vonnis RECHTBANK OOST-BRABANT Handelsrecht Zittingsplaats 's-Hertogenbosch zaaknummer / rolnummer: C/01/247239 / HA ZA 12-461 Vonnis van 12 maart 2014 in de zaak van
- de coöperatie COÖPERATIEVE RABOBANK ROERMOND-ECHT U.A., gevestigd te Roermond,
- de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid DE LAGE LANDEN FINANCIAL SERVICES B.V., gevestigd te Eindhoven, eiseressen, advocaat mr. R.M. Vermaire te Utrecht, tegen [X] wonende te [plaats], in zijn hoedanigheid van curator in het faillissement van de besloten vennootschap Danvo B.V., gevestigd te Eindhoven, gedaagde, advocaat mr. I.C.J.C. van de Klundert te Eindhoven. Partijen zullen hierna Rabobank, DLL en de curator genoemd worden. 1De procedure 1.
- Het verloop van de procedure blijkt uit: het tussenvonnis van 20 februari 2013 het arrest van de Hoge Raad van 13 december 2013 (ECLI:NL:HR:2013:1910). 1.
- Partijen zijn in de gelegenheid gesteld zich uit te laten over het arrest van de Hoge Raad, maar zij hebben daarvan geen gebruik gemaakt. 1.
- Ten slotte is vonnis bepaald. 2De verdere beoordeling 2.
- De rechtbank heeft in het tussenvonnis van 20 februari 2013 een prejudiciële vraag aan de Hoge Raad voorgelegd. De Hoge Raad heeft die vraag in het arrest van 13 december 2013 aldus beantwoord dat de in art. 241c lid 2 Fw neergelegde regel niet (overeenkomstig) geldt ten behoeve van de houder van een stil pandrecht op een zaak van de belastingschuldige. 2.
- Deze beperkte uitleg van art. 241c lid 2 Fw betekent, zoals al aangekondigd in r.o. 4.1 van het tussenvonnis van 20 februari 2013, dat Rabobank en DLL in het ongelijk moeten worden gesteld. 2.
- Rabobank en DLL zullen als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van de curator worden begroot op: - explootkosten € 0,00 - griffierecht 267,00 - getuigenkosten 0,00 - deskundigen 0,00 - overige kosten 0,00 - salaris advocaat 452,00 (1,0 punt × tarief € 452,00) Totaal € 719,00 2.
- De Hoge Raad heeft de kosten van de prejudiciële procedure aan de zijde van de curator begroot op nihil, zodat er geen reden is de kosten van de curator op te nemen in de proceskostenveroordeling zoals voorzien in art. 394 lid 2 Rv. 2.
- De gevorderde veroordeling in de nakosten zal als niet gespecificeerd worden afgewezen. 3De beslissing De rechtbank 3.
- wijst de vorderingen van Rabobank en DLL af, 3.
- veroordeelt Rabobank en DLL hoofdelijk, zodat indien en voor zover de één betaalt ook de ander zal zijn bevrijd, in de proceskosten, aan de zijde van de curator tot op heden begroot op € 719,00, 3.
- verklaart dit vonnis wat betreft de kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad. Dit vonnis is gewezen door mr. J.A. Bik, mr. M.F.M.T. Franke en mr. M.G.A. Poelman en in het openbaar uitgesproken op 12 maart 2014.
🔗 Naar officiële bron
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.