← Nederland

ECLI:NL:RBOBR:2014:6024

beschikking RECHTBANK OOST-BRABANT Handelsrecht Zittingsplaats 's-Hertogenbosch zaaknummer / rekestnummer: C/01/269108 / EX RK 13-156 Tussenbeschikking van 14 oktober 2014 in de zaak van de stichting STICHTING IPP (INVESTIGATING PRE-PACK), gevestigd te Waalwijk, verzoekster, advocaten mr. J.G.A. Linssen en mr. L.J.J. van Asseldonk te Tilburg, tegen de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid SR II B.V., gevestigd te Uden, verweerster, advocaat mr. G.J.W. Verschuur te Uden, alsmede tegen [naam], wonende te [woonplaats], [naam], wonende te [woonplaats], [naam], wonende te [woonplaats], [naam], wonende te [woonplaats], verweerders, advocaat mr. G.J.W. Verschuur te Uden, en tegen MR. G. TE BIESEBEEK, in zijn hoedanigheid van (stille) bewindvoerder en curator in het faillissement van de besloten vennootschap Schoenenreus B.V., kantoorhoudende te Helmond, (nog) niet verschenen. 1De procedure 1.

  1. De rechtbank heeft acht geslagen op: het verzoekschrift van 2 oktober 2013 met 1 productie de aanvulling op het verzoekschrift van 6 juni 2014 het verweerschrift van 25 september 2014 met 4 producties de mondelinge behandeling op 30 september 2014 de pleitnota van IPP de pleitnota van SR II. 1.
  2. Vervolgens is beschikking bepaald op heden. 2Het verzoek 2.
  3. Het verzoekschrift strekt ertoe dat de rechtbank een voorlopig getuigenverhoor zal bevelen. 3De beoordeling 3.
  4. Het verzoekschrift van 2 oktober 2013 vermeldt in de aanhef enkel SR II als verweerster hetgeen tot gevolg heeft gehad dat uitsluitend SR II voor de behandeling is opgeroepen. Het blijkt evenwel dat het verzoek zich, blijkens haar verdere bewoordingen, ook richt tegen de (indirect) bestuurders en (indirect) aandeelhouders van de besloten vennootschap Schoenenreus B.V. en SR II, te weten: de heer [naam], de heer [naam], de heer [naam] en de heer [naam], alsmede tegen mr. G. te Biesebeek, in zijn hoedanigheid van (stille) bewindvoerder en curator in het faillissement van de besloten vennootschap Schoenenreus B.V. 3.
  5. De heren [naam], [naam], [naam] en [naam], zijn zonder daartoe te zijn opgeroepen spontaan verschenen bij de behandeling op 30 september 2014, bijgestaan door hun raadsman mr. Verschuur voornoemd. 3.
  6. Bij die behandeling is evenwel mr. G. te Biesebeek niet verschenen. Dat zal ongetwijfeld zijn oorzaak vinden in het feit dat hij niet voor deze behandeling is opgeroepen. Er bestaat in beginsel aanleiding de behandeling van het verzoek aan te houden, teneinde ook mr. te Biesebeek in de gelegenheid te stellen zich over het verzoek uit te laten. 3.
  7. Dit is slechts dan anders, indien reeds op voorhand zou moeten worden geconcludeerd dat IPP niet-ontvankelijk is in haar verzoek, zoals door SR II en de vier genoemde heren gemotiveerd is betoogd (en door IPP betwist) en het verzoek reeds om die reden reeds thans kan worden afgedaan. Mr. Verschuur heeft in dit verband naar voren gebracht dat volstrekt onduidelijk is welke personen of entiteiten door IPP worden vertegenwoordigd, zodat niet kan worden beoordeeld of aan de vereisten van artikel 3:305a BW is voldaan. Zo blijkt onder meer niet dat IPP (ook) een eigen belang heeft en eerder feitelijke activiteiten heeft verricht op het terrein van belangenbehartiging en of de verschillende belangen zich wel voor bundeling lenen en zonder enig probleem in één rechterlijke beslissing kunnen worden gevat. Voorts hebben de reeds verschenen verweerders zich op het standpunt gesteld dat het maar zeer de vraag is of het instellen van een collectieve actie in dit geval efficiënter is dan het procederen op naam van de belanghebbenden zelf. IPP heeft zich daartegen verweerd met de stelling dat zij de belangen behartigt van een honderdtal werknemers, die zijn gedupeerd door het faillissement van Schoenenreus B.V. Bij al deze betrokkenen bestaat volgens IPP hetzelfde belang, te weten het verkrijgen van helderheid over de feiten en omstandigheden die ten grondslag lagen aan het faillissement en de daarop volgende doorstart van SR II. 3.
  8. Anders dan SR II en de vier overige reeds verschenen verweerders veronderstellen, kan op grond van het vorenstaande niet worden geconcludeerd dat buiten twijfel staat dat reeds nu al - zonder volledige behandeling - IPP niet ontvankelijk is in haar verzoek, op grond waarvan het debat met alle partijen, dus ook mr. G te Biesebeek, op dit punt achterwege zou kunnen blijven. 3.
  9. De behandeling van de zaak zal dan ook voor onbepaalde tijd worden aangehouden. In overleg met partijen zal een nieuwe mondelinge behandeling worden bepaald. 4De beslissing De rechtbank 4.
  10. houdt de behandeling van het verzoek voor onbepaalde tijd aan, teneinde ook mr. G. te Biesebeek in zijn hoedanigheid van (stille) bewindvoerder en curator in het faillissement van de besloten vennootschap Schoenenreus B.V. als verweerder op te roepen, 4.
  11. gelast partijen voor 21 oktober 2014 hun verhinderdata op te geven voor de komende drie maanden, 4.
  12. reserveert iedere verdere beslissing. Deze beschikking is gegeven door mr. J.F.M. Strijbos, mr. S.J.G.N.M. Willard en mr. A.H.L. Roosmale Nepveu en in het openbaar uitgesproken op 14 oktober 2014.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.