vonnis RECHTBANK OOST-BRABANT Strafrecht Parketnummer: 01/845342-15 Datum uitspraak: 08 februari 2016 Vonnis van de rechtbank Oost-Brabant, meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken, in de zaak tegen: [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [1954] , wonende te [adres 1] , thans gedetineerd te: [detentieadres] . Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 17 augustus 2015 en 25 januari
(15)maanden. De rechtbank zal een zwaardere straf opleggen dan de door de officier van justitie gevorderde straf, omdat de rechtbank van oordeel is dat de gevorderde straf de ernst van het bewezen verklaarde onvoldoende tot uitdrukking brengt en de officier van justitie bij de eis met name onvoldoende oog heeft gehad voor de reële en ernstige gevaarzetting voor met name de bewoners van de naastgelegen woningen, die verdachte met zijn handelen heeft veroorzaakt. De hierna te bespreken – ook door de rechtbank onderschreven – noodzaak van behandeling van verdachte kan er niet toe leiden dat qua strafmaat wordt volstaan met een gevangenisstraf gelijk aan de tijd die verdachte thans reeds in voorarrest heeft doorgebracht. De maatregel van terbeschikkingstelling met voorwaarden. Uit de hiervoor reeds genoemde psychiatrische en psychologische pro justitia rapporten van respectievelijk psychiater dr. T.W.D.P. van Os en GZ-psycholoog drs. F.C.P. Zuidhof blijkt voorts -kort gezegd - dat er bij verdachte een gemiddeld tot hoog risico op delictherhaling bestaat. Genoemde deskundigen geven aan dat, gelet op de gediagnosticeerde problematiek, het ontbreken van adequate copingsmechanismen, de door de deskundigen gemaakte risicotaxatie alsmede de naar verwachting lange tijd die gemoeid zal zijn met de klinische behandeling en met name het ambulante vervolgtraject, de voorkeur uit gaat naar toepassing van de maatregel van terbeschikkingstelling met voorwaarden. De reclassering, Novadic Kentron, heeft in haar adviesrapport van 13 januari 2016 het advies van de beide gedragsdeskundigen onderschreven. Voorts zijn er in laatstgenoemd rapport voorwaarden gesteld waaraan verdachte zich zou moeten houden binnen het opleggen van de maatregel van terbeschikkingstelling met voorwaarden. De rechtbank verenigt zich met de hiervoor vermelde conclusies en adviezen in die zin, dat ook de rechtbank van oordeel is, dat aan verdachte de maatregel van terbeschikkingstelling moet worden opgelegd. Naar het oordeel van de rechtbank is deze maatregel passend en geboden in het kader van de beveiliging van de maatschappij en de beëindiging van de kans op het opnieuw begaan van soortgelijke feiten door verdachte. De rechtbank overweegt voorts dat ook aan de formele voorwaarden om de maatregel van terbeschikkingstelling op te leggen is voldaan. De hierna te kwalificeren feiten betreffen misdrijven waarop naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van vier jaar of meer is gesteld. Voorts merkt de rechtbank op dat het misdrijven betreffen die gericht zijn tegen of gevaar veroorzaken voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen. De rechtbank ziet in de persoonlijkheidsproblematiek van verdachte en het feit dat er sprake is van recidivegevaar bij verdachte aanleiding de maatregel van terbeschikkingstelling met voorwaarden te gelasten, een en ander onder de voorwaarden die hierna in de beslissing zijn verwoord. De rechtbank is van oordeel dat middels het verbinden van de door de reclassering geadviseerde voorwaarden aan de maatregel van terbeschikkingstelling de beveiliging van de maatschappij voldoende wordt gewaarborgd en het gevaar op herhaling ook afdoende wordt ingeperkt. Verdachte heeft zich ter terechtzitting bereid verklaard tot naleving van deze door de reclassering geadviseerde voorwaarden. De rechtbank betrekt bij haar oordeel tevens dat aan verdachte voor zijn persoonlijkheidsproblematiek niet eerder een intensieve (klinische) behandeling binnen een lichter juridisch kader is opgelegd. De rechtbank zal de reclassering aanwijzen als instantie die aan verdachte hulp en steun zal verlenen. Beslag. De rechtbank zal de teruggave gelasten van de in het dictum nader te noemen inbeslaggenomen voorwerpen aan verdachte nu naar het oordeel van de rechtbank het belang van strafvordering zich niet meer verzet tegen de teruggave van de inbeslaggenomen goederen. Toepasselijke wetsartikelen. De beslissing is gegrond op de artikelen: Wetboek van Strafrecht art. 10, 27, 37a, 38, 38a, 57,
- DE UITSPRAAK Verklaart het ten laste gelegde bewezen zoals hiervoor is omschreven. Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt hem daarvan vrij. Het bewezen verklaarde levert op de misdrijven: opzettelijk brand stichten, terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen teduchten isenopzettelijk brand stichten, terwijl daarvan levensgevaar voor een ander teduchten is Verklaart verdachte hiervoor strafbaar. Legt op de volgende straf en maatregel: - Gevangenisstraf voor de duur van 15 maanden met aftrek overeenkomstig artikel 27 Wetboek van Strafrecht- Terbeschikkingstelling met voorwaarden voor de duur van 2 jaar Stelt als algemene voorwaarde dat de veroordeelde: - zich niet schuldig maakt aan een strafbaar feit; - ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verleent aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt; Stelt als bijzondere voorwaarden dat de veroordeelde: - zich meldt en zich blijft melden bij Novadic-Kentron, Verslavingsreclassering, dr. Poletlaan 74-76 te Eindhoven, zo frequent en zolang de reclassering dit noodzakelijk acht; - zich op basis van de door het NIFP-IFZ afgegeven indicatiestelling op laat nemen in FPA Vincent van Gogh te Venray of een soortgelijke intramurale instelling, zulks ter beoordeling van het NIFP-IFZ, waarbij veroordeelde zich zal houden aan de aanwijzingen die hem in het kader van die behandeling door of namens de (geneesheer-)directeur van die instelling zullen worden gegeven; - aansluitend aan de klinische opname zijn medewerking verleent aan een traject dat gericht is op huisvesting/begeleid wonen bij RIBW-woonbegeleiding of een soortgelijke instelling, zulks ter beoordeling van de reclassering, aldaar op die aangegeven locatie te verblijven en zich te houden aan het (dag-)programma dat deze voorziening in overleg met de reclassering heeft opgesteld, zolang de reclassering dit noodzakelijk acht; - geen drugs- en alcohol zal gebruiken, zolang de reclassering dit noodzakelijk acht. De controle op de naleving van deze bijzondere voorwaarde zal ondersteund worden door middel van middelencontrole waaraan veroordeelde zijn medewerking zal verlenen; - zich aan de aanwijzingen en afspraken van de reclassering zal houden; - zijn medewerking zal verlenen aan het opmaken en nakomen van de driepartijenovereenkomst houdende praktische afspraken, zolang de reclassering dit noodzakelijk acht; - zich houdt aan richtlijnen van de behandelend geneesheer, ook indien dit inhoudt het zich houden aan medicatievoorschriften, zolang de betrokken geneesheer en de reclassering dit nodig achten; - indien de reclassering dit nodig acht medewerking verleent aan een plaatsing in een kliniek in het kader van een "time-out" maatregel; Geeft opdracht aan de Reclassering Nederland de veroordeelde bij de naleving van de voorwaarden hulp en steun te verlenen. Teruggave inbeslaggenomen goederen aan verdachte, te weten: een sleutelbos. Dit vonnis is gewezen door: mr. W. Schoorlemmer, voorzitter, mr. M.Th. van Vliet en mr. E. Sikkema, leden, in tegenwoordigheid van mr. P. van Etteger-Lubbers, griffier, en is uitgesproken op 8 februari
- Mr. Sikkema is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.