vonnis RECHTBANK OOST-BRABANT Strafrecht Parketnummer: 01/865024-16 Datum uitspraak: 15 september 2016 Vonnis van de rechtbank Oost-Brabant, meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken, in de zaak tegen: [verdachte 1] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] , wonende te [adres 1] , thans gedetineerd te: P.I. Arnhem - HvB Arnhem Zuid. Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 13 juni 2016 en 1 september 2016. De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie en van hetgeen van de zijde van verdachte naar voren is gebracht. De tenlastelegging. De zaak is aanhangig gemaakt bij dagvaarding van 11 mei 2016. Aan verdachte is ten laste gelegd dat: 1. (feit 1 ibs) hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 25 februari 2016 tot en met 27 februari 2016 te Eindhoven, althans in het arrondissement Oost Brabant (telkens) door geweld of een andere feitelijkheid en/of bedreiging met geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(
(6)maanden kan volstaan, zodat verdachte daarna naar bij zijn ouders kan gaan wonen. Subsidiair kan aan verdachte nog een deels voorwaardelijke gevangenisstraf worden opgelegd en dan kan verdachte vanuit zijn ouderlijk huis een ambulante behandeling volgen. Het oordeel van de rechtbank. Bij de beslissing over de straf die aan verdachte dient te worden opgelegd, heeft de rechtbank gelet op de aard en de ernst van het bewezen verklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan. Bij de beoordeling van de ernst van de door verdachte gepleegde strafbare feiten betrekt de rechtbank het wettelijke strafmaximum en de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd. Daarnaast houdt de rechtbank bij de strafbepaling rekening met de persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachte. De rechtbank heeft in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen. Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan (poging tot) feitelijke aanranding van de eerbaarheid, meermalen gepleegd (feit 1 en 2), een poging tot verkrachting (feit 3) en de vernieling van een personenauto (feit 4). Met name de onder 1, 2 en 3 bewezenverklaarde feiten rekent de rechtbank verdachte zwaar aan. Verdachte heeft diverse vrouwen in de periode van 25 februari 2016 tot en met 28 februari 2016 gedwongen tot het dulden van ontuchtige handelingen, oplopend in ernst, met als laatste feit een poging tot verkrachting. Verdachte heeft de betreffende (jonge) vrouwen grote angst aangejaagd door hen (met geweld of een andere feitelijkheid) te dwingen de hierboven beschreven handelingen te ondergaan. Hij heeft hiermee grote inbreuk gemaakt op de persoonlijke levenssfeer van de slachtoffers en hun lichamelijke integriteit aangetast.. Slachtoffers van dit soort feiten ondervinden daar vaak nog jarenlang last van en de herinnering eraan hindert hen soms in hun dagelijks bestaan. Uit de toelichting op de vorderingen van de benadeelde partijen blijkt dat dit ook in deze zaken het geval is. Verdachte heeft bovendien door het plegen van deze feiten (en het bekend worden van deze feiten) bijgedragen aan maatschappelijke onlustgevoelens dat het voor met name vrouwen niet veilig is op straat. Juist deze veiligheid is in onze samenleving een groot goed en het maken van inbreuk daarop wordt door de rechtbank als zeer kwalijk gezien. Kijkend naar de persoon van verdachte houdt de rechtbank rekening met de omstandigheid dat verdachte te kampen heeft met psychische problematiek en dat de feiten hem slechts in verminderde mate kunnen worden toegerekend. De rechtbank baseert dit op het omtrent verdachte d.d. 28 juli 2016 opgestelde psychiatrisch rapport door J.R. Douglas Broers, psychiater, en het omtrent verdachte d.d. 29 juli 2016 opgestelde psychologisch rapport door P.K. Kristensen, GZ-psycholoog. De rechtbank is het eens met de bevindingen van voornoemde rapporteurs en neemt hun conclusies over. De rechtbank weegt in het voordeel van verdachte mee dat hij niet eerder is veroordeeld voor soortgelijke feiten als onder 1, 2 en 3 ten laste gelegd. Verder heeft verdachte er ter zitting blijk van gegeven dat hij de ernst van het door hem aan zijn slachtoffers aangedane leed inziet. De rechtbank is van oordeel dat in verband met een juiste normhandhaving niet kan worden volstaan met het opleggen van een andersoortige of geringere straf dan een gevangenisstraf voor de duur van 730 dagen. De rechtbank zal deze gevangenisstraf voor een gedeelte, namelijk voor de duur van 515 dagen, voorwaardelijk opleggen, om verdachte ervan te weerhouden opnieuw strafbare feiten te plegen en teneinde zo spoedig mogelijk de noodzakelijk geachte klinische behandeling van zijn psychische problematiek te ondergaan. Aan deze voorwaardelijke straf zullen na te noemen bijzondere voorwaarden worden gekoppeld. De rechtbank zal een lichtere straf opleggen dan de door de officier van justitie gevorderde straf, nu de rechtbank van oordeel is dat de straf die de rechtbank zal opleggen, mede gezien de verminderde toerekeningsvatbaarheid van verdachte, de ernst van het bewezen verklaarde voldoende tot uitdrukking brengt. De vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 7]. Het standpunt van de officier van justitie. De vordering dient te worden toegewezen tot een bedrag van € 500,- (immaterieel). Er wordt door de benadeelde partij maar een bedrag van € 100,- gevorderd, maar dat is aan de lage kant. In het materiële gedeelte van de vordering dient de benadeelde partij niet-ontvankelijk te worden verklaard. Het standpunt van de verdediging. Gelet op de gevorderde vrijspraak dient de benadeelde partij in de vordering niet-ontvankelijk te worden verklaard. Subsidiair dient slechts het immateriële gedeelte zoals verzocht te worden toegewezen. Een verhoging daarvan is niet aan de orde. Beoordeling. De rechtbank acht toewijsbaar, als rechtstreeks door het bewezen verklaarde feit toegebrachte schade, het volgende onderdeel van de vordering, te weten immateriële schadevergoeding van € 100,-, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de datum van het delict tot aan de dag der algehele voldoening. De rechtbank zal de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaren in de volgende onderdelen van de vordering, aangezien in zoverre geen sprake is van rechtstreeks door het bewezen verklaarde feit toegebrachte schade, te weten de post materieel (broek). De rechtbank zal verdachte veroordelen in de kosten van de benadeelde partij, tot op heden begroot op nihil. Verder wordt verdachte veroordeeld in de ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten. Schadevergoedingsmaatregel. De rechtbank zal voor het toegewezen bedrag tevens de schadevergoedingsmaatregel opleggen, nu de rechtbank het wenselijk acht dat de Staat schadevergoeding aan het slachtoffer bevordert, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de datum van het delict tot aan de dag der algehele voldoening. Aangezien aan verdachte meer verplichtingen tot vergoeding van dezelfde schade worden opgelegd, zal de rechtbank bepalen dat als verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat daarmee zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij komt te vervallen en andersom, indien verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij, daarmee zijn verplichting tot betaling aan de Staat komt te vervallen. De vordering van de benadeelde [slachtoffer 6] . Het standpunt van de officier van justitie. De vordering dient te worden toegewezen tot een bedrag van € 500,-, voor het overige dient de benadeelde partij niet-ontvankelijk te worden verklaard. Het standpunt van de verdediging. De benadeelde partij dient niet-ontvankelijk te worden verklaard in de vordering gelet op de gevorderde vrijspraak. Subsidiair dient de vordering aanzienlijk gematigd te worden nu het gevorderde bedrag niet past bij de geldende jurisprudentie. Beoordeling. De rechtbank acht toewijsbaar, als rechtstreeks door het bewezen verklaarde feit toegebrachte schade, het volgende onderdeel van de vordering, te weten immateriële schadevergoeding tot een bedrag van € 500,-, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de datum van het delict tot aan de dag der algehele voldoening. De rechtbank zal de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaren in het overige gedeelte van de vordering, aangezien in zoverre geen sprake is van rechtstreeks door het bewezen verklaarde feit toegebrachte schade. De rechtbank zal verdachte veroordelen in de kosten van de benadeelde partij, tot op heden begroot op nihil. Verder wordt verdachte veroordeeld in de ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten. Schadevergoedingsmaatregel. De rechtbank zal voor het toegewezen bedrag tevens de schadevergoedingsmaatregel opleggen, nu de rechtbank het wenselijk acht dat de Staat schadevergoeding aan het slachtoffer bevordert, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de datum van het delict tot aan de dag der algehele voldoening. Aangezien aan verdachte meer verplichtingen tot vergoeding van dezelfde schade worden opgelegd, zal de rechtbank bepalen dat als verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat daarmee zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij komt te vervallen en andersom, indien verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij, daarmee zijn verplichting tot betaling aan de Staat komt te vervallen. De vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 8] . Het standpunt van de officier van justitie. De officier van justitie is van mening dat deze vordering geheel dient te worden toegewezen. Het standpunt van de verdediging. Gelet op de bepleite vrijspraak voor het primair ten laste gelegde, dient de vordering aanzienlijk te worden gematigd. Beoordeling. De rechtbank acht toewijsbaar, als rechtstreeks door het bewezen verklaarde feit toegebrachte schade, het volgende onderdeel van de vordering, te weten immateriële schadevergoeding tot een bedrag van € 1.000,-, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de datum van het delict tot aan de dag der algehele voldoening. De rechtbank zal de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaren in (de hierna te noemen onderdelen van) de vordering, omdat de rechtbank van oordeel is dat behandeling van de vordering een onevenredige belasting van het strafgeding oplevert, te weten het overige gedeelte van de post immateriële schade. De benadeelde partij kan dit onderdeel van de vordering slechts bij de burgerlijke rechter aanbrengen. De rechtbank zal verdachte veroordelen in de kosten van de benadeelde partij, tot op heden begroot op nihil. Verder wordt verdachte veroordeeld in de ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten. Schadevergoedingsmaatregel. De rechtbank zal voor het toegewezen bedrag tevens de schadevergoedingsmaatregel opleggen, nu de rechtbank het wenselijk acht dat de Staat schadevergoeding aan het slachtoffer bevordert, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de datum van het delict tot aan de dag der algehele voldoening. Aangezien aan verdachte meer verplichtingen tot vergoeding van dezelfde schade worden opgelegd, zal de rechtbank bepalen dat als verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat daarmee zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij komt te vervallen en andersom, indien verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij, daarmee zijn verplichting tot betaling aan de Staat komt te vervallen. De vordering van [slachtoffer 9] . Het standpunt van de officier van justitie. De officier van justitie is van mening dat deze vordering geheel dient te worden toegewezen. Het standpunt van de verdediging. De vordering dient te worden toegewezen tot het op de factuur vermelde bedrag van € 349,
- Het is niet duidelijk wie het overige bedrag op de factuur erbij heeft geschreven en of die schade daadwerkelijk is geleden, zodat de benadeelde partij in dat gedeelte van de vordering niet-ontvankelijk dient te worden verklaard. Beoordeling. De rechtbank acht toewijsbaar, als rechtstreeks door het bewezen verklaarde feit toegebrachte schade, de volgende onderdelen van de vordering, te weten materiële schadevergoeding (posten buitenspiegel verwarmd links, afdekking grondverf en spiegelglas) tot een bedrag van € 349,13 vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de datum van het delict tot aan de dag der algehele voldoening. De rechtbank zal de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaren ten aanzien van de overige posten van de vordering. Van dit gedeelte van de vordering is niet eenvoudig vast te stellen of en in hoeverre deze kosten zijn gemaakt in directe relatie tot het bewezen verklaarde feit, onder meer aangezien de bewijstukken daarvan ontbreken. Er is een bedrag op de originele factuur bijgekrabbeld, waarvan de rechtbank niet kan vaststellen wie dit bedrag er bij heeft gezet. Nader onderzoek naar de juistheid en omvang van de vordering (in zoverre) zou een uitgebreide nadere behandeling vereisen. De rechtbank is van oordeel dat de behandeling van (dit deel van) de vordering een onevenredige belasting van het strafgeding oplevert. De benadeelde partij kan deze onderdelen van de vordering slechts bij de burgerlijke rechter aanbrengen. De rechtbank zal verdachte veroordelen in de kosten van de benadeelde partij, tot op heden begroot op nihil. Verder wordt verdachte veroordeeld in de ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten. Schadevergoedingsmaatregel. De rechtbank zal voor het toegewezen bedrag tevens de schadevergoedingsmaatregel opleggen, nu de rechtbank het wenselijk acht dat de Staat schadevergoeding aan het slachtoffer bevordert, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de datum van het delict tot aan de dag der algehele voldoening. Aangezien aan verdachte meer verplichtingen tot vergoeding van dezelfde schade worden opgelegd, zal de rechtbank bepalen dat als verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat daarmee zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij komt te vervallen en andersom, indien verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij, daarmee zijn verplichting tot betaling aan de Staat komt te vervallen. Toepasselijke wetsartikelen. De beslissing is gegrond op de artikelen: Wetboek van Strafrecht art. 10, 14a, 14b, 14c, 14d, 24c, 27, 36f, 45, 57, 242, 246,
- DE UITSPRAAK De rechtbank: Verklaart het ten laste gelegde bewezen zoals hiervoor is omschreven. Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt hem daarvan vrij. Het bewezen verklaarde levert op de misdrijven: T.a.v. feit 1:feitelijke aanranding van de eerbaarheid, meermalen gepleegdT.a.v. feit 2:poging tot feitelijke aanranding van de eerbaarheid, meermalen gepleegdT.a.v. feit 3 primair:poging tot verkrachtingT.a.v. feit 4:opzettelijk en wederrechtelijk enig goed, dat geheel of ten dele aan een andertoebehoort, vernielen Verklaart verdachte hiervoor strafbaar. Legt op de volgende straf. T.a.v. feit 1, feit 2, feit 3 primair, feit 4: Gevangenisstraf voor de duur van 730 dagen, met aftrek overeenkomstig artikel 27 van het Wetboek van Strafrecht, waarvan 515 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaren Stelt als algemene voorwaarden dat de veroordeelde: - zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit en - ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verleent aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt en - medewerking verleent aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14d, tweede lid, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen. Stelt als bijzondere voorwaarden dat de veroordeelde: - zich gedurende de proeftijd gedraagt naar de voorschriften en aanwijzingen die worden gegeven door de reclassering; - zich binnen vijf werkdagen na het onherroepelijk worden van het vonnis en/of na zijn vrijlating uit detentie moet melden bij de afdeling toezicht van Reclassering Nederland, Houtwal 16d te Zutphen, tel. 088-
- Hierna moet hij zich blijven melden zo frequent en zolang de reclassering dit noodzakelijk acht; - wordt verplicht om zich, op basis van de door het NIFP-IFZ/DIZ afgegeven indicatiestelling, op vrijdag 30 september 2016 te laten opnemen in Forensisch Psychiatrische Afdeling (FPA) De Boog te Warnsveld, of een soortgelijke intramurale instelling, zulks ter beoordeling van het NIFP-IFZ-DIZ, waarbij hij zich zal houden aan de aanwijzingen die hem in het kader van die behandeling door of namens de (geneesheer-) directeur van die instelling zullen worden gegeven; ook als dat inhoudt het volgen van een dagprogramma, het meewerken aan eventueel nader diagnostisch onderzoek en aan blaastesten en/of urinecontroles op middelengebruik. Deze klinische opname mag maximaal 24 maanden duren, of zoveel korter als de betreffende instelling noodzakelijk acht; - na zijn klinische behandeling zijn volledige medewerking verleent aan een traject richting een instelling voor 24-uurs begeleid of beschermd wonen. Hij wordt dan verplicht daar te verblijven en zich te houden aan het (dag-)programma dat deze voorziening in overleg met de reclassering heeft opgesteld, zolang de reclassering dit noodzakelijk acht; - zijn volledige medewerking verleent aan een aanvullende ambulante forensische behandeling (bij een instelling voor verslavingszorg en/of een in autisme gespecialiseerde instelling) indien dit in de loop van het toezichttraject nodig wordt geacht, zulks ter beoordeling van de reclassering. Veroordeelde volgt dan de aanwijzingen op die hem in het kader van die behandelingen door de betreffende instelling(en) worden gegeven; - zal toestaan dat Reclassering Nederland door alle hem behandelden of begeleidende instellingen over de behandeling/begeleiding wordt ingelicht. Veroordeelde zal bijzonderheden, van welke aard dan ook, die zijn behadeling of begeleiding kunnen belemmeren, direct aan de reclassering melden, waarbij de Reclassering Nederland, Regio's-Hertogenbosch, Eekbrouwersweg 6, 5233 VG te 's-Hertogenbosch, opdracht wordt gegeven toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden. T.a.v. feit 2: Maatregel van schadevergoeding van EUR 100,00 subsidiair 2 dagen hechtenis Legt derhalve aan verdachte op de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van [slachtoffer 7] van een bedrag van EUR 100,- (zegge: honderd euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 2 dagen hechtenis. Het bedrag bestaat uit een bedrag van EUR 100,- immateriële schadevergoeding. De toepassing van deze vervangende hechtenis heft de hiervoor genoemde betalingsverplichting niet op. Het totale bedrag te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de datum van het delict tot aan de dag der algehele voldoening. Beslissing op de vordering van de benadeelde partij: Wijst de vordering van de benadeelde partij toe en veroordeelt verdachte mitsdien tot betaling aan de [slachtoffer 7] van een bedrag van EUR 100,- (zegge: honderd euro), te weten EUR 100,- immateriële schadevergoeding. Het totale toegewezen bedrag te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de datum van het delict tot aan de dag der algehele voldoening. Veroordeelt verdachte tevens in de kosten van de benadeelde partij, tot op heden begroot op nihil. Veroordeelt verdachte verder in de ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten. Bepaalt dat de benadeelde partij in het overige deel van de vordering niet-ontvankelijk is. Indien de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat komt daarmee zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij te vervallen en andersom, indien verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij, komt daarmee zijn verplichting tot betaling aan de Staat te vervallen. T.a.v. feit 2: Maatregel van schadevergoeding van EUR 500,00 subsidiair 10 dagen hechtenis Legt derhalve aan verdachte op de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van [slachtoffer 6] van een bedrag van EUR 500,- (zegge: vijfhonderd euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 10 dagen hechtenis. Het bedrag bestaat uit een bedrag van EUR 500,- immateriële schadevergoeding. De toepassing van deze vervangende hechtenis heft de hiervoor genoemde betalingsverplichting niet op. Het totale bedrag te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de datum van het delict tot aan de dag der algehele voldoening. Beslissing op de vordering van de benadeelde partij: Wijst de vordering van de benadeelde partij toe en veroordeelt verdachte mitsdien tot betaling aan [slachtoffer 6] van een bedrag van EUR 500,- (zegge: vijfhonderd euro), te weten EUR 500,- immateriële schadevergoeding. Het totale toegewezen bedrag te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de datum van het delict tot aan de dag der algehele voldoening. Veroordeelt verdachte tevens in de kosten van de benadeelde partij, tot op heden begroot op nihil. Veroordeelt verdachte verder in de ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten. Bepaalt dat de benadeelde partij in het overige deel van de vordering niet-ontvankelijk is. Indien de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat komt daarmee zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij te vervallen en andersom, indien verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij, komt daarmee zijn verplichting tot betaling aan de Staat te vervallen. T.a.v. feit 3 primair: Maatregel van schadevergoeding van EUR 1.000,00 subsidiair 20 dagen hechtenis Legt derhalve aan verdachte op de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van [slachtoffer 8] van een bedrag van EUR 1.000 ,- (zegge: duizend euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 20 dagen hechtenis. Het bedrag bestaat uit een bedrag van EUR 1.000,- immateriële schadevergoeding. De toepassing van deze vervangende hechtenis heft de hiervoor genoemde betalingsverplichting niet op. Het totale bedrag te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de datum van het delict tot aan de dag der algehele voldoening. Beslissing op de vordering van de benadeelde partij: Wijst de vordering van de benadeelde partij toe en veroordeelt verdachte mitsdien tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer 8] van een bedrag van EUR 1.000,- (zegge: duizend euro), te weten EUR 1.000,- immateriële schadevergoeding. Het totale toegewezen bedrag te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de datum van het delict tot aan de dag der algehele voldoening. Veroordeelt verdachte tevens in de kosten van de benadeelde partij, tot op heden begroot op nihil. Veroordeelt verdachte verder in de ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten. Bepaalt dat de benadeelde partij in het overige deel van de vordering niet-ontvankelijk is. Indien de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat komt daarmee zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij te vervallen en andersom, indien verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij, komt daarmee zijn verplichting tot betaling aan de Staat te vervallen. T.a.v. feit 4: Maatregel van schadevergoeding van EUR 349,13 subsidiair 6 dagen hechtenis Legt derhalve aan verdachte op de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van [slachtoffer 9] van een bedrag van EUR 349,13 (zegge: driehonderdnegenenveertig euro en dertien eurocent), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 6 dagen hechtenis. Het bedrag bestaat uit een bedrag van EUR 349,13 materiële schadevergoeding (post buitenspiegel verwarmd links, afdekking grondverf en spiegelglas). De toepassing van deze vervangende hechtenis heft de hiervoor genoemde betalingsverplichting niet op. Het totale bedrag te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de datum van het delict tot aan de dag der algehele voldoening. Beslissing op de vordering van de benadeelde partij: Wijst de vordering van de benadeelde partij toe en veroordeelt verdachte mitsdien tot betaling aan [slachtoffer 9] van een bedrag van EUR 349,13 (zegge: driehonderdnegenenveertig euro en dertien eurocent), te weten EUR 349,13 materiële schadevergoeding (post buitenspiegel verwarmd links, afdekking grondverf en spiegelglas). Het totale toegewezen bedrag te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de datum van het delict tot aan de dag der algehele voldoening. Veroordeelt verdachte tevens in de kosten van de benadeelde partij, tot op heden begroot op nihil. Veroordeelt verdachte verder in de ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten. Bepaalt dat de benadeelde partij in het overige deel van de vordering niet-ontvankelijk is. Indien de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat komt daarmee zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij te vervallen en andersom, indien verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij, komt daarmee zijn verplichting tot betaling aan de Staat te vervallen. Dit vonnis is gewezen door: mr. E. Boersma, voorzitter, mr. J.H.P.G. Wielders en mr. C.J. Sangers- de Jong, leden, in tegenwoordigheid van mr. P. van Etteger-Lubbers, griffier, en is uitgesproken op 15 september
- PV 1, blz. 59 PV 1, blz. 79 PV 1, blz. 114, 115 en 116 PV 1, blz. 106-110 PV 1, blz. 135, 136 en 142-148 PV 1, blz. 119-121 PV 1, blz. 129-132 Pv 1, blz. 157-160 Pv 1, blz. 166 PV 1, blz. 83 PV 1, blz. 87-91 PV 1, blz. 99 PV 2, blz. 4 en 5 PV 1, blz. 16 PV 1, blz. 16 en blz. 18 PV 1, blz. 68