beschikking RECHTBANK OOST-BRABANT Familie- en Jeugdrecht Zaaknummer: C/01/288655 / JE RK 15-20 datum uitspraak: 27 januari 2015 beschikking uithuisplaatsing in de zaak van STICHTING BUREAU JEUGDZORG REGIO NOORDOOST, hierna te noemen: de stichting, gevestigd te 's-Hertogenbosch betreffende [de minderjarige] , geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats], hierna te noemen: [de minderjarige]. De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan: [naam], hierna te noemen: (de) moeder, wonende te [plaats], RAAD VOOR DE KINDERBESCHERMING, hierna te noemen: de raad, gevestigd te ’s-Hertogenbosch. Het procesverloop Het procesverloop blijkt uit het verzoekschrift met bijlagen van de stichting van 2 januari 2015, ingekomen ter griffie van deze rechtbank op 8 januari
- Op 22 januari 2015 heeft de kinderrechter de zaak ter zitting met gesloten deuren behandeld. Gehoord zijn: - de moeder, - een vertegenwoordiger van de raad, - een vertegenwoordiger van de stichting. De feiten Het ouderlijk gezag over [de minderjarige] wordt uitgeoefend door de moeder. [de minderjarige] verblijft bij kinderhuis [instelling]. Bij beschikking van 16 december 2014 heeft de kinderrechter de ondertoezichtstelling en de machtiging tot plaatsing in een verblijf accommodatie van een zorgaanbieder 24-uurs van [de minderjarige] met ingang van 27 december 2014 verlengd voor de duur van een jaar. Het verzoek De stichting heeft verzocht een machtiging tot plaatsing in een verblijf pleeggezin 24-uurs te verlenen voor de duur van de ondertoezichtstelling. De stichting voert in haar verzoekschrift onder meer en zakelijk weergegeven het navolgende aan. [de minderjarige] verblijft sinds 22 november 2013 bij [instelling]. [de minderjarige] heeft het afgelopen jaar een vooruitgang laten zien. Doordat er meer zicht op [de minderjarige] is gekomen, is duidelijk geworden dat zij meer van opvoeders vraagt dan andere kinderen. Dit maakt dat een thuisplaatsing op korte termijn erg kwetsbaar is en de kans is aanwezig dat moeder en stiefvader overvraagd worden. Het verblijf bij [instelling] is voor [de minderjarige] evenwel niet meer bevorderend, nu ze geen echte vooruitgang meer laat zien en moeite heeft met het wonen op de groep omdat ze thuis mist. Moeder heeft het voorstel gedaan om [de minderjarige] vanuit [instelling] eerst te plaatsen bij haar broer en schoonzus. De plaatsing bij familie is een goede tussenstap voor [de minderjarige]. Zo kan zij weer in een gezinssituatie wonen. Eerder dit jaar is er al een screening geweest van de broer en schoonzus van moeder als netwerkpleeggezin. Stichting [instelling] heeft de familie als netwerkpleeggezin geaccepteerd. Vanuit stichting [instelling] krijgen de netwerkpleegouders de begeleiding die nodig is in de opvoeding van [de minderjarige]. Het standpunt van belanghebbenden Ter zitting van 22 januari 2015 zijn de belanghebbenden in de gelegenheid gesteld hun standpunten kenbaar te maken. Alle belanghebbenden hebben verklaard in te stemmen met het door de stichting gedane verzoek. De beoordeling De kinderrechter stelt vast dat de stichting ontvankelijk is in haar verzoek. Weliswaar is de stichting met ingang van 1 januari 2015 niet een gecertificeerde instelling, maar gelet op artikel 10.7, tweede lid van de Jeugdwet acht de kinderrechter de stichting bevoegd om verzoeken ter uitvoering van lopende ondertoezichtstellingen, zoals in het onderhavige geval een verzoek tot machtiging tot plaatsing, in te dienen. De kinderrechter overweegt als volgt. Op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting is de kinderrechter van oordeel dat een machtiging tot plaatsing in een verblijf pleeggezin 24-uurs van [de minderjarige] noodzakelijk is in het belang van haar verzorging en opvoeding (artikel 1:265b, eerste lid, Burgerlijk Wetboek). Gelet op de specifieke zorg en aandacht die [de minderjarige] nodig heeft, is een thuisplaatsing vooralsnog niet mogelijk. Voortzetting van de plaatsing bij[instelling] is echter ook niet in het belang van de verzorging en opvoeding van [de minderjarige]. De plaatsing in het netwerkpleeggezin kan echter wel in haar belang worden geacht. Derhalve zal dienovereenkomstig worden besloten. De beslissing De kinderrechter: verleent een machtiging tot plaatsing in een verblijf pleeggezin 24-uurs ten aanzien van voornoemde minderjarige voor de duur van de ondertoezichtstelling, te weten tot 27 december 2015; verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad. Deze beschikking is gegeven door mr. P.P.M. van Reijsen, kinderrechter, in tegenwoordigheid van mr. S.E.M. Bullens als griffier en in het openbaar uitgesproken op 27 januari
- sem Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld: - door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak, - door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden. Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het gerechtshof's-Hertogenbosch