← Nederland

ECLI:NL:RBOBR:2015:1004

beschikking RECHTBANK OOST-BRABANT Handelsrecht Zittingsplaats 's‑Hertogenbosch zaaknummer / rekestnummer: C/01/285692 / BP RK 14-1131 beschikking van de voorzieningenrechter van 7 januari 2015 in de zaak van ABN AMRO Bank N.V. / M.J.H.M. van den Brand Deze beschikking wordt gegeven naar aanleiding van een op 29 oktober 2014 ter griffie van deze rechtbank ingediend verzoekschrift ingevolge artikel 3:268 lid 2 BW, dat exclusief bijlagen - in fotokopie aan deze beschikking is gehecht, van: de naamloze vennootschap ABN AMRO BANK N.V., gevestigd te Amsterdam, verzoekster (hierna aangeduid als de bank), advocaat mr. H.S. Mensonides te Amsterdam tegen 1 [gekwestreerde 1], wonende te [woonplaats],

  1. mevrouw [gekwestreerde 2], wonende te [woonplaats],
  2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [gekwestreerde 3], gevestigd te [vestigingsplaats],
  3. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [gekwestreerde 4], gevestigd te [vestigingsplaats], gerekestreerden, advocaat mr. J.P.A. Jansen te 's‑Hertogenbosch. 1Inleiding 1.
  4. De bank heeft op 29 oktober 2014 een verzoekschrift met 9 producties ingediend tot het verkrijgen van verlof voor onderhandse executieverkoop ex artikel 3:268 lid 2 BW. 1.
  5. Aan de in artikel 544 Rv bedoelde belanghebbenden is per brief van 7 november 2014 meegedeeld dat voormeld verzoek is gedaan en dat zij, indien zij bezwaar hebben tegen goedkeuring van de in het verzoekschrift omschreven koopovereenkomst, dit binnen een week na laatstgenoemde datum schriftelijk dienen mee te delen en daarbij dienen te vermelden of zij hun bezwaar mondeling willen toelichten. 1.
  6. Op 30 oktober 2014 hebben gerekestreerden zelf eveneens een verzoekschrift met producties ingediend tot het verkrijgen van verlof voor onderhandse executieverkoop ex artikel 3:268 lid 2 BW. 1.
  7. Bij brief van 14 november 2014, ingekomen ter griffie op diezelfde dag, hebben gerekestreerden een bezwaarschrift met 4 producties ingediend tegen het door de bank ingediende verzoekschrift. 1.
  8. Naar aanleiding van het bezwaarschrift van gerekestreerden is een verhoor bepaald op 12 december 2014 te 13:30 uur waarbij tevens het door gerekestreerden ingediende verzoekschrift (zaaknummer C/01/285692 / BP RK 14-1128) zou worden behandeld. 1.
  9. Bij faxbericht van mr. Mensonides d.d. 10 december 2014 heeft de bank productie 10 in het geding gebracht en bij separate brief de daarbij behorende taxatierapporten. 1.
  10. Bij brief van 10 december 2014 heeft de bank haar verzoekschrift ingetrokken met het verzoek om het geplande verhoor niet door te laten gaan. 1.
  11. Bij faxbericht van mr. Jansen d.d. 11 december 2014 hebben gerekestreerden gereageerd op de door verzoekster op 10 december 2014 overgelegde stukken en hebben zelf nog productie 18 in het geding gebracht. 1.
  12. Bij e-mail van 11 december 2014 van mr. Jansen hebben gerekestreerden te kennen gegeven dat zij het noodzakelijk achten dat het verhoor doorgang zal vinden. 1.
  13. Het verhoor heeft plaatsgevonden op de 12 december 2014 te 13:30 uur waarbij beide verzoekschriften zijn behandeld. 2De beoordeling 2.
  14. De bank heeft zoals gezegd het verzoekschrift bij brief van haar advocaat d.d. 10 december 2014 ingetrokken. Het verzoek tot goedkeuring van de door de bank voorgelegde koopovereenkomst is daarmee van de baan, zodat daarop niet meer hoeft te worden beslist door de voorzieningenrechter. Nu gerekestreerden hebben verzocht om de bank te veroordelen in de proceskosten dient op dat verzoek nog wel te worden beslist. 2.
  15. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter bestaat onder de gegeven omstandigheden geen aanleiding om de bank te veroordelen in de proceskosten. De bank geeft als reden voor de intrekking dat zij naar aanleiding van het door gerekestreerden ingediende bezwaarschrift plotseling is geconfronteerd met het feit dat de huurovereenkomst tussen gerekestreerden en de huurder van één van de onroerende zaken met vijf jaar zou zijn verlengd, terwijl de bank in de – kennelijk onjuiste - veronderstelling verkeerde dat die huurovereenkomst per 30 november 2014 zou eindigen. Dat is ook het uitgangspunt in de veilingvoorwaarden en (dus) in de aanvankelijk door de bank voorgelegde koopovereenkomst. Het ligt voor de hand dat de voorgenomen koper de overeenkomst niet gestand wenst te doen indien sprake is van een verlengde huurovereenkomst. Dat de bank met de koper afspraken heeft gemaakt waarbij wordt afgezien van de koop en het verzoekschrift dat strekt tot goedkeuring van die koopovereenkomst door de bank wordt ingetrokken, kan de bank dan bezwaarlijk worden tegengeworpen. 2.
  16. Gesteld noch gebleken is dat gerekestreerden de bank al eerder op de hoogte hebben gesteld van de verlenging van de huurovereenkomst. Dat de bank het verzoek niet eerder heeft ingetrokken dan na indiening van het door gerekestreerden ingediende bezwaarschrift is dan ook niet gelegen in een erkenning van de gegrondheid van de bezwaren van gerekestreerden door de bank. Voor een veroordeling van de bank in vergoeding van door gerekestreerden in dat verband gemaakte kosten bestaat naar het oordeel van de voorzieningenrechter dan ook geen grond. 3De beslissing De voorzieningenrechter: 3.
  17. verstaat dat het verzoekschrift door de bank is ingetrokken, 3.
  18. wijst het verzoek van gerekestreerden om de bank te veroordelen in de proceskosten af. Deze beschikking is gegeven door mr. E. Loesberg, voorzieningenrechter.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.