief niet accepteren en zou graag elders willen verblijven en over meer vrijheden willen beschikken. Met momenten weet hij te profiteren van de geboden steun en structuur. Echter op andere momenten accepteert hij de ondersteuning en structurering in zijn geheel niet. Hierbij spelen zijn impulsiviteit, beïnvloedbaarheid en een sterke gerichtheid op directe bevrediging van zijn behoeften een grote rol. In het verleden heeft betrokkene zich meermaals aan het toezicht onttrokken, hetgeen een ongunstige factor is in het voorspellen van het vluchtgevaar. Ondanks bovenstaande wordt in de huidige situatie de vluchtgevaarlijkheid van betrokkene als gering ingeschat, omdat hij binnen een beveiligde setting verblijft. Indien betrokkene over meer vrijheden zou beschikken zou de kans op ontvluchting toenemen, ook als deze vrijheden onder begeleiding zouden plaatsvinden. Betrokkene zou zich moeizaam kunnen voegen naar de begeleiding. Gezien de duur en onveranderbaarheid van de stoornis en daarmee de duur van het benodigde direct samenhangend het delictgevaar, is te verwachten dat het huidige risicomanagement nog lange tijd nodig zal zijn. Zoals in het bovenstaande te lezen is, valt te verwachten dat het recidivegevaar hoog is wanneer de bestaande structuur wegvalt. Vooral gezien de ontremming en fixatie op vrouwen die betrokkene nog dagelijks toont is de kans op recidive gerelateerd aan het indexdelict hoog. Gezien de ontwikkelingen van de afgelopen periode die voortkomen uit de persoonlijkheidsproblematiek, de zwakbegaafdheid en uit de seksuele problematiek, wordt door het behandelteam de prognose op verandering of op verbetering van de situatie als uiterst somber ingezien. In deze periode heeft betrokkene een fixatie ontwikkeld op een vrouwelijke medewerkster, die is uitgegroeid tot een waan. Betrokkene gebruikt libido remmende medicatie, welke niet heeft kunnen voorkomen dat betrokkene in ernstige mate gefixeerd is geraakt op een vrouw. De waangedachten waren dusdanig en van psychotische aard dat ook hier medicamenteus op is ingegrepen, hetgeen wel enige invloed heeft gehad in die zin dat betrokkene niet langer psychotisch is, echter de gedachten van betrokkene over het betreffende staflid zijn niet verdwenen. Daarnaast is het noodzakelijk gebleken om betrokkene voor een crisisplaatsing aan te bieden aan [kliniek] vanwege zijn ontwrichtende gedrag op de afdeling en om hem uit de situatie te halen, zodat hij weer enigszins tot rust kon komen. De verwachting is dat de problematiek voor langere tijd een hoge mate van structuur, beveiliging en begeleiding noodzakelijk maakt. Een behandeling gericht op gedragsverandering wordt niet zinvol geacht. Het risico op delictgedrag wordt nog steeds gezien als onveranderd hoog. Bij een toename van vrijheden en/of pikkels is de verwachting dat betrokkene zich nog meer zal verliezen in ongewenst gedrag. De draagkracht en de vaardigheden van betrokkene schieten ernstig te kort om zich staande te houden in een omgeving die meer zelfstandigheid van hem vraagt. Hierdoor zal het risico op delict gerelateerd gedrag alleen maat toenemen. Betrokkene is gebaat bij externe structuur en sturing door zijn omgeving. De TBS-behandeling tot nu toe heeft aangetoond dat betrokkene niet vatbaar is voor diverse therapievormen, waardoor de stoornissen zoals die gediagnosticeerd zijn, nog onverminderd aanwezig zijn. Vooralsnog is de prognose echter somber en dienen structuur en beveiliging zoals in de long-stay geboden wordt, ons inziens voortgezet te worden. Op basis van het bovengestelde adviseren we u de maatregel van de terbeschikkingstelling te verlengen voor de duur van twee
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.