uitspraak RECHTBANK OOST-BRABANT Zittingsplaats 's-Hertogenbosch Team strafrecht Parketnummer: 01/839336-06 Uitspraakdatum: 2 oktober 2014 Beslissing voorwaardelijk einde verpleging van overheidswege Beslissing in de zaak van: [terbeschikkinggestelde], geboren te[geboorteplaats] op[1984], verblijvende in [kliniek 1]. Het onderzoek van de zaak. Bij arrest van het gerechtshof te 's-Hertogenbosch van 6 februari 2008 is betrokkene ter beschikking gesteld. Deze terbeschikkingstelling is voor het laatst, bij beslissing van deze rechtbank van 4 juli 2014, met één jaar verlengd. In haar beslissing van 4 juli 2014 heeft de rechtbank bovendien, gelet op hetgeen tijdens de openbare terechtzitting naar voren was gekomen, een voorwaardelijke beëindiging van de verpleging overwogen. De rechtbank achtte het noodzakelijk voor de vorming van haar eindoordeel zich nader te doen voorlichten omtrent de wijze waarop en de voorwaarden waaronder de terugkeer van de terbeschikkinggestelde in het maatschappelijk verkeer zou kunnen geschieden. Overeenkomstig het bepaalde in artikel 509t, vijfde lid, van het Wetboek van Strafvordering heeft de rechtbank de beslissing omtrent voorwaardelijke beëindiging van de verpleging voor ten hoogste drie maanden aangehouden. Ter openbare terechtzitting van deze rechtbank van 18 september 2014 is, in aanwezigheid van de officier van justitie, de terbeschikkinggestelde, diens raadsvrouwe mr. A.L. Louwerse en de deskundigen mw. Y. Noorlander, GZ-psycholoog en mw. A. Rein, reclasseringswerker, de vraag behandeld of de verpleging al dan niet voorwaardelijk dient te worden beëindigd. In het dossier bevinden zich onder andere: voornoemde uitspraak tot verlenging van de terbeschikkingstelling van 4 juli 2014; een adviesrapport van Reclassering Nederland van 16 september 2014, opgemaakt en ondertekend door mw. A. Rein voornoemd en mw. S. van den Arend, leidinggevende, ten behoeve van het onderzoek naar de mogelijkheden van een voorwaardelijke beëindiging van de verpleging van overheidswege. De beoordeling. In voornoemd adviesrapport is, verkort en zakelijk weergegeven, onder meer het navolgende gesteld: “ (…) Integrale conclusie (…) Betrokkene heeft aanvankelijk successen geboekt in de behandeling. Inmiddels is er een impasse tussen hem en de kliniek ontstaan, waarin betrokkene nog maar moeilijk bij kan stellen en de samenwerking moeilijk verloopt. Betrokkene was aan het opbouwen van belangrijke resocialisatiepilaren, zoals dagbesteding, maar zijn contract is niet verlengd. Momenteel doet hij vrijwilligerswerk bij het oprichten van een tattooshop bij een kennis. Hij zet een belangrijke stap in de richting van zelfstandig begeleid wonen, omdat hij via de kliniek een woning in [plaats] heeft verkregen. Het contact met ouders wordt als goed omschreven, waarbij zijn sociaal netwerk nog als wat beperkt wordt gezien. Inschatting recidiverisico Laag / gemiddeld (…) De kans op recidive wordt onder de huidige omstandigheden als laag ingeschat. Echter, wanneer betrokkene in de maatschappij moet functioneren, neemt de kans op gebruik van middelen toe, waarmee de kans op recidive uiteindelijk ook sterk toeneemt. Op middellange termijn wordt de kans op herhaling dan ook als hooguit matig ingeschat, indien de huidige maatregel stopt. Als risicofactoren beschouwen wij de kwetsbaarheid voor middelengebruik, alhoewel het gebruik van cocaïne in remissie is, is betrokkene toch weer teruggevallen in softdrugsgebruik. Wisselende relaties, alle onzekerheden rondom dagbesteding, het eerder gebruik van geweld en zijn persoonlijkheidsstoornis beschouwen wij naast enige impulsiviteit, het wat beperkte ziekte-inzicht, gebrekkige copingvaardigheden en de neiging tot zelfoverschatting als risicofactoren. De Risc wijst een hoog gemiddelde kans op recidive uit. Wij zijn van mening dat de kans op recidive bij voortzetting van het huidige kader lager is. Bij een mogelijke voorwaardelijke beëindiging van de maatregel achten wij de kans op recidive iets hoger, omdat betrokkene de overstap maakt naar zelfstandig wonen, er nog onvoldoende stabiliteit is op het gebied van dagbesteding en vanwege zijn houding en terugval in softdruggebruik. Onttrekken voorwaarden De kans op onttrekken aan voorwaarden schatten wij in als laag, op het gebruik van softdrugs na. Wij hebben twijfels of betrokkene zich in de toekomst hiervan kan onthouden. (…) Mogelijkheden van reclasseringsbegeleiding Concluderend kunnen wij stellen dat wij nog twijfels hebben over de abstinentie van betrokkene met betrekking tot zijn softdruggebruik, zijn omgang met het meer aan vrijheden en de haalbaarheid van de doelstelling op het gebied van dagbesteding in de vorm van het huidige vrijwilligerswerk (gelet op de afstand, zijn pijnklachten en de vraag of het vrijwilligerswerk tot betaald werk zal leiden). Echter, wordt de kans op recidive door de pro justitia-rapporteurs ook bij een voorwaardelijke beëindiging als laag beschouwd en heeft betrokkene volgens de kliniek zijn plafond bereikt. Tijdens de maatregel zijn tot nu toe geen ernstige incidenten geweest en betrokkene is nooit teruggeplaatst in het kader van een time-out. Wel zijn er aanpassingen voorgenomen rondom zijn vrijhedenbeleid. Wij zijn dan ook van mening dat de overstap naar voorwaardelijke beëindiging in de huidige fase van het resocialisatieproces groot is. De reclassering geeft de voorkeur aan een geleidelijk traject, omdat er in de situatie van betrokkene nog risico’s aan een voorwaardelijke beëindiging verbonden zijn. Er zal eerst meer stabiliteit gecreëerd moeten worden op het gebied van dagbesteding, het beleid rondom betrokkenes softdruggebruik (momenteel wordt nog een discussie gevoerd over medicinaal cannabisgebruik) en zijn sociaal netwerk. Stabiliteit op deze leefgebieden is een belangrijke factor in zijn resocialisatieproces en momenteel nog niet aanwezig. Voorbereiding voorw. beëindiging TBS De reclassering is van mening dat er risico’s verbonden zijn aan een voorwaardelijke beëindiging van de maatregel, gelet op de fase waar betrokkene zich in bevindt met de overgang naar zelfstandig wonen en de daarmee verbonden risico’s door het gebrek aan stabiliteit (dagbesteding), zijn houding en zijn huidige terugval in softdruggebruik. Daarom beschouwen wij een voorwaardelijke beëindiging op dit moment als prematuur. Indien de rechtbank de maatregel voorwaardelijk beëindigt, dan zal de reclassering uitvoering geven aan het toezicht onder de volgende voorwaarden, in combinatie met een FPT. 1. Betrokkene houdt zich aan de voorschriften en/of aanwijzingen haar te geven door of namens Reclassering Nederland; 2. Betrokkene zal niet zonder toestemming vooraf van de reclassering van adres wijzigen c.q. verhuizen; 3. Betrokkene werkt mee aan een intake en behandeling bij de forensische polikliniek [kliniek 2] of een soortgelijke instelling (ambulante vervolgbehandeling) en houdt zich aan de aanwijzingen en afspraken van zijn behandelaar(s). Hij neemt zijn medicatie volgens voorschrift in en/of laat het toedienen en laat zich hierop controleren in welke vorm dan ook; 4. Betrokkene zal zich onthouden van alcohol- en/of druggebruik, tenzij dat medicinaal sofdruggebruik door de arts van de pijnpoli in de aanbevolen hoeveelheid voorgeschreven is en zal zich niet onttrekken aan controles hierop; 5. Betrokkene geeft inzicht in zijn financiën; 6. Betrokkene geeft openheid van zaken op alle leefgebieden; 7. Betrokkene werkt mee en geeft inzicht ter zake een voldoende ondersteunend sociaal netwerk en verleent toestemming om contact op te nemen met relevante referenten/netwerkleden; 8. Betrokkene zorgt ervoor dat hij altijd bereikbaar is voor zijn behandelaren, zijn begeleiders en de reclassering; 9. Betrokkene werkt mee aan een passende dagbesteding in de vorm van scholing of (vrijwilligers)werk. Hij zal niet zonder toestemming van de reclassering of zijn begeleiders van deze dagbesteding veranderen. Betrokkene is bereid tot samenwerking met de arbeidsconsulent van de Kijvelanden die hierin kan ondersteunen; 10. Betrokkene pleegt geen strafbare feiten; 11. Betrokkene begeeft zich niet buiten de Nederlandse grenzen; 12. Betrokkene werkt mee aan een Forensisch Psychiatrisch Toezicht, ook als dit betekent een time-outopname van maximaal tweemaal een periode van zeven weken in het [kliniek 3] of een nog nader te bepalen instelling of bij een andere soortgelijke instelling; 13. Betrokkene zal ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit zijn medewerking verlenen aan het nemen van één of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in art. 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbieden en werkt mee aan het samenwerkingsconvenant van de reclassering en de politie. Betrokkene overhandigt een pasfoto.” De opgeroepen deskundigen Y. Noorlander ([kliniek 3]) en A. Rein (reclassering) hebben ter terechtzitting gepersisteerd bij het advies van de reclassering om op dit moment niet over te gaan tot een voorwaardelijke beëindiging van de verpleging van overheidswege. Zij zien met name in het toegenomen softdrugsgebruik door de terbeschikkinggestelde (als pijnbestrijding) een contra-indicatie voor een voorwaardelijke beëindiging. De dreigende impasse tussen de kliniek en de terbeschikkinggestelde dreigt vooral als aan de terbeschikkinggestelde grenzen worden gesteld met betrekking tot zijn softdrugsgebruik. Ook de overgang naar zelfstandig wonen brengt bepaalde spanningen met zich mee. De deskundigen achten het wenselijk dat gedurende een langere periode wordt gemonitord op welke manier de terbeschikkinggestelde met de pijnbestrijding en de spanningen zal omgaan. Volgens de deskundigen zal het medicinaal cannabisgebruik van de terbeschikkinggestelde en de overgang naar zelfstandig wonen ook worden voortgezet als de verpleging van overheidswege wordt gecontinueerd. De terbeschikkinggestelde dient zich beter te realiseren dat medicinaal cannabisgebruik geen vrijbrief vormt om (daarnaast) zelf te gebruiken, ook indien het enkele doel pijnbestrijding is. Met verwijzing naar genoemd adviesrapport van de reclassering en de toelichting daarop ter terechtzitting door de deskundigen heeft de officier van justitie zich op het standpunt gesteld dat een voorwaardelijke beëindiging van de verpleging van overheidswege op dit moment prematuur is. De officier van justitie heeft dan ook voortzetting van de verpleging van overheidswege gevorderd voor de duur van het bij beslissing van deze rechtbank van 4 juli 2014 gegeven bevel tot verlenging van de terbeschikkingstelling. De terbeschikkinggestelde heeft ter terechtzitting verklaard dat hij bekend is met de inhoud van het adviesrapport van de reclassering. Hij is het echter niet eens met het primaire standpunt van de reclassering dat een voorwaardelijke beëindiging op dit moment prematuur is. Hoewel hij van mening is dat zijn cannabisgebruik, gezien zijn pijnklachten, door de kliniek eigenlijk door de vingers zou moeten worden gezien, is hij bereid om niet meer te gebruiken dan door de arts van de pijnpoli wordt voorgeschreven. Als de door de arts voorgeschreven hoeveelheid medicinale cannabis bij de terbeschikkinggestelde een onvoldoende pijnbestrijdend effect heeft, dan zal hij niet daarnaast zelf cannabis gaan gebruiken, maar contact opnemen met de arts om tot een oplossing te komen. De terbeschikkinggestelde is bereid zich aan alle door de reclassering gestelde voorwaarden te houden. Hij wil zijn verantwoordelijkheid nemen, weet waar zijn grenzen liggen en is doordrongen van de vergaande consequenties van het overtreden van één of meer voorwaarde(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.