vonnis RECHTBANK OOST-BRABANT Strafrecht Parketnummer: 01/879319-13 Datum uitspraak: 04 juni 2014 Vonnis van de rechtbank Oost-Brabant, meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken, in de zaak tegen: [verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [1990], wonende te [adres], thans gedetineerd te: PI Limburg Zuid - De Geerhorst. Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 26 februari 2014 en 21 mei
(6)jaar met aftrek overeenkomstig het gestelde in artikel 27 van het Wetboek van Strafrecht. De officier van justitie houdt hierbij rekening met de ernst van het feit en de gevolgen voor het slachtoffer. In het voordeel van verdachte heeft de officier van justitie rekening gehouden met het feit dat verdachte nog jong is en een blanco strafblad heeft. Daarnaast houdt de officier van justitie rekening met de in de schriftelijke slachtofferverklaring door het slachtoffer opgenomen zinsnede dat hij hoopt dat de verdachte van de rechtbank een kans krijgt om het goed te maken. De inbeslaggenomen telefoon kan, aldus de officier van justitie, terug worden gegeven aan de rechthebbende. De overige in beslag genomen goederen kunnen terug worden gegeven aan verdachte. Een kopie van de vordering van de officier van justitie is aan dit vonnis gehecht. Het standpunt van de verdediging. De raadsman heeft geen strafmaatverweer gevoerd. De raadsman heeft evenwel medegedeeld geschrokken te zijn over de hoogte van de eis. De raadsman heeft zich niet uitgelaten over de inbeslaggenomen goederen. Het oordeel van de rechtbank. Bij de beslissing over de straf die aan verdachte dient te worden opgelegd heeft de rechtbank gelet op de aard en de ernst van het bewezen verklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan. Bij de beoordeling van de ernst van het door verdachte gepleegde strafbare feit betrekt de rechtbank het wettelijke strafmaximum en de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd. Daarnaast houdt de rechtbank bij de strafbepaling rekening met de persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachte. De rechtbank heeft in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen. Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een poging tot doodslag. Hij heeft in een gevecht van man tot man het slachtoffer meerdere malen met een mes gestoken en gesneden waardoor deze zwaar gewond is geraakt en bijna het leven heeft gelaten. Verdachte heeft door zijn handelen een grote inbreuk gemaakt op de persoonlijke levenssfeer van het slachtoffer en zijn lichamelijke integriteit in ernstige mate aangetast. De rechtbank kent in het voordeel van verdachte bijzondere betekenis toe aan de omstandigheid dat verdachte niet in een dergelijke geweldssituatie heeft willen belanden. Verdachte heeft de situatie niet opgezocht en de rechtbank gaat er vanuit dat het treffen tussen verdachte en het slachtoffer toevallig is geweest. Tussen hen beiden heeft een familierelatie bestaan – het slachtoffer was getrouwd geweest met de zus van verdachte – en er was sprake van een diepgaand conflict tussen (de familie van) verdachte en het slachtoffer. De rechtbank gaat ervan uit dat verdachte in het verleden door het slachtoffer is vernederd, onder druk gezet en met de dood bedreigd. In het dossier bevinden zich SMS-berichten die door het slachtoffer in de dagen voorafgaand aan het bewezenverklaarde feit aan (de familie van) verdachte zijn gezonden. De inhoud van die berichten maakt duidelijk op welke beledigende en bedreigende wijze het slachtoffer met hen communiceerde. Door de psycholoog drs.[naam psycholoog 2], die omtrent verdachte een Pro Justitia rapportage heeft uitgebracht, wordt verdachte getypeerd als een sub assertieve afhankelijke jongeman is, die opgroeide in een getraumatiseerd, vaderloos gezin en die in de loop van een aantal jaren het slachtoffer is geworden van het slachtoffer in deze strafzaak. Naar de mening van de deskundige, die de rechtbank tot de hare maakt, vond ten tijde van het ten laste gelegde een doorbraak van jarenlange onderdrukte gevoelens van opgekropte woede plaats, gevoelens die verdachte toegedekt had met angst voor het slachtoffer en idealen zoals het willen uitpraten van conflicten. De rechtbank heeft verder acht geslagen op het blanco strafblad van verdachte alsmede diens jeugdige leeftijd. De rechtbank is van oordeel, dat in verband met een juiste normhandhaving niet kan worden volstaan met het opleggen van een andersoortige of geringere straf dan een gevangenisstraf voor de hierna te noemen duur. De rechtbank zal evenwel een lichtere straf opleggen dan de door de officier van justitie gevorderde straf, nu de rechtbank van oordeel is dat de straf die de rechtbank zal opleggen de ernst van het bewezen verklaarde voldoende tot uitdrukking brengt. De vordering van de benadeelde partij [slachtoffer]. Het standpunt van de officier van justitie. De officier van justitie acht alle posten, met uitzondering van de post “Verlies aan verdienvermogen”, toewijsbaar met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel ex artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht en de wettelijke rente. De vordering van de officier van justitie verstaat de rechtbank zo, dat een bedrag van € 43.062,52 (dit is € 45.587,52 (totale gevorderde schadevergoeding) minus € 2.525,= (post “Verlies aan verdienvermogen”) toegekend dient te worden en niet het op de schriftelijke vordering (abusievelijk) genoemde bedrag van € 42.062,
- Het standpunt van de verdediging. Nu de verdediging primair ontslag van alle rechtsvervolging en (meer) subsidiair vrijspraak heeft bepleit, heeft de verdediging het standpunt ingenomen dat de vordering primair geheel dient te worden afgewezen. Subsidiair wordt een gedeeltelijke afwijzing van de vordering dan wel niet ontvankelijkheid van de benadeelde partij bepleit nu de vordering niet van eenvoudige aard is. Het oordeel van de rechtbank. De rechtbank acht toewijsbaar, als rechtstreeks door het bewezen verklaarde feit toegebrachte schade, de volgende onderdelen van de vordering te weten immateriële schadevergoeding tot een bedrag van € 6.000,= en materiële schadevergoeding (posten “Ziekenhuisopname” à € 280,=, “Medische kosten” à € 29.650,91, “Kosten opvragen medische informatie” à € 37,
- De immateriële schadevergoeding vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de datum van het delict tot aan de dag der algehele voldoening. De materiële schadevergoeding (posten “Ziekenhuisopname” en “kosten opvragen medische informatie”) vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de datum van indienen van de vordering, te weten 16 mei 2014 tot aan de dag der algehele voldoening. Een onderdeel van de vordering van de benadeelde partij ziet op verlies van verdienvermogen omdat de benadeelde partij waarschijnlijk met ingang van 4 november 2013 ofwel in loondienst ofwel als zelfstandig nachtkoerier een netto maandinkomen van € 2.525,= zou kunnen verdienen. De verdediging betwist dat sprake is van verlies aan verdienvermogen. Gelet op deze betwisting dient de benadeelde partij in beginsel te bewijzen dat daadwerkelijk sprake is van (toekomstige) inkomensschade. Nu dit deel van vordering in dit stadium zonder nadere bewijslevering niet kan worden toegewezen, vormt de behandeling daarvan een onevenredige belasting van het strafgeding. De rechtbank zal de benadeelde partij ten aanzien van dit deel van de vordering niet ontvankelijk verklaren. De rechtbank zal de benadeelde partij voorts niet ontvankelijk verklaren ten aanzien van de immateriële schade voor zo ver deze het bedrag van € 6000,= te boven gaat, omdat de rechtbank van oordeel is dat behandeling van dit deel van de vordering een onevenredige belasting van het strafgeding oplevert. De benadeelde partij kan deze onderdelen van de vordering slechts bij de burgerlijke rechter aanbrengen. De wettelijke rente over de post “Medische kosten” wordt afgewezen nu de medische kosten (nog) niet door de benadeelde partij betaald zijn en gesteld noch gebleken is dat de benadeelde partij hierover ook rente is verschuldigd. De rechtbank zal verdachte veroordelen in de kosten van de benadeelde partij tot op heden begroot op nihil. Verder wordt verdachte veroordeeld in de ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten. Schadevergoedingsmaatregel. De rechtbank zal voor het toegewezen bedrag (met uitzondering van de post “Kosten opvragen medische informatie”) tevens de schadevergoedingsmaatregel opleggen, nu de rechtbank het wenselijk acht dat de Staat schadevergoeding aan het slachtoffer bevordert. De immateriële schadevergoeding vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de datum van het delict tot aan de dag der algehele voldoening. De materiële schadevergoeding (post “Ziekenhuisopname”) vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de datum van indienen van de vordering, te weten 16 mei 2014, tot aan de dag der algehele voldoening. Beslag. De rechtbank zal de teruggave gelasten van de in het dictum nader te noemen inbeslaggenomen voorwerpen aan de rechthebbende dan wel verdachte nu naar het oordeel van de rechtbank het belang van strafvordering zich niet meer verzet tegen de teruggave van de inbeslaggenomen goederen. Toepasselijke wetsartikelen. De beslissing is gegrond op de artikelen: Wetboek van Strafrecht art. 10, 24c, 27, 36f, 45,
- DE UITSPRAAK Verklaart het ten laste gelegde bewezen zoals hiervoor is omschreven. Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt hem daarvan vrij. Het bewezen verklaarde levert op het misdrijf: poging tot doodslag Verklaart verdachte hiervoor strafbaar. Legt op de volgende straf en maatregel. Gevangenisstraf voor de duur van 42 maanden met aftrek overeenkomstig artikel 27 Wetboek van Strafrecht Maatregel van schadevergoeding van € 35.930,91 subsidiair 214 dagen hechtenis. Legt derhalve aan verdachte op de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer] van een bedrag van € 35.930,91 (zegge: vijfendertigduizend negenhonderddertig euro en eenennegentig eurocent), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 214 dagen hechtenis. Het bedrag bestaat uit een bedrag van € 6.000,= immateriële schadevergoeding (post "voorschot immateriële schade") en een bedrag van € 29.930,91 materiële schadevergoeding (posten "Ziekenhuisopname" en "Medische kosten"). De toepassing van deze vervangende hechtenis heft de hiervoor genoemde betalingsverplichting niet op. De immateriële schadevergoeding te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de datum van het delict tot aan de dag der algehele voldoening. De materiële schadevergoeding (post “Ziekenhuisopname”) te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de datum van indienen van de vordering, te weten 16 mei 2014, tot aan de dag der algehele voldoening. Beslissing op de vordering van de benadeelde partij: Wijst de vordering van de benadeelde partij toe tot het hierna te noemen bedrag en veroordeelt verdachte mitsdien tot betaling aan de benadeelde partij, [slachtoffer], van een bedrag van € 35.968,52 (zegge: vijfendertigduizend negenhonderdachtenzestig euro en tweeënvijftig eurocent), te weten € 6.000,= immateriële schadevergoeding (post "voorschot immateriële schade" ) en een bedrag van € 29.968,52 materiële schadevergoeding (post "Ziekenhuisopname", "Medische kosten" en "kosten opvragen medische informatie"). De immateriële schadevergoeding te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de datum van het delict tot aan de dag der algehele voldoening. De materiële schadevergoeding (posten “Ziekenhuisopname” en “kosten opvragen medische informatie”) te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de datum van indienen van de vordering, te weten 16 mei 2014, tot aan de dag der algehele voldoening. Veroordeelt verdachte tevens in de kosten van de benadeelde partij tot op heden begroot op nihil. Veroordeelt verdachte verder in de ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten. Bepaalt dat de benadeelde partij ten aanzien van het resterende deel van de post “voorschot immateriële schade” en de post "Verlies aan verdienvermogen" niet ontvankelijk is. Wijst af de gevorderde wettelijke rente over de post “Medische kosten”. Verdachte is van zijn schadevergoedingsplicht jegens de benadeelde bevrijd voor zover hij heeft voldaan aan een van de hem opgelegde verplichtingen tot vergoeding van deze schade. Teruggave inbeslaggenomen goederen, te weten: * 1 telefoontoestel, merk Samsung GT-S5839i aan de rechthebbende; * 1 doekje goednummer 725076 aan verdachte; * 1 dolk, goednummer 725078 aan verdachte; * 1 bivakmuts, goednummer 725081 aan verdachte; * 1 stuk papier, goednummer 757010 aan verdachte. Dit vonnis is gewezen door: mr. E.C.P.M. Valckx, voorzitter, mr. M.M. Klinkenbijl en mr. C.A. Mandemakers, leden, in tegenwoordigheid van mr. C.A.M. Cox-Wentholt, griffier, en is uitgesproken op 4 juni
- Wanneer hierna wordt verwezen naar een proces-verbaal, wordt – tenzij anders vermeld – bedoeld een proces-verbaal, opgemaakt in de wettelijke vorm door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren. Waar wordt verwezen naar bijlagen betreffen dit de bijlagen bij het proces-verbaal van de regiopolitie Oost Brabant, Gezamenlijke Recherche Eindhoven, onderzoek “Rotspython” met onderzoeksnummer 22GRE13059, proces-verbaalnummer 2013152924, afgesloten d.d. 4 maart 2014, aantal doorgenummerde bladzijden:
- Proces-verbaal bevindingen camerabeelden [bedrijf] 3-4 november 2013, blz. 501-
- Verklaring verdachte ter terechtzitting d.d. 21 mei
- Verklaring getuige [getuige 1] blz. 414-
- Verklaring getuige [getuige 2], blz. 401 Letselbeschrijving door [naam psycholoog 2], arts M&G profiel forensiche geneeskunde KNMG, blz 181-183 Aanvraagformulier medische informatie blz. 351, Letselbeschrijving door [naam psycholoog 2], arts M&G profiel forensische geneeskunde KNMG, blz. 181-183, verklaring verdachte ter terechtzitting d.d. 21 mei 2014 Proces-verbaal sporenonderzoek blz.
- Verklaring verdachte ter terechtzitting d.d. 21 mei
- Verklaring verdachte ter terechtzitting d.d. 21 mei 2014 Verklaring [getuige 3] blz. 450-
- Verklaring [getuige 4], blz. 445-
- Proces-verbaal bevindingen d.d. 4 november 2013, blz 395-396