← Nederland

ECLI:NL:RBOBR:2014:2107

RECHTBANK OOST-BRABANT Team Kanton, locatie ‘s-Hertogenbosch Zaaknummer : 2637349 Rolnummer : 13-12124 Uitspraak : 24 april 2014 317 in de zaak van: [eiser], wonende te [woonplaats], eiser, gemachtigde: mr. M.L.C. Snoeks, t e g e n : Onderlinge Verzekeringmaatschappij ZLM U.A., statutair gevestigd te Goes, gedaagde, gemachtigde: mr. J.C. van den Dries, ter zitting vertegenwoordigd door mr. F.S. Alting. Partijen zullen verder worden aangeduid als ‘[eiser]’ en ‘ZLM’. 1De procedure [eiser] heeft bij dagvaarding gesteld en gevorderd als na te melden. ZLM is in rechte verschenen en heeft een conclusie van antwoord genomen. Vervolgens is een comparitie van partijen bepaald. Deze heeft plaatsgevonden op 31 maart 2014. Daarna is vonnis bepaald. 2De feiten [eiser] heeft een aanhangwagen in bruikleen gekregen van zijn oom, de heer [betrokkene] (hierna te noemen: ‘[betrokkene]’). Met de aanhangwagen is een verhuizing in het centrum van Nijmegen uitgevoerd. Tijdens de verhuizing is de auto met daaraan gekoppeld de aanhangwagen overdag geparkeerd op het openbare parkeerterrein De Wedren te Nijmegen. Het betreft hier een bovengronds openbaar parkeerterrein. Het is omgeven door woningen en wordt veel gepasseerd door fietsers en voetgangers. Na een uur afwezig te zijn geweest in verband met het verhuizen bleek bij terugkeer bij de auto dat de aanhangwagen, ondanks de aanwezigheid van een slot, gestolen was. [eiser] heeft een aansprakelijkheidsverzekering afgesloten bij ZLM. Hij heeft een verzoek gedaan om tot uitkering op bovengenoemde verzekering over te gaan in verband met de gestolen aanhangwagen. ZLM heeft het verzoek om uitkering niet gehonoreerd. 3Het geschil 3.1. [eiser] vordert veroordeling van ZLM om aan hem te betalen: a.

  1. a)primair: € 1.615,05, te vermeerderen met wettelijke rente; subsidiair: € 1.065,05, te vermeerderen met wettelijke rente;
  2. b)€ 300,- ter zake buitengerechtelijke kosten;
  3. c)de kosten van de procedure, daaronder begrepen de nakosten. [eiser] heeft daaraan, kort weergegeven, het volgende ten grondslag gelegd, in aanvulling op de feiten zoals hiervoor weergegeven. Tussen [eiser] en [betrokkene] is sprake van een bruikleenovereenkomst. De bruikleenovereenkomst brengt met zich mee dat de inlener jegens de uitlener gehouden is de geleende zaak na gebruik te retourneren. Doordat de ingeleende zaak, de aanhangwagen, is gestolen, kan [eiser] niet aan deze verplichting voldoen. Nu [eiser] tekort is geschoten in de nakoming van die verbintenis, is hij jegens [betrokkene] aansprakelijk voor de dientengevolge door laatstgenoemde geleden schade. [eiser] heeft [betrokkene] voorzien van een vervangende tweedehands (dichte) aanhangwagen. Deze aanhangwagen is gekocht voor een bedrag van € 1.065,05 inclusief btw. De reiskosten voor het ophalen van deze aanhangwagen bedragen € 50,-. Aangezien de vervangende aanhangwagen in omvang en mogelijkheden minder goed is dan de vorige, gestolen aanhangwagen, heeft [eiser] [betrokkene] een aanvullend bedrag van € 500,- betaald, zodat de volledige dagwaarde van de gestolen aanhangwagen aan hem is vergoed. 3.2. ZLM heeft, kort weergegeven, tot verweer gevoerd dat [eiser] niet aansprakelijk is jegens een derde, zodat niet aan de polisvoorwaarden is voldaan en er van een door de polis gedekte gebeurtenis geen sprake is. Zij is dus terecht niet tot uitkering overgegaan, aldus ZLM. 3.3. Hetgeen partijen voor het overige hebben aangevoerd zal, indien en voor zover relevant, in het navolgende aan de orde komen. 4De beoordeling 4.1. De vraag die ter beoordeling voorligt, is of de gebeurtenis door de polis wordt gedekt. De relevante bepaling uit de polisvoorwaarden, artikel 3 sub a, bepaalt het volgende: ‘Aansprakelijkheid/schade Verzekerd is de aansprakelijkheid van de verzekerden in hun hoedanigheid, zoals genoemd in artikel 2. Het gaat om aansprakelijkheid voor schade die is veroorzaakt of ontstaan tijdens de duur van de verzekering. (…)’ 4.2. Tussen partijen is niet in geschil dat door diefstal schade ontstaat zoals bedoeld in de polis. Partijen verschillen van mening over de vraag of [eiser] ‘aansprakelijk’ is voor deze schade in de zin van de polisvoorwaarden. Ter beantwoording van die vraag dient aansluiting te worden gezocht bij de geldende wettelijke bepalingen. 4.3. Juist is dat, zoals door [eiser] aangevoerd, de bruiklener het geleende moet teruggeven in een staat waarin het beantwoordt aan het gebruik door een goed bruiklener. De bruiklener die het geleende niet of niet in de juiste staat teruggeeft, is in beginsel aansprakelijk voor de schade van de uitlener (art. 6:74 BW). Evenwel, nu er sprake is van een bruikleenovereenkomst, zijn de artikelen 7A:1777 e.v. BW van toepassing. Deze artikelen prevaleren, als lex specialis, boven artikel 6:74 BW, indien en voor zover deze bepalingen strijdig zijn met elkaar. Artikel 7A:1782 BW bepaalt: ‘Indien de geleende zaak verloren gaat door een toeval, hetwelk degene die dezelve ter leen ontvangen heeft, door zijne eigene zaak te gebruiken, had kunnen voorkomen, of indien hij, slechts een van beide kunnende behouden, aan de zijne den voorrang heeft gegeven, is hij voor het verlies der andere zaak aansprakelijk.’ Uit dit artikel volgt dat als de bruiklener de zorg van een goed bruiklener in acht heeft genomen, hij niet toerekenbaar tekort is geschoten in de bruikleenovereenkomst. 4.4. Uit de feiten die partijen aanvoeren, volgt dat [eiser] de zorg van een goed bruiklener in acht heeft genomen. Hij heeft de aanhangwagen op een druk bezochte plek, voorzien van een slot, geparkeerd, waarna deze – na beperkte tijd – is gestolen. [eiser] is gelet op het voorgaande niet aansprakelijk voor de door [betrokkene] geleden schade. Dat betekent dat niet is voldaan aan de polisvoorwaarden en de gebeurtenis niet is gedekt door de aansprakelijkheidsverzekering bij ZLM. Zij heeft het verzoek om uitkering dan ook mogen weigeren. 4.5. De vorderingen zullen derhalve worden afgewezen. 5De beslissing De kantonrechter: wijst de vorderingen af; veroordeelt [eiser] in de kosten van de procedure, aan de zijde van ZLM begroot op € 300,- als bijdrage in het salaris van de gemachtigde (niet met btw belast); verklaart dit vonnis voor wat betreft de veroordeling uitvoerbaar bij voorraad. Aldus gewezen door mr. M.H. Kobussen, kantonrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 24 april 2014.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.