beschikking RECHTBANK OOST-BRABANT Familie- en Jeugdrecht Zaaknummer: C/01/288369 / JE RK 15-6 datum uitspraak: 16 januari 2015 beschikking verlenging ondertoezichtstelling in de zaak van STICHTING BUREAU JEUGDZORG NOORD-BRABANT, hierna te noemen: de stichting, gevestigd te Eindhoven betreffende [de minderjarige] , geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats], hierna te noemen: [de minderjarige]. De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan: [naam], hierna te noemen: (de) moeder, wonende te [plaats], RAAD VOOR DE KINDERBESCHERMING, hierna te noemen: de raad, gevestigd te Eindhoven. Het procesverloop Het procesverloop blijkt uit het verzoekschrift met bijlagen van de stichting van 16 december 2014, ingekomen ter griffie van deze rechtbank op 5 januari
- Op 15 januari 2015 heeft de kinderrechter de zaak ter zitting met gesloten deuren behandeld. Gehoord zijn: - de moeder, - twee vertegenwoordiger van de raad, - een vertegenwoordiger van de stichting. De feiten Het ouderlijk gezag over [de minderjarige] wordt uitgeoefend door de moeder. [de minderjarige] woont bij de moeder. Bij beschikking van 28 februari 2014 is [de minderjarige] onder toezicht gesteld tot 28 februari
- Het verzoek De stichting heeft verzocht de ondertoezichtstelling van [de minderjarige] te verlengen voor de duur van één jaar. De beoordeling De kinderrechter heeft geconstateerd dat het verzoekschrift tot verlenging van de ondertoezichtstelling is ingediend na 1 januari 2015, zijnde de datum waarop de nieuwe jeugdwetgeving in werking is getreden. Hierin is onder andere bepaald, voor zover hier relevant, dat alleen een gecertificeerde instelling een verzoek tot verlenging van een ondertoezichtstelling kan indienen. Het onderhavige verzoekschrift is ingediend door de stichting, niet zijnde een gecertificeerde instelling. Ter zitting van 15 januari 2015 zijn de belanghebbenden in de gelegenheid gesteld hun standpunten kenbaar te maken. De stichting stelt dat, gelet op de datering van het verzoekschrift, dat ruimschoots is gelegen vóór 1 januari 2015, de stichting ontvankelijk in haar verzoek is. De raad heeft verklaard dat, voor het geval de stichting niet-ontvankelijk wordt verklaard in haar verzoek, de raad thans ter zitting een verzoek tot ondertoezichtstelling van [de minderjarige] indient. De raad zal dit verzoek ook nog schriftelijk doen toekomen aan de rechtbank aan belanghebbenden. Moeder kan instemmen met een verlenging dan wel een nieuwe ondertoezichtstelling van [de minderjarige]. De kinderrechter overweegt als volgt. Vaststaat dat het verzoek van de stichting, nog daargelaten op welke datum dit verzoekschrift is gedateerd, na 1 januari 2015 door de rechtbank is ontvangen. Gelet hierop is de kinderrechter van oordeel dat de stichting niet bevoegd moet worden geacht tot het doen van het onderhavige verzoek tot verlenging van de ondertoezichtstelling, nu zij niet een gecertificeerde instelling is. Om die reden zal de kinderrechter de stichting niet-ontvankelijk in haar verzoek verklaren. De kinderrechter zal per separate beschikking een beslissing nemen op het ter zitting van 15 januari 2015 gedane verzoek door de raad tot ondertoezichtstelling van [de minderjarige]. De beslissing De kinderrechter: verklaart de stichting niet-ontvankelijk in haar verzoek. Deze beschikking is gegeven door mr. P.P.M. van Reijsen, kinderrechter, in tegenwoordigheid van mr. S.E.M. Bullens als griffier en in het openbaar uitgesproken op 16 januari
- sem