vonnis RECHTBANK OOST-BRABANT Civiel Recht Zittingsplaats 's-Hertogenbosch zaaknummer / rolnummer: C/01/284463 / HA ZA 14-738 Vonnis van 6 januari 2016 in de zaak van de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid JUMBO SUPERMARKTEN B.V., gevestigd te Veghel, eiseres in conventie, verweerster in reconventie, advocaat mr. drs. T.S. Jansen te Amsterdam, tegen 1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [JS Luyksgestel] , gevestigd te Luyksgestel, 2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [JS Bladel] , gevestigd te Bladel, 3. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [JS Geldrop] , gevestigd te Geldrop, 4. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [JS Valkenswaard] , gevestigd te Valkenswaard, 5. [gedaagde sub 5], wonende te [woonplaats 1] , 6. [gedaagde sub 6], wonende te [woonplaats 1] , gedaagden in conventie, eisers in reconventie, advocaat mr. F.W.H. Weelen te Eindhoven. Partijen zullen hierna respectievelijk “Jumbo”, “JS Luyksgestel”, “JS Bladel”, JS Geldrop”, “JS Valkenswaard”, “ [gedaagde sub 5] ” en “ [gedaagde sub 6] ” worden genoemd. Gezamenlijk zullen gedaagden in conventie “ [gedaagden in conventie] ” worden genoemd. 1De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: het vonnis in incident en in de hoofdzaak van 4 maart 2005, het proces-verbaal van comparitie van gehouden op 28 september 2015, en van voortgezette comparitie gehouden op 2 oktober 2015. 1.2. In verband met grote werkvoorraden bij de rechtbank en de bewerkelijkheid van deze zaak heeft de rechtbank het vonnis niet op de gebruikelijke termijn van zes weken bepaald, maar op een termijn van dertien weken, te weten op 6 januari 2016. 2De feiten Bij de beoordeling van deze zaak in conventie en in reconventie zal de rechtbank onder meer uitgaan van de volgende vaststaande feiten. Samenwerking 2.1. Jumbo is met de door haar ontwikkelde Jumbo supermarktformule actief op het gebied van detailhandel in dagelijkse consumptiegoederen. 2.2. De ouders van [gedaagde sub 5 en 6] hebben sinds 1978 als franchisenemers met (rechtsvoorgangers van) Jumbo samengewerkt. Na het terugtreden van de ouders zijn hun zonen in de zaak gekomen. Inmiddels exploiteren de broers via de holding maatschappij [BV] en hun vennootschappen JS Luyksgestel, JS Bladel, JS Geldrop en JS Valkenswaard als franchisenemers vier supermarkten volgens de Jumbo formule in respectievelijk Luyksgestel, Bladel, Geldrop en Valkenswaard. Tot de [BV] behoort ook de vleesleverancier [naam 1] 2.3. Het vestigingspunt waarin sinds juni 1993 de supermarkt van JS Luyksgestel wordt gedreven is eigendom van JS Luyksgestel, althans van een met haar verbonden (rechts)persoon. De vestigingspunten van de andere drie supermarkten heeft Jumbo krachtens (onder)huur aan respectievelijk JS Valkenswaard, JS Geldrop en JS Bladel ter beschikking gesteld. Dat geldt voor het vestigingspunt in Valkenswaard sinds 1 februari 2004, in Geldrop sinds 1 juli 2007 en in Bladel sinds 16 januari 2012. 2.4. [gedaagde sub 5 en 6] acteren in verschillende werkgroepen van de franchiseorganisatie. [gedaagde sub 5] zit bovendien sinds mei 2011 in het bestuur van de Ondernemersvereniging Jumbo (OVJ). Franchiseovereenkomsten 2.5. In 2011 is door vertegenwoordigers van Jumbo en van de OVJ, versterkt met externe financieel en juridisch adviseurs, in kernteams onderhandeld over een nieuwe set contractdocumentatie voor de Jumbo Formule, waaronder een franchiseovereenkomst (FO) met bijlagen, het Conditiestelsel en het Handboek Jumbo Formule (HJF). Het resultaat is voorgelegd aan het bestuur van Jumbo en het bestuur van de OVJ die, bijgestaan door hun eigen jurist, de definitieve FO met bijlagen hebben uitonderhandeld en vastgesteld. De FO is ook getoetst door de Nederlandse Franchise Vereniging. Op 6 juni 2011 is de FO met bijlagen gepresenteerd aan een groep adviseurs van Jumbo franchisenemers. Ook de (financieel) adviseur van [gedaagden in conventie] was daarbij aanwezig. De aldus vastgestelde FO is door Jumbo vervolgens ingebracht in de individuele relaties met franchisenemers. 2.6. Ten aanzien van [gedaagden in conventie] is dit gebeurd in 2012. Partijen hebben toen hun rechtsverhouding neergelegd in vier afzonderlijke FO’s die Jumbo met de exploiterende vennootschappen heeft gesloten (prod.1 t/m 4 van Jumbo). De tekst van die FO’s was gelijkluidend aan de centraal vastgestelde tekst. In aansluiting op de FO werd met elke vennootschap afzonderlijk een Afsprakenbrief opgesteld. Daarin was ruimte voor individuele afspraken. 2.7. In de FO’s is onder meer het volgende bepaald. Artikel 1 Definities, Bijlagen, Handboeken, Convenant en Conditiestelsel (…) 1.2 Alle Bijlagen, het handboek Jumbo Formule, het Handboek Supply Chain, de Afsprakenbrief (…) vormen een integraal en onlosmakelijk deel van de Overeenkomst. (…) 1.6 De Afsprakenbrief bevat afspraken tussen Franchisegever en Franchisenemer in het kader van een overgangsregeling en/of overeenkomsten/toezeggingen uit het verleden en/of een specifieke individuele regeling, welke afspraken kunnen afwijken van en/of aanvulling zijn op de bepalingen zoals opgenomen in de Overeenkomst (…). Indien de afspraken zoals vastgelegd in de Afsprakenbrief afwijken van de afspraken, zoals vastgelegd in de overeenkomst (…), hebben de afspraken zoals vastgelegd in de Afsprakenbrief voorrang. (…) Een tekortkoming in de nakoming van verplichtingen zoals opgenomen in de Afsprakenbrief wordt aangemerkt als een tekortkoming in de nakoming van de verplichtingen uit de Overeenkomst. Een kopie van de Afsprakenbrief is (…) aan de Overeenkomst gehecht. (…) Artikel 4 Vestigingspunt en Verzorgingsgebied 4.1 De rechten welke aan Franchisenemer worden verleend zullen Franchisenemer in staat stellen een Jumbo Supermarkt te exploiteren enkel en alleen vanuit het vestigingspunt zoals benoemd in de aanhef van deze overeenkomst, welk Vestigingspunt is gelegen binnen het exclusieve Verzorgingsgebied (…). (…) 4.5 Franchisegever verbindt zich jegens Franchisenemer, zonder afbreuk te doen aan het bepaalde in artikel 4.6 van de Overeenkomst, gedurende de looptijd van de Overeenkomst geen Filialen onder de Jumbo Formule te zullen vestigen in het Verzorgingsgebied en evenmin derden, waaronder begrepen bestaande franchisenemers van de Jumbo Formule, toe te staan in het Verzorgingsgebied van Franchisenemer een Jumbo Supermarkt te exploiteren met gebruikmaking van de Jumbo Formule. 4.6 Franchisegever behoudt uitdrukkelijk de bevoegdheid om tot herindeling van het verzorgingsgebied over te gaan indien tussentijdse herziening daarvan gewenst is, omdat (…)
- c)Franchisegever als gevolg van een fusie of overname een supermarkt verwerft die is gelegen in het Verzorgingsgebied. 4.7 Indien Franchisegever voornemens is tot een herindeling van het Verzorgingsgebied over te gaan, zal Franchisegever Franchisenemer schriftelijk van dit voornemen op de hoogte stellen en zal door Partijen in alle redelijkheid naar een passende oplossing worden gezocht. Uitgangspunt zal hierbij zijn dat Franchisenemer een eerste recht krijgt om onder de alsdan geldende voorwaarden van Franchisegever de exploitatie van de Jumbo Supermarkt in zijn Verzorgingsgebied ter hand te nemen. Indien Franchisenemer geen gebruik wenst te maken van dit recht òf van Franchisegever in alle redelijkheid niet gevergd kan worden dat de betreffende Jumbo Supermarkt aan Franchisenemer wordt aangeboden, zal als uitgangspunt gelden dat Franchisenemer voor wat betreft de omvang van zijn verzorgingsgebied, uitgedrukt in het aantal huishoudens, niet in een nadeliger positie zal komen te verkeren dan de positie van de Franchisenemer ten tijde van het aangaan van de Overeenkomst. Van Franchisegever kan in alle redelijkheid niet gevergd worden dat de betreffende Jumbo Supermarkt aan Franchisenemer wordt aangeboden indien:
- a)(…) of
- b)Franchisegever als gevolg van een fusie of overname als bedoeld in artikel 4.6 sub c van de Overeenkomst een supermarkt verwerft in het Verzorgingsgebied, waarbij Franchisegever gehouden is de exploitatie van deze supermarkt met de bestaande exploitant van de betreffende supermarkt voort te zetten. (…) 4.8 Indien een omstandigheid als bedoeld in artikel 4.7 sub b van de Overeenkomst zich voordoet, zal Franchisegever zich maximaal inspannen om eventuele negatieve gevolgen voor Franchisenemer weg te nemen of tenminste te beperken. Uitgangspunt zal zijn dat binnen een Verzorgingsgebied slechts één Franchisenemer gevestigd zal zijn, hetgeen door Franchisegever bewerkstelligd kan worden door in een dergelijke situatie (de onderneming van) één van de twee Franchisenemers te verplaatsen naar een ander Verzorgingsgebied of met instemming van de betreffende Franchisenemer diens onderneming over te dragen aan een derde. 4.9 Teneinde dit beoogde doel te bereiken zal Franchisegever zich allereerst inspannen om te bewerkstelligen dat de franchisenemer die als gevolg van de fusie of overname in het Verzorgingsgebied van Franchisenemer is gevestigd of gevestigd zal worden, medewerking zal verlenen aan een verplaatsing (van zijn onderneming) naar een ander Verzorgingsgebied of zijn onderneming zal verkopen aan Franchisegever of een door Franchisegever aan te wijzen derde. 4.10 Indien Franchisegever er niet in slaagt te bewerkstelligen dat de hiervoor genoemde franchisenemer zijn medewerking verleent of dient te verlenen aan een verplaatsing (van zijn onderneming) naar een ander Verzorgingsgebied of overdracht (van zijn onderneming) aan Franchisegever of een derde, zal Franchisegever zich inspannen om te bewerkstelligen dat Franchisenemer op een zo kort mogelijke termijn een Jumbo Supermarkt kan verwerven in een ander Verzorgingsgebied. 4.11. Indien Franchisenemer geen medewerking wenst te verlenen aan een verplaatsing (van zijn onderneming) naar een ander Verzorgingsgebied of Franchisegever er ondanks zijn inspanningsverplichting niet in slaagt om Franchisenemer binnen redelijke termijn een acceptabel Verzorgingsgebied aan te bieden, heeft Franchisenemer het recht om onder gebruikmaking van hetgeen is opgenomen in artikel 4.12 van de Overeenkomst de Overeenkomst tussentijds te beëindigen en zijn onderneming aan Franchisegever over te dragen. 4.12 Indien de in artikel 4.6 van de Overeenkomst bedoelde herindeling van het Verzorgingsgebied structureel het rendement van de onderneming van Franchisenemer substantieel aantast, zullen Franchisenemer en Franchisegever in overleg treden teneinde te onderzoeken of door het nemen van bijzondere maatregelen alsnog de hiervoor genoemde effecten binnen een zo kort mogelijke termijn kunnen worden geminimaliseerd. (…) 4.13 Indien Franchisegever op grond van artikel 4.6 van de Overeenkomst overgaat tot een herindeling van het verzorgingsgebied, kan Franchisenemer jegens Franchisegever en of derden geen rechten ontlenen aan de exclusiviteit zoals opgenomen in artikel 4.5 van de Overeenkomst en is Franchisegever niet schadeplichtig jegens Franchisenemer. Indien Franchisegever door de in artikel 4.9 van de Overeenkomst genoemde franchisenemer op goede gronden wordt aangesproken inzake een overtreding door Franchisegever van de met de betreffende franchisenemer overeengekomen exclusieve rechten inzake diens Verzorgingsgebied, heeft Franchisegever, met inachtneming van hetgeen hiervoor onder artikel 4.9 t/m 4.11 van de Overeenkomst opgenomen, het recht de Overeenkomst tussentijds te beëindigen. Franchisegever dient hierbij in samenspraak met Franchisenemer een redelijke opzegtermijn in acht te nemen, welke opzegtermijn ten minste 3 (drie) maanden zal zijn. In geval van beëindiging van de Overeenkomst op grond van dit artikel is Franchisegever niet schadeplichtig jegens Franchisenemer en geldt voor de Franchisenemer/ gebonden ondernemer de aanbiedingsverplichting van artikel 29 van de Overeenkomst, alsmede de Goodwill-berekening van Bijlage 8. Bij de Goodwill-berekening conform Bijlage 8 zal Franchisegever ervoor zorg dragen dat Franchisenemer geen financieel nadeel ondervindt van de eventuele teruglopende (toekomstige) resultaten als gevolg van de herindeling van het Verzorgingsgebied.(…) Artikel 7 Exploitatie 7.1 Franchisenemer is gedurende de duur van de Overeenkomst verplicht de Jumbo Supermarkt te exploiteren, met gebruikmaking van de Jumbo Formule. Franchisenemer zal alle in redelijkheid door Franchisegever ter zake tijdig verstrekte en redelijke instructie opvolgen, waaronder de voorschriften en nadere afspraken zoals opgenomen in de alsdan geldende versie van het Handboek Jumbo Formule, Het Handboek Supply Chain en het Conditiestelsel. 7.2 Franchisenemer is verplicht zijn Jumbo Supermarkt steeds op zodanige wijze te exploiteren en op zodanige wijze te handelen dat wordt gestreefd naar omzetmaximalisatie en optimalisatie van zijn bedrijfsvoering en dat aan de goede naam en reputatie van Franchisegever van de Jumbo Formule geen afbreuk wordt gedaan. 7.3 Franchisenemer is verplicht te voldoen aan alle voor de exploitatie van de Jumbo Supermarkt relevante en toepasselijke wettelijke voorschriften, waaronder begrepen doch niet beperkt tot de voorschriften neergelegd in de Warenwet (…). (…) Artikel 10 Assortiment, Schappenplan en Voorraad (…) 10.5 Ingeval Franchisenemer Producten in zijn assortiment wenst op te nemen die niet zijn opgenomen in de Centrale Assortiment Database, dient Franchisenemer de betreffende Producten op te nemen in de Lokale Assortiment Database. (…) (…) Artikel 12 Inkoop en prijzen 12.1 Franchisegever is verplicht om tenminste het in het alsdan geldende Conditiestelsel vastgelegde percentage van de jaarlijks door hem voor de Jumbo Supermarkt ingekochte Producten in te kopen bij of via Franchisegever, waarbij de eigen Merkproducten en de Aan Bederf Onderhevige Producten een aparte status genieten. (…) Artikel 18 Emballage 18.1 Franchisegever geeft voor het vervoer en de opslag van door haar geleverde Producten ladingdragers (standaard fusten, rolcontainers, pallets e.d.) in bruikleen aan Franchisenemer. Franchisegever heeft het recht hiervoor statiegeld in rekening te (laten) brengen bij Franchisenemer. 18.2 Op emballage is het Handboek Supply Chain van toepassing. Franchisenemer zal ten aanzien van emballage (waaronder leeggoed) handelen conform het bepaalde in het Handboek Supply Chain. (…) Artikel 23 Inkoop bij derden 23.1 Indien Franchisenemer Producten waarvoor de in artikel 12.1 van de Overeenkomst opgenomen afnameverplichting niet geldt, bij een derde wenst in te kopen, geldt onverkort dat deze Producten dienen te voldoen aan wettelijke kwaliteitsvoorschriften, de CBL (centraal bureau levensmiddelenhandel0-HACCP-code en de door Franchisegever gehanteerde kwaliteitscriteria, waaronder mede begrepen door Franchisegever met bevoegde overheidsorganen en/of brancheorganisaties afgesloten (en tijdig aan Franchisenemer medegedeelde) convenanten. Franchisenemer moet desgevraagd deugdelijk kunnen aantonen dat de Producten aan voormelde kwaliteitseisen voldoen. 23.2 Franchisenemer dient de Producten welke hij bij derden inkoopt in te voeren in de Lokale Assortiment Database. (…) 23.5 Franchisenemer is volledig verantwoordelijk voor retourstromen van door derden aan Franchisenemer geleverde Producten en emballage, en dient ter zake zelf een regeling te treffen. Franchisegever is niet verplicht retouren en emballage van bij derden afgenomen Producten in ontvangst te nemen. (…) Artikel 24 Promotieactiviteiten en Publiciteit (…) 24.3. Iedere eigen Promotieactiviteit en/of eigen Publiciteit van Franchisenemer dient zich te beperken tot het Verzorgingsgebied. Indien bij een bepaalde Promotieactiviteit en/of eigen Publiciteit wordt afgeweken van de door de Franchisegever gehanteerde Jumbo-uitingen (waaronder begrepen doch niet beperkt tot het gebruikte lettertype, kleurstelling, lay-out et cetera), dient de betreffende Promotieactiviteit en/ of eigen Publiciteit steeds vooraf ter schriftelijke goedkeuring te worden voorgelegd aan Franchisegever. (…)(…) Artikel 26 Tussentijdse beëindiging 26.1 Franchisegever is, onverminderd eventuele overige beëindigingsgronden die uit de Overeenkomst en/ of de wet voortvloeien, gerechtigd de overeenkomst, zonder rechterlijke tussenkomst, bij aangetekend schrijven met onmiddellijke ingang tussentijds op te zeggen of te ontbinden indien: (…) c. Franchisenemer door zijn bewuste handelen of nalaten de goede naam en/of reputatie van Franchisegever schaadt en/ of Franchisenemer zich ervan bewust had moeten zijn de goede naam en/ of reputatie van Franchisegever te schaden; (…) g. Franchisenemer ondanks herhaalde schriftelijke waarschuwingen tekortschiet in de nakoming van zijn verplichtingen inzake de kwaliteitsbewaking en/ of hygiënebewaking van zijn Jumbo Supermarkt en/ of dermate ernstig tekortschiet op dit punt dat de continuïteit van de Jumbo Formule concreet in gevaar wordt gebracht. h. Franchisenemer, ondanks de in artikel 26.2 van de Overeenkomst bedoelde sommatie, tekortschiet in de nakoming van enige verplichting voortvloeiende uit de overeenkomst, de huurovereenkomst en de Afsprakenbrief. 26.2. De in het kader van artikel 26.1 sub h van de Overeenkomst in acht te nemen sommatietermijn bedraagt veertien dagen, tenzij uit de aard van de tekortkoming een kortere redelijke termijn voortvloeit, in welk geval een kortere termijn geldt. 26.3. Het recht van Franchisegever de Overeenkomst tussentijds op te zeggen of te ontbinden als bedoeld in dit artikel, laat onverlet alle overige rechten van Franchisegever, waaronder het recht volledige vergoeding van de door Franchisegever geleden schade respectievelijk nakoming van de overeenkomst te vorderen. (…) Artikel 27 Gevolgen van beëindiging 27.1. Met de beëindiging c.q. ontbinding van de Overeenkomst tussen Partijen - al dan niet tussentijds - komt er, ongeacht de directe grond tot beëindiging c.q. ontbinding, een einde aan het recht tot gebruik van de Jumbo Formule en alle daarmee samenhangende intellectuele eigendomsrechten. 27.2. Franchisenemer is verplicht bij beëindiging van de Overeenkomst het gebruik van handelsnaam, merken, modellen, en alle overige voor de Jumbo Formule kenmerkende elementen onmiddellijk te staken en gestaakt te houden. Alsmede zorg te dragen tot wijziging danwel beëindiging van de inschrijving dienaangaande in het handelsregister van de Kamer van Koophandel en voortaan alles te vermijden wat de indruk zou kunnen wekken dat Franchisenemer nog tot uitoefening van de Jumbo Supermarkt of tot gebruik van de daaraan verbonden naam, het beeldmerk en andere kenmerken gerechtigd zou zijn. (…) Artikel 29 Aanbiedingsverplichting (geldt niet voor vrije ondernemers) 29.1 Indien gedurende de looptijd van de Overeenkomst: (…) d. de Overeenkomst tussen Franchisegever en Franchisenemer/gebonden ondernemer op één van de in artikel 26 van de overeenkomst genoemde gronden wordt beëindigd; zal Franchisenemer/gebonden ondernemer de Jumbo Supermarkt te koop aanbieden aan Franchisegever of een door Franchisegever aan te wijzen derde tegen een prijs die overeenkomt met de Goodwill Regeling ingevolge Bijlage 8 en onder afgifte van alle door Franchisegever gevraagde documenten en gegevens, zoals nader uitgewerkt in het Handboek Jumbo Formule. (…) 29.24 De overeenkomst eindigt in geval van overdracht van de Jumbo Supermarkt conform het bepaalde in dit artikel, met ingang van de datum van overdracht. (…) 29.26 Franchisenemer zal zonder uitdrukkelijke schriftelijke toestemming van Franchisegever gedurende een periode van 2 (twee) jaar na de verkoop van de Jumbo Supermarkt aan Franchisegever in het Verzorgingsgebied geen onderneming die op enigerlei wijze concurrerend is met (de ondernemingsactiviteiten) van Franchisegever vestigen, exploiteren, of doen exploiteren, hetzij direct, hetzij indirect, noch in of voor een dergelijke onderneming op enigerlei wijze werkzaam zijn, al dan niet in dienstverband en al dan niet tegen een vergoeding, noch op enigerlei andere wijze direct of indirect bij een dergelijke onderneming betrokken zijn. Artikel 34 Vereniging 34.1 Ter behartiging van de belangen van de franchisenemers van Franchisegever in hun relatie tot Franchisegever, is de Vereniging opgericht. Het lidmaatschap van de Vereniging staat uitsluitend open voor franchisenemers van Franchisegever. (…) 34.2 Gedurende de looptijd van de Overeenkomst dient Franchisenemer lid te zijn van de Vereniging.(…) Artikel 37 Geheimhouding en non-concurrentie (…) 37.6 Franchisenemer zal ter bescherming van de gemeenschappelijke identiteit en reputatie van de Jumbo Formule zonder uitdrukkelijke schriftelijke toestemming van Franchisegever gedurende de looptijd van de Overeenkomst geen onderneming die op enigerlei wijze concurrrerend is met de onderneming(-sactiviteiten) van Franchisegever vestigen, exploiteren, of doen exploiteren, hetzij direct, hetzij indirect, noch in of voor een dergelijke onderneming op enigerlei wijze werkzaam zijn, al dan niet in dienstverband en al dan niet tegen een vergoeding, noch op enigerlei andere wijze direct of indirect bij een dergelijke onderneming betrokken zijn of een dergelijke onderneming direct of indirect een belang geven in de Jumbo Supermarkt. Behoudens in het geval de Overeenkomst eindigt als gevolg een toerekenbare tekortkoming van Franchisegever, geldt deze verplichting voor de Franchisenemer/gebonden ondernemer tevens gedurende een periode van 1 (één) jaar na afloop van de Overeenkomst voor activiteiten van Franchisenemer op de locatie van het vestigingspunt. (…) Handboek Jumboformule 2.8. Het Handboek Jumbo Formule (hierna: HJF) vormt ingevolge artikel 1.2 FO een integraal en onlosmakelijk deel van de FO. 2.9. In het commerciële deel van het HJF staat ten aanzien van lokale marketing onder meer het volgende vermeld (prod.46 van Jumbo). Werkwijze aanvraag lokale marketing (…) Iedere lokale marketing aanvraag dient vooraf door de winkel afgestemd te worden met de manager operations. (…) 2.10. In het commerciële deel van het HJF staat ten aanzien van deconcentratie onder meer het volgende vermeld (prod.13 van Jumbo).Deconcentratie (…) Etiket Het is zeer nadrukkelijk verboden om op niet geconcentreerde producten op welke wijze dan ook de naam Jumbo te vermelden. Ook wanneer leveranties van niet geconcentreerde leveranciers worden toegelaten, bevatten deze producten nooit een Jumbo etiket. De franchisenemer zal daarom zelf zorg dragen voor een extra weegschaal / etiketteer machine en eigen etiketten. De prijscommunicatie aan het schap van deze vreemde producten wordt tevens door de franchisenemer zelf verzorg. Hierbij is het belangrijk dat de ingrediënten en prijzen van deze producten ook door de franchisenemer worden opgevoerd en onderhouden (…). (…) 2.11. In het operationele deel van het HJF staat hierover onder meer vermeld (prod.14 van Jumbo): (…) Binnen Jumbo Supermarkten B.V. is de mogelijkheid om een deel van het assortiment dat wordt verkocht in de Jumbo Supermarkt buiten het hoofdkantoor om zelf in te kopen, ook wel bijkoop genoemd. De inkoop van deze producten moet wettelijk gezien, maar daarnaast ook om imagoschade aan de gehele winkelformule te voorkomen, echter wel aan een aantal eisen voldoen. (…) Warenwettelijke eisen Uiteraard dienen bijgekochte producten te allen tijde aan de wettelijke eisen ten aanzien van voedselveiligheid te voldoen. Onder andere: (…) Let op het gebruik van de juiste PLU-codes (…) Afsprakenbrieven 2.12. In overeenstemming met het bepaalde in artikel 1.6 FO heeft Jumbo in aanvulling op de FO’s afzonderlijk met JS Luyksgestel, JS Bladel, JS Geldrop en JS Valkenswaard nadere afspraken gemaakt die zijn neergelegd in zogenaamde Afsprakenbrieven (prod.1 t/m 4 van Jumbo). 2.13. In de Afsprakenbrieven van JS Bladel, JS Geldrop en JS Valkenswaard is onder meer een specifieke formule opgenomen voor de bepaling van de koopsom voor de betreffende supermarktexploitatie in geval er sprake is van de aanbiedingsplicht door de franchisenemer als bedoeld in artikel 29 van de FO’s. 2.14. In de Afsprakenbrieven is in verband met de regels voor orderconcentratie (ingevolge artikel 12.1 FO zijn franchisenemers gehouden 95% van hun producten van Jumbo af te nemen) bepaald dat voor de vaststelling van de hoogte van de orderconcentratie voor [gedaagden in conventie] een vrijstelling geldt voor vleesproducten die zij inkopen bij hun eigen vennootschap [naam 1] . 2.15. In de Afsprakenbrieven is ook de looptijd van de samenwerking voor de verschillende vestigingspunten bepaald. Voor JS Luyksgestel is de looptijd bepaald tot 31 december 2022. Voor JS Bladel, JS Geldrop en JS Valkenswaard is voor de looptijd van de samenwerking aangesloten bij de looptijd van de huurovereenkomsten met de door hen geëxploiteerde vestigingen. De looptijden voor de samenwerking eindigen voor hen op respectievelijk 30 september 2015, 30 juni 2017 en 31 januari 2019. Overname van C1000 2.16. Op 24 november 2011 werd bekend dat Jumbo de supermarktketen C1000 zou gaan overnemen. Uitgangspunt was toen dat beide formules naast elkaar zouden blijven bestaan. In februari 2012 vond de formele overname plaats en in april 2012 werd bekend dat was besloten één formule te gaan hanteren. Jumbo heeft sindsdien een groot deel van de C1000 -vestigingen opgenomen in de Jumbo formule. 2.17. In september 2012 heeft Jumbo aan JS Bladel medegedeeld dat zij voornemens was de C1000 supermarkt in Hapert om te bouwen naar een Jumbo supermarkt. Hapert behoort tot het verzorgingsgebied van Bladel en in verband hiermee heeft Jumbo in een brief van 25 september 2012 aan JS Bladel, t.a.v. [gedaagde sub 5 en 6] het volgende bericht (prod.40 van Jumbo). (…) Middels dit schrijven delen wij u in hoedanigheid van franchisegever in verband met het bepaalde artikel 4.6
- c)van de Franchiseovereenkomst mede dat Jumbo Supermarkten B.V. voornemens is een Jumbo Supermarkt te vestigen in Hapert. Als gevolg van hetgeen in artikel 4.7
- b)is bepaald kunnen wij u deze vestiging niet ter exploitatie aanbieden omdat de gevestigde ondernemer de exploitatie wenst te continueren. Wij zullen met u in overleg treden over de vervolgstappen. (…). 2.18. In een brief van 7 november 2012 (prod.42 van Jumbo) heeft Jumbo aan [gedaagden in conventie] een voorstel gedaan om te komen tot een passende oplossing voor het eventuele omzetverlies door de opening van Jumbo Hapert. Jumbo heeft in die brief onder meer voorgesteld zich maximaal te zullen inspannen om de C1000 ondernemers in Aalst, Bergeijk en Eersel te bewegen hun winkelexploitaties te koop aan te bieden, in welk geval Jumbo deze als eerste aan [gedaagden in conventie] te koop zou aanbieden. Mocht het niet lukken [gedaagden in conventie] twee of drie van die exploitaties te laten verkrijgen, zo schreef Jumbo, dan zou Jumbo hen een winkel buiten hun verzorgingsgebied aanbieden. Jumbo stelde daarbij als voorwaarde dat [gedaagden in conventie] een voorstel moesten doen voor de afwikkeling van de schade die Jumbo had geleden door de inname van grote hoeveelheden emballage die door [gedaagden in conventie] was aangeboden. In de brief heeft Jumbo ook aangegeven in beginsel positief te staan tegenover het verzoek van [gedaagden in conventie] om een vestigingspunt in Leende, mits de relatie tussen partijen weer voldoende basis zou hebben. Jumbo nodigde [gedaagden in conventie] uit hierover verder te spreken. 2.19. In een e-mailbericht van 21 november 2012 (prod.43 van Jumbo) hebben [gedaagde sub 5 en 6] aan Jumbo laten weten dat het er ondanks alle inspanningen van partijen niet op lijkt dat men er uit gaat komen, omdat Jumbo volhardt in haar onjuiste standpunt dat de opening van Jumbo winkels in hun marktgebieden beperkte consequenties heeft. In dit bericht geven zij uiting aan hun teleurstelling over de gang van zaken en vragen zij Jumbo onder welke condities en tegen welke vergoedingen zij de winkels in Bladel, Valkenswaard en Geldrop kunnen teruggeven aan Jumbo, en welke afkoopsom in rekening zal worden gebracht als Luyksgestel wordt losgekoppeld van Jumbo. 2.20. Op 28 november 2012 is de voormalige C1000 supermarkt in Hapert geopend als franchisenemer van Jumbo. 2.21. In een brief van 9 mei 2014 heeft Jumbo aan [gedaagden in conventie] laten weten dat de C1000 winkel in Aalst binnenkort zal worden omgebouwd naar de Jumbo-formule (prod.43 van [gedaagden in conventie] ). Op 3 juli 2014 heeft de opening van de Jumbo supermarkt in Aalst plaatsgevonden. 2.22. In een brief van 12 september 2014 heeft Jumbo aan [gedaagden in conventie] laten weten dat de C1000 winkels in Eersel en Bergeijk binnenkort zullen worden omgebouwd naar de Jumbo-formule (prod.47 van [gedaagden in conventie] ). Op 3 december 2014 heeft de opening van de Jumbo supermarkt in Eersel plaatsgevonden en op 11 februari 2015 de opening van de Jumbo supermarkt in Bergeijk. 2.23. Aalst, Eersel en Bergeijk behoren tot het gecombineerde verzorgingsgebied van JS Luyksgestel, JS Geldrop en JS Valkenswaard. Prijzenoorlog Bladel - Hapert 2.24. Per 14 januari 2012 heeft JS Bladel van Jumbo de franchise verworven voor de Jumbo-vestiging in Bladel. Daarvoor heeft JS Bladel € 875.000,-- aan Jumbo betaald. Tot het verzorgingsgebied van dit vestigingspunt behoort niet alleen Bladel, maar ook het naburige dorp Hapert. De FO tussen Jumbo en JS Bladel is op 14 augustus 2012 schriftelijk geformaliseerd. 2.25. Zoals hiervoor vermeld hebben [gedaagden in conventie] in september 2012 van Jumbo vernomen dat in Hapert een Jumbo vestiging zal worden geopend. 2.26. In hun eerdergenoemde e-mailbericht van 21 november 2012 (prod.43 van Jumbo) hebben [gedaagde sub 5 en 6] aan Jumbo laten weten: “(…) Wij willen de omzetterugval [rechtbank: door de opening van de vestiging in Hapert] niet afwachten en zullen onze nieuwe collega’s met hand en tand gaan beconcurreren. Samen optrekken in deze zien wij, na de gesprekken met [naam 2] , helaas niet als optie. Hoe de buitenwereld hierop zal reageren is gissen.(…)” 2.27. Jumbo heeft hierop gereageerd in een brief van 4 december 2012 (prod.44 van Jumbo) waarin zij onder meer schrijft: “(…) Overigens is uw stelling dat u nieuwe Jumbo-exploitaties als gevolg van de overgang van C1000 “met hand en tand zal bestrijden” niet acceptabel. Een en ander dient te allen tijde gecoördineerd en ondersteund te worden door Lokale Marketing van Jumbo. Jumbo zal daartegen, indien nodig, direct optredend handelen.” 2.28. Op 11 januari 2013 heeft JS Bladel in de [naam 4] (een huis-aan-huis weekblad in Hapert en Bladel) een prijsadvertentie geplaatst met de tekst “Jumbo Bladel is én blijft de goedkoopste supermarkt van de gemeente Bladel” met daaronder afgebeeld een kassabon van Jumbo Hapert en een kassabon van Jumbo Bladel (prod.39 van Jumbo). JS Bladel heeft hierover vooraf geen contact gehad met Jumbo. 2.29. Op 14 januari 2013 heeft [gedaagde sub 5] blijkens een artikel onder de kop “Prijsbotsing Jumbo’s in de Kempen” tegenover DistriFood het volgende verklaard (prod.48 van Jumbo): “Sinds [naam 3] in Hapert zijn C1000 heeft omgebouwd naar Jumbo, ben ik omzet kwijtgeraakt. Daar heb ik geen zin in. En als ik alleen nog maar tegen Jumbo kan concurreren, dan moet ik het op prijs doen. Het is niet anders.” 2.30. In een brief van 14 januari 2013 aan [gedaagde sub 5 en 6] heeft Jumbo het volgende geschreven (prod.45 van Jumbo): “Wij hebben moeten constateren dat u door middel van een advertentie in de [naam 4] direct de confrontatie met de collega Jumbo Franchisenemer te Hapert aangaat, door het vergelijken van kassabonnen. Deze wijze van adverteren is in het licht van de Jumbo formule onacceptabel. De goede naam en reputatie van Jumbo worden door uw wijze van handelen ernstig geschaad. Het feit dat deze advertentie reeds nu de landelijke (supermarkt) pers heeft gehaald ondersteunt dit standpunt. Jumbo vormt naar haar klanten toe één gezicht en de door u gekozen wijze van concurreren schaadt de uniformiteit van Jumbo als formule en is niet in lijn met de door de Franchisegever Jumbo gehanteerde Jumbo-uitingen en/of beleid. Zonder voorafgaande toestemming van Jumbo is het niet toegestaan af te wijken van de landelijk gebruikte Jumbo uitingen. U had zich er van bewust kunnen en moeten zijn dat uw handelen in strijd zou zijn met de door Jumbo gewenste reclame uitingen. In onze brief van 4 december jl. hebben wij u er op gewezen dat u reclame uitingen dient te coördineren met Lokale Marketing van Jumbo. Wij verzoeken u, zonodig sommeren u om per ommegaande te stoppen met de door uw gebezigde wijze van reclame voeren en geen enkele advertentie te plaatsen waarbij u direct in het openbaar de confrontatie aangaat met een collega Jumbo franchisenemer. Wij verzoeken, zonodig sommeren u om vooraf de door u gewenste reclame uitingen ter goedkeuring voor te leggen aan de afdeling Lokale Marketing. Indien u ondanks deze sommatie de wijze van adverteren voortzet, stellen wij u nu reeds voor alsdan aansprakelijk voor alle schade die uit uw handelwijze voortvloeit. Tevens zijn wij van mening dat u toerekenbaar tekort schiet in de nakoming van de Franchiseovereenkomst. Jumbo behoudt zich ter zake alle rechten voor. (…)” 2.31. In een brief van 6 februari 2013 (prod.115 van [gedaagden in conventie] ) heeft de advocaat van [gedaagden in conventie] aan Jumbo onder meer laten weten: “(…) Zoals zij ook al eerder heeft gedaan, bevestigt cliënte hierbij dat zij zich nu en in de toekomst ten aanzien van promotie- en commerciële activiteiten zal conformeren aan de Jumbo-formule en dat zij aanwijzingen vanuit Jumbo en/of Lokale Marketing dienaangaande zal opvolgen.(…)” Emballagestromen 2.32. In de jaren tot 2013 is er door de vier supermarktvestigingen van [gedaagden in conventie] - met name door JS Luyksgestel - meer emballage aan Jumbo retour geleverd dan zij van Jumbo hebben ontvangen. 2.33. In 2012 is [gedaagde sub 5] door Jumbo aangesproken over het feit dat bij JS Luyksgestel (
- te)grote hoeveelheden emballage werden ingenomen. In een brief van 7 november 2012 (prod.42 van Jumbo) heeft Jumbo aan [gedaagden in conventie] laten weten van hen een voorstel te verwachten voor de afwikkeling van de schade die Jumbo daardoor had geleden. 2.34. In de periode januari tot april 2013 heeft Jumbo onderzoek laten doen naar de emballageretourstromen en geld- en goederenbewegingen bij JS Luyksgestel, door de eigen afdeling Internal Audit, door de eigen bedrijfsrecherche (Risk & Fraud Investigations) en vervolgens door KPMG (prod.28, 29 en 30 van Jumbo). 2.35. Uit deze onderzoeken is onder meer gebleken dat JS Luyksgestel tot 2013 zeer grote hoeveelheden van derden verkregen emballage aan Jumbo heeft geleverd die niet afkomstig waren uit de Jumbo Supply Chain of uit de reguliere inname van klanten. Uit de administratie van JS Luyksgestel kon niet worden afgeleid wat de herkomst was van die emballage en [gedaagden in conventie] beweerden geen namen te kennen van degenen van wie zij de emballage in ontvangst namen. 2.36. In een brief van 3 mei 2013 heeft Jumbo de heren [gedaagde sub 5 en 6] naar aanleiding van de uitkomsten van deze onderzoeken onder meer het volgende geschreven (prod.31 van Jumbo): “(…) 1. Structureel hogere retourstroom emballage – waarde, herkomst, administratie De door ons geconstateerde structureel hogere retourstroom van EUR 1,8 miljoen in 2012 wordt door u bevestigd. De hogere retourstroom wordt met name verklaard door CBL-fust en rolcontainers/cc-rollies. De door ons berekende EUR 1,8 miljoen sluit aan met uw financiële administratie. Echter een adequate registratie van de retourstroom, niet zijnde via de emballagemachine, ontbreekt volledig. KPMG vermeldt hierover in haar rapport dat een gedetailleerde inkomende emballageadministratie ontbreekt; emballagebonnen worden niet bewaard; naam van de leverancier niet wordt vermeld; geen kwijting plaatsvindt voor uitbetaalde emballagevergoeding. Hierdoor is het noch voor KPMG noch voor ons mogelijk om de herkomst, juistheid en volledigheid van de verwerkte emballageretourstromen vast te stellen. Uw verklaring van de herkomst van de emballage is voor KPMG niet vast te stellen aangezien geen enkele documentatie kon worden overgelegd. Tevens heeft u KPMG niet in de gelegenheid gesteld om de herkomst op een andere wijze vast te stellen, bijvoorbeeld door KPMG in contact te brengen met uw belangrijkste toeleveranciers. Wij constateren daarnaast dat uw mededeling dat u nooit faillissementspartijen heeft opgekocht (hetgeen een verklaring voor de hoge retouren zou kunnen zijn) volledig in tegenspraak is met hetgeen u eerder aan Jumbo heeft aangegeven (zie p. 19 en 20 van het KPMG rapport), namelijk dat de hogere retouren zijn veroorzaakt door opkoop van faillissementspartijen. Wij merken hierbij op dat wij hebben vastgesteld dat op zaterdag 9 februari 2013 om 20.20 uur een oplegger met Belgisch kenteken, niet zijnde van Jumbo, met retouradres de firma [naam 6] uit [land] een omvangrijke partij CBL-fust bij uw supermarkt in Luyksgestel heeft geleverd, waar u geen melding van hebt gemaakt in het onderzoek en wat uw verklaring over de herkomst van de emballageretourstroom naar onze mening tegenspreekt. Graag vernemen wij wat uw reactie hierop is. Omdat de herkomst van de retouremballage voor ons nog steeds niet is vast te stellen en wij uw verklaring dat tuinders en fruittelers wekelijks hun CBL-fust bij u inleveren, niet hebben kunnen vaststellen en ook niet geloofwaardig achten in deze omvang en frequentie, blijft bij ons twijfel bestaan over de herkomst van de retouremballage. Wij zullen op dit punt nog nader onderzoek verrichten door in overleg te treden met de Stichting Versfust. 2Structureel zeer hoge aanslagen op de kassa onder “Retour Emballage Nonscan” KPMG heeft in haar onderzoek vastgesteld dat de uitbetalingen van retouremballage via de kassa niet in detail worden geregistreerd en geadministreerd. De uitbetalingen worden verricht op basis van emballagebonnen welke als waardepapier in de kassa (< € 1.000) of in de kluis (> € 1.000) worden bewaard. Echter bij de opmaak van de kluis en de kassa worden deze bonnen als ‘cash’ geteld en geregistreerd. Vervolgens wordt wekelijks door de heren [gedaagden in conventie] het totaal van de emballagebonnen vastgesteld en geboekt onder ‘Retour Emballage Nonscan’, waarna de emballagebonnen worden vernietigd. In de financiële administratie die aan KPMG beschikbaar is gesteld, is echter geen onderscheid zichtbaar tussen hetgeen is aangeslagen onder ‘Retour Emballage Nonscan’ en hetgeen via de emballagemachine is aangeslagen/uitbetaald. KPMG heeft door het ontbreken van onderliggende administratieve bescheiden geen onderbouwing vast kunnen stellen van de door ons geconstateerde hoge aanslagen op de kassa onder ‘Retour Emballage Nonscan’. KPMG geeft in haar rapport aan dat bij een overdracht van waarde van deze omvang mag worden verwacht dat kwijting plaatsvindt door de ontvangen van deze waarde en dat deze kwijting adequaat in de administratie wordt gedocumenteerd. Die verplichting vloeit ook voort uit hoofde van de franchise overeenkomst. Het moge duidelijk zij dat het in één jaar uitbetalen van EUR 1,8 miljoen cash zonder onderliggende documentatie in ieder geval in strijd is met uw administratieverplichtingen als franchisenemer. Conclusie Helaas moeten wij op basis van het rapport van KPMG concluderen wat op de twee belangrijkste onderzoeksvragen door KPMG geen antwoord kan worden gegeven en daarmee de herkomst van de retouremballage niet kan worden vastgesteld alsmede de hoge aanslagen en uitbetalingen via de kassa niet kunnen worden onderbouwd. Zoals hierboven aangegeven zullen wij op dit punt nog nader onderzoek verrichten. Voor alle duidelijkheid herhalen wij dat Jumbo niet bereid is om van uw supermarkten emballageretourproducten van derden in te nemen. Wij constateren dat de emballageretourstromen inmiddels ook tot normale proporties (gelijk aan de uitleveringen) zijn teruggebracht. Wij zullen dit ook in de komende periode in de gaten blijven houden. Tevens volgt uit het KPMG rapport dat een adequate administratieve organisatie en interne beheersing ontbreekt. Anders dan u stelt, voldoet u niet aan de relevante en toepasselijke wettelijke voorschriften ten aanzien van uw administratie alsmede houdt u zich niet aan de richtlijnen zoals opgenomen in het Handboek Jumbo Formule. Wij sommeren u hierbij om binnen 2 weken na heden uw administratie op orde te brengen. Dit betekent concreet dat u voor wat betreft de emballageretourstromen de verplichting heeft om: (…) Voor wat betreft uw kassa-administratie heeft u de verplichting om: (…) Volledigheidshalve willen wij u er op wijzen dat de hele gang van zaken rond de emballageretourstromen en uw gebrekkige administratie de relatie met Jumbo verder op scherp zet. U dient op deze punten concrete en toepasselijke maatregelen te nemen teneinde te voorkomen dat een dergelijke situatie zich weer voordoet of kan voordoen. Graag ontvangen wij uw bevestiging dat u twee weken na heden uw administratie op orde heeft.” Vleesetikettering 2.37. In de Centrale Assortiment Database van Jumbo worden etiketteringsteksten van in de supermarkt te verpakken producten zoals vlees(waren) en kaas gekoppeld aan de voor die producten gegenereerde zogeheten PLU-codes (“Price Look-Up codes”). Per productgroep worden centrale PLU-codes door Jumbo gegenereerd voor alle producten van leveranciers die door Jumbo zijn gecontracteerd. Daarnaast biedt Jumbo een vrije range aan van lokale PLU-codes die moeten worden gebruikt voor de etikettering van producten die door de franchisenemer zelf worden ingekocht. 2.38. In februari 2014 heeft een klant van JS Valkenswaard een klacht ingediend over het feit dat in die supermarkt aan hem rundvlees is verkocht met een etiket waarop het product als “Iers Rundvlees” werd aangeduid terwijl op datzelfde etiket als land van herkomst “Nederland” werd vermeld. Deze klacht heeft geleid tot kritische berichtgeving in landelijke-, regionale- en vakmedia, en tot het stellen van Kamervragen door Tweede Kamerlid Dekkers. Naar aanleiding van de publicaties heeft de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit vragen gesteld aan Jumbo. 2.39. Naar aanleiding van deze kwestie heeft Jumbo op 14 februari 2014 een e‑mailbericht verstuurd aan [gedaagde sub 6] . De inhoud van dit bericht en de reactie daarop van [gedaagde sub 6] van 18 februari 2014 luiden als volgt (prod.21 van Jumbo): “Beste [gedaagde sub 6] , We hebben in het verleden al meerdere malen uitgelegd dat het koppelen van centraal gegenereerde PLU nummers aan producten van een niet contractleveranciers niet toegestaan is. Niet alleen klopt dan de product declaratie niet (bij riblappen niet echt een probleem), ook verstoord dat onze systemen. [reactie [gedaagde sub 6]:] Vanuit mijn optiek zijn we bezig om elkaar te pesten. Ik zie nog altijd niet in waarom er bij de bereidingswijze het woord Iers voor moet komen te staan. De Hollands rund plu nummers zijn voor het Hollands vlees ingekocht via onze contact leverancier. De declaratie van dit product is 2 sterren dierenbescherming. Je mag deze nummers niet koppelen aan het door jullie ingekochte Hollands rund. De gevolgen dat jullie toch het plu nummer van Iers koppelen aan jullie Hollands rund is volledig voor jullie rekening. Let wel, als de declaratie niet overeenkomt met het verkochte product, dan is dat volgens de wet voedselfraude… [reactie [gedaagde sub 6]:] Voedselfraude of niet, vanuit mijn antwoord in de eerste alinea, blijven onze winkels deze PLU-nummers gebruiken. Dus ajb niet naar Veghel wijzen als jullie zelf iets niet goed doen. Of jullie kopen centraal (of via een contract leverancier) en jullie kunnen gebruik maken van de plu codes, etiketten, kwaliteitsdienst etc of jullie deconcentreren en jullie managen zelf de plu, etiketten etc [reactie [gedaagde sub 6]:] Vanuit het verleden (en dat is ver voor jou tijd bij Jumbo) werd over zulke kwesties niet moeilijk gedaan. Wij kregen vanuit Veghel de volle ondersteuning en dat was vice versa identiek hetzelfde. Standaardisatie is goed maar niet vanuit 1 kant geredeneerd. Er liggen afspraken dat zij op deze groepen vreemd in mogen/kunnen kopen. Als goed franchisegever is het niet meer dan logisch dat hier ondersteuning aan gegeven wordt. (…)” 2.40. In een brief van 26 februari 2014 heeft Jumbo het volgende aan [gedaagde sub 5 en 6] geschreven (prod.19 van Jumbo): “Namens Jumbo Supermarkten B.V. (hierna: “Jumbo”) en onder verwijzing naar de e-mailberichten tussen Jumbo en uzelf d.d. 14 februari en 18 februari jl. alsmede meerdere telefoongesprekken, bericht ik u als volgt. Onlangs is gebleken dat u de PLU-code van runderriblappen van Iers rundvlees gebruikt voor de door u zelf bij een derde partij ingekochte Nederlandse runderriblappen. Op de verpakking van de door u aangeboden Nederlandse runderriblappen is vermeld dat sprake is van Iers rundvlees, daarentegen is op de verpakking ook aangegeven dat het land van geboorte, slachten, uitsnijden en mesten Nederland is. Door uw handelen wordt aan de consument informatie verstrekt die feitelijk onjuist is en die de gemiddelde consument misleidt, hetgeen onrechtmatig is. U bent door Jumbo per e-mail d.d. 14 februari jl. reeds aangesproken op het feit dat uw handelen strijdig is met de (voedsel)wet- en regelgeving. Echter, in reactie daarop liet u Jumbo weten uw handelen niet te willen aanpassen. Jumbo betreurt uw houding ten zeerste, met name omdat dit haaks staat op de Jumbo Formule alsmede de manier waarop Jumbo met haar klanten wenst om te gaan. Zoals u weet, is deze kwestie breed uitgemeten in de media, hetgeen de reputatie van Jumbo ernstig schaadt. Tevens is gebleken dat er thans Kamervragen zijn gesteld in de Tweede Kamer over de gang van zaken. Het mag duidelijk zijn dat Jumbo door toedoen van uw handelen schade lijdt. Op grond van artikel 7.2 van de Franchiseovereenkomst bent u verplicht uw bedrijfsvoering zodanig te voeren dat aan de goede naam en reputatie van Jumbo geen afbreuk wordt gedaan. Met etikettering van vlees dient uiterst zorgvuldig te worden omgegaan, mede gezien de negatieve publiciteit van de laatste tijd rondom de vleesindustrie. Namens Jumbo stel ik u hierbij aansprakelijk voor alle geleden en nog te lijden schade als gevolg van uw handelen, zoals uiteengezet in deze brief. Voorts wil ik u er uitdrukkelijk op wijzen dat het gebruiken van een bestaande PLU-code van een bepaald product ten behoeve van een ander product, in strijd is met de Jumbo Franchiseovereenkomst en de Jumbo Formule. Indien u producten inkoopt van derde partijen bent u als ondernemer zelf verantwoordelijk voor het voldoen aan wettelijke (kwaliteits-)voorschriften, de CBL-HAPCCP code en de door Jumbo gehanteerde kwaliteitscriteria alsmede het voeren van een deugdelijke administratie. Daaronder valt tevens het correct aanbrengen van de productinformatie op de door u verkochte artikelen. Ik verwijs u in dit verband naar artikel 23 van de Franchiseovereenkomst. Ik verzoek u, voor zover nodig sommeer ik u daartoe, mij uiterlijk binnen vijf dagen na dagtekening van deze brief schriftelijk te bevestigen dat u zich in de toekomst zult onthouden van het gebruiken van een bestaande PLU-code van een bepaald product ten behoeve van een ander product. Voorts zien wij ons genoodzaakt – gezien de ernstige schade die Jumbo momenteel lijdt door uw toedoen -, de lopende gesprekken met u voorlopig te annuleren. Jumbo behoudt zich ter zake al haar rechten en weren voor.” 2.41. Op 27 februari 2014 hebben [gedaagde sub 5] en [naam 7] (directeur Operations Jumbo) telefonisch over deze kwestie met elkaar gesproken. [gedaagde sub 5] heeft [naam 7] daarbij gevraagd of het nodig was een advocaat in te schakelen. [naam 7] heeft daarop laten weten dat het hoofdkantoor van Jumbo de kwestie zwaar op nam, maar dat het inschakelen van een advocaat niet nodig was. 2.42. In een brief van 1 maart 2014 hebben [gedaagde sub 5 en 6] vervolgens als volgt gereageerd op de brief van 26 februari 2014 (prod.20 van Jumbo): “Al sinds jaar en dag gebruiken wij de centrale PLU-nummers voor ons rundvlees dat wij, conform onze afspraak, van lokale bedrijven betrekken. Dit doen we niet alleen voor ons rundvlees maar bijvoorbeeld ook voor ons varkensvlees. Dit is nimmer een probleem geweest. Het feit dat “eigen PLU’s” niet verwerkt kunnen worden op de produktieadvieslijst (PAL) en ook nog eens een verminkt beeld geven in de OBW-rapportage heeft er mede toe geleid dat wij de centrale PLU’s gebruiken. Wij hebben altijd voldaan en blijven voldoen aan de regels die de Nederlandse wetgeving stelt aan etikettering in de breedste zin van het woord. Ook op het gewraakte etiket was de tracebility conform de eisen van de NVWA. Het feit dat Jumbo plotsklaps, zonder enige vorm van communicatie hieromtrent, in de bereidingswijze de toevoeging “Iers” weergeeft op het etiket heeft ons volledig verrast. Inmiddels hebben we met zowel een directielid alsook de afdeling kwaliteitszorg gesproken en hen de vraag gesteld wat de toevoeging “Iers” voor meerwaarde heeft in de bereidingswijze. Beiden konden ons hierop geen antwoord geven. Wij zijn daarom in de stelligste overtuiging dat ons in deze ook helemaal geen blaam treft. Productmanagement in deze heeft verzuimt om tijdig te communiceren over het feit dat zij de etiketten aan gingen passen! Graag verwijzen wij naar het gespreksverslag met (…) (afdeling kwaliteitszorg). Wij zijn helemaal niet gelukkig met de mediabelangstelling aangaande deze kwestie. Ook het feit dat wij, buiten onze schuld om, op deze manier met één van onze winkels negatief in het nieuws komen vinden wij niet prettig. Het laatste wat wij willen is dat Jumbo (ook wij zijn Jumbo!) op deze manier in het nieuws komt. Wij realiseren ons terdege dat er met betrekking tot etikettering zorgvuldig dient te worden omgegaan en wij kunnen u garanderen dat, behoudens fouten in het systeembeheer die centraal aangestuurd worden, wij volledig voldoen aan de eisen die de Nederlandse wet stelt aan etikettering. Met betrekking tot het voldoen aan regelgeving omtrent inkoop van derden kunnen wij u mededelen dat wij voldoen aan alle eisen die franchisegever (terecht) hieraan stelt. Nogmaals en wellicht ten overvloede; wij voldoen aan de etiketteerwetgeving en zullen er alles aan doen om, hetgeen er voorgevallen is, niet meer te laten gebeuren. Essentieel in deze is dat Jumbo haar centrale systeem en werkwijze ook dusdanig aanpast dat er een werkbare situatie ontstaat. Dhr. [naam 8] heeft ons in deze toegezegd dat hij dit in ieder geval serieus oppakt en wil zoeken naar oplossingen. Wij willen nog wel even van de gelegenheid gebruik maken om onze zorg uit te spreken over etikettering in algemene zin en tracebility in het bijzonder binnen Jumbo. Na bezoek bij enkele andere Jumbo’s (onder andere foodmarkt) vorige week blijkt dat, hetgeen bij ons is gebeurt, ook bij die andere winkels had kunnen gebeuren. Wij hebben voorbeelden laten zien aan dhr. [naam 9] die dit kon onderschrijven. (…) Graag willen wij dat u ons in de gelegenheid stelt om het een en ander in een persoonlijk onderhoud nader toe te lichten. Wellicht dat we op deze manier kunnen laten blijken dat ook wij Jumbo “Elke dag beter” willen maken! Onder voorbehoud van alle rechten en weren.” Beëindiging samenwerking 2.43. In een uitvoerige brief van 28 maart 2014, met als onderwerp “Beëindiging samenwerking Jumbo/ [gedaagden in conventie] ” heeft de advocaat van Jumbo, mr. T.S. Jansen, aan [gedaagden in conventie] onder meer als volgt bericht (prod.8 van Jumbo): “(…) Het onderwerp van voormelde correspondentie, het onrechtmatige gebruik van centraal gegenereerde PLU-codes voor “derden inkoop” vlees(waren), betreft het laatste incident in een reeks. Dit heeft Jumbo ertoe bewogen om de door de franchiseovereenkomst (FO) beheerste samenwerking met Jumbo Supermarkt van de [JS Valkenswaard] (…), [JS Geldrop] (…), [JS Bladel] (…) en [JS Luyksgestel] te heroverwegen. Jumbo refereert, niet uitputtend, aan de navolgende omstandigheden: Vleesetikettering (volgt toelichting) Emballagestromen (volgt toelichting) Prijzenoorlog Bladel (volgt toelichting) Overige omstandigheden (volgt toelichting) Heroverweging samenwerking [gedaagden in conventie] Uit deze reeks van feiten en omstandigheden volgt in essentie dat [gedaagden in conventie] zich gedraagt alsof de uit de rechtsverhouding met Jumbo voortvloeiende afspraken en procedures niet voor [gedaagden in conventie] gelden maar slechts voor Jumbo en haar andere franchisenemers. Daarnaast dient [gedaagden in conventie] in haar handelen uitsluitend haar eigen belang. Deze opstelling resulteert niet alleen in de hiervoor omschreven opvolgende tekortkomingen in de nakoming van de FO, maar ook in een werkverhouding waarin Jumbo structureel medewerking door [gedaagden in conventie] moet bevechten. In feite miskent [gedaagden in conventie] de aard van de uit de FO voortvloeiende rechtsverhouding tussen franchisegever en franchisenemer: de exploitatie door franchisenemer van supermarkten (lokaal ondernemerschap) waarbij franchisenemer zich enerzijds verbindt tot het gebruik van de Jumbo Formule en de nakoming van instructies, voorschriften en afspraken; en franchisegever zich anderzijds verbindt tot het doorlopend optimaliseren van de formule (vgl. art. 7 FO). Die miskenning volgt ook uit de wijze en toon waarop [gedaagden in conventie] stelselmatig Jumbo medewerkers benadert. (…) De werkwijze van [gedaagden in conventie] zoals uit de in deze brief uiteengezette feiten volgt, heeft niet alleen de goede naam en reputatie van Jumbo geschaad en haar aanzienlijke vermogensschade berokkend, maar is in flagrante strijd met de kernwaarden, het “DNA” van de door Jumbo in samenwerking met haar franchisenemers gedreven onderneming: om Samen (met respect, vertrouwen en loyaliteit tegenover elkaar) te Ondernemen (door verantwoordelijkheid en initiatief te nemen, en iedere dag op de meest effectieve en kostenbewuste wijze topkwaliteit te leveren) en te Winnen (door met passie, gedrevenheid en plezier de beste formule en supermarkten te exploiteren). Door deze structurele mismatch tussen werkwijze en kernwaarden heeft Jumbo geen enkel vertrouwen dat de verhouding zich in de toekomst ten goede zal keren. Na ampel beraad en afweging van de bij haar beslissing betrokken belangen van [gedaagden in conventie] , de door Jumbo gedreven onderneming en de daarbij betrokken stakeholders, heeft Jumbo - alle omstandigheden in aanmerking genomen - besloten om de samenwerking met [gedaagden in conventie] te beëindigen. Gelet op de duur van de samenwerking en de daarin door partijen geïnvesteerde tijd en middelen, spijt het Jumbo zeer dat het zover heeft moeten komen maar zij ziet geen andere uitweg. Jumbo heeft zich in de afgelopen decennia ontwikkeld van een lokale groothandelsorganisatie naar de grootste franchisegever in food retail, en de op één na grootste supermarktorganisatie, van Nederland. Deze ontwikkeling stelt hoge eisen aan de kwaliteit van de organisatie en de met haar verbonden ondernemers en maakt dat Jumbo de belangen van alle bij de door haar gedreven onderneming betrokken stakeholders in acht dient te nemen. Dit geldt te meer gelet op de fase waarin het bedrijf zich thans bevindt en de uitdagingen waarvoor zij zich de komende tijd gesteld ziet, waaronder de verdere integratie van C1000 organisatie. Ondertussen moeten de operationele kasstromen en winstgevendheid van de onderneming – en daarmee de kracht van de Jumbo Formule – worden geborgd bij teruglopende consumentenomzetten en zich verhardende concurrentieverhoudingen. Deze omstandigheden vereisen oprechte samenwerking tussen Jumbo en de met haar verbonden ondernemers. Bij continuering van de samenwerking met [gedaagden in conventie] , en daarmee de acceptatie van voormelde werkwijze, is van een dergelijke samenwerking geen sprake en bestaat er geen enkele zekerheid dat incidenten als hiervoor omschreven, met alle schadelijke gevolgen van dien, in de toekomst zullen uitblijven. In het belang van haar onderneming en stakeholders, waaronder begrepen de honderden andere franchisenemers, stelt Jumbo het door haar in tientallen jaren opgebouwde bedrijfsdebiet niet langer aan dit risico bloot. Beëindiging en rechtsgevolgen daarvan Jumbo zegt derhalve middels deze brief de met Luyksgestel gesloten FO op met inachtneming van een termijn van 6 maanden, derhalve tegen 28 september 2014, althans Jumbo ontbindt deze FO buitengerechtelijk voor het gedeelte dat de FO vanaf 28 september 2014 voortduurt. Hoewel Jumbo tot onmiddellijke beëindiging en ontbinding bevoegd is, hanteert zij de aangezegde termijn van 6 maanden om JS Luyksgestel een redelijke termijn te gunnen voor de overgang naar een andere organisatie. Jumbo grondt deze beëindiging op de hiervoor weergegeven tekortkomingen in de nakoming van de FO, waardoor zij krachtens art. 26.1 FO en de wet bevoegd is de rechtsverhouding op de aangezegde wijze te beëindigen. Op gelijke gronden zegt Jumbo middels deze brief de met JS Bladel, JS Geldrop en JS Valkenswaard gesloten FO’s op tegen het moment van overdracht van de supermarktexploitatie (vgl. art. 29.24 FO) en oplevering van het gehuurde, althans Jumbo ontbindt deze FO’s buitengerechtelijk voor het gedeelte dat de FO’s vanaf het moment van overdracht en oplevering voortduren. De beëindiging van deze FO’s resulteert in de verplichting van JS Bladel, JS Geldrop en JS Valkenswaard tot aanbieding van de door hen geëxploiteerde supermarkten, overeenkomstig art. 29 FO. In de onderliggende Afsprakenbrieven hebben partijen (…) op voorhand, (…) de koopsom van de exploitatie bepaald. (…) (volgt tabel met de in de Afsprakenbrieven opgenomen berekeningswijzen) Jumbo verzoekt, en voor zover nodig sommeert, JS Bladel, JS Geldrop en JS Valkenswaard om binnen 10 werkdagen na dagtekening van deze brief, bij aangetekend schrijven, hun supermarkten te koop aan te bieden aan Jumbo tegen de overeengekomen koopsom voor de exploitatie, gespecificeerd en onderbouwd per in Tabel 2 opgenomen bestanddeel van de koopsom, en voorzien van relevante cijfers (…). Jumbo beoogd de overdracht van de supermarktexploitatie en de oplevering van het gehuurde zo snel mogelijk te effectueren. JS Luyksgestel, JS Bladel, JS Geldrop en JS Valkenswaard wordt voorts verzocht, althans gesommeerd, om binnen de gestelde termijn schriftelijk te bevestigen dat zij de in verband met de beëindiging uit de FO en Afsprakenbrieven voortvloeiende verbintenissen zullen nakomen. Nu de samenwerking met [gedaagden in conventie] eindig is, en daarmee ook het lidmaatschap van de ondernemersvereniging Jumbo (OvJ), neemt Jumbo aan dat [gedaagde sub 5] zijn bestuurslidmaatschap van de OvJ, en overige functies in OvJ verband, binnen voornoemde termijn op eigen initiatief beëindigt door te bedanken (vgl. art. 7.9 Statuten OvJ) (…)” 2.44. JS Bladel, JS Geldrop en JS Valkenswaard hebben niet voldaan aan de sommatie van Jumbo om hun supermarktexploitaties aan Jumbo te koop aan te bieden. Evenmin hebben zij voldaan aan de sommatie van Jumbo om schriftelijk te bevestigen dat zij de in verband met de beëindiging uit de FO en Afsprakenbrieven voortvloeiende verbintenissen zullen nakomen. 2.45. Namens [gedaagden in conventie] heeft hun advocaat mr. Weelen bij brief van 14 april 2014 aan de advocaat van Jumbo laten weten dat zij de opzegging niet accepteren, deze voor nietig houden en niet zullen overgaan tot aanbieding van de door hen geëxploiteerde supermarkten maar schadevergoeding van Jumbo zullen claimen. 2.46. Bij aangetekende brieven van 17 september 2014 heeft Jumbo voor zover nodig de huurovereenkomsten met JS Bladel, JS Geldrop en JS Valkenswaard opgezegd met ingang van de expiratiedata van die overeenkomsten zijnde respectievelijk 30 september 2015, 30 juni 2017 en 31 januari 2019 (prod.51 van [gedaagden in conventie] ). Artikel 843a Rv in incident en kort geding 2.47. Partijen hebben in een procedure in kort geding diverse vorderingen jegens elkaar ingesteld, waarover de voorzieningenrechter uitspraak heeft gedaan in zijn vonnis van 26 juni 2014 (C/01/278174 / KG ZA 14-279) (prod.9 van Jumbo) en vervolgens het gerechtshof te ’s‑Hertogenbosch in hoger beroep in haar arrest van 17 maart 2015 (HD 200.153.510/01) (prod.165 van [gedaagden in conventie] ). 2.48. In onderhavige bodemprocedure hebben [gedaagden in conventie] diverse incidentele vorderingen ingesteld waarop is beslist bij vonnis van 4 maart 2015. 2.49. De rechtbank heeft Jumbo in haar incidenteel vonnis van 4 maart 2015 veroordeeld om binnen vijf werkdagen aan de advocaten van [gedaagden in conventie] een kopie toe te sturen van de formuleovereenkomsten C1000 zoals die zijn gesloten met de ondernemers in Hapert, Aalst, Bergeijk en Eersel (waarbij eventuele bedrijfsvertrouwelijke gegevens onleesbaar mogen worden gemaakt), en van de Compensatie- en aanvullende Goodwillregeling, onder verbeurte van een dwangsom van € 5.000,- per dag dat Jumbo hieraan niet voldoet, met een maximum van € 500.000,-. 2.50. Het hof heeft Jumbo in haar arrest van 17 maart 2015 onder meer veroordeeld om binnen vier weken te geven aan [gedaagden in conventie] inzage in en afschrift van de overeenkomsten c.q. afspraken met de franchisenemers te Hapert en Aalst, zowel in de FO zoals die in het verleden tot stand is gekomen met C1000 als in de “nieuwe” FO met Jumbo en in alle correspondentie en gespreksverslagen inzake de voornemens om de C1000 supermarkt om te bouwen tot een Jumbo supermarkt en de mogelijke verplaatsing c.q. verkoop van de exploitatie aan Jumbo of een derde en de onderhandelingen dienaangaande, met dien verstande dat Jumbo de passages met bedrijfsvertrouwelijke gegevens met betrekking tot de supermarkten te Hapert en Aalst zal mogen weglakken, onder verbeurte van een dwangsom van € 25.000,-- per keer of dag(deel) dat Jumbo in gebreke blijft aan deze veroordeling te voldoen, met een maximum van € 500.000,--. 2.51. Op 12 maart 2015 en 14 april 2015 heeft Jumbo aan [gedaagden in conventie] afschriften verschaft van de C1000 -franchiseovereenkomst met de ondernemers te Hapert, Aalst, Bergeijk en Eersel, de Compensatie- en Aanvullende Goodwillregeling, de ‘nieuwe’ franchiseovereenkomsten met Jumbo, de Afsprakenbrieven van Jumbo Hapert en Jumbo Aalst, en correspondentie inzake de supermarkten te Hapert en Aalst. 2.52. Op uitdrukkelijk verzoek van [gedaagden in conventie] heeft Jumbo op 23 april 2015 ook enkele bijlagen bij de met de franchisenemers te Hapert en Aalst gesloten FO’s aan [gedaagden in conventie] toegezonden. Dwangsommen, eigenbeslag en (opnieuw) beëindiging FO 2.53. Op 28 juli 2015 is aan Jumbo een aanzeggingsexploit betekend en hebben [gedaagden in conventie] uit hoofde van het arrest van het hof van 17 maart 2015 per direct betaling van dwangsommen geëist over de periode van 15 tot en met 22 april 2015. Ook is er voor € 400.000,- eigenbeslag gelegd onder [gedaagden in conventie] op de verschuldigde franchisefee’s. 2.54. Vanaf begin augustus 2015 hebben JS Luyksgestel, JS Geldrop, JS Valkenswaard en JS Bladel de franchisefee’s die zij wekelijks aan Jumbo verschuldigd waren een aantal weken niet voldaan tot een totaalbedrag van € 400.000,-. Aan sommaties van Jumbo om de fee’s te betalen hebben zij geen gehoor gegeven. 2.55. Vanwege het niet betalen van de verschuldigde fee’s heeft Jumbo bij brief van 28 augustus 2015 de vier met [gedaagden in conventie] gesloten FO’s opgezegd (voor zover deze niet al eerder zijn geëindigd) met onmiddellijke ingang (JS Luyksgestel) of per het moment van overdracht van de supermarktexploitaties en oplevering van het gehuurde (JS Geldrop, JS Valkenswaard en JS Bladel), althans heeft Jumbo de FO’s voor de resterende duur (vanaf het moment van levering) ontbonden. 3De vorderingen en conclusies in conventie vordering in conventie 3.1. Jumbo vordert in conventie - samengevat - om bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad: ten aanzien van JS Bladel, JS Geldrop en JS Valkenswaard: 1. primair: te verklaren voor recht dat de met hen gesloten FO rechtsgeldig door opzegging is beëindigd per het moment van overdracht van de op de door Jumbo ter beschikking gestelde vestigingspunten door hen gedreven supermarktexploitaties en oplevering van het gehuurde; subsidiair: te verklaren voor recht dat de met hen gesloten FO gedeeltelijk buitengerechtelijk is ontbonden voor de resterende duur vanaf het moment van overdracht van de op de door Jumbo ter beschikking gestelde vestigingspunten door hen gedreven supermarktexploitaties en oplevering van het gehuurde; meer subsidiair: de met hen gesloten FO gerechtelijk te ontbinden voor het gedeelte dat deze na het moment van overdracht van de op de door Jumbo ter beschikking gestelde vestigingspunten door hen gedreven supermarktexploitaties en oplevering van het gehuurde voortduurt; 2. hen te veroordelen om binnen vijf dagen na het in deze te wijzen vonnis de door hen in de door Jumbo ter beschikking gestelde vestigingspunten gedreven supermarktexploitaties bij aangetekend schrijven te koop aan te bieden aan Jumbo, tegen de in de Afsprakenbrieven overeengekomen koopsommen, gespecificeerd en onderbouwd per bestanddeel goodwill, inventaris, winkelautomatisering en bouwkundige voorzieningen zoals bepaald in de Afsprakenbrieven, en voorzien van specificaties van de gehele materiële vaste activawaarde, specificaties van alle op het moment van aanbieding actuele kwantitatieve en kwalitatieve personele gegevens, en alle relevante bedrijfseconomische gegevens over de laatste drie jaren van exploitatie; 3. hen te veroordelen tot levering van de onder 2. bedoelde supermarktexploitaties, bij wijze van oplevering van de betreffende winkelpanden met de daarin aanwezige supermarktexploitaties door deze op de door Jumbo bij aangetekende brief bepaalde leveringsdatum na winkelsluiting onder afgifte van alle sleutels, keycards en codes aan Jumbo ter beschikking te stellen, in de staat waarin deze zich alsdan bevinden, tegen betaling van de overeengekomen koopsommen door Jumbo, door verrekening met openstaande vorderingen van Jumbo of met haar verbonden vennootschappen en overmaking van de restanten van de koopsommen, telkens minus het Garantiebedrag van € 100.000,-, op leveringsdatum; 4. aan de sub 2. en 3. gevraagde veroordelingen een dwangsom te verbinden van € 10.000.000,- per overtreding, vermeerderd met € 100.000,- per week, een deel van de week daaronder begrepen, dat daaraan niet wordt voldaan; ten aanzien van JS Luyksgestel: 5. primair: te verklaren voor recht dat de met haar gesloten FO rechtsgeldig door opzegging is beëindigd per 28 september 2014, althans een door de rechtbank te bepalen datum; subsidiair: te verklaren voor recht dat de met haar gesloten FO gedeeltelijk buitengerechtelijk is ontbonden voor de resterende duur na 28 september 2014, althans een door de rechtbank te bepalen datum; meer subsidiair: de met haar gesloten FO gerechtelijk te ontbinden voor het gedeelte dat deze voortduurt na het laatste moment van overdracht van de supermarktexploitatie en oplevering van het gehuurde door de overige gedaagden; ten aanzien van [gedaagde sub 5 en 6] : 6. te bepalen dat zij ieder afzonderlijk naast de veroordeelde entiteit hoofdelijk aansprakelijk zijn voor de voldoening van de (onder sub 4. gevorderde) dwangsommen; ten aanzien van alle gedaagden: 7. hen hoofdelijk te veroordelen om de kosten van dit geding te voldoen binnen zeven dagen na het wijzen van vonnis, te vermeerderen met nakosten, onder bepaling dat indien de gedingkosten niet binnen genoemde termijn zijn betaald, hierover vanaf de achtste dag wettelijke rente verschuldigd is. 3.2. Jumbo vordert na eisvermeerdering bovendien: ten aanzien van JS Bladel: 8. haar te veroordelen tot betaling van ten onrechte ingehouden Franchise Fee en Distributie Fee ten bedrage van € 67.889,99, vermeerderd met boeterente van 1% per maand vanaf de oorspronkelijke incassodata; 9. haar te veroordelen tot vergoeding van de ten gevolge van de emballagekwestie door Jumbo geleden schade ten bedrage van € 43.836,94, vermeerderd met wettelijke rente vanaf de datum van eisvermeerdering; ten aanzien van JS Geldrop: 10. haar te veroordelen tot betaling van ten onrechte ingehouden Franchise Fee en Distributie Fee ten bedrage van € 112.715,00, vermeerderd met boeterente van 1% per maand vanaf de oorspronkelijke incassodata; 10. haar te veroordelen tot vergoeding van de ten gevolge van de emballagekwestie door Jumbo geleden schade ten bedrage van € 148.420,27, vermeerderd met wettelijke rente vanaf de datum van eisvermeerdering; ten aanzien van JS Valkenswaard: 12. haar te veroordelen tot betaling van ten onrechte ingehouden Franchise Fee en Distributie Fee ten bedrage van € 58.965,00, vermeerderd met boeterente van 1% per maand vanaf de oorspronkelijke incassodata; 12. haar te veroordelen tot vergoeding van de ten gevolge van de emballagekwestie door Jumbo geleden schade ten bedrage van € 217.758,82, vermeerderd met wettelijke rente vanaf de datum van eisvermeerdering; ten aanzien van JS Luyksgestel: 14. haar te veroordelen tot betaling van ten onrechte ingehouden Franchise Fee en Distributie Fee ten bedrage van € 160.668,89, vermeerderd met boeterente van 1% per maand vanaf de oorspronkelijke incassodata; 14. haar te veroordelen tot vergoeding van de ten gevolge van de emballagekwestie door Jumbo geleden schade ten bedrage van € 464.684,27, vermeerderd met wettelijke rente vanaf de datum van eisvermeerdering; 14. haar te veroordelen tot betaling van € 253.484,86 uit hoofde van onverschuldigde betaling, vermeerderd met wettelijke rente vanaf de afzonderlijke factuurmomenten; 14. haar te veroordelen tot betaling van € 574.487,50 uit hoofde van de kwijtscheldlening, vermeerderd met wettelijke rente vanaf 28 september 2014, althans tot betaling van € 510.290,93, vermeerderd met wettelijke rente vanaf 28 augustus 2015. conclusie in conventie 3.3. [gedaagden in conventie] concluderen in conventie primair dat de rechtbank zich onbevoegd verklaart en de zaak (intern) verwijst naar team kanton, locatie Eindhoven. Hierop heeft de rechtbank reeds afwijzend beslist in haar incidenteel vonnis van 4 maart 2015. 3.4. [gedaagden in conventie] concluderen in conventie subsidiair dat de rechtbank de vorderingen van Jumbo afwijst, met veroordeling van Jumbo in de kosten. 3.5. [gedaagden in conventie] concluderen in conventie meer subsidiair dat de rechtbank, indien zij (een deel van) de vorderingen van Jumbo toewijsbaar zou oordelen, om: I. het beëindigingsbeding uit artikel 26 lid 1 FO te vernietigen of althans te verklaren voor recht dat Jumbo hieraan geen rechten kan ontlenen; II. te verklaren voor recht dat de aanbiedingsplicht uit artikel 29 FO hier geen toepassing vindt, zodat partijen dienen te onderhandelen over de waarde van de gebonden vestigingen van JS Bladel, JS Geldrop en JS Valkenswaard en de verkoopvoorwaarden daarvan, dan wel
- a)de termijn voor het aanbieden van deze exploitaties vast te stellen op drie maanden en
- b)te bepalen dat de levering van de exploitaties moet plaatsvinden binnen 20 weken nadat door partijen overeenstemming is bereikt over de hoogte van de koopsom en de overige voorwaarden; III. de ten aanzien van JS Bladel. JS Geldrop en JS Valkenswaard gevorderde dwangsommen te matigen tot € 15.000,- per overtreding en € 2.500,- per dag dat de overtreding voortduurt, met een maximum van € 75.000,- per genoemde vestiging; IV. te verklaren voor recht dat [gedaagde sub 5 en 6] niet hoofdelijk aansprakelijk zijn voor eventuele verbeurde dwangsommen, dan wel de dwangsommen ten aanzien van hen te matigen tot € 5.000,- per overtreding en € 1.000,- per dag dat de overtreding voortduurt, met een maximum van € 25.000,- voor elk van hen; V. te verklaren voor recht dat Jumbo niet gerechtigd is tot inhouding van enig garantiebedrag op de door haar aan [gedaagden in conventie] te betalen koopsommen; VI. de door Jumbo gevorderde hoofdelijke veroordeling in de proceskosten af te wijzen; VII. de door Jumbo gevorderde verklaring van uitvoerbaarheid bij voorraad af te wijzen. 4De vorderingen en conclusies in reconventie vordering in reconventie 4.1. [gedaagden in conventie] vorderen in reconventie na wijziging en vermeerdering van hun eis - kort samengevat - om bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, met veroordeling van Jumbo in de integrale kosten, althans de kosten conform het liquidatietarief van het geding: onvoorwaardelijk: I. primair: te verklaren voor recht dat Jumbo conform de FO’s niet bevoegd was om over te gaan tot herindeling van de verzorgingsgebieden van [gedaagden in conventie] en haar te veroordelen tot: nakoming, in de zin van eerbiediging van de toegewezen verzorgingsgebieden, door de supermarkten te Hapert, Aalst, Bergeijk, Eersel en (in de nabije toekomst) Heeze (alsnog) aan [gedaagden in conventie] aan te bieden en Jumbo te verbieden om de C1000 supermarkten te Bergeijk en Heeze te koop aan te bieden aan de huidige C1000 exploitanten en/of te leveren aan de huidige C1000 exploitanten en/of te bewilligen in het openen en verder exploiteren van die supermarkten als Jumbo supermarkten indien zij niet worden geëxploiteerd door [gedaagden in conventie] , althans Jumbo te gebieden, mochten de Jumbo exploitaties te Bergeijk en/of Heeze al zijn gestart, om de exploitaties als Jumbo supermarkt te doen staken, onder vergoeding van de geleden vertragingsschade vanaf de opening van Jumbo Hapert aan JS Bladel en vanaf de opening van de Jumbo’s Aalst, Bergeijk, Eersel en Heeze aan JS Luyksgestel, JS Geldrop en JS Valkenswaard, door de rechtbank in goede justitie vast te stellen, dan wel nader op te maken bij staat, dan wel Jumbo ter compensatie voor het feit dat Jumbo Hapert, Jumbo Aalst, Jumbo Bergeijk, Jumbo Eersel en Jumbo Heeze ten onrechte niet aan [gedaagden in conventie] zijn aangeboden te veroordelen tot betaling van vervangende schadevergoeding ad € 10.462.464,- (uitgaande van een samenwerking tot 2022), althans (conform de minimale looptijd van een FO van vijf jaar) ad € 6.165.120,- [rechtbank: beide bedragen uitgesplitst naar de verschillende eiseressen in reconventie], dan wel een door de rechtbank in goede justitie vast te stellen bedrag, dan wel een bedrag aan schade nader op te maken bij staat, waarbij voor de vorderingen die JS Luyksgestel, JS Geldrop en JS Valkenswaard gezamenlijk betreffen aan ieder van deze drie partijen bevrijdend kan worden betaald; een en ander (te betalen) binnen veertien dagen na betekening van het in dezen te wijzen vonnis; subsidiair: te verklaren voor recht dat het verval van exclusiviteit in de verzorgingsgebieden (artikel 4.13 FO) in rechte geen stand houdt, en dat [gedaagden in conventie] het beding rechtsgeldig hebben vernietigd, althans dit beding alsnog vernietigen, althans te verklaren voor recht dat Jumbo aan dit beding geen rechten kan ontlenen (artikel 6:248 BW) en Jumbo te veroordelen tot: (zie hiervoor onder Ia); (zie hiervoor onder Ib); (zie hiervoor onder Ic); meer subsidiair: te verklaren voor recht dat de uitzonderingen op het eerste recht van exploitatie voor [gedaagden in conventie] uit artikel 4.7 FO zich hier niet voordoen en dat van Jumbo kon en kan worden gevergd dat de supermarkten te Hapert, Aalst, Bergeijk, Eersel en (in de nabije toekomst) Heeze aan [gedaagden in conventie] werden aangeboden en Jumbo te veroordelen tot: (zie hiervoor onder Ia); (zie hiervoor onder Ib); (zie hiervoor onder Ic); meer meer subsidiair: Jumbo ter compensatie voor het feit dat [gedaagden in conventie] worden geconfronteerd met concurrerende Jumbo supermarkten in De Kempen althans de aan hen toegekende verzorgingsgebieden, te veroordelen tot: vergoeding van de schade die JS Bladel, JS Luyksgestel, JS Geldrop en JS Valkenswaard hebben geleden door de opening van de concurrerende Jumbo supermarkten in De Kempen tot 2022 ad € 8.537.198,- [rechtbank: uitgesplitst per JS] althans tot het einde van de looptijd van FO’s ad € 6.857.399,- [rechtbank: uitgesplitst per JS], bestaande uit winstderving en het gedeeltelijk wegvallen van de goodwill; dan wel tot: vergoeding van de schade die JS Bladel, JS Luyksgestel, JS Geldrop en JS Valkenswaard hebben geleden door de opening van de concurrerende Jumbo supermarkten in de aan hen toegekende verzorgingsgebieden tot 2022 ad € 5.134.030,- [rechtbank: uitgesplitst per JS] althans tot het einde van de looptijd van de FO’s ad € 3.890.622,- [rechtbank: uitgesplitst per JS] bestaande uit winstderving en het gedeeltelijk wegvallen van goodwill, dan wel een door de rechtbank in goede justitie vast te stellen bedrag, dan wel een bedrag aan schade nader op te maken bij staat; (zie hiervoor onder Ic); uiterst subsidiair: dat de rechtbank niet de vernietiging van de FO’s uitspreekt, maar de gevolgen van de FO’s ter opheffing van het nadeel van [gedaagden in conventie] wijzigt in verband met dwaling (artikel 6:230 lid 2 BW) respectievelijk misbruik van omstandigheden (artikel 3:54 lid 2 BW), zoals door de rechtbank in goede justitie te bepalen; II. Jumbo op grond van artikel 4.4 FO te veroordelen tot: vergoeding van de schade die [gedaagden in conventie] en JS Bladel hebben geleden doordat de ontwikkeling en exploitatie van [naam 10] , inclusief de exploitatie van JS Bladel in [naam 10] , hun door Jumbo is onthouden ad € 3.760.545,- (totale rendementsderving voor [gedaagden in conventie] , inclusief JS Bladel) althans € 1.227.564,0 (rendementsderving door uitblijven verplaatsing JS Bladel), dan wel een door uw rechtbank in goede justitie vast te stellen bedrag, dan wel een bedrag aan schade nader op te maken bij staat; (zie hiervoor onder Ic); III. Jumbo te veroordelen tot: nakoming van de verplichtingen die voor haar volgen uit de FO’s en Afsprakenbrieven met JS Luyksgestel, JS Bladel, JS Geldrop en JS Valkenswaard en (onder)huuroverenkomsten met JS Bladel, JS Geldrop en JS Valkenswaard, althans de overeenkomsten aangaande de exploitaties in goede justitie te bepalen, tot het einde van de overeengekomen looptijd, waaronder mede moet worden verstaan het leveren door Jumbo van een constructieve bijdrage aan de (door)ontwikkeling van de exploitaties van [gedaagden in conventie] (renovatie, remodeling, relocatie), het verstrekken van de door [gedaagden in conventie] benodigde medewerking in het kader van vleesetikettering, een hervatting van de deelname van [gedaagde sub 5] aan overleggen van de werkgroepen en de OVJ en/of de deelname aan nieuwe werkgroepen door [gedaagde sub 5] (en [gedaagde sub 6] ) op geen enkele wijze te zullen belemmeren, ook niet door zelf zonder geldige reden verstek te laten gaan en/of de OVJ dan wel de werkgroepen op enige wijze aan te sporen om [gedaagde sub 5] (en [gedaagde sub 6] ) te weren, en het nakomen van de zorgplicht van de franchisegever; (zie hiervoor onder Ic) IV al het onder I tot en met III gevorderde (voor zover geen geldbedragen worden gevorderd) op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 25.000,- per keer, of per dag(deel) dat Jumbo in gebreke blijft hieraan te voldoen, dan wel een bedrag in goede justitie door uw rechtbank te bepalen, vanaf vijf dagen na betekening van het in dezen te wijzen vonnis; V. te verklaren voor recht dat de non-concurrentiebedingen uit de artikelen 29.26 en 37.6 FO van rechtswege nietig zijn, althans om deze te vernietigen, althans dat zij ten aanzien van JS Bladel, JS Geldrop en JS Valkenswaard bij beëindiging van de FO’s geen werking zullen hebben (artikel 6:248 BW), althans de boetes op overtreding van voormelde bedingen gesteld te matigen tot nihil, althans die bedingen te matigen tot een duur van één jaar, enkel geldend op de afzonderlijke vestigingspunten die uit de FO’s blijken en enkel betrekking hebbend op een bedrijfsvoering onder de Jumbo formule, althans deze in duur een reikwijdte te matigen zoals in goede justitie door de rechtbank te bepalen; VI. te verklaren voor recht dat JS Luyksgestel, ondanks het gecombineerde verzorgingsgebied van JS Luyksgestel, JS Geldrop en JS Valkenswaard, op geen enkele wijze wordt gebonden door een non-concurrentiebeding, althans dat zij van de werking van de non-concurrentiebedingen wordt ontslagen; VII. Jumbo te veroordelen tot: vergoeding van de door [gedaagden in conventie] gemaakte buitengerechtelijke kosten, zoals deze blijken uit het door hen als productie 210 aangeleverde overzicht, dan wel tot een vergoeding van buitengerechtelijke kosten aan [gedaagden in conventie] zoals in goede justitie door de rechtbank te bepalen; voorwaardelijk indien de rechtbank zou oordelen dat de vorderingen van Jumbo (deels) toewijsbaar zouden zijn, om I. te verklaren voor recht dat Jumbo jegens [gedaagden in conventie] aansprakelijk is voor de schade die JS Bladel, JS Luyksgestel, JS Geldrop en JS Valkenswaard hebben geleden en zullen lijden door de opening van de concurrerende Jumbo supermarkten in De Kempen, althans in hun verzorgingsgebieden, tot het daadwerkelijk einde van het algehele samenwerkingsverband, en Jumbo te veroordelen tot: vergoeding van deze schade, door de rechtbank in goede justitie vast te stellen, dan wel een bedrag aan schade nader op te maken bij staat; een en ander (te betalen) binnen veertien dagen na betekening van het in dezen te wijzen vonnis; II. te verklaren voor recht dat de non-concurrentiebedingen uit de artikelen 29.26 en 37.6 FO van rechtswege nietig zijn, althans deze te vernietigen, althans te verklaren voor recht dat dat zij ten aanzien van JS Bladel, JS Geldrop en JS Valkenswaard bij beëindiging van de FO’s geen werking zullen hebben (artikel 6:248 BW) althans ze te matigen tot nihil, althans ze te matigen tot een duur van één jaar, enkel geldend op de afzonderlijke vestigingspunten die uit de FO’s blijken en enkel betrekking hebbende op een bedrijfsvoering onder de Jumbo formule, althans deze in duur en reikwijdte te matigen zoals in goede justitie door de rechtbank te bepalen; III. te verklaren voor recht dat JS Luyksgestel, ondanks het gecombineerde verzorgingsgebied van JS Luyksgestel, JS Geldrop en JS Valkenswaard, op geen enkele wijze wordt gebonden door een non-concurrentiebeding, althans dat zij van de werking daarvan wordt ontslagen. IV. JS Luyksgestel en/of JS Geldrop te ontslaan uit enige verplichting die op het moment van de feitelijke beëindiging van de samenwerking op grond van door Jumbo verstrekte kwijtscheldingsleningen op hen mocht rusten, dan wel deze verplichtingen in het voordeel van JS Luyksgestel en/of JS Geldrop te wijzigen op een manier in goede justitie door de rechtbank te bepalen. 4.2. Op de overige vorderingen van [gedaagden in conventie] in reconventie (beroep op exceptie van onbevoegdheid, provisionele vordering ex artikel 223 Rv en vorderingen tot inzage en afgifte van stukken ex artikel 843a Rv) is reeds beslist in het incidenteel vonnis van 4 maart 2015. conclusie in reconventie 4.3. Jumbo concludeert in reconventie tot afwijzing van alle vorderingen, met veroordeling van [gedaagden in conventie] in de kosten van het geding, te vermeerderen met de nakosten, onder de bepaling dat indien de gedingkosten niet binnen zeven dagen na het wijzen van het vonnis zijn voldaan, hierover vervolgens wettelijke rente verschuldigd zal zijn. 5Onderbouwing van de vorderingen in conventie Jumbo legt aan haar vorderingen op hoofdlijnen het volgende ten grondslag. 5.1. Tijdens de samenwerking van partijen hebben zich verschillende incidenten voorgedaan die Jumbo uiteindelijk hebben gebracht tot het besluit van 28 maart 2014 om die samenwerking met [gedaagden in conventie] te beëindigen. Drie achtereenvolgende incidenten hebben Jumbo tot dit besluit gebracht: de prijzenoorlog tussen de Jumbo supermarkten in Bladel en Hapert, de ongeregelde emballagestromen bij onder andere de supermarkt in Luyksgestel en de onjuiste vleesetikettering. Prijzenoorlog Bladel - Hapert 5.2. De advertentie van 11 januari 2013 in [de] [naam 4] week af van de door Jumbo gehanteerde uitingen en was ook niet, zoals overeengekomen, vooraf ter schriftelijke goedkeuring aan Jumbo voorgelegd. Met het plaatsen van die advertentie in de [naam 4] is dan ook sprake van een tekortkoming van JS Bladel in de nakoming van artikel 24.3 FO. Deze handelswijze van JS Bladel levert voorts een tekortkoming in de nakoming van artikel 7.1 FO op, nu zij de voorschriften en nadere afspraken zoals opgenomen in de alsdan geldende versie van het HJF niet heeft opgevolgd. Bovendien heeft JS Bladel met deze handelwijze in strijd met artikel 7.2 FO verzuimd haar supermarkt steeds op zodanige wijze te exploiteren, en op zodanige wijze te handelen, dat aan de goede naam en reputatie van Jumbo geen afbreuk wordt gedaan. Ook op 15 april 2013 heeft JS Bladel een advertentie geplaatst zonder voorafgaande toestemming van de afdeling Lokale Marketing, ondanks sommaties van Jumbo. Ingevolge artikel 26.1h FO en artikel 26.1c FO is Jumbo dan ook bevoegd tot onmiddellijke tussentijdse opzegging en ontbinding van de FO. Emballagestromen 5.3. Uit onderzoeken die in opdracht van Jumbo zijn uitgevoerd is gebleken dat [gedaagden in conventie] tot 2013 “retourmomenten” in het logistieke proces hebben benut om grote hoeveelheden emballage aan Jumbo te leveren die niet afkomstig zijn uit de Jumbo Supply Chain of uit de reguliere inname van klanten van de supermarkten in Bladel, Geldrop, Valkenswaard en Luyksgestel. [gedaagden in conventie] hebben geen duidelijkheid willen of kunnen verschaffen over de herkomst van de emballage en aan de ontvangers van de (aanzienlijke) emballagebedragen werd geen schriftelijke kwijting gevraagd. [gedaagden in conventie] hebben verzuimd de herhaaldelijk door Jumbo gegeven instructies op te volgen om onmiddellijk te stoppen met het inleveren van extra emballage. Hiermee is sprake van een tekortkoming in de nakoming van artikel 7.1 FO. Het gebruiken van retourmomenten om grote hoeveelheden van derden afkomstige emballage aan Jumbo te leveren, is in strijd met artikel 18.2 FO, omdat [gedaagden in conventie] in strijd hebben gehandeld met het Handboek Supply Chain. Ook handelen zij in strijd met artikel 23.5 FO. Door deze handelwijze van [gedaagden in conventie] is het vertrouwen van Jumbo beschadigd en heeft Jumbo ook aanzienlijke vermogensschade geleden. Gelet op deze tekortkomingen was Jumbo op grond van artikel 26.1h FO bevoegd tot beëindiging en ontbinding. Vleesetikettering 5.4. [gedaagden in conventie] hebben vlees dat zij hebben ingekocht bij [naam 1] (geen contractleverancier van Jumbo) voorzien van etiketten met centrale PLU-codes die door Jumbo centraal zijn gegenereerd voor rund- en varkensvlees van contractleveranciers. Dit hebben [gedaagden in conventie] gedaan terwijl zij wisten dat zij deze centrale PLU-codes niet mochten gebruiken voor het vlees dat zij bij [naam 1] inkochten. Deze handelwijze van [gedaagden in conventie] levert een tekortkoming op in de nakoming van artikel 7.1 FO. Tevens is hiermee sprake van een tekortkoming in de nakoming van de artikelen 10.5 en 23.2 FO. In februari 2014 heeft het gebruik van centrale PLU-codes door [gedaagden in conventie] ertoe geleid dat bij [naam 1] ingekocht Nederlands rundvlees is verkocht met een etiket waarop, naast de herkomstvermelding “Nederland”, het product als “Iers rundvlees” werd gekwalificeerd. Een klacht van een klant van JS Valkenswaard heeft tot negatieve berichtgeving in verschillende media geleid alsmede tot Kamervragen. Voorts zijn [gedaagden in conventie] met hun handelen tekortgeschoten in de nakoming van artikel 7.2 FO en is Jumbo ex artikel 26.1c FO bevoegd tot onmiddellijke tussentijdse opzegging en ontbinding van de FO. Ook na sommatie weigeren [gedaagden in conventie] hun handelwijze op dit punt te wijzigen. Gelet hierop is ingevolge artikel 26.1h FO bevoegd tot tussentijdse opzegging en ontbinding met onmiddellijke ingang. Met de vermelding “Iers rundvlees” op het etiket terwijl in werkelijkheid sprake was van Nederlands rundvlees, hebben [gedaagden in conventie] bovendien hun uit artikel 7.3 FO voortvloeiende verplichting geschonden om aan de voorschriften van de Warenwet te voldoen. Gelet hierop is Jumbo op de voet van artikel 26.1g FO bevoegd tot onmiddellijke opzegging en ontbinding van de FO. 5.5. Deze tekortkomingen door [gedaagden in conventie] rechtvaardigen een beëindiging omdat zij in essentie de integere bedrijfsvoering volgens de uitgangspunten van de Jumbo formule aangaan, en daarmee raken aan de kernwaardes van de wijze van samenwerking tussen Jumbo en de met haar verbonden ondernemers. Uit de opstelling van [gedaagden in conventie] blijkt dat er bij voortzetting van de samenwerking geen enkele garantie is dat zich in de toekomst geen vergelijkbare of ernstiger incidenten zullen voordoen, met alle schadelijke gevolgen van dien voor Jumbo en haar stakeholders, waaronder de andere met haar verbonden ondernemers. Omdat [gedaagde sub 5 en 6] alle overige gedaagden beheersen, gaan de aan afzonderlijke gedaagden verweten gedragingen ook indirect de andere gedaagden aan en kleuren deze de rechtvaardiging van de jegens hen nagestreefde beëindiging ook in. De onjuiste vleesetikettering en de niet toegestane prijzenoorlog in Bladel hebben de goede naam en reputatie van Jumbo voorzienbaar schade berokkend, en de onregelmatige emballagestromen hebben geresulteerd in aanzienlijke materiële schade en buitengerechtelijke kosten. 5.6. De beëindigingsregeling van artikel 26.1 FO, waaronder artikel 26.1h FO waarin is bepaald dat iedere tekortkoming in de nakoming van de FO de opzegging en ontbinding daarvan rechtvaardigt, is door [gedaagden in conventie] bewust aanvaard. De tekortkomingen van [gedaagden in conventie] rechtvaardigen niet alleen naar rechtshandeling maar ook naar de aangevoerde omstandigheden de beëindiging. De beëindiging is niet naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar (artikel 6:248 lid 2 BW). 5.7. Als gevolg van de beëindiging van de samenwerking zijn JS Bladel, JS Geldrop en JS Valkenswaard verplicht de door hen geëxploiteerde supermarktexploitatie aan Jumbo te koop aan te bieden (en bij aanvaarding van het aanbod aan Jumbo te leveren), zoals bepaald in artikel 29 FO. In de Afsprakenbrieven hebben partijen op voorhand de koopsom van de supermarktexploitaties bepaald. Ondanks sommatie daartoe weigeren [gedaagden in conventie] hun supermarkten aan Jumbo te koop aan te bieden. [gedaagden in conventie] dienen daartoe daarom te worden veroordeeld op straffe van een dwangsom, voor de hoogte waarvan kan worden aangesloten bij de boetebepaling van artikel 29.22 FO. 5.8. [gedaagde sub 5 en 6] hebben zich in de Afsprakenbrieven hoofdelijk verbonden (naast JS Bladel, JS Geldrop en JS Valkenswaard) in verband met de aanbiedingsverplichting, zodat zij ook hoofdelijk aansprakelijk zijn voor de betaling van de dwangsom indien niet aan die aanbiedingsverplichting wordt voldaan. 5.9. Betaling door Jumbo van het Garantiebedrag van € 100.000,- wordt gedurende een periode van 2 maanden na de leveringsdatum uitgesteld en dient Jumbo tot zekerheid dat JS Bladel, JS Geldrop en JS Valkenswaard hun exploitatie daadwerkelijk op de overeengekomen wijze aan Jumbo hebben geleverd en nadien de eventueel daartoe benodigde medewerking verlenen. 5.10. In augustus 2015 hebben JS Luyksgestel, JS Geldrop, JS Valkenswaard en JS Bladel de door hen wekelijks verschuldigde franchisefee (artikel 6 FO) en distributiefee (artikel 12.3 FO) niet voldaan, tot een gezamenlijk totaalbedrag van € 400.000,-, ter voldoening van beweerdelijk verbeurde dwangsommen. Van verbeurde dwangsommen is echter geen sprake omdat Jumbo tijdig aan de veroordeling door het hof 's‑Hertogenbosch van 17 maart 2015 heeft voldaan. Aan sommaties van Jumbo om de verschuldigde fee’s alsnog te voldoen, is door JS Luyksgestel, JS Geldrop, JS Valkenswaard en JS Bladel geen gehoor gegeven. In verband met deze tekortkoming in de nakoming van de uit artikel 21 FO voortvloeiende betalingsverplichtingen heeft Jumbo op 28 augustus 2015 de samenwerking (nogmaals) beëindigd. 6Verweer in conventie [gedaagden in conventie] voeren in conventie samengevat het volgende verweer. 6.1. De drie incidenten waar Jumbo zich op beroept hebben elk maar bij één van de winkels van [gedaagden in conventie] plaatsgevonden en omdat sprake is van verschillende rechtspersonen kan een eventuele tekortkoming van één van deze rechtspersonen de anderen niet worden aangerekend. Ten aanzien van geen van gedaagden is sprake geweest van één of meer tekortkomingen die een opzegging of ontbinding van de overeenkomsten rechtvaardigen. Prijzenoorlog Bladel – Hapert 6.2. Het was Jumbo die JS Bladel met een probleem had opgezadeld door in Hapert - en dus binnen het exclusieve verzorgingsgebied van JS Bladel - een C1000 tot Jumbo om te bouwen. De ondernemer uit Hapert bestookte bovendien de Bladelse markt via kranten en huis-aan-huisbladen met advertenties en borden langs de weg. Dit leidde tot omzetverlies en winstderving voor JS Bladel. Jumbo verzaakte haar zorgplicht door het probleem niet op te lossen en JS Bladel niet te compenseren. JS Bladel kon daarom niet anders dan de concurrentie met Jumbo Hapert aangaan op prijs. Volgens [gedaagden in conventie] heeft Jumbo dit zelf in de hand gewerkt. Jumbo heeft destijds direct haar ongenoegen over de advertentie geventileerd en JS Bladel heeft toen haar strategie gestaakt. Dit incident was slechts één dag in het nieuws, heeft de goede naam of reputatie van Jumbo niet geschaad en kon ruim een jaar later (in maart 2014) niet (meer) dienen als een gerechtvaardigde grondslag voor een beëindiging van de samenwerking. Emballage 6.3. JS Luyksgestel nam al vanaf 2007 extra emballage van derden in en retourneerde dat aan Jumbo. Hieraan werd niet rechtstreeks geld verdiend, maar het werd gedaan uit oogpunt van klantenbinding en omdat het voordelen had wanneer er minder contant geld in de winkels aanwezig was. [gedaagde sub 5 en 6] weten niet wie degenen waren die de emballage via de achteringang kwamen inleveren. De suggestie dat sprake zou zijn geweest van illegaal aangeleverde emballage is onjuist. Jumbo was niet verplicht het teveel aan emballage in ontvangst te nemen (artikel 23.5 FO) maar heeft het al die jaren bewust geaccepteerd en heeft [gedaagden in conventie] nooit gesommeerd te stoppen met het inleveren van (extra) emballage. De goede naam en/of reputatie van Jumbo is door deze kwestie niet aangetast en Jumbo heeft door het innemen van de emballage geen schade geleden. [gedaagden in conventie] hebben bovendien aangeboden de emballage gefaseerd terug te nemen en na het verschijnen van het rapport van KPMG hebben [gedaagden in conventie] direct alle aanbevelingen opgevolgd en de retourstromen tot normale proporties teruggebracht. Vleesetikettering 6.4. [gedaagden in conventie] hadden op grond van de Afsprakenbrieven een vrijstelling van de regels voor orderconcentratie voor vleesproducten en mochten menen dat [naam 1] een contractleverancier was en dat zij voor de etikettering van het vlees dat zij daar kochten centrale PLU-codes mochten gebruiken. [gedaagden in conventie] hebben nooit bewust in strijd gehandeld met de instructies, omdat zij altijd hebben gemeend dat die instructie om gebruik te maken van vrije PLU-codes alleen gold voor bewerkte producten, met meerdere ingrediënten. De instructies waren onduidelijk, zoals ook wel blijkt uit het feit dat Jumbo deze heeft verduidelijkt in haar memo van mei 2014 (prod.16 van Jumbo). [gedaagden in conventie] hebben jarenlang centrale PLU-codes gebruikt voor hun onbewerkte vleesproducten en dat was bij Jumbo bekend. Jumbo heeft hen daarop nooit aangesproken. In februari 2014 heeft het incident bij JS Valkenswaard kunnen gebeuren omdat Jumbo zonder te waarschuwen de tekst bij een centrale code had gewijzigd door de (onnodige) toevoeging “Iers” in de productomschrijving op te nemen. Jumbo heeft geen schade geleden door het incident nu de voedselveiligheid nooit in gevaar is geweest, de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit het voldoende vond dat de etiketten direct werden aangepast, en de vleesomzet in de periode na het incident niet is gedaald (maar juist is gestegen). Het gebruik van eigen lokale codes was onwerkbaar en hier hebben [gedaagden in conventie] Jumbo meermaals tevergeefs op gewezen. De termijn van vijf dagen die Jumbo hen gunde in de brief van 26 februari 2014 was veel te kort om te kunnen overgaan op een nieuw systeem van etikettering. [gedaagden in conventie] hebben na enige tijd de overstap naar een nieuw systeem in gang gezet, maar Jumbo heeft pas in december 2014 de daarvoor benodigde extra vrije PLU-codes ter beschikking gesteld. Jumbo meet met twee maten nu ook bij andere filialen fouten gebeuren met de etikettering maar dit niet leidt tot beëindiging van de samenwerking. 6.5. Het komt in een franchiserelatie vaak voor dat een contractant zich niet stipt houdt aan de overeenkomst, maar niet elke inbreuk rechtvaardigt de beëindiging van die relatie door de franchisegever, zeker niet indien die franchisegever zelf zijn zorgplicht schendt. De incidenten waar Jumbo zich op baseert waren niet ernstig, deels reeds lang gepasseerd, en zijn enkel en alleen het gevolg geweest van Jumbo’s eigen handelen. Dat [gedaagden in conventie] kansen en mogelijkheden signaleren en de dialoog met Jumbo zo nu en dan op scherp zetten, maakt hen goede ondernemers en betekent niet dat zij een gebrek aan zakelijke moraliteit hebben. De incidenten rechtvaardigen daarom geen opzegging of ontbinding van de FO’s. 6.6. Het beroep van Jumbo op het beëindigingsbeding in de FO’s is naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar (artikel 6:248 lid 2 BW). De FO is opgesteld zonder betrokkenheid van [gedaagden in conventie] en zij hebben het beëindigingsbeding zoals dat is opgenomen in artikel 26 FO, dat Jumbo de verstrekkende bevoegdheid geeft om al bij een gering verzuim tot tussentijdse opzegging of ontbinding van de FO over te gaan, nooit zo gewild en de strekking ervan nooit overzien. Bij het aangaan van de FO’s waren zij voor hun bedrijfsvoering van Jumbo afhankelijk en onderhandelingsruimte was er niet. Jumbo en [gedaagden in conventie] werken al heel lang samen, de incidenten waren niet heel ernstig en zijn (mede) veroorzaakt door Jumbo’s onzorgvuldig handelen inzake de ombouw van Hapert. De incidenten zijn bovendien al lang gepasseerd en Jumbo heeft haar recht zich daarop te beroepen verwerkt. [gedaagden in conventie] hebben veel investeringen gedaan met het oog op het voortduren van de relatie en hebben een groot belang om te kunnen blijven ondernemen in De Kempen. Een voortijdige beëindiging van de samenwerking zou hen een schadepost opleveren van ruim € 10 miljoen. 6.7. Bij een voortijdige beëindiging van de samenwerking door Jumbo werken de afspraken die zijn gemaakt in de Afsprakenbrieven over de te hanteren koopsom zeer nadelig uit voor [gedaagden in conventie] . Zo worden verstrekte kwijtscheldingsleningen tussentijds opeisbaar (die bij het einde van de looptijd van de FO’s geheel zouden komen te vervallen). De goodwill van de vier vestigingen is door de komst van nieuwe Jumbo’s in hun verzorgingsgebieden aanmerkelijk gedaald en door het non-concurrentiebeding verliezen [gedaagde sub 5 en 6] vrijwel hun gehele verdiencapaciteit als supermarktondernemers. Bovendien zal [naam 1] ruim 60% van haar afzet verliezen. Jumbo maakt aldus misbruik van haar bevoegdheid de samenwerking te beëindigen gelet op de onevenredigheid tussen de wederzijdse belangen. 6.8. Mocht de rechtbank oordelen dat het aanbiedingstraject van artikel 29 FO moet worden ingezet, dan geldt het volgende: de minimale termijn die [gedaagden in conventie] nodig zullen hebben om met hun accountant de vereiste informatie over de exploitaties ten behoeve van aanbieding te verzamelen is drie maanden, een termijn van vijf of tien dagen is daarvoor (veel) te kort; voor de hoogte van een op te leggen dwangsom moet niet worden aangesloten bij de boete uit artikel 29.22 FO, die immers een heel ander doel en karakter heeft; een grondslag voor de gevraagde hoofdelijke veroordeling van [gedaagde sub 5 en 6] ontbreekt; gelet op artikel 29.3 FO is het niet alleen aan Jumbo om te bepalen op welk moment levering zal moeten plaatsvinden; voor het inhouden van enig garantiebedrag op de koopsom door Jumbo bestaat geen grondslag; gezien de onomkeerbaarheid van de gevolgen van een voor [gedaagden in conventie] negatief vonnis, dient een dergelijk vonnis niet uitvoerbaar bij voorraad te worden verklaard. 7De beoordeling in conventie 7.1. Partijen werkten jarenlang samen in een franchiserelatie toen Jumbo op 28 maart 2014 besloot die samenwerking te beëindigen. Jumbo heeft de vier franchiseovereenkomsten met [gedaagden in conventie] , die nog een looptijd hadden tot respectievelijk 30 september 2015 (JS Bladel), 30 juni 2017 (JS Geldrop), 31 januari 2019 (JS Valkenswaard) en 31 december 2022 (JS Luyksgestel), tussentijds beëindigd door deze op te zeggen althans buitengerechtelijk te ontbinden. 7.2. In artikel 26.1 van de FO’s die partijen in 2012 hebben gesloten is bepaald in welke gevallen Jumbo als franchisegever de FO tussentijds mag beëindigen. Opzegging is onder meer mogelijk indien de franchisenemer, kort gezegd, door zijn bewuste handelwijze de goede naam en/of reputatie van Jumbo schaadt (artikel 26.1c FO) of indien hij, ondanks een sommatie van Jumbo, tekortschiet in de nakoming van enige verplichting voortvloeiende uit de FO, de huurovereenkomst of de Afsprakenbrief (artikel 26.1h FO). In artikel 26.1 FO is ook bepaald dat Jumbo onverminderd de in de FO gegeven mogelijkheden ook gerechtigd is de overeenkomst te ontbinden indien aan de daarvoor in de wet gestelde voorwaarden is voldaan. Dit laatste betekent dat Jumbo de FO kan ontbinden conform artikel 6:265 BW bij iedere tekortkoming van [gedaagden in conventie] , tenzij die tekortkoming die ontbinding met haar gevolgen gezien de bijzondere aard of geringe betekenis van die tekortkoming niet rechtvaardigt. 7.3. Artikel 26.1 FO biedt Jumbo aldus een ruime bevoegdheid tot tussentijdse opzegging van de franchiserelatie, met name nu in artikel 26.1h FO - anders dan in artikel 6:265 BW - geen voorwaarden zijn gesteld aan de ernst van de tekortkoming en ingevolge die bepaling dus in beginsel élke tekortkoming (na een sommatie) kan leiden tot een rechtsgeldige opzegging. In het civiele recht geldt echter het algemene uitgangspunt dat partijen zich jegens elkaar moeten gedragen overeenkomstig de eisen van redelijkheid en billijkheid, wat betekent dat ook als Jumbo op grond van de formele beëindigingsregeling van artikel 26.1 FO het recht heeft om de overeenkomst te beëindigen, zij niettemin van deze bevoegdheid geen gebruik kan maken indien dit in de gegeven omstandigheden naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is. Deze in artikel 6:248 lid 2 BW neergelegde redelijkheidstoets is weliswaar beperkt, nu de rechter niet snel mag aannemen dat gebruik van een contractuele bevoegdheid ‘onaanvaardbaar’ is, maar betekent wel dat Jumbo niet zonder meer en in alle gevallen van haar contractuele opzeggingsbevoegdheid gebruik kan maken. 7.4. [gedaagden in conventie] hebben op de inhoud van de door hen ondertekende FO’s met daarin de beëindigingsregeling van artikel 26.1 FO geen directe, individuele invloed kunnen uitoefenen. De tekst daarvan is op centraal niveau binnen de franchiseorganisatie vastgesteld en met individuele franchisenemers werd daarover niet onderhandeld vanwege het belang van uniformiteit binnen de franchiseorganisatie. Voor zover zij de jarenlange profijtelijke samenwerking met Jumbo wilden voortzetten, hadden [gedaagden in conventie] in 2012 dan ook geen andere keus dan de FO’s met daarin de ruime beëindigingsregeling van artikel 26.1 FO te aanvaarden. Dit is één van de omstandigheden die een rol kan spelen bij de toetsing aan artikel 6:248 lid 2 BW. De rechtbank komt hier nog op terug. 7.5. Jumbo legt aan de beëindiging van de samenwerking drie incidenten ten grondslag, die hierna worden besproken. Jumbo beroept zich daarnaast ook nog op ‘overige omstandigheden’ te weten, kort gezegd, het onrechtmatig gebruik van domeinnamen, de weigering om aan het ‘Lifebeat of Operations’ programma deel te nemen, de weigering om met een C1000 -trekker te laten beleveren, storneringen van product- en dienstenfacturen, de aanvankelijke weigering om SEPA B2B (bank)machtigingen te ondertekenen en te registreren en discussies omtrent fundamentele uitgangspunten zoals de basis voor de berekening van de franchisefee van [gedaagden in conventie] etcetera. Omdat deze beweerdelijke tekortkomingen door [gedaagden in conventie] (deels) zijn weersproken en Jumbo bovendien te kennen heeft gegeven dat deze omstandigheden haar besluit tot beëindiging niet hebben gedragen maar slechts zijn aangevoerd om de zaak ‘in te kleuren’, zal de rechtbank deze omstandigheden hier buiten beschouwing laten en zich bij de beoordeling beperken tot de drie incidenten en de vraag of die het besluit tot beëindiging van de samenwerking kunnen dragen. 7.6. Om te kunnen beoordelen of Jumbo de samenwerking met [gedaagden in conventie] op 28 maart 2014 rechtsgeldig heeft kunnen beëindigen, zal de rechtbank hierna eerst van elk incident afzonderlijk vaststellen wat dit feitelijk inhield en of hierbij sprake is geweest van een of meer tekortkomingen door [gedaagden in conventie] in de zin van artikel 26.1 FO en/of artikel 6:265 BW. Prijzenoorlog Bladel – Hapert 7.7. Het staat vast dat JS Bladel op 11 januari 2013 zonder voorafgaande toestemming van Jumbo in het plaatselijke huis-aan-huisblad een prijsadvertentie heeft geplaatst met de tekst “Jumbo Bladel is én blijft de goedkoopste supermarkt van de gemeente Bladel”, met daaronder afgebeeld een kassabon van Jumbo Hapert en een kassabon van Jumbo Bladel. 7.8. Dat JS Bladel dit heeft gedaan houdt verband met het volgende. Niet lang nadat [gedaagden in conventie] de exploitatie van Bladel hadden overgenomen, tegen betaling van een fors bedrag aan goodwill, werd hen door Jumbo medegedeeld dat een C1000 supermarkt in Hapert, derhalve binnen het exclusieve verzorgingsgebied van JS Bladel, zou worden omgebouwd tot Jumbo. Dit betekende een herindeling van het verzorgingsgebied van JS Bladel, waarmee [gedaagden in conventie] niet konden instemmen. Over een reële compensatie door Jumbo voor het te verwachten omzetverlies van JS Bladel konden partijen het niet eens worden. Jumbo Hapert adverteerde bovendien op een manier die [gedaagden in conventie] als provocerend hebben ervaren. De verhoudingen tussen [gedaagden in conventie] en Jumbo, en tussen JS Bladel en Jumbo Hapert zijn door dit alles verhard en JS Bladel, die haar omzet zag dalen, meende niets anders te kunnen doen dan op prijs te gaan concurreren met Jumbo Hapert. Daarom heeft zij de advertentie geplaatst. 7.9. Dat [gedaagde sub 5 en 6] niet zouden hebben geweten dat het plaatsen van een dergelijke advertentie niet was toegestaan acht de rechtbank niet aannemelijk. Beiden hebben verklaard dat sprake was van een ‘wanhoopsdaad’ en dat zij beseften dat zij met deze concurrentie ‘hun nest zouden bevuilen’. Zij moeten hebben beseft dat deze wijze van adverteren binnen de formule niet geoorloofd was. Zoals Jumbo naar voren heeft gebracht profileert de formule zich met een laagste prijsgarantie en kan de perceptie van de klant hierover worden aangetast als Jumbo supermarkten met elkáár gaan concurreren op prijs. [gedaagde sub 5 en 6] wisten, of hadden in elk geval moeten begrijpen, dat zo’n prijsvergelijkende advertentie de reputatie van Jumbo - als formule met de laagste prijsgarantie - zou kunnen schaden. Daarbij komt dat [gedaagde sub 5 en 6] in elk geval wisten, of dienden te weten, dat zij ingevolge artikel 24.3 FO en het HJF voor het plaatsen van een dergelijke advertentie vooraf goedkeuring dienden te vragen aan de afdeling Lokale Marketing van Jumbo. Jumbo had hen daar in een brief van 4 december 2012 nog uitdrukkelijk op gewezen (prod.44 van Jumbo). Zij hebben de prijsadvertentie echter geplaatst zonder enige vorm van overleg met Jumbo. 7.10. De ‘prijzenoorlog’ tussen Bladel en Hapert is opgepikt door het landelijk nieuwsblad voor supermarkten DistriFood, die daarover op 14 januari 2013 heeft gepubliceerd onder de kop “Prijsbotsing Jumbo’s in de Kempen” en daarin [gedaagde sub 5] heeft geciteerd die verklaarde geen omzet te willen kwijtraken door de ombouw van de winkel in Hapert naar Jumbo en geen andere uitweg te zien dan met deze nieuwe Jumbo winkel op prijs te gaan concurreren. Door deze uitlatingen tegenover DistriFood heeft [gedaagde sub 5] naar het oordeel van de rechtbank gehandeld in strijd met artikel 37.5 FO waarin is bepaald dat de Franchisenemer geen uitlatingen zal doen tegenover de pers die schade (kunnen) veroorzaken voor Jumbo, de Jumbo Formule en de daarbij aangesloten franchisenemers. De rechtbank acht aannemelijk dat het schadelijk kan zijn voor de formule en/of voor mede-franchisenemers indien een franchisenemer op deze wijze interne problemen naar buiten brengt. 7.11. Partijen zijn het er niet over eens of JS Bladel ook op 15 april 2013 een advertentie in De [naam 4] heeft geplaatst met de kop “Jumbo Bladel blijft de goedkoopste supermarkt bij u in de buurt”, zoals Jumbo stelt. Aanvankelijk hebben [gedaagden in conventie] erkend die advertentie te hebben geplaatst (CvA nr.243) maar nadien hebben zij dit gemotiveerd betwist. Volgens hen betreft productie 53 van Jumbo een voorgenomen advertentie die zij aan Lokale Marketing van Jumbo hebben voorgelegd, maar die niet werd goedgekeurd en daarom niet is geplaatst. Bovendien voeren zij aan dat De [naam 4] op 15 april 2013 niet meer bestond. Jumbo heeft op zitting een afdruk getoond van de advertentie maar kon daarbij niet vertellen in welk blad hij is geplaatst. Al met al staat naar het oordeel van de rechtbank niet vast dat deze tweede advertentie daadwerkelijk is geplaatst, zodat zij deze bij de beoordeling buiten beschouwing zal laten. 7.12. Het plaatsen van de advertentie van 11 januari 2013 en het doen van de uitlatingen zoals die op 14 januari 2013 in DistriFood zijn gepubliceerd, zijn naar het oordeel van de rechtbank tekortkomingen als bedoeld in de artikelen 26.1c en 26.1h FO. Gelet op de onomkeerbaarheid van de tekortkomingen en de uitdrukkelijke schriftelijke waarschuwing van Jumbo van 4 december 2012 (prod.44 van Jumbo) kunnen [gedaagden in conventie] zich er naar het oordeel van de rechtbank in redelijkheid niet op beroepen dat een sommatie als bedoeld in artikel 26.2 FO (zoals vereist in artikel 26.1h FO) heeft ontbroken. 7.13. De rechtbank acht het invoelbaar en begrijpelijk dat [gedaagden in conventie] niet tevreden waren met de situatie zoals die in Bladel was ontstaan en dat zij vreesden voor omzetverlies, maar ook indien het zo is geweest dat Jumbo haar zorgplicht ten aanzien van de herindeling van het verzorgingsgebied van JS Bladel heeft geschonden, dan rechtvaardigde dit nog niet de handelwijze van [gedaagden in conventie] om hun toevlucht te zoeken in een openlijke prijsconcurrentie met de vestiging in Hapert en het in de pers naar buiten brengen van interne problemen binnen de Jumbo organisatie, wat de reputatie van Jumbo zou schaden. Emballagestromen 7.14. Vast staat dat de vier supermarktvestigingen van [gedaagden in conventie] in de periode van 2007 tot 2013 meer emballage aan Jumbo retour hebben geleverd dan zij van Jumbo hebben ontvangen. Jumbo heeft berekend dat de vestigingen Luyksgestel, Geldrop en Valkenswaard in 2012 samen voor een bedrag van € 931.771,- aan emballage van Jumbo geleverd hebben gekregen en voor een bedrag van € 3.703.398,- aan emballage aan Jumbo hebben geretourneerd. Luyksgestel heeft hierin het grootste aandeel gehad (prod.78 van Jumbo). [gedaagden in conventie] betwisten de juistheid van deze cijfers, maar hebben geen eigen cijfers gepresenteerd en hebben ter zitting erkend dat de aantallen zoals Jumbo die noemt wel ongeveer juist zijn. De cijfers zijn ook in lijn met de eigen financiële administratie van [gedaagden in conventie] . De rechtbank kan daarom ook zonder te beschikken over de precieze cijfers vaststellen dat [gedaagden in conventie] vanuit hun vier supermarkten substantieel meer emballage bij Jumbo hebben ingeleverd dan zij van Jumbo hebben ontvangen. Vast staat bovendien dat het hierbij vooral ging om kratten en rolcontainers die niet afkomstig waren uit de Jumbo Supply Chain of uit de reguliere inname van klanten. Een deel van de emballage was afkomstig uit België. 7.15. Bij het KPMG-onderzoek is door personeel van [gedaagden in conventie] over de werkwijze ten aanzien van de (extra) emballage het volgende verklaard. In Luyksgestel werden twintig tot dertig keer per week aan de achterzijde van de winkel grote hoeveelheden emballage ingenomen (per keer zo’n 500 tot 600 kratten à € 3,86), waarvoor een handgeschreven emballagebon werd uitgeschreven. Het bedrag werd contant uitbetaald met geld uit de kluis. De klant werd niet gevraagd voor ontvangst te tekenen. De emballagebon werd in de kluis gelegd en minimaal eenmaal per week werden de bedragen van alle emballagebonnen in de kluis bij elkaar opgeteld en als totaalbedrag (vaak ronde bedragen van tienduizenden euro’
- s)op één van de kassa’s ingevoerd onder de knop “Retour Emballage Nonscan”. Na invoer in de kassa werden de handgeschreven emballagebonnen vernietigd. 7.16. Uit deze beschrijving volgt onder meer dat de verwerking van de extra emballagestroom voor [gedaagden in conventie] nogal wat extra werkzaamheden meebracht, met name voor de vestiging in Luyksgestel maar gelet op de toch ook substantiële bedragen die omgingen in de vestigingen in Geldrop en Valkenswaard heeft dat ook voor die winkels gegolden. [gedaagden in conventie] voeren aan dat zij aan deze extra emballagestroom niet rechtstreeks geld verdienden, maar dat zij door de contante betalingen aan derden wel konden besparen op de kosten voor het transporteren en afstorten van contant geld en op verzekeringspremie (verlaging van veiligheidsrisico’s), welke voordelen opliepen tot ongeveer € 2.500,- per jaar per vestiging. Dat dit geringe financiële voordeel de reden zou zijn waarom [gedaagden in conventie] al dit extra werk zouden verrichten, acht de rechtbank niet erg aannemelijk. [gedaagden in conventie] hebben in dit verband aangevoerd dat zij de emballage ook innamen als extra service om klanten te binden, maar zij hebben dit niet nader onderbouwd. Zoals hierna nog aan de orde zal komen, hebben [gedaagden in conventie] verklaard niet te weten wie degenen zijn die de extra emballage hebben ingeleverd. 7.17. Jumbo heeft al die jaren de emballage zonder protest ingenomen. Hoewel het volgens de cijfers van Jumbo al vanaf 2009 ging om grote hoeveelheden extra emballage, stelt Jumbo dat zij dit pas in 2012 heeft bemerkt. Dit is vreemd omdat Jumbo stelt dat voor deze hoeveelheden extra vrachtwagens nodig waren en dat zij een deel van de emballage (de van derden afkomstige rolcontainers) niet bij haar leverancier kon inleveren. Concrete aanwijzingen dat Jumbo al eerder dan in 2012 wist van de extra emballage zijn er echter niet. [gedaagden in conventie] voeren aan dat zij al die jaren steeds afstemming zochten met Jumbo over de emballage, dat Jumbo altijd op de hoogte is geweest van hun handelwijze en daar dankbaar gebruik van heeft gemaakt zodat zij minder emballage hoefde te huren, en zij beroepen zich in dit verband op een citaat uit een e-mailbericht uit 2010 dat staat in het KPMG-rapport (pag.18 van het rapport, prod.29 van Jumbo). De rechtbank volgt [gedaagden in conventie] hierin niet. Uit het KPMG-rapport en de daarin aangehaalde berichten blijkt wel dat [gedaagden in conventie] omstreeks eind 2010 / begin 2011 overleg hebben gehad met Jumbo over het innemen van extra emballage. [gedaagden in conventie] hebben toen aan Jumbo laten weten dat zij elke week extra emballage aangeleverd kregen van een handelaar en zij hebben Jumbo gevraagd of men interesse had in die extra emballage. Jumbo heeft destijds echter laten weten dat dit problemen zou kunnen opleveren met haar leverancier en dat zij geen belangstelling had. Dit wijst er op dat Jumbo in elk geval toen niet wist dat [gedaagden in conventie] feitelijk al langere tijd extra emballage retourneerden. Uit het KPMG-rapport blijkt dat Jumbo medio mei 2012 wist van die extra emballagestroom (pag.19 van het KPMG-rapport). 7.18. Partijen zijn het er niet over eens wanneer Jumbo [gedaagden in conventie] voor het eerst over de emballage heeft aangesproken. Volgens Jumbo is dat geweest op 7 juni 2012. De heer [naam 7] (directeur Operations Jumbo) heeft ter zitting verklaard dat hij op die dag in Veghel een gesprek had met [gedaagde sub 5] waarin hij hem zou hebben gezegd dat er een einde moest komen aan de inname van de enorme hoeveelheden emballage. Ter onderbouwing heeft Jumbo overgelegd een e-mailbericht van zondag 10 juni 2012 van [naam 7] aan de heer [naam 11] (Jumbo) waarin onder meer staat: “Ik heb met [gedaagde sub 5] gesproken en gezegd dat met onmiddellijke ingang (afgelopen vrijdag) gestopt moet worden met het extra inleveren van rolly’s en CBL kratten. [gedaagde sub 5] heeft toegezegd dit te doen. Wil jij hierop laten controleren?” (prod.35 van Jumbo). Volgens Jumbo is de instructie aan [gedaagden in conventie] daarna in diverse besprekingen opnieuw gegeven, onder andere op 10 en 25 oktober 2012. [gedaagden in conventie] stellen dat zij over de emballage voor het eerst zijn aangesproken omstreeks oktober 2012, tegelijk met het bericht dat C1000 winkels in de buurt zouden worden omgebouwd naar de Jumbo formule. Vanwege de schok die dat laatste bericht bij [gedaagden in conventie] gaf, zou Jumbo ermee hebben ingestemd om de kwestie van de emballage even te parkeren. Aan een gesprek met [naam 7] op 7 juni 2012 over de emballage heeft [gedaagde sub 5] op zitting verklaard geen herinnering te hebben. 7.19. Gelet op de betwisting door [gedaagden in conventie] staat niet vast dat zij op 7 juni 2012 voor het eerst mondeling zijn aangesproken over de emballage, maar gelet op de verklaring van [naam 7] , die wordt ondersteund door het overgelegde e-mailbericht van 10 juni 2012, en gelet op het niet concreet onderbouwde verweer van [gedaagden in conventie] acht de rechtbank het wel aannemelijk. Zeker is dat zij uiterlijk in oktober 2012 door Jumbo hierover zijn aangesproken. Dit hebben zij erkend en volgt ook uit een brief van Jumbo aan [gedaagden in conventie] van 7 november 2012 waarin Jumbo aan de kwestie refereert (prod.42 van Jumbo). Jumbo heeft toen gevraagd om een voorstel van [gedaagden in conventie] ten aanzien van de schade die zij had geleden door de inname van de grote hoeveelheden emballage van [gedaagden in conventie] . [gedaagden in conventie] wisten dus in ieder geval in oktober 2012 dat zij moesten stoppen met het aanbieden van de extra emballage. Toch zijn [gedaagden in conventie] daarmee ook daarna nog doorgegaan. Ook volgens de verklaringen van [gedaagden in conventie] is daaraan pas een einde gekomen in het voorjaar van 2013. Jumbo heeft de normalisering van de emballagestroom geconstateerd in haar brief van 3 mei 2013 (prod.31 van Jumbo) en daarin [gedaagden in conventie] gesommeerd te bevestigen dat zij binnen twee weken (ook) hun emballageadministratie op orde zouden hebben. 7.20.