vonnis RECHTBANK OOST-BRABANT Strafrecht Parketnummer: 01/845816-14 Datum uitspraak: 25 februari 2015 Vonnis van de rechtbank Oost-Brabant, meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken, in de zaak tegen: [verdachte 1], geboren te [geboorteplaats] op [1992], wonende te [adres 1], thans gedetineerd te: PI Zuid West - De Dordtse Poorten. Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 11 februari 2015. De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie en van hetgeen van de zijde van verdachte naar voren is gebracht. De tenlastelegging. De zaak is aanhangig gemaakt bij dagvaarding van 13 januari 2015. Aan verdachte is ten laste gelegd dat: 1. hij op of omstreeks 28 oktober 2014 te Beek en Donk, gemeente Laarbeek, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in / uit een woning gelegen aan [adres 2] heeft weggenomen een TomTom, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en / of zijn mededader(s), waarbij verdachte en / of zijn mededader(
(198)Op 25 november 2014 vond een getuige op [adres 7] te Beek en Donk een laptop, Ipad en een gsm. De goederen lagen onder een prullenbak, die daar tussen een kleding- en glascontainer staat. Ze waren niet verpakt in een tas of iets dergelijks, maar stonden opgestapeld; onderop de laptop, daarop de Ipad en daarop de gsm. (p. 199-200) De gevonden Ipad bleek de in de nacht van 27 op 28 oktober 2014 uit de woning aan [adres 3] weggenomen Ipad van [slachtoffer 2] te zijn. (p. 201) De gevonden laptop en gsm bleken eveneens in die nacht uit een woning aan [adres 4] in Beek en Donk weggenomen te zijn. (p. 201) [slachtoffer 4] deed aangifte van diefstal van deze goederen uit zijn woning aan [adres 4] in Beek en Donk, op 28 oktober 2014, tussen 0.00 uur en 06.00 uur. Er was geen sprake van braakschade. (p. 123-125) Uit onderzoek van de politie blijkt dat de, in de auto van verdachten aangetroffen, hengel gebruikt kan worden om via de brievenbus de (binnen)klink van een deur, van buitenaf te bedienen. Met deze hengel is het mogelijk de voordeuren van de woningen aan [adres 2], [adres 4] en [adres 3] in Beek en Donk zeer gemakkelijk te openen. (p. 172-173 en p. 188) Deze uit de bewijsmiddelen blijkende feiten leiden de rechtbank tot het navolgende oordeel. Kort nadat in de woning aan [adres 2] te Beek en Donk een diefstal is gepleegd en de dader of daders door de bewoonster op de vlucht zijn gejaagd worden verdachten door de politie aangetroffen, terwijl zij in een auto Beek en Donk verlaten. Achterin de auto, waar verdachte [medeverdachte 2] zat, wordt een inbrekerswerktuig aangetroffen. Verdachte [medeverdachte 1] heeft het bij de diefstal weggenomen navigatiesysteem in zijn zak. Hij liegt aantoonbaar dat het van hem is en verder geeft geen van de verdachten een aannemelijke of verifieerbare verklaring over hun aanwezigheid op dat tijdstip in Beek en Donk. Het onder verdachten aangetroffen inbrekerswerktuig was ook geschikt om de woning te betreden zonder braakschade achter te laten. Eerder die nacht is ook de woning aan [adres 3] zonder braakschade betreden. De daders zijn daar op een zelfde manier binnengekomen. Ook bij deze woning is het onder verdachten aangetroffen inbrekerswerktuig geschikt om de woning te betreden zonder braakschade achter te laten. Uit de camerabeelden blijkt dat het om drie daders gaat. Dat de drie personen die op de camerabeelden te zien zijn de daders zijn is naar het oordeel van de rechtbank een verantwoorde gevolgtrekking. Daarbij heeft zij in de eerste plaats in aanmerking genomen dat deze personen in de richting van de woning aan [adres 3] lopen op een tijdstip dat past binnen de door aangeefster aangegeven tijd dat de diefstal in de woning is gepleegd. Ook de tijd dat verdachten kennelijk in en nabij de woning zijn geweest – na ruim zes minuten lopen zij weer bij de woning vandaan – is passend bij de handelingen die nodig zijn om de diefstal te plegen; het openen van de deur, het zoeken naar buit en het vertrekken met de buit. Daar komt bij dat niet gebleken is van andere personen die op de camerabeelden te zien zijn gedurende de periode die door de aangeefster is genoemd en waarin de diefstal moet zijn gepleegd. Hoewel de personen op de camerabeelden vanwege de kwaliteit van die beelden en de afstand van die personen tot de camera niet zijn te herkennen, vormt het signalement dat op basis van deze beelden van de drie personen gegeven kan worden een extra aanwijzing dat het om verdachten gaat. Zowel de donkere kleding, als ook één lichte broek en de lichtkleurige schoenen bij één van de personen met volledig donkere kleding passen bij de kleding en het schoeisel dat de verdachten droegen tijdens hun aanhouding. Een deel van de buit, te weten de sleutelbos, is diezelfde dag, bij daglicht, aangetroffen op de vluchtroute van verdachten. Dit was precies op de plek waar de auto van verdachten opvallend rijgedrag vertoonde. Het restant van de buit is eerst een maand later aangetroffen, eveneens in Beek en Donk. Verdachten zaten toen (vanaf het moment dat zij zijn aangehouden) gedetineerd. Hoe deze goederen daar gekomen zijn en wanneer zij daar zijn neergelegd is niet gebleken. De rechtbank acht deze omstandigheid echter belastend noch ontlastend. Er zijn allerlei scenario’s denkbaar, maar geen van die scenario’s vindt enige grond in het dossier. Het toont in ieder geval niet aan dat niet verdachten, maar een ander of anderen verantwoordelijk is of zijn voor de diefstal van deze goederen. Zo de logica zich al niet verzet tegen het feit dat een andere dader deze goederen onder zich heeft gehad en een maand later besluit ze op een openbare plaats achter te laten, terwijl ze in goede staat verkeren, dan blijkt zulks in ieder geval niet uit het dossier. Daar komt bij dat verdachten na de diefstallen uit de woningen aan [adres 3] en [adres 4] tijd gehad kunnen hebben om de buit ergens te verbergen, teneinde deze later op te halen. Wel vormt voornoemde vondst een bewijs dat er een link is tussen de diefstal uit de woning aan [adres 3] en de diefstal uit de woning aan [adres 4] te Beek en Donk. De bij deze diefstallen weggenomen goederen werden immers bij elkaar aangetroffen. Ook voor de woning aan [adres 4] geldt dat deze in de nacht van 27 op 28 oktober 2014 zonder braak is betreden. Ook voor deze woning geldt dat met het inbrekerswerktuig dat onder verdachten is aangetroffen zonder braakschade toegang verschaft kan worden. Verdachten hebben betrokkenheid bij de ten laste gelegde strafbare feiten ontkend en/of zich beroepen op hun zwijgrecht. De rechtbank zal dit bij de hierna volgende waardering van het voorhanden bewijs in hun nadeel gebruiken. Gelet op al het voorgaande, in onderling (tijds)verband en samenhang bezien en bij gebreke van een redelijke, hun betrokkenheid ontzenuwende, verklaring van de verdachten, acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachten tezamen en in vereniging met elkaar in de nacht van 27 op 28 oktober 2014 te Beek en Donk met behulp van een geprepareerde hengel, in een drietal woningen de ten laste gelegde diefstallen hebben gepleegd. De bewezenverklaring. De rechtbank acht, op grond van de feiten en omstandigheden die zijn vervat in de bewijsmiddelen, wettig en overtuigend bewezen, dat verdachte 1. op 28 oktober 2014 te Beek en Donk, gemeente Laarbeek, tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een woning gelegen aan [adres 2] heeft weggenomen een TomTom, toebehorende aan [slachtoffer 1], waarbij verdachte en / of zijn mededader(
- s)zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft / hebben verschaft door middel van een valse sleutel; 2. in de nacht van 27 op 28 oktober 2014 te Beek en Donk, gemeente Laarbeek, tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een woning gelegen aan [adres 3] heeft weggenomen 450 euro en een Ipad en (auto)sleutels, toebehorende aan [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3], waarbij verdachte en / of zijn mededader(
- s)zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft / hebben verschaft door middel van een valse sleutel; 3. in de nacht van 27 op 28 oktober 2014 te Beek en Donk, gemeente Laarbeek, tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een woning gelegen aan [adres 4] heeft weggenomen een gsm (Samsung Galaxy Ace) en een laptop (merk Acer), toebehorende aan [slachtoffer 4], waarbij verdachte en / of zijn mededader(
- s)zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft / hebben verschaft door middel van een valse sleutel; De bewijsmiddelen worden slechts gebezigd met betrekking tot het feit waarop zij in het bijzonder betrekking hebben. Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard, is naar het oordeel van de rechtbank niet bewezen. Verdachte zal hiervan worden vrijgesproken. De strafbaarheid van het feit. Het bewezen verklaarde levert op de in de uitspraak vermelde strafbare feiten. Er zijn geen feiten of omstandigheden gebleken die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. De strafbaarheid van verdachte. Er zijn geen feiten of omstandigheden gebleken die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. Verdachte is daarom strafbaar voor hetgeen bewezen is verklaard. Oplegging van straf en/of maatregel. De eis van de officier van justitie. De officier van justitie acht alle aan verdachte ten laste gelegde feiten wettig en overtuigend bewezen. De officier van justitie vordert een gevangenisstraf voor de duur van twaalf maanden waarvan vier maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar met aftrek overeenkomstig het gestelde in artikel 27 van het Wetboek van Strafrecht. Als bijzondere voorwaarde dient aan verdachte reclasseringscontact te worden opgelegd, ook indien dit inhoudt het verblijven in/bij de Zorgzame Hand of een soortgelijke instelling en het deelnemen aan urinecontroles. De vorderingen van de benadeelde partijen [slachtoffer 1], [slachtoffer 3] en [slachtoffer 2] dienen geheel te worden toegewezen met oplegging van de maatregel ex artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht alsmede de wettelijke rente. De onder verdachte in beslag genomen persoonlijke goederen kunnen teruggegeven worden aan verdachte. De verboden goederen dienen te worden onttrokken aan het verkeer en het inbrekerswerktuig dient verbeurd te worden verklaard. Een kopie van de vordering van de officier van justitie is aan dit vonnis gehecht. Het oordeel van de rechtbank. Bij de beslissing over de straf die aan verdachte dient te worden opgelegd heeft de rechtbank gelet op de aard en de ernst van het bewezen verklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan. Bij de beoordeling van de ernst van de door verdachte gepleegde strafbare feiten betrekt de rechtbank het wettelijke strafmaximum en de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd. Daarnaast houdt de rechtbank bij de strafbepaling rekening met de persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachte. De rechtbank heeft in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen. Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een drietal woninginbraken. De woning is bij uitstek de plaats waar men zich veilig moet kunnen voelen. Een inbraak in de woning veroorzaakt gevoelens van angst en onveiligheid bij de bewoners in het bijzonder en in de samenleving in het algemeen. Daarnaast brengt een woninginbraak voor de benadeelden materiële schade en overlast met zich mee. Verdachte heeft zich van dit alles niets aangetrokken. Hij heeft zich enkel laten leiden door financiële motieven. Bij haar beslissing haar beslissing over de strafsoort en de hoogte van de straf heeft de rechtbank aansluiting gezocht bij de binnen de zittende magistratuur ontwikkelde oriëntatiepunten. De oriëntatiepunten dienen als vertrekpunt bij het bepalen van de straf. De rechtbank zal een lichtere straf opleggen dan de door de officier van justitie gevorderde straf, nu de rechtbank van oordeel is dat de straf die de rechtbank zal opleggen de ernst van het bewezen verklaarde voldoende tot uitdrukking brengt. De rechtbank is van oordeel dat in verband met een juiste normhandhaving niet kan worden volstaan met het opleggen van een andersoortige of geringere straf dan een gevangenisstraf voor nader te noemen duur. De rechtbank zal deze gevangenisstraf voor een gedeelte voorwaardelijk opleggen om verdachte ervan te weerhouden opnieuw strafbare feiten te plegen. Aan deze voorwaardelijke straf zullen na te noemen bijzondere voorwaarden worden gekoppeld. De vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 1] (feit 1). De rechtbank zal de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaren in alle onderdelen van de vordering, aangezien in zoverre geen sprake is van rechtstreeks door het bewezen verklaarde feit toegebrachte schade. De vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 3] (feit 2). De rechtbank acht de vordering in haar geheel toewijsbaar, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf datum delict tot de dag der algehele voldoening. De rechtbank zal verdachte veroordelen in de kosten van de benadeelde partij tot op heden begroot op nihil. Verder wordt verdachte veroordeeld in de ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten. Motivering van de hoofdelijkheid. De rechtbank stelt vast dat verdachte dit strafbare feit samen met een anderen heeft gepleegd. Nu verdachte en zijn mededaders samen een onrechtmatige daad hebben gepleegd, zijn zij jegens de benadeelde hoofdelijk aansprakelijk voor de totale schade. Schadevergoedingsmaatregel. De rechtbank zal voor het toegewezen bedrag tevens de schadevergoedingsmaatregel opleggen, nu de rechtbank het wenselijk acht dat de Staat schadevergoeding aan het slachtoffer bevordert, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf datum delict tot de dag der algehele voldoening. De vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 2] (feit 2). De rechtbank acht de vordering in haar geheel toewijsbaar, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf datum delict tot de dag der algehele voldoening. De rechtbank zal verdachte veroordelen in de kosten van de benadeelde partij tot op heden begroot op nihil. Verder wordt verdachte veroordeeld in de ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten. Motivering van de hoofdelijkheid. De rechtbank stelt vast dat verdachte dit strafbare feit samen met een anderen heeft gepleegd. Nu verdachte en zijn mededaders samen een onrechtmatige daad hebben gepleegd, zijn zij jegens de benadeelde hoofdelijk aansprakelijk voor de totale schade. Schadevergoedingsmaatregel. De rechtbank zal voor het toegewezen bedrag tevens de schadevergoedingsmaatregel opleggen, nu de rechtbank het wenselijk acht dat de Staat schadevergoeding aan het slachtoffer bevordert, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf datum delict tot de dag der algehele voldoening. Beslag. De rechtbank is van oordeel dat de in het dictum nader te noemen inbeslaggenomen voorwerpen aan het verkeer onttrokken dienen te worden verklaard, omdat blijkens het onderzoek ter terechtzitting deze voorwerpen bij gelegenheid van het onderzoek naar de door hem begane misdrijven zijn aangetroffen, terwijl deze voorwerpen kunnen dienen tot het begaan of ter voorbereiding van soortgelijke misdrijven en deze voorwerpen toebehoren aan verdachte en van zodanige aard zijn dat het ongecontroleerde bezit ervan in strijd is met de wet en het algemeen belang. De rechtbank zal de teruggave gelasten van de in het dictum nader te noemen inbeslaggenomen voorwerpen aan verdachte nu naar het oordeel van de rechtbank het belang van strafvordering zich niet meer verzet tegen de teruggave van de inbeslaggenomen goederen. Toepasselijke wetsartikelen. De beslissing is gegrond op de artikelen: Wetboek van Strafrecht art. 10, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 24c, 27, 36b, 36d, 36f, 57, 310, 311. DE UITSPRAAK Verklaart het ten laste gelegde bewezen zoals hiervoor is omschreven. Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt hem daarvan vrij. Het bewezen verklaarde levert op de misdrijven: T.a.v. feit 1: diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van valse sleutels T.a.v. feit 2: diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van valse sleutels T.a.v. feit 3: diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van valse sleutels Verklaart verdachte hiervoor strafbaar. Legt op de volgende straf(fen) en/of maatregel(en). T.a.v. feit 1, feit 2, feit 3: Gevangenisstraf voor de duur van 365 dagen met aftrek overeenkomstig artikel 27 Wetboek van Strafrecht waarvan 245 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren. Stelt als algemene voorwaarden dat de veroordeelde: - zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit en - ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verleent aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt en - medewerking verleent aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14d, tweede lid, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen. Stelt als bijzondere voorwaarden dat de veroordeelde: - zich gedurende de proeftijd gedraagt naar de voorschriften en aanwijzingen die worden gegeven door de reclassering, ook als dit inhoudt een verblijf in de Zorgzame Hand of een soortgelijke instelling, zulks ter beoordeling aan de reclassering waarbij veroordeelde zich houdt aan het (dag-)programma dat deze voorziening, eventueel in overleg met de reclassering, heeft opgesteld, zolang de reclassering dit noodzakelijk acht; - meewerkt aan urinecontroles zolang de reclassering dit noodzakelijk acht; - zich (uiterlijk) binnen drie dagen na uitspraak van dit vonnis zal melden bij de reclassering, Eekbrouwersweg 6 5233 VG te ‘s-Hertogenbosch en zich daarna gedurende een door die reclassering te bepalen periode (die loopt tot maximaal het einde van de proeftijd) zal blijven melden zo lang en zo frequent als de reclassering noodzakelijk acht. Waarbij de Reclassering Nederland, Regio 's-Hertogenbosch, Eekbrouwersweg 6, 5233 VG te 's-Hertogenbosch, opdracht wordt gegeven toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden. T.a.v. feit 1, feit 2, feit 3: Taakstraf voor de duur van 90 uren subsidiair 45 dagen hechtenis. T.a.v. feit 1:Niet-ontvankelijkverklaring van de benadeelde partij [slachtoffer 1] in de vordering. Veroordeelt de benadeelde partij in de kosten van de verdachte tot op heden begroot op nihil. T.a.v. feit 2:Maatregel van schadevergoeding van € 150,00 subsidiair 3 dagen hechtenis. Legt derhalve aan verdachte op de verplichting tot betaling aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 3], van een bedrag van € 150,= (zegge: honderdvijftig euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 3 dagen hechtenis. Het bedrag bestaat uit een bedrag van € 150,= immateriële schadevergoeding. Verdachte is niet gehouden tot betaling voor zover dit bedrag door (een van) zijn mededader(s)/medeplichtige(
- n)is betaald. De toepassing van deze vervangende hechtenis heft de hiervoor opgelegde betalingsverplichting niet op. Het totale bedrag te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de datum van het delict tot aan de dag der algehele voldoening. Beslissing op de vordering van de benadeelde partij: Wijst de vordering van de benadeelde partij toe en veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer 3] van een bedrag van € 150,= (zegge: honderdvijftig euro), te weten € 150,= immateriële schadevergoeding. Het totale toegewezen bedrag te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de datum van het delict tot aan de dag der algehele voldoening. Verdachte is niet gehouden tot betaling voor zover dit bedrag door (een van) zijn mededader(s)/medeplichtige(
- n)is betaald. Indien de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat komt daarmee zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij te vervallen en andersom, indien verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij, komt daarmee zijn verplichting tot betaling aan de Staat te vervallen. Veroordeelt verdachte tevens in de kosten van de benadeelde partij tot op heden begroot op nihil. Veroordeelt verdachte verder in de ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten. T.a.v. feit 2: Maatregel van schadevergoeding van € 310,64 subsidiair 6 dagen hechtenis. Legt derhalve aan verdachte op de verplichting tot betaling aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 2], van een bedrag van € 310,64 (zegge: driehonderdentien euro en vierenzestig eurocent), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 6 dagen hechtenis. Het bedrag bestaat uit een bedrag van € 300,= immateriële schadevergoeding en een bedrag van € 10,64 materiële schadevergoeding (post "reiskosten"). Verdachte is niet gehouden tot betaling voor zover dit bedrag door (een van) zijn mededader(s)/medeplichtige(
- n)is betaald. De toepassing van deze vervangende hechtenis heft de hiervoor opgelegde betalingsverplichting niet op. Het totale bedrag te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de datum van het delict tot aan de dag der algehele voldoening. Beslissing op de vordering van de benadeelde partij: Wijst de vordering van de benadeelde partij toe en veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer 2] van een bedrag van € 310,64 (zegge: driehonderdtien euro en vierenzestig eurocent), te weten € 300,= immateriële schadevergoeding en een bedrag van € 10,64 materiële schadevergoeding (post "reiskosten"). Het totale toegewezen bedrag te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de datum van het delict tot aan de dag der algehele voldoening. Verdachte is niet gehouden tot betaling voor zover dit bedrag door (een van) zijn mededader(s)/medeplichtige(
- n)is betaald. Indien de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat komt daarmee zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij te vervallen en andersom, indien verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij, komt daarmee zijn verplichting tot betaling aan de Staat te vervallen. Veroordeelt verdachte tevens in de kosten van de benadeelde partij tot op heden begroot op nihil. Veroordeelt verdachte verder in de ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten. Onttrekking aan het verkeer van de inbeslaggenomen goederen, te weten: 1 ijzeren beugel ten behoeve van hengelen 1 handwapen 1 bivakmuts Teruggave van de inbeslaggenomen goederen aan verdachte, te weten: Een Renault Twingo, [kenteken] 1 paar schoenen, merk Yellow Cap 1 paar werkschoenen, maat 43 1 paar handschoenen, kleur oranje 1 paar handschoenen, kleur blauw met wit 1 paar werkhandschoenen, kleur grijs met roze onderrand 2 handschoenen, 1 grijze, 1 zwarte 1 Samsung GSM met SD-kaart 2 sleutels 2 simkaarten Lebara en Mobistar Geheugenkaarten fotocamera 1 bos sleutels en een losse sleutel Een papier met een adres: [adres 8] Opheffing van het tegen verdachte verleende bevel tot voorlopige hechtenis met ingang van heden. Dit vonnis is gewezen door: mr. C.P.J. Scheele, voorzitter, mr. C.A. Mandemakers en mr. B. Damen, leden, in tegenwoordigheid van mr. C.A.M. Cox-Wentholt, griffier, en is uitgesproken op 25 februari 2015. Wanneer hierna wordt verwezen naar pagina’s, wordt – tenzij anders vermeld – bedoeld een pagina uit een proces-verbaal van de politie Eenheid Oost-Brabant, BZO Hulpofficieren van Justitie, BZO Afdeling Deurne Asten Someren, met registratienummer PL2100-2014154911, afgesloten d.d. 10 december 2014, aantal doorgenummerde bladzijden: 327, opgemaakt in de wettelijke vorm door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren. Waar wordt verwezen naar bijlagen betreffen dit de bijlagen bij het proces-verbaal.